Tap eens uit een ander vaatje

Onlangs werd ik gebeld door een journaliste. Onderwerp: de krimpende kerk. Die krimp zet nog wel even door. “Of ik dat jammer vond?” “Bestaat de Kerk over 25 jaar nog?” “Is dat erg voor de samenleving?”. Dat soort vragen.

Ik gaf zo mijn antwoorden. De journaliste meende uit mijn antwoorden te mogen opmaken dat ik van mening was dat het allemaal echt gebeurd is wat de evangelisten ons gemeld hebben over Jezus. Dat is inderdaad het geval. Dat vond ze heel raar. Ze meldde heel open dat ze in het geheel niet gelovig is en ook niets wist van het katholieke geloof (behalve dan dat pastoors niet mogen trouwen), maar dat er mensen zijn die de Bijbel als historisch document zien, daar stond ze van te kijken. Dat was toch iets van vroeger?

Ik vroeg haar of zij vermoedde dat Jezus wel echt bestaan heeft. Ze meende toch echt te weten van niet. De Bijbel was toch een kwestie van een mooi verzonnen verhaal met een mooie moraal. Een soort sprookjesboek dus. Ik vroeg haar of zij van mening was dat Caesar Augustus echt geleefd heeft. Daar had ze helaas nog nooit van gehoord. Nog maar een poging gewaagd: Napoleon dan? Ja, die kende ze: “Daar zijn gewoon historische verslagen van”. Ik zei haar dat er van Jezus ook diverse historische verslagen zijn. Het is aan te wijzen in welke tijd Hij leefde, in welk land en in welke plaatsen welke gebeurtenissen hebben plaatsgevonden en wat Hij gezegd heeft. Er zijn ooggetuigenverslagen van.

“Hoe weten we of die betrouwbaar zijn”, zo ging zij verder. Nou op dezelfde manier als de bronnen die verslag doen van Caesar Augustus en Napoleon: door degelijk historisch onderzoek. Haar slotconclusie luidde: “Nou ja, het maakt allemaal niet zoveel uit of die Jezus echt bestaan heeft, het gaat er in jullie geloof toch om dat je je er goed bij voelt, dat het je kan troosten en dat soort dingen?” Nee, mevrouw, daar gaat het helemaal niet om. Enfin, de verwarring was groot. Wellicht dat om die reden een verslag van het gesprek tot op heden niet gepubliceerd is.

Je moet goed thuis zijn in de sportwereld - en dan nog in een specifieke tak van sport - wil je een plek verwerven op de sportredactie van een krant. Hetzelfde geldt mutatis mutandis voor het economisch katern, de financiële bijlage of de wetenschapspagina. Het heeft geen zin een hockeykenner een interview te laten afnemen met een metafysicus. De verkeerde vragen worden gesteld en de relevantie van de antwoorden niet onderkend. Een smartlappenkenner op pad sturen naar bluesfanaat Johan Derksen schiet ook niet op. Dat snapt iedereen. In de praktijk doet men dat ook niet. Maar men stuurt rustig een meisje met nul inhoudelijke kennis van religieuze zaken op pad om een artikel over Kerk en geloof te schrijven. Het resultaat is meestal een weergave van de Kerk conform het beeld dat de journalist van de Kerk heeft. En zo groeit de onwetendheid en worden de vooroordelen in stand gehouden.

Nee, ik pleit niet voor kerkvriendelijke journalistiek. Journalisten moeten hun werk doen, dat wil zeggen kritisch zijn. (De Kerk zelf geeft daartoe aanleiding genoeg). Maar kennis van zaken is aanbevelenswaardig. En eens een keer uit een ander vaatje tappen dan gebruikelijk. Want het is al tijden wel erg simplistisch en slaapverwekkend clichématig.

(4 augustus geplaatst op KN.nl)


Tieners. Niks mis mee.

Nergens in de Bijbel lees je dat de leerlingen van Jezus ‘tieners’ zijn. Dat kan ook niet, want het woord is pas in de 20e eeuw ontstaan. Bestaat er zoiets als ‘tienerisme’? Je komt het in elk geval in geen enkel woordenboek tegen. Adolescentie dan weer wel. Maar dat is meer een technisch begrip. Het is in elk geval iets dat vaak vooral negatieve associaties bij niet-tieners oproept.

De Bijbel denkt er in ieder geval anders over. Paulus (1 Tim. 4,12) zegt heel stellig: “Niemand mag de jeugd minachten”. Vervolgens zegt hij dat we voor hen een voorbeeld moeten zijn door woord en gedrag, in liefde, in geloof en zuiverheid. Daar ligt evenwel het probleem in onze Westerse streken. Ze leren van beroemdheden via YouTube en van hun vrienden en vriendinnen die het allemaal ook niet weten. En als het om geloof gaat, hoe kan geloof groeien als niemand ze de waarheden aanreikt waarop het geloof gefundeerd is.

De leerlingen van Jezus waren op enkele uitzonderingen na tieners. Dat verrast u wellicht. De apostelen tieners! Jezus had geen lage verwachtingen van hen. Deze leerlingen leefden overigens ook in een decadente tijd, maar Jezus zag hun grote potentieel. Jezus was een leraar. Een leraar zou geen leraar zijn als hij geen leerlingen had. Mensen die als leraar optraden en een groep leerlingen om zich heen verzamelden was een gewoon verschijnsel in Palestina, maar ook in de Hellenistische tijd. De Grieken kenden al lang leraar-leerlingen groepen. De leerlingen genoten onderricht over leer en leven door naar hem te luisteren en tijd met de meester door te brengen. Johannes de Doper had leerlingen, de farizeen evenzeer. Dit leerlingschap functioneerde als een soort tweede familie voor de leerlingen. De leerlingen waren per definitie jonger dan de leraar. Joodse leerlingen waren doorgaans jong genoeg om niet getrouwd te zijn en ouderschap verantwoordelijkheden te hebben en oud genoeg om te kunnen lezen en de groep niet tot last te zijn. Een Joodse jongen werd als volwassen beschouwd als hij 13 jaar oud was (Bar Mitswa). Hij was dan oud genoeg om een van de tien mensen te zijn die nodig zijn om een synagoge te vormen. Hij werd geacht goed genoeg te kunnen lezen uit de Schriften als hij daartoe geroepen werd in de synagoge.

Hieruit kunnen we twee dingen afleiden over de leeftijd van Jezus’ leerlingen. Zij waren minstens 13 jaar, maar jonger dan 30 (de leeftijd van Jezus toen Hij begon met zijn onderricht). Zoals gezegd waren leerlingen jonger dan hun meester, en ze brachten drie jaar met Jezus door, ongeveer evenveel tijd die een hedendaagse student in vier jaar (inclusief zomervakantie) op universiteit of Hogeschool doorbrengt.

Tieners worden vaak gekarakteriseerd als competitief, eigenzinnig, zelfverzekerd, onzeker, impulsief, fysiek sterk en leergierig. Ik herken dat wel bij de jongens van mijn voetbalteam. Druktemakers, maar ook heel sociaal; eigenwijs, maar ook leergierig; goeie gasten maar je wordt er af en toe ook heel moe van; al bij al een plezierig gezelschap. Het levert leuke conversaties op. Soms heel serieus.
“Bid jij wel eens voor ons?”, vroeg een van mijn spelers vorig seizoen zomaar ineens in de rust.
-“Ja”.
“Voor de overwinning?”.
- “Nee”.
“Dat we allemaal heiligen worden?”.
- “Nee”.
“Wat dan?”.
- “Dat jullie niet in de problemen komen”.
Toen was het even stil. Totdat er eentje heel serieus opmerkte dat ik dat vooral moest blijven doen. Dat doe ik inderdaad. Het leven kan soms verdraait ingewikkeld zijn voor die jongens.


De tieners van onze tijd zijn niet zoveel anders dan de tieners die met Jezus optrokken. Laten we eens kijken wat tieners typeert.

-Competitief
Als Jezus en zijn leerlingen op weg zijn naar Kafarnaum in Galilea, ontstaat een redetwist tussen de leerlingen wie van hen wel niet de grootste zou zijn. Jezus hoort hun conversatie, maar wacht tot zij in het huis zijn aangekomen en vraagt hen dan waar zij onderweg over spraken. Met de nodige schaamte gaven zij antwoord, maar Jezus maakt van de gelegenheid gebruik om hen duidelijk te maken dat wie de grootste wil zijn zich klein moet maken. Hij neemt een kind in zijn armen en legt hen uit wat nederigheid is en waartoe deze deugd leidt.

- Impulsief
Diverse keren laten de leerlingen blijken hoogst verbaasd te zijn over hetgeen Jezus leerde. Ze vroegen bijna wanhopig: “Wie kan er dan nog gered worden?”, toen Jezus hen vertelde dat het voor degenen die rijk zijn moeilijk is om gered te worden. In hun beleving was welvaart eerder een teken dat God welvarende mensen goedgezind is. Tieners doen nu eenmaal hun mondje open als ze het ergens niet mee eens zijn. Toch?


- Zelfverzekerd
Tieners kunnen heel onzeker zijn, maar ook heel zelfverzekerd. Toen Jezus aan Jacobus en zijn broer Johannes vroeg of zij in staat waren “gedoopt te worden met het doopsel waarmee Hij gedoopt zou worden” sprak Jezus over het lijden dat Hem te wachten zou staan. De broers antwoordden stellig: “Ja, dat kunnen wij”. Jezus zei dat zij daartoe inderdaad toe in staat zouden blijken, hoewel zij de impact ervan niet begrepen.

Toen Jezus besloot om daadwerkelijk naar Judea te gaan hoewel Hij wist wat Hem daar te wachten stond, zei Thomas zelfverzekerd: “Laten wij met Hem mee gaan om daar met Hem te sterven”. Petrus was er vast van overtuigd dat hij Jezus tot het bittere einde zou kunnen volgen en dat hij Hem nooit zou verloochenen.


- Verontwaardigd
Tieners zijn jong en nog niet altijd in staat zich te verplaatsen in andermans gedachten, motieven, omstandigheden en emoties. Vandaar dat ze ertoe neigen anderen tamelijk snel te oordelen. Dit komen we bij de leerlingen van Jezus regelmatig tegen. De grootste uitbarsting zien we bij Jacobus en Johannes toen bleek dat het Samaritaanse volk hen niet toestond hun land te doorkruisen op weg naar Jeruzalem. De twee broers stelden Jezus voor dat Jezus maar eens flink het vuur van de hel over die Samaritanen afriep, net zoals Elia dat ooit gedaan had. Dat zou ze leren, die vreselijke Samaritanen. Dit soort  impulsief gedrag zien we vaker. Zoals die ene keer toen een (Syrië-fenitische) vrouw maar bleef aandringen bij Jezus en de leerlingen er bij Hem op aandrongen dat vermoeiende mens weg te sturen. Het zijn diezelfde leerlingen die de ouders van opdringerige kinderen weg wilde sturen. Jezus had naar hun mening wel iets anders aan zijn hoofd. Het is een van de weinige keren dat Jezus kwaad werd. Nee, niet op die kinderen, maar op zijn leerlingen: “laat die kinderen toch bij mij komen en houd ze niet tegen”.


- Fysiek sterk
Jezus was een rondtrekkende rabbi. Naar schatting heeft Hij in die drie jaar van zijn openbaar leven zo’n 4000 km afgelegd. Te voet, wel te verstaan. De leerlingen die met Hem meegingen moeten in een fysiek goede conditie geweest zijn. Zeker als je weet dat ze soms weinig of niets te eten hadden. Ze hadden waarschijnlijk ook meer slaap nodig dan Jezus. Jongens in de groei hebben nou eenmaal meer nachtrust nodig dan volwassenen. In de Hof van Olijven lukt het Jezus niet om hen wakker te houden, zelfs niet nadat Jezus hen nadrukkelijk gevraagd had met hen te waken en te bidden.

In elk geval vier van deze jongeren waren gewend aan zwaar fysiek werk. Ze waren in staat grote netten vol vis aan boord te slepen en ook nog eens de grote zeilen van hun vissersboten gedurende stormachtig weer in de hand te houden. Neem dit waren geen kale oudere mannen met baarden zoals schilders ze nogal eens afgebeeld hebben. Jezus had jonge mannen nodig die in staat waren flinke afstanden door woest terrein te overbruggen om tenslotte het evangelie aan alle landen en streken te verkondigen, terwijl ze daarbij heel wat tegenstand en vervolging te verduren hadden. Dat vraagt niet alleen mentaal doorzettingsvermogen, maar ook geestelijke en fysieke kracht.


- Leergierig
Jongelui willen kennis opdoen, de wereld veroveren, nieuwe ervaringen opdoen. Jezus’ leerlingen waren hier goede voorbeelden van. Ze vroegen gewoon naar de betekenis van de parabels die Jezus hen vertelde als ze geen idee hadden wat ze ervan moesten denken. Ze wilden ook weten hoe dat nu zat met die vergeving waar Jezus het veelvuldig over had. Ja, hoe vaak moest je iemand vergeven. Op een keer houdt het toch op. Of niet soms. Ze stelden Hem ook vragen over de toekomst van Jeruzalem en over de terugkeer van Jezus. Ze wilden ook weten waarom Elia moest optreden vóór Jezus’ komst. Toen Jezus zei dat Hij terug zou keren naar de Vader, wilden zij weten waar dat dan wel niet was en waarom zij niet met Hem mee konden gaan en waarom Hij niet duidelijk aan de wereld kenbaar maakte wie Hij was.

Er was heel veel wat de leerlingen niet begrepen. Ze vroegen onder elkaar: “Wat bedoelt Hij hier eigenlijk mee?”. Soms begrepen ze Hem helemaal verkeerd, waren in de war of namen zijn woorden te letterlijk omdat ze de geestelijke context niet begrepen. Kortom, volstrekt normaal gedrag van tieners. Voor Jezus was dit helemaal geen probleem. Hij was het toch die hen uitgekozen had om Hem uiteindelijk te verkondigen.


- Behoefte aan geestelijke inhoud
Ondanks al hun normaal al dan niet stormachtig gedrag, hadden de leerlingen behoefte, of beter gezegd nood aan spiritualiteit, aan een relatie met hun Schepper. Ze wilden dat Jezus hen leerde bidden. Ze vroegen om hun geloof te vergroten. Filippus vroeg aan Jezus: “Laat ons de Vader zien; meer is voor ons niet nodig”. Ze gingen er vol enthousiasme op uit toen Jezus hen vroeg om te evangeliseren en in Zijn naam zieken te genezen.

Op zijn minst een van de leerlingen stond erop klip en klaar de waarheid te weten. Dat was Thomas. Thomas kreeg te horen dat Jezus aan zijn medeleerlingen verschenen was. In levende lijve. Thomas was daar niet bij. Hij wist twee dingen zeker. Jezus was echt dood (niemand overleeft een Romeinse executie). En iemand die dood is loop je niet meer tegen het lijf. Kortom, hij geloofde het allemaal niet. Thomas wilde bewijzen zien. Kom maar op met je bewijzen, laat het maar zien! Scepsis is helemaal niet slecht. Zekerheid verlangen over Jezus die gestorven is èn verrezen, dat is geen onredelijke vraag. Gelovigen zijn geen onnozele types die zomaar klakkeloos iets aannemen. Het zijn ook geen bijgelovigen en ook al helemaal niet onredelijke mensen. Iets wat tegen de rede, tegen het verstand ingaat, daar hoef je niet in mee te gaan. Dat er dingen zijn die het verstand te boven gaan, dat is iets anders. Geloof mag de kans krijgen om te groeien. Dat heeft tijd nodig. Stel vragen. Kijk wat er gebeurt, hoor wat er gezegd wordt, denk na. Zelfs de leerlingen van Jezus die drie jaar met Hem opgetrokken zijn en door Hem zelf onderricht, hadden de nodige tijd nodig.

- Hoe zit te dan met Petrus?
Petrus is degene die het vaakst genoemd wordt in de evangelies. Hij was ongetwijfeld de oudste onder de leerlingen. Hij is waarschijnlijk ook de enge die getrouwd is. Zijn vrouw wordt niet genoemd in de Bijbel, maar wel zijn schoonmoeder. Zij werd door Jezus genezen. De leerlingen van Jezus waren zo verbaasd over Jezus onderricht over echtscheiding, dat hun reactie was dat het dan beter zou zijn om maar niet te trouwen. Dit commentaar verwacht je niet van iemand die al getrouwd is. Overigens, men trouwde in die tijd al op jonge leeftijd.
Petrus kon nogal impulsief uit de hoek komen. Hij bevraagt Jezus vaker dan de anderen. De jongere leerlingen waren misschien wel blij dat ze het woord konden overlaten aan de oudste, en het aan deze Petrus konden overlaten om op aanwijzing van Jezus over het water te lopen, om te weigeren de voeten door Jezus te laten wassen, om zijn zondigheid te erkennen, voorbereidingen te treffen voor het Laatste Avondmaal, het lege graf als eerste binnen te lopen en zijn loyaliteit te betuigen: “Gij zijt het eeuwig leven”.
Er is nog een reden om te vermoeden dat Petrus de oudste was, want alleen Jezus en hij waren verplicht Tempelbelasting te betalen. De jongere leerlingen werden helemaal niet benaderd door de tollenaars, de belastingdienst. Mannen vanaf  twintig jaar waren belastingplichtig. Het is daarom redelijk te veronderstellen dat alleen Jezus en Petrus belast werden en de anderen derhalve tieners waren.

- En Johannes dan?
Johannes wordt de geliefde leerling genoemd. Hij was waarschijnlijk de jongste, hoewel wel net oud genoeg om zijn vader Zebedeus te helpen bij zijn vissersjob. Misschien kreeg hij wel extra aandacht van Jezus vanwege zijn leeftijd. Johannes was ook de enige leerling die samen met enkele vrouwen - waaronder zijn moeder Salome en de Maria, de moeder van Jezus - Jezus op zijn Kruisweg volgde. Omdat hij nog maar een jongen (hij is ook de enige die op alle schilderijen afgebeeld wordt zonder baard) was, werd hij door de vijanden van Jezus niet gezien als een gevaar en kon hij gewoon tussen het volk meelopen. Nadat Jezus na de verrijzenis aan Petrus was verschenen en hem aangesteld had als eerste van de apostelen en zinspeelde op de dood die Petrus zou sterven, vroeg Petrus aan Jezus hoe het Johannes zou vergaan, zijn bezorgdheid uitend over de jongen.

Het komt wel goed met de jeugd. Als wij hen maar eens serieus zouden nemen en voor onze zaak zouden staan.

Zomerkamp

Weest altijd bereid om verantwoording af te leggen van je geloof, aldus Petrus (1, Petrus 3,15). Geloofsverdediging is nu net hetgeen we al decennia niet meer tot onze taak lijken te rekenen. De Kerk wijst niet meer op de dwalingen van de wereld. De leraren van de Kerk nemen veeleer de waarheden van de Kerk onder vuur, en vallen het idee aan dat de Kerk de dwalingen van de wereld zou moeten aanvallen. Het idee alleen al dat er dwalingen bestaan is al een brug te ver voor sommigen. Denk even terug aan de discussies van de Amazone synode en warrigheden die over en weer vliegen in het synodale proces in Duitsland. Ook binnen de Kerk heeft het relativisme postgevat en als je niet gelooft in objectieve waarheid, dan geloof je ook niet in argumenten. Vandaar dat een echte discussie nog zelden plaatsvinden. Een discussie is voor een relativist een konijnenjacht zonder konijnen. Jezus de Knuffelbeer verkoopt alleen aan warhoofden. En Jezus De Warme Deken raak je niet eens kwijt aan Linus; die heeft zijn eigen Zekerheidsdekentje. Volgens mij hebben mensen nog steeds behoefte aan argumenten, omdat ze nu eenmaal een hoofd hebben. Zo simpel is het.

Vooral jongeren hebben behoefte aan geloofsverdediging, aan wat met een duur woord ‘apologetiek’ wordt genoemd. Maar niemand reikt het ze aan: het thuisfront niet, de school niet en de media al helemaal niet. Ja, tot de jongeren moeten wij ons richten. Zij hebben het harder nodig dan vorige generaties, omdat hun geloof meer dan ooit wordt uitgedaagd door de cultuur die hen omringt, expliciet en impliciet. Maar we hebben de laatste drie, vier generaties niet meer geleerd de vooronderstellingen te duiden. De jeugd is het slachtoffer van de merkwaardige paradox die onze cultuur kenmerkt. Enerzijds wordt hen voorgeschoteld dat de wetenschappelijke methode de enige is die ons iets kan zeggen over de harde feiten. Anderzijds wordt hen geleerd dat als het gaat over moraal en religie alles relatief en subjectief is.

Ja, we hebben nieuwe geloofsverdediging nodig, niet omdat de inhoud van het geloof veranderd is, maar omdat nieuwe ziekten om nieuwe medicijnen vragen. Logica en God zijn niet veranderd, maar nieuwe onwetendheid vraagt om een nieuwe aanpak. Argumenteren - want dat is apologetiek - is een gesprek tussen twee mensen, en de spreker moet wel weten in wat voor wereld de luisteraar leeft, hoe zijn mindset is, wil hij contact maken.

Geloofsverdediging is niet allereerst gericht op zieltjes winnen, maar op geloofwaardigheid. Voorop staat dat je niet Mr. Popularity uithangt. Je maakt pas een goede indruk als je je niet druk maakt of je wel een goede indruk maakt. Vooral tieners prikken daar feilloos doorheen. Zij gaan voor iemand die voor een hoog ideaal gaat; zij willen de waarheid horen. Begin over een een Jezus die voor alles en iedereen begrip heeft, en je bent ze meteen kwijt. Het is niet voor niets dat onze kerken leeg zijn, onze zielen leeg zijn en onze levens leeg zijn.

Wat we ook niet moeten doen is lastige kwesties vermijden. Als je dat doet is de boodschap die overkomt dat christendom voor softies is, maar niet voor de realiteit die scherpe randen kan hebben en bij tijd en wijle zeer weerbarstig. Met lastige kwesties bedoel ik niet alleen de hel en Jezus’ claim de enige redder te zijn. De echte vragen van vandaag zijn de morele vragen. Dat zijn ze altijd geweest, omdat het gemakkelijker is onze gedachten te veranderen dan ons leven te veranderen. En bijna alle vragen waarop de Kerk een ander antwoord heeft dan de wereld hebben te maken met seksualiteit: seks voor het huwelijk, trouw versus overspel, homohuwelijk, abortus, contraceptie, echtscheiding. De meest populaire bezwaren tegen de christenlijke moraal hebben allemaal te maken met de visie van de Kerk op seksualiteit.

Wil geloofsverdediging ook maar iets uithalen, dan is luisterbereidheid een harde voorwaarde: laat de jeugd jou iets leren voordat je hen iets leert. De Socratische methode lijkt mij wel een goede hier: wissel van plaats: laat de leerling de leraar zijn, en de leraar de leerling. Ben oprecht geïnteresseerd in zijn mening, gedachtenwereld, ervaringen en argumenten, in zijn ziel. Stel vragen. Je hoeft het er niet uit te slaan, laat ze maar openbloeien. Bovendien, jongeren luisteren alleen naar hen die naar hen luisteren, zo is mijn ervaring. En alleen als ze merken dat je met ze te doen hebt, het beste met hen voorhebt, zijn ze bereid naar een ander geluid te luisteren. Het doel van apologetiek is tenslotte niet alleen om te overtuigen, maar om uiteindelijk het hart te raken; niet om te bekeren, maar om de grond te prepareren zodat het zaadje geplant kan worden. Dat dit nog nauwelijks gebeurt is treurig. Jezus sprak tamelijk harde woorden tegen de dienaar die het talent in de grond opgeborgen had, en nog hardere woorden tegen degenen die kinderen op een dwaalspoor bracht. Iets met een molensteen en zee...

De heiligen trokken vooral jongeren aan. De Nieuwe Bewegingen in de Kerk trekken vooral jongeren aan. Paus Johannes Paulus II trok enorme aantallen jongeren. Hij is de initiatiefnemer van de WereldJongerenDagen. Waarom? Simpel, het hart van jongeren verheugt zich in het goede nieuws dat in weerwil van al het defaitist om hen heen waarheid bestaat. Wie zijn degenen die nog altijd overtuigend en geloofwaardig overkomen en waar jongeren maar al te graag uit putten? Dat zijn zij die gepassioneerd de waarheid zochten en vonden en vervolgens met heel hun hart de waarheid dienden. Je kunt tenslotte niet geven wat je niet hebt. Dat is het geheim van de klassiekers van de christelijke apologetiek. Denk aan Confessiones van H.Augustinus, aan de Summa van St. Thomas van Aquino, Blaise Pascal’s Pensees, en meer recent Fultin Sheen, Chesterton, C.S. lewis en vandaag de dag Rober Barron. Ik moest glimlachen toen ik vernam dat Terry Chimes - de drummer van de befaamde punkrockgroep The Clash - zich bekeerde tot de katholieke kerk nadat hij Mere Christianity van Lewis gelezen had (gekocht op een kofferbakverkoop; waarom wist hij eigenlijk ook niet, maar thuisgekomen begon hij er toch maar in te lezen). Lewis’ rationele argumentatie had hem overtuigd van de geloofwaardigheid van het christelijk geloof.

Het is niet alleen noodzakelijk dat je cultuur van onze tijd kent, de tijd waarin jongeren leven, maar ook dat je je zaakjes kent op theologisch en filosofisch gebied. Gammele argumenten overtuigen niet. Ik ben overigens van mening dat als ik iets niet aan een twaalfjarige kan uitleggen, ik het zelf niet begrepen heb. Argumenten zelf kunnen overigens niet de waarheden van het geloof bewijzen, maar kunnen wel blokkades uit de weg ruimen. Dat is het grote belang van argumenten. En argumenten hebben we: zowel historische als rationele. Het is goed te beseffen dat ratio niet alleen of allereerst een kwestie is  van bewijzen, maar van zien

Is er reden tot optimisme? Zeker. Kijk naar de geschiedenis. Als het secularisme op zijn hoogtepunt is (of beter gezegd dieptepunt) keert het tij. Kijk hoe het Romeinse Rijk stierf en christendom opbloeiende. Hoe juist in het totaal geseculariseerde Frankrijk van na de Franse Revolutie de nieuwe bewegingen opkomen. Het zwaartepunt kan verschuiven. In het verleden verschoof het centrum van de Kerk van Jeruzalem naar Antiochië, en van daar naar Rome. Het kan in de toekomst verschuiven naar Afrika.

Ik mocht deze zomer een week meedraaien in een katholiek zomerkamp. Het is een van de zogeheten Nieuwe Bewegingen die dit kamp organiseerde. Leiding en leiders (jongelui) lieten zien dat het kan. De kinderen (140!) hebben een geweldige week gehad. Ik trouwens ook.


Synodaliteit exit?

In een deze maand gepubliceerde instructie van Congregatie voor de Clerus roept het Vaticaan parochies op om het parochieleven te vernieuwen en nieuwe werkwijzen te ontwikkelen om het parochieleven nieuw leven in te blazen. Het document De pastorale bekering van de parochiegemeenschap ten behoeve van de evangeliserende missie van de Kerk “biedt een waardevolle kans voor pastorale bekering van de parochie die in essentie missionair is”, aldus de Congregatie.

De Instructie benadrukt de noodzaak van een missionaire vernieuwing, een pastorale bekering van de parochie, zodat de gelovigen de dynamiek en creativiteit kunnen herontdekken waardoor de parochie naar buiten durft te treden om navelstaarderij en verkalking te voorkomen. Elke gedoopte wordt opgeroepen actief zijn in het getuigen van het evangelie. Deze mentaliteitsverandering en innerlijke vernieuwing is essentieel voor hervorming van de pastorale zorg in missionaire zin.

De instructie gaat expliciet in op het thema van het toewijzen van de pastorale zorg voor parochiegemeenschappen. De rol van de pastoor als herder van de gemeenschap wordt onderstreept. Zijn taak “omvat de volledige zielzorg”. Deze eindverantwoordelijkheid is ten nauwste verbonden met de priesterwijding. Daaraan ontleent de pastoor de volmacht om leiding te geven aan de parochie. De Instructie geeft expliciet aan dat het niet mogelijk is dat de parochie geleid wordt door een team waarvan ook leken deel uitmaken. Ook bij grote samengevoegde parochies is Rome uitgesproken restrictief. Nadrukkelijk wordt vermeld dat een priester die de verantwoordelijkheid overdraagt aan leken volstrekt illegitiem handelt.

Enigszins verwonderlijk is de passage die handelt over kerksluiting en opheffen van parochies: gebrek aan priesters, gelovigen en financiën zijn daartoe geen legitieme argumenten. Ook de opmerking dat vieringen van sacramenten een vrije handeling zijn waarvoor geen geldelijke tegenprestatie gevraagd mag worden alsof het een belasting of een vergoeding is” zal onze Oosterburen achter de oren doen krabben. Het legt feitelijk een bom onder de Kirchensteuer waarop het gehele financiële verdienmodel van de Duitse Kerk gebaseerd is.

De passages over de eindverantwoordelijkheid die alleen in handen van een priester kan liggen zijn opmerkelijk. In Querido Amazonia - de pauselijke exhortatie naar aanleiding van de Amazonesynode - leek het een andere kant op te gaan. De paus merkte hier op dat de kerk in het Amazonegebied nood heeft aan lekenleiders met gezag en vertrouwd met de talen, culturen, spirituele ervaring en de gemeenschappelijke manier van leven op de verschillende plaatsen”. In een voetnoot verwees de paus naar het kerkelijk wetboek dat zegt dat het mogelijk is dat een bisschop, bij een gebrek aan priesters, deelname aan de pastorale zorg van een parochie kan toevertrouwen aan een diaken, aan een andere persoon die geen priester is, of aan een gemeenschap van personen”. De huidige Instructie laat aan duidelijkheid niets te wensen over.

De Instructie legt ook een bom onder de Synodale Weg die momenteel in Duitsland bewandeld wordt. Het gehuil is niet van de lucht. Bisschop Bode - de vicevoorzitter van de Duitse Bisschoppenconferentie doet de Instructie af als louter een tekst zonder bindende kracht. Theologen zien de Vaticaanse Instructie als een “bijdrage tot zelfvernietiging” (Biesinger), die “thuishoort in een pastoraal museum” (Zulehner), “getuigend van minachting voor leken” (Pock)“, elke realiteit ontbeert” (Sternberg), “arrogant” (Biesinger) en als een “terugkeer naar vóór Vaticanum II”. Zulehner noemt het een typisch geval Franciscus: “enerzijds verkettert hij klerikalisme, maar tegelijk legt hij alle macht bij de clerus”. Het is waar, bij deze paus weet je nooit waar je aan toe bent.

Een ding is toch wel duidelijk: de Instructie betekent een flinke streep door het synodale proces dat gaande is in Duitsland. Men wilde juist de structuren van de Kerk doorbreken en de leiding in handen leggen van een team waarvan naast de priester leken deel uitmaken. Zou men in de gaten hebben dat deze Instructie juist een bijdrage levert aan priesterroepingen? Een van de factoren die geleid heeft tot een priestertekort (als dat er al is, gezien het aantal gelovigen dat een beroep doet op een priester) is het gebrek aan identiteit van het priesterschap. Waarom zou een jongeman zijn leven geven aan de Kerk, celibaatsgelofte afleggen en gehoorzaamheid beloven, om uiteindelijk in een team te belanden dat hem vertelt waar en wanneer hij de H.Mis mag doen en het tabernakel volconsacreren zodat leken de komende weken met communiediensten vooruit kunnen, want ja, een parochie is niet zozeer gebouwd op de Eucharistie, maar is vooral een gemeenschapsgebeuren die zichzelf naar eigen believen en inzichten organiseert en het liefst zo weinig mogelijk met de Wereldkerk te maken heeft. De paus mag inspireren, maar niet instrueren. De Synodale Weg is simpelweg de protestantse weg, terwijl de Katholieke Kerk toch echt ten diepste een sacramentele kerk is.

Meermaals is inmiddels geuit dat de Synodale Weg een bijdrage zou leveren aan de oecumene. Dat lijkt mij geenszins het geval. Oecumene kun je maar bedrijven als je de identiteit van je eigen Kerk helder voor ogen hebt. Daar ontbreekt het nu juist aan. Protestantse ideeën importeren in de Katholieke Kerk doet juist afbreuk aan oprechte oecumene. Kenmerkend in deze is de suggestie van evangelische theologen om de excommunicatie van Luther te herroepen. Als tegenprestatie zou dan het verdict van Luther dat de paus de antichrist is ook herroepen worden. Heeft dat zin? Is dat niet een loopje nemen met de geschiedenis? De excommunicatie was volledig gerechtvaardigd. Elke katholiek die vandaag de dag de thesen van Luther zoals verwoord in de drie strijdschriften ‘An den christlichen Adel’, ‘Von der Freiheit eines Christenmenschen’ en ‘Von der Babylonischen Gefangenschaft der Kirche’ zou aanhangen zou ook nu geëxcommuniceerd worden. Automatisch. Daar hoeft geen paus aan te pas te komen. Paus Leo X heeft het destijds alleen maar officieel vastgesteld. Luthers denkbeelden zijn ook vandaag de dag niet te verenigen met hetgeen waar de Katholieke Kerk voor staat. De oproep tot opheffing is dan ook meer een kwestie van politiek dan van theologie. Overigens is Luther de oorzaak van de enorme versplintering in de christelijke wereld. Hoeveel denominaties bestaan er inmiddels niet? Zonder Luther zou oecumene    geen issue zijn geweest. Wellicht ligt het meer voor de hand dat al de protestantse denominaties eerst tot eenheid proberen te komen en wij ondertussen gewoon katholiek blijven. Dan kunnen we later wel weer verder zien.

Bobcast

Volgend jaar 24 mei wordt Bob Dylan 80 jaar. In de aanloop daar naartoe, zendt de VPRO tweewekelijks een podcast uit over deze befaamde popzanger en Nobelprijswinnaar (voor litteratuur). Ik mag daar ook een bijdrage aan leveren. Onlangs bracht Dylan zijn 39e album uit: Rough and Rowdy Ways, waarmee hij in één week doorstootte naar nummer 1 in de Engelse charts. Een aantal songs is nogal apocalyptisch. Dylan ziet zijn einde naderen en bezingt dat in Mother of Muses. Dat is bepaald niet de eerste keer. Zijn leven lang zoekt Dylan het heil, maar beseft dat hij zelf zwaar tekort geschoten heeft. Hij hoopt op Gods barmhartigheid. Hij beseft dat hij op het punt staat de Rubicon over te steken, dat wil zeggen het punt waarop geen terugkeer meer mogelijk is - het stervensmoment. Hij is somber: het donkerste moment is juist voor het aanbreken van de dageraad. Tegelijk ontbreekt het hem niet aan vertrouwen dat het goed kan komen: ik voel de heilige Geest en de vrijheid die het licht mij biedt.

Het zijn mijmeringen die je ook tegenkomt bij generatiegenoten Leonard Cohen en David Bowie. Beiden voelden hun einde naderen (beiden zijn inmiddels overleden) en vroegen zich bezorgd af of de goede God hen wel toe zou laten. Cohen zingt: If thine is the glory, mine is the shame. I am ready my Lord. Hineni hineni. Hineni is Hebreeuws voor ‘ Hier ben ik’. Het laatste nummer van het laatste album van David Bowie heet Lazarus. Bowie - het stoorde hem dat hij niet volledig atheïst kon zijn - vraagt zich af welk lot hem wacht: dat van de rijke, of dat van Lazarus, verwijzend naar de parabel van Jezus. Vlak na zijn dood tweette zijn christelijke vrouw: the struggle is real, but so is God.

En nu dus ook Bob Dylan. Dylan heeft nooit het vooruitgangsgeloof van het verlichtingsdenken gedeeld. Hij kijkt terug op de 20e eeuw en ziet dat het de bloedigste eeuw ooit was: holocaust, goulags, Hiroshima, Rode Khmer, Tibet, Vietnam, Rwanda. Probeer daar maar eens vooruitgang in te ontdekken. Er is iets fundamenteels mis met de mens. Dylan is er altijd van overtuigd geweest dat dit weliswaar schuilt in maatschappij en structuren, maar toch echt zijn oorsprong heeft in het hart van de mens, dat kennelijk zijn duistere kanten kent. Je ziet het chaotische en gespletene van onze identiteit terug in Picasso’s portretten, in de dialogen van James Joyce, de radeloze schreeuw van Edvard Munch en bij het personage Mr. Jones in Bob Dylans ‘Ballad of a thin Man’.  De apostel Paulus was er zich zeer van bewust: waarom doe ik het goede dat ik wil niet, en het kwade wat ik niet wil wel?

Maar dat is niet het hele verhaal. Er is ook iets goeds in ons dat hardnekkig aanwezig is. De mens is van goede wil. Ook daar is Picasso zich van bewust: naast het angstwekkende Guérnica, penseelde hij ook een lieflijk portret van zijn kinderen. James Joyce beschreef ook het empathische beeld van Molly Bloom. En Bob Dylan bezong niet alleen de chaos in het hoofd van Mr. Jones, maar ook het grenzeloze vertrouwen in de hand van de Schepper (Every Grain of Sand):
In the fury of the moment I can see the Masters hand
In every leaf that trembles, in every grain of sand”

Bij voorbaat proficiat, Bob. Dat we nog vele jaren van je mogen genieten.


+Rob Mutsaerts

Een standbeeld voor Johan Derksen


Dit jaar verscheen “De Onzichtbare Maat” van Andreas Kinneging. Kinneging observeert de moderne tijd en concludeert dat mateloosheid hèt kenmerk van onze tijd is. Het is de tijd dat men tot de conclusie is gekomen dat waarheid niet bestaat en dus alles relatief is, en men zich volledig stort op het bevredigen van begeertes. Meer rest ons immers niet. De Europese traditie die teruggaat op Athene, Jeruzalem en Rome denkt daar geheel anders over: daar heeft men oog voor de objectieve werkelijkheid om vervolgens daarin de juiste maat te vinden. Met het teloorgaan van de objectieve waarheid is ook de redelijkheid teloorgegaan en eveneens goed en kwaad. Dit is de ideologie die de moderne wereld domineert sinds de Verlichting en de Romantiek die hun heil zoeken in eindeloze bevrediging van begeertes en eindeloos navelstaren met als gevolg dat een mens niet meer weet waar hij het zoeken moet. Kinneging stoft de Europese traditie af om de juiste maat te herontdekken. En dat doet hij met verve.

Eveneens dit jaar verscheen “America on Trial” van Robert Reilly. Wat mij betreft eveneens verplichte literatuur. Het behandelt dezelfde thematiek als Kinnegings “De Onzichtbare Maat”. Reilly laat zien dat de idee van de menselijke vrijheid specifieke historische wortels heeft: Athene, Jeruzalem en Rome.
1. De oude Griekse Filosofie die ervan uitgaat dat het universum niet een kwestie is van toeval, maar van betekenis, een betekenis die door middel van de ratio gekend kan worden.
2. De Joodse openbaring leert ons dat het universum geschapen is door een persoonlijke God die begaan is met zijn schepping. De mens is uitgerust met rede waarmee hij door rationeel te denken over Gods Woord en Daden Gods almacht en goedheid kan leren kennen.
3. Het christendom leert ons dat God mens geworden is die ons kenbaar heeft gemaakt dat elk mens is geschapen naar Gods beeld en gelijkenis en derhalve respect en bescherming verdient.

De synthese van deze drie elementen - Athene, Jeruzalem en Rome - vormt het fundament van vrijheid en van democratie. De oorsprong daarvan ligt niet bij de Verlichting, maar in de Middeleeuwen. Daar komen we voor het eerst de notie tegen van christenen zoals Thomas van Aquino, van de beschermwaardigheid van iedere mens als fundamenteel recht. Degenen die zich gedragen als tirannen verliezen hun legitimiteit.

Robert Reilly komt tot dezelfde conclusie als Kinneging: deze visie werd omvergeworpen door het nominalisme van William Ockham. Ockham beweerde dat woorden slechts woorden zijn zonder enige transcendente betekenis. Volgens Plato en Thomas van Aquino is een roos pas een roos als het beantwoordt aan de essentie van roos. Hoewel deze essentie een abstractie is, is het wel een objectief gegeven, een realiteit. Beantwoordt een bepaalde bloem hier niet aan, dan kan men het ook geen roos noemen. Zo zijn er ook objectieve criteria voor goed en kwaad. Ockham bestrijdt dit. Volgens hem zijn het slechts woorden (nomen). Als ik vind dat iets een roos is, dan is het een roos. Als ik vind dat iets goed is, dan is het goed. Sinds het modernisme deze opvatting omarmd heeft - te beginnen bij Hobbes - hebben we geen antwoorden meer op de grote vragen. Iedereen is zijn eigen godje geworden die zelf wel bepaalt wat goed is en wat niet.

Reilly toont overtuigend aan dat de afwijzing van de synthese van geloof en verstand - Fides et Ratio - tot nieuwe vormen van tirannie leidt . Als goed en kwaad geen gedeelde waarden meer zijn kun je ook geen deugden meer als zodanig benoemen en is willekeur de nieuwe maatstaf. Niets heeft meer betekenis, niets heeft een doel. Geen enkel woord heeft nog een vaste betekenis dat een reflectie is van een eeuwige waarheid.

Lange tijd bepaalde de natuur of je een jongen of een meisje was. Nu bepaal je dat zelf. Een jongen met alle eigenschappen die een jongen tot jongen maakt, kan nu gerust beweren dat hij een meisje is en kan dus eisen dat hij/zij na de gymles bij de meisjes mag gaan douchen. ‘Jongen’ is niet langer een specifiek wezen, maar gewoon een woord dat je kunt invullen zoals je dat zelf wilt. Als je vindt dat je een hond bent, mag je waarschijnlijk bij de rechter toegang tot een hondenasiel claimen. Ik sluit niks meer uit. Als woorden niet meer verwijzen naar een bepaalde waarheid is alles mogelijk.

Of eigenlijk niks meer. Het wordt ons nogal tyranniek opgedrongen. Kinderen in de moederschoot zijn sindsdien vogelvrij. Je noemt het gewoon geen ‘kind’, maar ‘weefsel’. Ja, dat laat zich gemakkelijk verwijderen zonder enig moreel dilemma. Een kind heeft rechten; weefsel niet. Vul het in als weefsel en je hebt geen last meer van een kind met rechten.

Vorige week (15 juni) deed het hoogste Amerikaanse gerechtshof uitspraak in een ontslagkwestie. Het woord ‘geslacht’ werd hier ontkoppeld van zijn natuurlijke betekenis en biologische functie en werd geherdefinieerd op een dusdanige manier dat het tot de gewenste uitkomst leidde. Het Hof bepaalde dat de Civil Rights Act geen discriminatie toestaat tegen homoseksuelen en transgenders “omdat in die wet het woord ‘geslacht’ voorkomt”. Ja, het staat er echt!

Het is al erg genoeg dat er ooit een wet voor nodig was om slavernij af te schaffen. De dwaze gedachte dat een bepaalde huidskleur een vereiste was om een mens tot mens te kunnen bestempelen is ook een soort nominalisme. Inmiddels lijkt wel zo ongeveer het tegenovergestelde het geval: in Amerika heeft nu zo ongeveer iedereen een beschermde status, uitgezonderd blanke mannen. Oh ja, en christenen. Want reken maar dat de vrijheid van godsdienst onder druk komt te staan. Zullen rechters nog toestaan dat de Kerk haar katholieke moraal blijft prediken? Dat is niet meer zeker na deze uitspraak. Wat te denken van het priesterambt dat uitsluitend openstaat voor mannen. Moeten wij vrouwen toelaten die menen man te zijn? Uiteraard niet. Maar ik sluit niet uit dat er rechters zijn die daar anders over denken.

Maar daar blijft het niet bij. Sportkoepels kunnen het onderscheid tussen mannen en vrouwen niet meer handhaven. Dus op Wimbledon nog maar één toernooi van mannen en vrouwen gezamenlijk. Kleedkamers voor dames moeten ook toegankelijk zijn voor mannen die menen vrouw te zijn. Katholieke scholen zijn natuurlijk ook kansloos, want ja, daar leren ze dat de natuur het geslacht bepaalt. Ik voorzie ook problemen voor de Rooie Vrouwenorganisatie van de PVDA. Dit allemaal als gevolg van deze dwaze uitspraak van het Hooggerechtshof. Want het blijft niet bij Amerika.

Vroeger had de Katholieke Kerk een Index waarop verboden boeken stonden. Degenen die zichzelf vrije geesten noemden spraken daar schande van. Inmiddels pleiten diezelfde vrije geesten voor een Index van verboden standbeelden (Stalin mag nog net, de rest is kwestieus), een Index van verboden ideeën (vraagtekens plaatsen bij het ‘homohuwelijk’ komt je op een Berufsverbot te staan), verboden kritiek (Johan Derksen mag geen kritiek hebben op een rapper die oproept tot geweld tegen zwarte Piet), verboden sprekers (Jordan Peterson), verboden films (Unplanned, Planet of Humans), verboden Twitterberichten (schurk Trump) en verboden boeken  (Sjors en Sjimmie). Het is de nieuwe tirannie. Hoewel woorden maar woorden zijn zonder vaste betekenis, eist men wel het alleenrecht op te bepalen wat fout is en wat niet.

Mag je iemand dreigen hem in zijn gezicht te trappen als je hem tegenkomt? Mag je iemand een kind van een “hoerenmoeder” noemen? Kennelijk wel. Rapper Akwasi deed dat tijdens een anti-racismebetoging. Het doel heiligt kennelijk de middelen: zwarte Piet (meestal brave huisvaders en scholieren) is slecht, dus die mag je in zijn gezicht trappen en uitschelden voor hoerenzoon. Mag je daar kritiek op hebben? Kennelijk niet. Mag je een grapje maken over deze Akwasi? Dat ook al niet, want dan ben je een racist. Johan Derksen is een van de weinige mensen die niet meegaan met de politiek correcte maffia die zich beroept op tolerantie, maar grenzeloos intolerant is voor een ieder die hen durft tegen te spreken. Is Derksen een racist? Nee. Kijk het gewraakte fragment nog maar eens terug op YouTube. Hij is een van de weinigen die nog opkomt voor de vrijheid van meningsuiting, überhaupt voor vrijheid. Dit laatste is namelijk in het geding. Je mag bepaalde meningen niet meer ventileren. Er zijn er maar weinig die hem openlijk steunen. Gilette die sponsoring van het programma stopt. Nou, heldhaftig hoor. Dat is de nieuwe tirannie van deze tijd. Atheïst Derksen zit niet te wachten op support van een bisschop, maar ik zeg het toch maar: Johan verdient een standbeeld. Ik weet nog wel een geschikt plekje. Er is zojuist een sokkel vrijgekomen....

Hoezo angstige tijd?


Na afloop van een matige wedstrijd afgelopen zaterdag reageerde de Duitse trainer als volgt: “Er was slecht gevoetbald want er was sprake van jeugdig enthousiasme”. Het ontbrak de spelers volgens de trainer aan professionaliteit.

Ik meen dat het tegenovergestelde het geval is: er wordt in het betaald voetbal vaak slecht gespeeld omdat het ontbreekt aan jeugdig enthousiasme. Dat neem ik de spelers niet kwalijk. Ze krijgen een niet te onthouden groot aantal opdrachten mee, en langs de lijn staat een schreeuwende coach met als gevolg dat spelers vooral risicoloze acties maken. Ze mogen geen fouten maken. Ja, dan krijg je dat.

Ik zou alles over hebben voor jeugdig enthousiasme. Je kunt niet van tevoren verordonneren wat de juiste oplossing is in bepaalde situaties. Er is geen juiste oplossing. Dat is nu wat voetbal zo mooi maakt. Acties van spelers van mijn jeugdelftal mogen van mij mislukken zonder dat daar moeilijk over gedaan gaat worden. En dan is daar ineens die geweldige actie die ook de trainer van tevoren niet bedacht zou hebben. De klassieke denkfout is dat een actie pas goed uitgevoerd kan worden nadat die er op de training na eindeloze herhaling ingesleten is. Dat je in feite dus eigenlijk pas na jaren ervaring een bepaald niveau kunt halen. Jong talent bewijst het tegendeel. Ook hier is het omgekeerde het geval: wat bijna alle volwassen spelers hebben afgeleerd is denken en doen als een jeugdspeler: vol enthousiasme iets ondernemen wat je tevoren niet bedacht hebt.

Wie zijn de beste voetballers? Volwassenen die denken en doen als een jongen. Je ziet het nog steeds bij Messi. Als hij aan een actie begint heeft hij zelf geen idee hoe het gaat eindigen. Heerlijk, dat onbevangen onvoorspelbare geniale gepingel. Natuurlijk, je moet van tevoren een bepaalde tactiek doornemen en er is techniek, inzicht en inzet nodig, maar laat jongens jongens zijn en geen vroegoude mannen. Als voetbal vooral een kwestie is van geen fouten mogen maken regeert de angst en krijg je gevaarloos geschuif en blij zijn met 0 – 0.

Het onwaarschijnlijke doelpunt van Marco van Basten tegen de Russen, of dat van Bergkamp tegen de Duitsers, het doelpunt van van Persie tegen Spanje; ze zouden niet gescoord hebben als ze alleen maar geluisterd zouden hebben naar de oeverloze instructies van de trainer.

Dit is ook wat ik zou wensen voor de Kerk. Sta voor je geloof, wees één met de Wereldkerk, maar heb ook de onbevangenheid en onverschrokkenheid van de heiligen. We leven in een angstige tijd, zo hoor ik elke dag. Nee, we leven helemaal niet in een angstige tijd. De tijden zijn nooit anders geweest. Ik schrijf deze column op de dag van St. Bonifatius. Van angst was weinig te bespeuren bij onze geloofsheld, hoewel zijn tijd veel moeilijker was voor de Kerk dan onze tijd. Ik vermoed dat hij ook geen cursus management had gevolgd. Ik vermoed dat ook moeder Teresa en Peerke Donders geen beleidsplan hadden. Niet dat wij onbezonnen aan de slag moeten gaan. Gebruik je verstand. Maar verder graag iets minder gesomber en scorebordpaniek. Graag iets meer enthousiasme zoals dat eigen is aan de jeugd.

Verminken mag, conversie niet


Het Duitse parlement heeft ingestemd met een wet die het verbiedt om minderjarigen nog langer conversietherapie aan te bieden. Of zoals dat in de Nederlandse media genoemd wordt: homogenezingen. Je kunt er een celstraf van een jaar voor krijgen. En als je er voor adverteert €300.000 boete. In Nederland pleiten diverse partijen voor een algeheel verbod met als argument dat er sprake zou zijn van misleiding, hetgeen strafbaar is. Er gaan ook stemmen op om gebedsgenezingen te verbieden.

Kun je iemand ‘genezen’ van zijn seksuele geaardheid? Is homoseksualiteit aangeboren? Ik heb geen idee. Maar daar wil ik het nu even niet over hebben. Wel over de wetgever die conversietherapie verbiedt. Dat is een therapie die beoogt de seksuele identiteit te veranderen. Je kunt van conversietherapie vinden wat je wilt, zoiets bij wet verbieden is in ieder geval merkwaardig. Er zijn heel wat volstrekt onnozele praktijken die geen enkele wetenschappelijke grond hebben en toch niet verboden zijn, hoewel deze praktijken wel degelijk psychische schade kunnen aanrichten. Ik noem maar wat: astrologie, handlezen, helderzienden, tarotkaartenleggers en rebirthingtherapeuten. Dit soort kwakzalvers kan ongestoord zijn gang gaan. Waarom conversietherapeuten dan niet, terwijl hormoontherapieën en geslachtsoperaties gewoon door de ziektekostenverzekeraars bekostigd worden. Het wordt zelfs gestimuleerd (‘mooi dat je dat doet, wat moedig’). Waarom zou zo iemand niet vrijwillig naar zo’n conversietoestand mogen gaan?

“Homoseksualiteit is geen ziekte, maar een variant van de menselijke natuur, en behoeft dus geen genezing”, aldus een van de genoemde argumenten. Maar als dat waar is, moet dat ook gelden voor iedereen die als man of vrouw geboren is. Dat lijkt mij ook geen ziekte, maar meer iets van de menselijke natuur, hetgeen dus ook geen genezing behoeft. Waarom mag je dan wel een geslachtsveranderende operatie ondergaan als je dat wilt? Het is toch vreemd dat je jezelf best mag verminken en de functionaliteit van je geslachtsorganen teniet mag doen, maar dat je zo iemand niet toestaat om naar een conversietherapie gaan, mocht hij/zij daar graag naar toegaan.

Conversiebehandelingen kunnen tot depressies leiden, ja zelfs tot zelfmoord, aldus een ander argument. Dat mag zo zijn, maar hetzelfde geldt voor degenen die over zijn gegaan tot geslachtsverandering. Een conversiebehandeling is op zijn minst minder ingrijpend.

Dan had je ook nog het Duitse kamerlid dat van mening was dat het verbod ook moest gelden voor volwassenen tot 26 jaar, want ja, uit de kast komen doe vaak pas na je 18e. Ze vindt het onverantwoord als zij probleemloos conversiebehandelingen kunnen ondergaan: “Je moet ze beschermen, want ze zijn zo beïnvloedbaar”. Datzelfde kamerlid vindt overigens dat minderjarige meisjes die zwanger zijn, best wel zelf kunnen beslissen of ze hun kind wel of niet willen behouden. Hier is de druk van buiten (van het vriendje) doorgaans veel groter, maar hier is kennelijk geen bescherming door de wetgever nodig. De  wetgever is klaarblijkelijk van mening dat vrouwen in een zwangerschapsconflict probleemloos zelf kunnen beslissen om het kind te doden – eigen verantwoordelijkheid heet het hier. Maar waarom dan niet als ze ongewenst homoseksuele gevoelens hebben en daardoor in een identiteitsconflict komen? Hier is in ieder geval geen derde in het spel die letterlijk het kind van de rekening kan worden.

Wellicht herinnert u zich nog in de Duitse discussie omtrent abortus de kwestie van het  advertentieverbod. Sommigen waren daar tegen. Nee, dat moest je niet zien als reclame voor abortus, maar louter als informatie. Het is alweer datzelfde kamerlid dat nu wel voor een verbod op advertenties voor conversietherapie is. €300.000 maar liefst. En het maar vreemd vinden dat de burger politici niet meer serieus neemt.



Regeringsmaatregelen onwettig


Recentelijk gebood de Franse Raad van State het regeringsverbod op het vieren van de H. Mis op te heffen. Nu is ook de Nederlandse Raad van State tot de conclusie gekomen dat de Nederlandse overheid religieuze samenkomsten met meer dan 30 personen binnen gebouwen alleen kan verbieden via wetgeving. Het parlement dient zich er derhalve over uit te spreken. De Grondwet staat niet toe dat noodverordeningen grondrechten inperken, zeker niet als dat voor langere tijd is. Kortom, de huidige verordeningen die beperkingen stellen aan het grondrecht op uitoefening van eredienst zijn ongrondwettelijk. Hoogleraren Brouwer en de Roos verkondigden al eerder publiekelijk dat de opgelegde corona-boetes onwettig zijn. In die zin hebben kerkgenootschappen dan ook niets te vrezen. Diverse advocaten onderschreven hun standpunt.

De politie heeft inmiddels meer dan 11.000 boetes uitgeschreven. Dit getal is nog exclusief de boetes die boa’s hebben uitgedeeld. Dat voor deze boetes ook nog eens de strafbeschikking wordt ingezet – waardoor men een aantekening krijgt op de justitiële documentatie – is volstrekt buitenproportioneel.

Op basis van diezelfde coronamaatregelen zijn ook coronafeestjes aan huis van geslaagde scholieren opgerold en kunnen bijeenkomsten van meer dan 30 resp. 100 personen worden beëindigd. Dat gaat in tegen het huisrecht zoals beschreven in de Grondwet, en tegen het recht van vrije uitoefening van publieke eredienst, zoals eveneens vastgelegd in de Grondwet. De Raad van State heeft nu bevestigd dat de corona-verordeningen illegaal zijn. Met het binnentreden van woningen en kerkgebouwen worden grondrechten geschonden. Mocht de regering zulks mogelijk maken, dan kan dat alleen door wetgeving, door het parlement derhalve.

Dat de Kerken vervolgens zichzelf extra beperkingen opleggen aan pastoors, dat is weer een heel ander verhaal. Velen worden niet vrolijk van het protocol.

Je kunt je niet warmen aan een foto van een kachel

In Italië is fase 2 aangekondigd. Vandaag 4 mei komt er enige versoepeling in de Corona-maatregelen. Tussen neus en lippen deelde premier Conte mee dat deelname aan publieke kerkelijke vieringen voorlopig niet aan de orde is. Maar zo ongeveer alle overige sectoren van het maatschappelijk leven kregen goed nieuws te horen: musea kunnen hun deuren weer openen, er kan weer getraind worden in teamverband, familiebezoek mag weer en winkels en warenhuizen mogen ook weer klanten ontvangen. En de kerken? Niks. Nog dezelfde avond lieten de Italiaanse bisschoppen van zich horen. Ze uitten hun ergernis. Kerken beschikken over meer ruimte per persoon dan bijna alle andere gelegenheden en zijn prima in staat de gezondheidsmaatregelen in acht te nemen terwijl de eucharistie gevierd wordt. De bisschoppen namen het woord “willekeur” zelfs in de mond. De volgende morgen ontving men al bericht van de premier dat het zijn aandacht had. En de bisschoppen kregen daarbij ook nog de morele steun van politici en media. Zelfs het bepaald niet kerkvriendelijke La República nam het voor de bisschoppen op. En zie, het had effect. De complete lockdown is voorbij; er is weer het een en ander mogelijk.

Een Duitse bisschop neemt een geheel andere houding aan. Hij noemt het een “luxeprobleem” dat we vooralsnog niet ter kerke kunnen gaan. Je zou denken dat hij geen meerwaarde hecht aan een misviering met een gemeenschap waar je daadwerkelijk het sacrament kunt ontvangen boven een mis op je computerscherm. Het is waar, je kunt de H.Mis inderdaad ook op t.v. volgen, maar dat is zoals met een foto: het is niet het echte. Je kunt je niet warmen aan een foto van een open haard.

Het is echt niet meer te verdedigen waarom het meevieren in een kerkgebouw nog steeds niet toegestaan is als je ziet wat allemaal wel toegestaan is. Nogmaals, het thuis meevieren van een mis in je huiskamer is een noodgreep voor zieken en hulpbehoevenden. Het is niet hetzelfde. Je geeft door het zo gemakkelijk blijven opschorten van de zondagsplicht, terwijl met enige inventiviteit er veel mogelijk is, het signaal af dat we best zonder kunnen. Dat signaal is eigenlijk al veel eerder afgegeven op plaatsen waar op zondag geen eucharistie gevierd wordt maar de H.Mis met regelmaat afgewisseld wordt door een woord- en communieviering door een pastoraal werkster, terwijl er in de nabije omgeving alle gelegenheid is om de eucharistie te vieren. Door daar niet naar te verwijzen zeg je eigenlijk, och zo kun je ook wel de zondag vieren.

Daar komt nog iets bij. De Kerk beroept zich zelden op haar autoriteit. Er wordt zelden opgetreden tegen bijvoorbeeld liturgische misstanden. In deze Coronatijden zoeken we nogal gemakkelijk naar bijval van het niet-katholieke publiek. We laten ons van onze beste kant zien, zo heet het dan, door meer te doen dan wat van ons verlangd wordt, maar ondertussen nemen we het niet echt op voor onze eigen kerkbetrokken mensen en treden tegen hen middels decreten directief op, terwijl we ons anderzijds heel gemakkelijk schikken naar het overheidsbeleid, terwijl daar toch vragen bij te stellen zijn. Zie Italië. Als we dat niet doen, vrees ik dat het slecht gaat uitpakken als de coronacrisis eenmaal voorbij is. Je moet je afvragen of degenen voor wie de kerkgang voornamelijk routine is, de deelname aan de H.Mis wel zullen gaan missen. Voor velen zal de tv-mis het nieuwe normaal zijn.

Moed en creativiteit gevraagd

De H. Mis wordt node gemist. Zelfs journalisten en politici begrijpen dat. Ze tonen begrip voor de praktiserende katholieken. Corona-maatregelen staan het publiek vieren van de eucharistie in de weg. Maar van links tot rechts heeft men begrip voor het onbegrip dat kerkgangers hebben voor het gegeven dat bezoek aan Appie, woningboulevard, tuincentrum en de markt toegestaan is, maar niet aan een kerk. Is hier sprake van inbreuk in een grondrecht? Niemand durft het als zodanig te benoemen. Een Duitse rechter (Bundesverfassungsgericht Karlsruhe) heeft het onlangs bevestigd. Het betrof - aldus de rechter - een inbreuk op het recht van vrijheid van godsdienstuitoefening, maar het was een terechte inbreuk. Aiai. Grondrechten heten niet voor niets grondrechten. Ze heten zo omdat ze ook in uitzonderlijke omstandigheden van kracht blijven. Het is niet voor niets dat in ons land bijeenkomsten (tot 30 personen) nog altijd toegestaan zijn. Dat de kerkgenootschappen er zelf voor gekozen hebben ook dit niet toe te staan is een andere zaak.

Inmiddels klinken her en der geluiden van pastoors en kerkgangers of het niet een onsje meer mag zijn. De hogere regionen hoor je hier nauwelijks op ingaan. In Duitsland is de situatie anders. Daar is het Angela Merkel die aankondigt dat er voorlopig geen verruiming inzit, maar in kerkelijke kringen klinkt tamelijk breed het verzoek om verruiming, uiteraard met inachtneming van alle Corona-maatregelen. Vinden wij in Nederland onszelf geen vitale sector? In Oostenrijk gaan 15 mei cafés en restaurants weer open. Ook publieke missen zijn weer toegestaan. Oostenrijkse bisschoppen kregen steeds meer kritiek te verduren. Ze werden met name door jongeren uitgedaagd moediger te zijn. En er werd nadrukkelijk gevraagd om de sacramenten: “Wir brauchen die Sakramente!”

Ik zou blij zijn met dergelijke kritiek. Na tientallen jaren vermoeiende discussies over het celibaat, priesterwijding voor vrouwen, homohuwelijk en niet te vergeten het afschuwelijke misbruikdossier, klinkt eindelijk nadrukkelijk de vraag naar de eucharistie, naar de sacramenten! Ja, het is mooi dat meer missen dan ooit het internet bereiken, en dat seculiere omroepen in deze coronatijd aandacht besteden aan Urbi et Orbi. Tegelijk wordt steeds duidelijker dat de Kerk in deze crisis simpelweg irrelevant is. Online-missen, nou ja, het is tenminste iets. Maar thuis voor je tv of  iPad ben je geen deelnemer, maar toeschouwer. Je bent geneigd na de eerste lezing even een kopje koffie in te schenken. De Kerk is een geloofsgemeenschap. De daadwerkelijke fysieke aanwezigheid is geen bonus voor goede tijden, maar wezenlijk voor de geloofsbeleving en voor het vieren van de Sacramenten. Om die reden doet het mij werkelijk goed als gelovigen nadrukkelijk naar sacramenten vragen. Het is een oproep aan pastoors en bisschoppen om moedig en creatief te zijn als het gaat om terug te keren tot de normaliteit van het kerkelijk leven. En om voorlopig discussies over viri probati, vrouwelijke diakens, synodaliteit en meer van dit soort politiek correcte issues even te laten voor wat ze zijn. Het verlangen naar de sacramenten is een honger naar God. Het is dit verlangen dat de Kerk opbouwt.

+Rob Mutsaerts

Zieke genderideologie

Ineens is het overal: bij politici, ambtenaren, beleidsmakers, kerken, CEO’s, Brussel uiteraard. Gendermainstreaming. Het concept vindt zijn oorsprong in de 3de Wereldvrouwenconferentie van Nairobi (1985) en werd uitdrukkelijk bekrachtigd en goedgekeurd tijdens de 4de Wereldvrouwenconferentie in Peking. En ondertussen heeft het zich dus overal ingenesteld. Dat hebben ze knap gedaan. Hoe? Je begint met heel moeilijk kijken om de ernst van het onderwerp duidelijk te maken. Vervolgens maak je gebruik van taal om het een quasi wetenschappelijke toon te geven. Dan komen de toverwoorden ‘gelijke behandeling’ en ‘positieve discriminatie van vrouwen’ en niemand durft je nog tegen te spreken, want niemand wil als vrouwonvriendelijk bekend staan. Maar als je aan de voorvechters van Gender Mainstreaming vraagt wat het nou eigenlijk is, krijg je meestal een antwoord dat begint met: “Nou, voor mij betekent het dat....” en dan komt er van alles: gelijkstelling van vrouwen, tegen homofobie, voor vrouwenrechten, tegen transfobie. Iedereen maakt er maar van wat hem/haar/het ‘t beste uitkomt. Ik wil best zeggen wat het voor mij betekent: reality satire.

Is het reality? Jazeker. Je kunt er zelfs geld mee verdienen. Er zijn al leerstoelen, instituten die uiteraard een directeur met directeurssalaris nodig hebben, wethouders die deze satire in hun portefeuillle hebben en meer van dit soort instellingen die heel politiek correct de geslachtsgevoelige medeburgers willen beschermen.

Niemand heeft erom gevraagd, om toestemming is ook nooit gevraagd, laat staan gegeven. Men zal pas rusten als iedereen overtuigd is van de relevantie hiervan. Tot voor kort hadden we niet het flauwste vermoeden dat er daders en slachtoffers zijn van de “deterministische dwangheteronomistische maatschappij” die we kennelijk zijn, waaruit we bevrijd kunnen worden. Zolang dat nog niet tot iedereen doorgedrongen is, kunnen de genderisten op subsidie rekenen blijven. Vooral omdat niemand weet waar het nu eigenlijk om gaat in gender mainstreaming is succes voorlopig verzekerd. Er moeten in ieder geval “angsten overwonnen worden” en “vooroordelen afgebroken worden”. Als u dit allemaal maar onzin vindt, komt dat omdat u uw eigen angsten niet onder ogen wilt zien en niet wilt ontdekken dat u geen man of vrouw bent, maar een seksueel amalgaam. Dat wist u natuurlijk nog niet.

Als je voorzichtig oppert dat hier wel eens sprake zou kunnen zijn van de kleren van de keizer, krijg je nooit argumenten te horen om het tegendeel aan te tonen. Maar de keizer is naakt. De gender-onderzoekers zijn na talloze jaren van onderzoek noch nooit met aantoonbare resultaten gekomen die hun hypothesen zouden kunnen ondersteunen. Ondertussen kijken we met verbazing naar de naakte keizer en bekleden hem met fictieve kleding en is er niemand die er iets van zegt. Het wachten is op het kind dat in al zijn eerlijkheid roept dat de keizer in zijn blootje loopt.

U als man weet toch wel dat uw penis een sociaal construct is dat u opgedrongen is door de dwangheteronormativiteit die u vertelt dat u man bent. Maar dat is niet zo; dit is slechts het uitvloeisel van een sociaal construct hetgeen een residu is van Platoons en Thomistisch denken dat ervan uitgaat dat er zoiets als een objectieve waarheid bestaat. Maar dat is niet zo. De enige waarheid is uw gevoel. Inmiddels weten we dat we  ons moeten bevrijden uit de biologische boeien die ons eeuwenlang geketend hebben en dat we zelf ons geslacht kunnen kiezen. U kunt kiezen uit een stuk of zestig varianten. Het is ook niet noodzakelijk om je lichaam te verminken. Je laat het gewoon zoals het is en kiest gewoon het gender waar je je op dat moment fijn bij voelt.

Ik noemde het hierboven reality satire. Reality, in de zin dat iedereen zich er mee bezig houdt, c.q. mee lastig gevallen wordt. Satire, in de zin dat het waanzin is. Dat ik het waanzin vind, komt waarschijnlijk door mijn opvoeding. Mijn moeder was geen feminist en ook al niet bi-seksueel . En ze heeft mij altijd als een jongen beschouwd. En ik mocht cowboy en indiaantje spelen. Inclusief revolver. Waarschijnlijk verklaart dat volgens de genderclub mijn witte-boze-man-mentaliteit. En mijn vader zorgde ervoor dat mijn moeder niet uit huis hoefde te werken en vooral huismoeder kon zijn. Dat beschouwde zij als een voorrecht. Ook dat nog. Hoe onderdrukkend, zal het gendergenootschap zeggen. Tegen deze achtergrond is het echter wel vreemd dat de vrouwenbeweging die aan de basis van de genderbeweging staat, zich altijd nadrukkelijk op haar biologische vrouwelijkheid beroept (‘vrouwenbeweging’ klinkt niet echt genderneutraal).

Dat men mij als schrijver van dit soort stukjes achterlijk, fundamentalistisch, anti-feministisch, intolerant, homofoob, biologistisch en meer van dergelijke fraaie termen toedicht, ach dat mag. Daar kan ik prima tegen. Maar ik hoor graag argumenten, maar die hoor ik nooit. Ik doe graag een beroep op de rede, dan kunnen we het er eens in alle rust met elkaar over hebben. Ik vermoed dat de overgrote meerderheid van de wereldbevolking de hele genderdiscussie een onzinnige discussie vindt. Maar kennelijk wordt het ons niet gegund er een andere mening op na te houden. Dan wordt ons ongevoeligheid toegedicht voor hen die werkelijk problemen ondervinden op dit vlak. Maar ondertussen wordt de meerderheid een minderheidsstandpunt opgedrongen. Ik blijf mij daartegen verzetten. Lezingen op universiteiten worden afgezegd na protest van genderactivisten omdat degene die de lezing zou verzorgen niet voldeed aan de diversiteitseisen van de activisten. Argumenten werden niet aangevoerd. Het overkwam Jordan Peterson. Hij weigerde mannen en vrouwen neutraal aan te spreken. Naar zijn argumenten werd niet gevraagd. Hoe on-academisch! Het toppunt is wat mij betreft de kwestie van docent lichamelijke opvoeding Robert Oppedisano, werkzaam op een school in Port Richey (Florida). Het is daar de normale gang van zaken dat na het gymmen een mannelijke leraar toezicht houdt bij de jongens bij het douchen, en een vrouw bij de meisjes. Op een dag komt er een meisje de jongenskleedkamer binnen die zegt dat ze zich identificeert als een jongen. Het meisje wilde de kleedkamer niet verlaten. De gymdocent heeft toen maar zelf het kleedlokaal verlaten. Hij meende dat het niet gepast was als hij aanwezig zou zijn bij het omkleden en douchen van een minderjarig meisje. En om die reden is hij ontslagen! Hij had het meisje immers niet geaccepteerd in haar ‘jongen’-zijn. Kortom, hier wordt een docent verplicht present te zijn bij een minderjarig naakt meisje! Hoe absurd wil je het hebben? Dat de jongens zich er ook buitengewoon ongemakkelijk bij voelden was ook al niet relevant. De genderterreur gaat extreem ver. En we staan erbij en kijken er naar. In naam van tolerantie gaat men uiterst intolerant om met degenen die er een andere mening op nahouden. Tolerantie betekende ooit het verdragen wat men sterk afkeurt. Nu wordt van een tolerant persoon verwacht dat hij zelfs geen gevoel van afkeuring heeft. Dat is iets heel anders.

De aanleiding voor mij om dit stukje te schrijven is overigens een andere. Vorig jaar heeft een vijftienjarige jongen zich van het leven beroofd. Ik kende hem redelijk goed. Een goeie jongen, wel heel erg onzeker. Hij meende dat hij wellicht in een verkeerd lichaam zat. Hij werd door een gendercoach (ik wist niet dat die bestonden) sterk aangemoedigd zich om te laten bouwen. Dat zou moedig zijn en ook gewaardeerd worden door zijn omgeving. Er zijn veel gesprekken met hem en ook zijn ouders gevoerd. Hij zou er ook een stuk zelfverzekerder van worden. Uiteindelijk heeft hij het gedaan. Daarna had hij te kampen met zware depressies. Hij voelde zich verminkt en geheel identiteitsloos. Op een gegeven moment kon hij het leven niet meer aan en benam zich van het leven. Zijn ouders hebben nooit meer iets van de “gendermaffia” zoals zij dat noemen gehoord. Niemand heeft ook maar enig medeleven betoond. Het paste kennelijk niet in hun straatje, of beter gezegd in hun zieke ideologie. Wat mij betreft zijn ze medeplichtig aan moord.




Ik ben fantastisch, want ik doe niks...

Je kunt geen held zijn zonder inspanning. Dat was altijd inherent aan heldhaftigheid: dat het je iets kost. Een heldhaftige reddingspoging gaat gepaard met het in gevaar brengen van jezelf. Maar bij de ecologische ethiek gelden andere normen: zo weinig mogelijk inspanning, vooral dingen níet doen. De ethische kwaliteit van menselijk handelen wordt afgemeten aan dingen die je vermijdt. De maatstaf is tegenwoordig je CO2-voetafdruk, de hoeveelheid koolstofdioxide die een mens uitstoot: je bent een beter mens naarmate je minder CO2 de wereld in helpt. Zoiets als een golfhandicap. De beste golfer is degene die de minste slagen nodig heeft. Bij bijna elke andere sport is het andersom: hoe meer je scoort, hoe beter je het doet. Maar de ecologie-moraal is die van de golfsport: de beste mens is degene die aan het eind van zijn leven het minste koolstofdioxide heeft geproduceerd. 500 dagen ademhalen is net zo erg als 319 liter diesel verbranden. Het is maar dat u het weet; ook helemaal niks doen levert een hoop ellende op. Maar goed, de ethisch meest hoogstaande mens is dus degene die de minste kilometers met zijn auto rijdt, het minste vlees eet, de kachel op de laagste stand zet, en ja, het minst ademt. Lang leven is niet goed voor het milieu.

Als het om ethiek gaat, wil de Bijbel ons nog wel eens van advies dienen. Hoe staat het daar met de koolstofdioxide? Men maakte zich toen nog niet druk over methaanuitstotende koeien en men zocht ook niet naar alternatieven voor strohalmen, maar je komt in het Nieuwe Testament wel een gezelschap tegen dat als hoogste norm had: niets doen. Met name op zaterdag. Farizeeën waren erg in hun nopjes over deze vondst. Niks doen en daarmee de hemel verdienen. Kom er maar op. Maar er was iemand die hen wees op de onzinnigheid van hun opvatting over ethiek. Toen Jezus een man met een verschrompelde hand zag, wilden Hij hem genezen. Maar het was sabbath, kortom, het was niet de bedoeling dat je iets deed, dus ook niet het verrichten van een wonder. Jezus stelde de simpele vraag: ‘wat doe je als je schaap in een kuil valt? Dan haal je dat arme beest er toch uit, ook al is het sabbath. En wat betekent nu een schaap vergeleken met een mens? Het is dus geoorloofd op sabbath goed te doen’. Vervolgens genas Hij de man. En wat deden deze volgens henzelf ethisch hoogstaande mannen? Ze besloten een plan te smeden om Jezus uit de weg te ruimen. Over ethiek gesproken. Uit dit voorval komt de kern van het conflict tot uiting. De Farizeeën volgen hun strenge regels van niets-doen (niet werken op sabbath, geen onreine spijzen eten, niet omgaan met onreine mensen te cetera), terwijl Jezus een positieve actieve houding voorstaat.

De boegbeelden van huidige ecologische ethiek vertonen veel gelijkenis met de huichelachtige Farizeeën, d.w.z. mooi weer spelen, maar het niet echt menen; niks doen en huichelen. Neem nou die Hollywoodsterren die in privé-vliegtuigen de wereld rondvliegen, maar wel in een elelctrische Tesla gaan rijden omwille van het milieu. Of Greta Thunberg die met een zeilboot naar een klimaatbijeenkomst gaat, maar niet met dit zeilschip terug naar huis vaart. Er waren vijf bemanningsleden nodig die met het vliegtuig naar de plek vlogen waar het schip zich bevond om er vervolgens mee naar huis te varen. Greta zelf ging met het vliegtuig naar huis. (hebben ze in Zweden trouwens geen schoolplichtambtenaren?).

Overal waar God ‘ja’ tegen zegt, zegt de duivel ‘nee’ tegen. Goethe verwoordde dit in zijn befaamde werk Faust. Daar laat hij Mephistopheles (de duivel) zeggen:
“Ich bin der Geist der stets verneint!Unde das mit Recht; denn alles was entstehtist werth daß es zu Grunde geht;Drum besser wär's daß nichts entstünde.So ist denn alles was ihr Sünde,Zerstörung, kurz das Böse nennt,Mein eigentliches Element.”
Het devies van de duivel is het eeuwige nee tegen het leven van iedere mens tegen wie de duivel zich in hoogmoed verzet. Want daar gaat het tenslotte om, de intrinsieke waardigheid van iedere mens. Daar verzet de duivel zich per definitie tegen. Het gaat immers om Gods schepping. In de ecologische ethiek wordt de waarde van de mens afgemeten aan hoeveel schade hij aanbrengt aan de natuur. Hoe minder, hoe beter, hoe hoogstaander. Tot nul reduceren gaat niet zolang je adem blijft halen. Het wordt gewaardeerd als je doodgaat. Dat mag cynisch en macaber klinken, maar zijn we daar zo ver van verwijderd? We zijn al zover dat je erop aangekeken wordt als je drie kinderen op de wereld hebt gezet. Extincties Rebellion Nederland heeft het motto van Faust omarmt: “Drum besser wär’s, dass nichts entstünde”.

Ja, het is goed je een en ander te ontzeggen. De vastentijd is daarvoor de tijd bij uitstek. Matigheid is een christelijke deugd. Bijdragen aan een verantwoorde ecologie is een christelijke plicht. Maar zoals zo vaak eten hebben revoluties de neiging hun eigen kinderen op te eten. De leuze van de Franse Revolutie ‘vrijheid, gelijkheid en broederschap’ ontaardde in lynchpartijen. De communistische heilstaat leidde tot de grootste volkerenmoorden die de geschiedenis kent. De sharia bracht niet de heilstaat voor allen, maar de hel voor velen. Jezus hief het gebod om de sabbath te onderhouden niet op, maar stelde er het gebod van de naastenliefde tegenover. Het is niet het een of het ander. Het is zoals altijd in de Kerk het een èn het ander. Jezus noemt hen die alle zelf ontworpen voorschriften in acht nemen, maar geen oog hebben voor barmhartigheid huichelaars. Je bent geen goed mens, laat staan een held, omdat je in een hybride auto rijdt of met een zeilboot naar een milieucongres vaart. De echte helden zijn nog steeds degenen die goed doen, louter omdat het goed is zonder enig eigenbelang, en daarbij hun linkerhand niet laten weten wat hun rechter doet.