Repressieve progressieven

Gastpeper van Dwight Longenecker, pr.

Ik herinner me dat Richard Nixon werd gekozen en dat een verbijsterde, rijke democraat uit New York zei: ‘Hoe had hij kunnen winnen? Ik ken niemand die op hem heeft gestemd!” Het vat de houding van de elitaire progressieven samen, of ze nu in Washington, New York of Rome wonen.

De progressieven in de Kerk zijn enthousiast over ‘de synodale weg’, omdat ze werkelijk, eerlijk en écht geloven dat de meerderheid van de mensen denkt zoals zij – en het enige dat nodig is, is het opruimen van de belemmerende, aan de traditie gebonden, rigide conservatieven. Zodra de deuren wijd open staan ​​en iedereen naar de stem van het volk kan luisteren, kan er vooruitgang worden geboekt. Ze geloven echt dat de meeste mensen denken zoals zij – in ieder geval de meeste goeddenkende mensen. En als ze nog niet op hun manier denken, zullen ze dat binnenkort wel doen, omdat hun ideologieën overduidelijk, manifest mooi, waar en goed zijn. Ze kunnen zich niet voorstellen dat er verstandige, intelligente, goed opgeleide en welbespraakte mensen zijn die het er eenvoudigweg niet mee eens zijn – en dat om weldoordachte, onderbouwde redenen.

Ze erkennen het bestaan ​​van zulke mensen, maar zijn ervan overtuigd dat ze dom, onwetend, bekrompen en waarschijnlijk – om een ​​bekende Engelsman te citeren – “neurotisch” zijn.

De blindheid van de progressieven dringt als een slechte walm binnen in elk aspect van het leven – niet alleen in de Kerk. In de politiek en de economie slagen ze er niet in om zich de lessen van de geschiedenis te herinneren – dat het marxisme altijd eindigt in geweld, decadentie en totale mislukking. In de academische wereld weigeren ze te erkennen dat hun ideologieën alleen ten uitvoer kunnen worden gelegd door pesterij, geweld en intimidatie van elke soort, en dat wanneer ze ten uitvoer worden gelegd, alles snel implodeert.

Wanneer progressieven worden geconfronteerd met het mislukken van hun slimme ideeën, komen ze tot de conclusie dat het probleem is dat ze hun programma’s niet effectief of grondig genoeg hebben geïmplementeerd. Wat nodig is, is méér van hun ideologieën en schitterende ideeën. Het is zoals een man die de benzinetank van zijn auto vult met sinaasappelsap, en als dat niet lukt, besluit dat er niet genoeg sinaasappelsap is, dus doet hij de ramen open en vult het interieur ook met sinaasappelsap.

Als hun manier van ‘luisteren’ naar de stem van het volk niet de gewenste resultaten oplevert, duwen ze hun ‘hervormingen’ toch door – met behulp van wetgeving, lobbyen, omkoping, emotionele en spirituele chantage en alle duistere kunsten die dat wel kunnen doen, als ze maar hun zin krijgen. We hebben dit ervaren toen de progressieve elitaire ideologen in de Kerk van Engeland de wijding van vrouwen aanmoedigden.

Als een stemming niet naar hun zin was, zeiden ze niet: “De Heilige Geest leidde ons door de stem van de mensen.” Ze zeiden: “We moeten wat harder werken en mensen meer pesten (ik bedoel overtuigen) zodat de stemming de volgende keer wel door zal gaan.”

We vernemen nu dat Fiducia Supplicans zonder enig echt overleg werd geschreven en afgekondigd. Edward Pentin meldt dat FS het resultaat was van de dubbelzinnige (en niet-goedgekeurde) delen van Amoris Laetitia. Toen de voorstellen van de dubieuze Synode over het Gezin niet door de noodzakelijke meerderheid werd goedgekeurd, gingen de ideologen door met het doorduwen van hun standpunten.

Met andere woorden: “Gebruik zoveel mogelijk de synodale manier om je eigen agenda te promoten, terwijl je doet alsof het de wil van het volk is, en als dat niet werkt, neem dan je toevlucht tot autocratische vormen van leiderschap.”

En zo is het altijd met progressieven. Doe zo lang mogelijk alsof je een “zorgzame, luisterende, democratische groep van goedbedoelende mensen bent die alleen maar het algemeen belang nastreeft” en als dat niet lukt, breng dan de knuppels, het repressieve regime, de wachttorens en de gedachtepolitie in stelling.

Alweer die duivelse ambiguïteit

Met de Verklaring "Fiducia supplicans" van het Dicasterie voor de Geloofsleer, goedgekeurd door paus Franciscus, wordt het mogelijk om koppels van hetzelfde geslacht te zegenen”. Zo luidt de kop boven een artikel op de website van het Vaticaan zelf. Weliswaar dient zo’n zegening verricht te worden zonder enige vorm van ritualisering en dient ook niet de indruk van een huwelijk gewekt te worden. “De doctrine met betrekking tot het huwelijk verandert niet en de zegen betekent geen goedkeuring van de verbintenis”, aldus nog steeds de officiële Vaticaanse website.

De kwestie is niet het zegenen van zondaars. Dat is logischerwijs altijd al mogelijk geweest. De Kerk heeft altijd de mensen uitgenodigd om Gods zegen te ontvangen. De verklaring herhaalt dit nog maar eens. Dat van een sacramenteel huwelijk geen sprake kan zijn, daar is de verklaring ook helder in. Een kerkelijke huwelijkssluiting van koppels van hetzelfde geslacht is en blijft onmogelijk. Dit blijft voorbehouden aan een man/vrouw relatie. Ook van enige formele vorm van ritualisering (zoals we aantreffen in het Benedictionale) kan geen sprake zijn. Deze aantekening kan beschouwd worden als een reactie op formele zegening van homo-koppels in Duitsland, alwaar de bisschoppenconferentie dit soort zegeningen geformaliseerd heeft. Dan is er nog een derde soort zegening, de zogeheten spontane zegeningen. Hierbij kun je denken aan een pelgrim die in een bedevaartplaats de zegen van een aanwezige priester vraagt. Of de zegen die gevraagd wordt door een kerkganger aan een priester bij het uitreiken van de communie omdat hij (nog) niet gedoopt is, of een gedoopte die zich onwaardig acht te communiceren en voornemens is het sacrament van de biecht te ontvangen. Wie kan deze zegen ontvangen? Iedereen. Tot zover niets nieuws.

Maar dan komen de verwarrende passages in de verklaring. Waarom vraagt men om een zegen? Om de gebrokenheid in je levenssituatie op te heffen. Het gaat tenslotte om Gods zegen die gevraagd wordt. De eerste vraag die je je moet stellen is: zou God zijn zegen hierover willen geven? God die niets liever heeft dan dat mensen tot inkeer komen om te delen in Gods liefde. Kan God zijn zegen schenken aan een zondaar? Zoals gezegd, ja, uiteraard. Rouwmoedige zondaars die tot inkeer komen wordt van harte vergiffenis geschonken. Een heel andere vraag is: kan God zijn zegen geven over de zonde? Uiteraard niet! We houden van de zondaar, maar haten de zonde. Bij alle drie de vormen van zegeningen (sacramenteel, formeel, informeel) geldt precies hetzelfde principe. En hier gaat het mis in Fiducia Supplicans: de zonde en de zondaar worden vereenzelvigd. Een homo-christen kan men individueel zegenen. Maar een homo-relatie kan men niet zegenen, omdat de Kerk dit aanmerkt als ongeordend, oftewel zondig. Dit ongeordende karakter wordt bevestigd, maar desalniettemin zegt de verklaring dat de zegening van dergelijke relaties tot de mogelijkheden behoort. Anders gezegd, het zegenen van een zondige relatie is mogelijk. God die zijn zegen uitspreekt over een zonde, het is een gotspe!

Waar is dit op gebaseerd? Er is geen enkele referentie aan Kerkvaders, aan documenten van pausen, aan geschriften van theologen, maar bijna uitsluitend aan eerdere documenten van paus Franciscus zelf. Fiducia Supplicans wil een pastorale handreiking zijn, maar wat de verklaring onder zegening verstaat is totaal diffuus. Onduidelijk is waarom iemand om de zegen van een priester zou vragen en waarom een priester zijn zegen zou willen geven. Normaal gesproken is dat om je leven meer in overeenstemming te brengen met Gods wil. Het is een oproep tot heiligheid. Maar in de verklaring wordt nergens gerept van een oproep tot bekering, tot berouw, er is geen enkele referentie naar waarheid. Het bevat geen oproep aan LGTBQ-stellen om in onthouding te leven in overeenstemming met Gods plan waarin seksualiteit is voorbehouden aan een man/vrouw-relatie.

Het is een herhalend refrein in dit pontificaat: het ontbreken van helderheid, het zaaien van verwarring. De paus die zegt de doctrine van de Kerk niet te veranderen, maar tegelijk voor de praktijk mogelijkheden creëert voor het tegendeel. Je kunt niet de leer handhaven en voor het leven andere criteria aanreiken.

Onderliggend probleem is dat bij homo-relaties men zonde en zondaar gaat vereenzelvigen. Men identificeert zich als homo-christen. Zoiets bestaat niet. Net zomin als zoiets als een alcoholverslaafd-christen. Nee, je bent een christen met een alcoholprobleem, je bent een christen met een homoseksuele gevoelens. Als je van zonde je identiteit maakt is er geen uitweg meer mogelijk. We doen alsof LGTBQ-mensen een uniek soort zondaars zijn die we apart moeten behandelen. Maar voor hen geldt hetzelfde als voor iedere andere zondaar.

Homo’s voelen zich uitgesloten uit de Kerkgemeenschap. Maar de Kerk sluit niemand uit. Niemand is slecht genoeg om niet binnen te mogen komen. En niemand is goed genoeg om buiten te kunnen blijven. Op één uitzondering na (degenen die menen in niets tekort te schieten, zij mogen thuisblijven) is iedereen welkom. Maar er wordt wel iets van je gevraagd: berouw, de oproep tot bekering. En dit is nu juist de ambiguïteit van Fiducia Supplicans: men wil het zondige karakter niet benoemen. En dat is ook hetgeen de LGTBQ-gemeenschap niet wil. Men eist dat niet zij, maar dat de Kerk moet veranderen.

Elke zegen is bedoeld voor zondaars. Maar niet voor hen die menen dat daar bij hen geen sprake van is. Maar waarom zou je dan überhaupt om zegen vragen. Zegen is per definitie voor zondaars die hun tekorten inzien en Gods hulp nodig hebben om tot verbetering te komen. De Verklaring biedt de mogelijkheid tot het ontvangen van zegen, maar spreekt met geen woord over een correctief en de priester wordt gevraagd zijn zegen te geven over een ongeordende staat die blijft voortduren. Dit is niet pastoraal, dat is ook niet barmhartig, maar veeleer van liefdeloos. Het is de taak van de priester om te wijzen op hun situatie, het is zijn taak om mensen dichter bij God te brengen, en niet om ze verder richting afgrond te begeleiden. Want dat is wat je doet. Ik zal mijn zegen geven aan iedereen die daar om vraagt. Maar ik zal in geen geval mijn zegen geven aan een zondige situatie. En dat heeft niets met discriminatie te maken. Hetzelfde geldt voor een m/v-relatie waarbij overspel in het spel is.

Heilige Vader, alstublieft, wees eens duidelijk! Hier helpt u niemand mee! helemaal niemand!


+Rob Mutsaerts

Aux. bisschop Bisdom ‘s-Hertogenbosch

"Orthodoxie en orthopraxie hangen samen of verdienen de naam niet"

"Orthodoxie en orthopraxie hangen samen of verdienen de naam niet. Ze heffen elkaar niet op"  

Een commentaar van bisschop Marian Eleganti op de brief "Fiducia supplicans" als 'gastpeper'

Ik heb erover nagedacht. De tweespalt blijkt al uit de manier waarop het nieuwe document “Fiducia supplicans” in deze dagen wordt ontvangen en toegepast. Het wordt aan de ene kant welwillend bejubeld als interpretatie van een ‘nieuw begin’, zoals de toegeeflijke stellingname door bisschop Bätzing [Duitsland]. Aan de andere kant is er het volledige verbod op dergelijke zegeningen in het aartsbisdom Astana [Kazachstan]. Dit laatste betekent feitelijk direct al de intrekking van het nieuwe document van het dicasterie van de geloofsleer, omdat men in Astana ‘Fiducia supplicans’ ziet als een breuk met de consistente leer van de Kerk, en met haar eerdere, tweeduizend jaar oude pastorale richtlijnen. Objectief zondige omstandigheden kan en wil men niet zegenen.

Individuen mochten altijd gezegend worden als hun innerlijke gezindheid passend was. Aangezien volgens "Fiducia supplicans" homoseksuele verbintenissen of het samenleven (zogenaamde irreguliere relaties) niet liturgisch gezegend kunnen worden om ze niet te verwarren met het huwelijk, of om verwarring te vermijden (aangezien het volgens de geldende leer natuurlijk nog steeds niet kan) zouden dergelijke ‘echtparen’ logischerwijs helemaal niet worden gezegend. Dat zou ook niet kunnen met een soort lager geclassificeerde zegen, als een soort “verruimde interpretatie”. Je kunt niet een paar zegenen, maar hun verbintenis verwerpen. Je kunt echter ook niet een paar zegenen, en niet tevens hun objectief zondige manier van leven “bekrachtigen” (vgl. FS), zoals wordt geprobeerd. Dit zijn trucs die in de praktijk nooit werken. Het tegendeel zal het geval zijn. De pers heeft de bijbehorende vette koppen al gepubliceerd. Ze laten zien hoe dingen op basisniveau worden geïnterpreteerd.

Het zogenaamde Magisterium van Franciscus, dat wordt gepresenteerd als iets nieuws en ongekends, tegengesteld aan de traditie, is een onzinnige conceptuele nieuwlichterij van kardinaal Fernández, omdat pausen, net als de bisschoppen, de hoeders zijn van de leer van de Kerk en haar ononderbroken traditie. Waarheden zijn eeuwig en veranderen niet met de tijdgeest. Andersom: pausen en bisschoppen brengen niets van zichzelf mee, maar interpreteren eerder het constante geloof van de Kerk langs de lijnen van de traditie, zonder daarmee te breken. Het feit blijft dat een zondige praktijk en verbinding niet gezegend kan worden omdat het in strijd is met de scheppingsorde of de wil van God. In zo’n geval kan een zegen niet vruchtbaar gegeven of ontvangen worden (vgl. de argumentatie in het responsum ad dubium van de Congregatie voor de Geloofsleer over de zegen van verbintenissen van personen van hetzelfde geslacht uit 2021 onder kardinaal Ladaria). Dat heeft de Kerk altijd geleerd.

Zegeningen zonder de juiste innerlijke instelling van de gever en de ontvanger zijn ineffectief omdat zegeningen niet ex opere operato werken zoals de sacramenten. Het zijn sacramentaliën. Er zijn geen nieuwe, verbrede inzichten over deze kwestie, alleen valse beweringen. In de huidige leer is er geen sprake van eersteklas (liturgische) of tweederangs (spontane) zegeningen door de priesters. Indien de juiste innerlijke gezindheid in onze context wel aanwezig zou zijn, zouden deze mensen proberen zich te bekeren, hun objectief zondige praktijk (concubinaat en seksuele interactie) op te geven en te corrigeren. Uiteraard kunnen zij dan de zegen ontvangen voor groei in genade en voor het welslagen van hun morele inspanningen en hun vervolgstappen in de goede richting, maar níet als echtpaar vanwege de dubbelzinnigheid en onmogelijkheid van zo’n zegen.

“Moge de HEER u het juiste inzicht geven, u sterken in goede dingen en uw besluit bevestigen om zijn geboden te onderhouden. Moge hij u met zijn genade vergezellen in uw bekering!”

Alles wat verder gaat dan dit laatste, is sofistisch en strookt niet met de leer van de Kerk. Integendeel, die ondermijnt deze leer. Dit gaat over theologie, niet over psychologie. De Kerk kan zichzelf door de eeuwen heen niet tegenspreken, maar groeit in het begrip van openbaring. Tot dit laatste behoort de negatieve beoordeling van homoseksualiteit.

En nog één ding: elke handeling is gekoppeld aan een theorie. Orthodoxie en orthopraxie mogen daarom nooit tegen elkaar worden uitgespeeld (als tegenstelling of tegenspraak), zoals sinds het Concilie en in dit pontificaat voortdurend is gebeurd. Alsof een tegenspraak met de leer in de pastorale praktijk (2 plus 2 is 5) gerechtvaardigd zou zijn, of zelfs nodig zou zijn, omdat de (levens)werkelijkheid zogenaamd boven het idee (de leer) staat. (Een onzinnig principe, want ideeën veranderen de werkelijkheid, vertalen zich in handelingen, hebben vaak bewezen revolutionair te zijn door de zogenaamde realiteit van het leven omver te werpen; ideeën behoren tot de realiteit en zijn in de praktijk zeer effectief; geen handelen zonder theorie).

Orthodoxie en orthopraxie zijn hetzelfde of verdienen deze naam niet. Ze heffen elkaar niet op. Waar ze dat laatste doen, zijn we aangekomen bij de ketterij en verdeeldheid van de Kerk, bij haar zelfontbinding door de praktijk. Dit is geen hervorming en ook geen zegen.​

 (vertaald van kath.net)

How the recent motu proprio ‘Ad theologiam promovendam’ creates genuine feelings of unease

Theology. What Theologie?

Several people have asked me to explain to them the meaning of the latest motu proprio of pope Francis, Ad theologiam promovendam”. But I cant. I cant make much sense out of this text. I could go for the easy way out and comment on it, instead of explaining it. Then I would find myself in the illustrious company of journalists and pundits. However, my vocation is not to frequent these circles and be taken seriously by them. I am but a priest, a foot soldier in the Lords trenches, so I must not comment but explain. Clarity is the only munition of the gospel of life. And this is exactly where I run into problems, for I myself have more questions about the teachings of the current magisterium than the people asking me for advice. It is an awkward situation, which has reached its paroxysm with this motu proprio. I cant imagine it getting worse. Rather strangely, no Latin, only an Italian version has been published so far, but with a dictionary in hand I can figure out what is written there.

I am startled, right from the beginning. Promoting theology in the future cannot be limited to abstractly re-proposing formulas and schemes of the past” – what is meant here: the promotion of theology, or theology itself? And whatever it is, is it going to be completed  by abstractly proposing new formulas and schemes? When reading further, this seems to be the case. Actually, there is nothing wrong with abstractions as such. They are instruments of objective thinking, which allow people to communicate and dialogue in a way that makes sense. Obviously, those abstractions must relate to reality itself. But anyway, the use of abstractions itself does not imply a disconnection from reality.

More so, when speaking about the divine revelation, which deals which realities that cannot be perceived by the senses or proven by the intellect, abstractions that are used must be conserved, sharpened and deepened with utter care. And teachers should be extremely reticent in inventing new abstract terms, lest the teachings of the Church disintegrate due to lack of precision. And it is exactly at this level that I am deeply disturbed by the neologisms of this pontificate, highly concentrated in this motu proprio, which sometimes are taken from ferociously anti-Christian ideological rhetoric. As priest, if I cannot clarify something to the faithful approaching me, I must ask clarification from my authorities.

I will limit myself to some new abstractions, the meaning of which is not clear. For starters, the synodal Church”. What does this mean? And how can a conclusive meaning be given to this expression, while the Synod on synodality is still ongoing? Is this still an apostolic Church, allowing the faith of the apostles, passed down throughout the centuries, to bear fruit in the souls and actions of those who believe? And what is meant by the outgoing” Church? Does it mean the faithful are called to act according to the gospel and be Christs witnesses and martyrs? (Those acquainted with tradition will know that these two terms are identical in classic Greek, the original language of the New Testament.)

As has happened more often, the writings of the pope suggest there is a contradiction between theory and practice, between hands that hold books and pens while settling for a desk theology”, and hands that help the poor at the frontiers” of society. Does such a suggestion do justice to anybody? Hasnt saint Paul, both contemplative and active, not admired the diversity of vocations in the Church? On a more personal note, I have been knocked unconscious twice and my nose has been broken (only once), while exploring frontier regions where sheep find no fathers, who could talk to them about the eternal Father. But the presence of theological nerds with delicate hands behind desks – or veiled nuns behind bars – within the Church does not bother me in the least. On the contrary, I am grateful for them. Let them do the boring job, theirs is less appealing to me than the one I was called to do. I intensely love the same Church as they do, and we are united by the only cause that can indeed unite us: the search for Jesus Christ, the way, the truth and the life. We know we must be founded in vertical adoration and self-less prayer, passing through trials and triumphs, and be dedicated to please the Lord, who will return. And while walking in the same direction from widely different spheres of life, we have all become aware that the unmistakably hardest frontier to cross is the one keeping us locked up in our sins.

What is exactly meant by a fundamentally contextual” theology? Where are the unprovable and undisprovable dogmas? Why is Incarnation of the eternal Logos reduced to having a role as archetype”? Is that all the mystery has to offer: an archetype? Does theology not have the living Person of the risen Christ at its core? And how come it must develop into a culture of dialogue and encounter”, and not of evangelisation and incarnation? Anyway, right from the start of the divine revelation to Abraham, the people of Israel and later the Church have been in constant communication with the world, both in times of war and in times of peace. Yes, especially through violent confrontation the world has tested the souls who believe, and has found out who is their Real God. Whereas peace conferences have tended to be much less useful for the Kingdom of God … Anyway, is it sufficient for theology to have the particular task to discover the Trinitarian imprint that makes the cosmos in which we live a web of relationships in which it is proper to every living being to tend toward another thing”? Doesnt that sound like desk theology? The real challenge, isnt it our choice of that other thingwe want to tend to? Do we choose chaos or wisdom, life or death, light or darkness? Dont we need masters, wise persons and saints to help us make this choice and persevere?

Like in other documents and decrees of the current pontificate, we see many terms and neologisms, the meaning of which we have to guess. But clerics and servants should not have to guess, lest shepherds and sheep be lost together in self-referential bleating. Shepherds owe clarity to their sheep, and therefore it is not their right, but a mere duty, to ask clarity from their authorities. What is the meaning of synodality? Why does it take shape through round tables, suggesting no hierarchy is at our service to connect us with something above us? What is inclusivity – is it communist and coercive, or is it liberal and rejecting any commitment? What do we do with people who do not wish to be included? Does inclusion presuppose a free choice for something objective that is being offered? Does it respect both the person capable of choosing and the immutable revealed truth that may be chosen? And if dialogue is so important, what should it be about? And how can we dialogue with cultures or religions that ignore or have rejected the logos, from which the word dialogue not only derives, but which is an indispensable essential element of any dialogue ? If discernment halts a too hasty judgment, what are the criteria of the judgment that eventually will have to be made? And if those criteria change, by what other (higher) criteria will the change be verified? Else, if we want to include all human beings in one fraternity, from what fatherly and motherly principles does this originate? When all these questions have been cleared up, maybe depressing terms like cultural revolutionwill no longer need to be used, for this particular one refers to the most deadly campaign of dehumanizing utopian insanity the world has ever seen. The term final solutionwould be equally inappropriate.

In conclusion, I must admit in all honesty that I am deeply troubled by this text. After reading it, I felt like having been locked up in an echo chamber, listening to a party program that I do not understand – in fact, that I am not supposed to understand. I can only escape from it by echoing my own questions. Unfortunately we live in a time, where simple questioning is considered to be a form of criticism, even hate speech. This tendency exists both inside and outside the Church. Its the ultimate sign of a collective totalitarian mindset. Yet, I believe the thirst of truth will be stronger. When the Word incarnate was being silenced, He was still capable to cry of thirst. He then passed through death to become the light of our resurrection.

(P. Elias Leyds c.s.j. Published on: https://www.ewtn.lc/nieuws/how-the-recent-motu-proprio-ad-theologiam-promovendam-create-genuine-feelings-of-unease-paterelias-filioque-in-english/

De Nederlandse versie vindt u hier: https://www.ewtn.lc/nieuws/motu-proprio-ad-theologiam-provendam-van-paus-franciscus-wat-zegt-het-paterelias/    En deel 2: https://www.ewtn.lc/nieuws/motu-proprio-ad-theologiam-promovendam-welke-theologie-paterelias-deel-22/

Verlangen naar de plek waar je je thuis voelt

Een van onze diepste verlangens als mens is het verlangen naar thuis - een plek waar we erop kunnen rekenen dat we geliefd en gewaardeerd worden, een plek waar we altijd welkom zijn, een plek waar we echt het gevoel hebben dat we erbij horen. Helaas heeft de moderne cultuur de ervaring van thuis steeds ongrijpbaarder gemaakt. Dat is een van de redenen waarom zoveel mensen in de hedendaagse samenleving zich geïsoleerd en eenzaam voelen. Roger Scruton, de Britse filosoof en sociaal commentator, heeft opgemerkt dat deze eenzaamheid en het gevoel van isolatie zo alomtegenwoordig zijn geworden dat veel van onze moderne literatuur, kunst en muziek zich nu richt op het geïsoleerde individu en zijn zoektocht naar thuis en gemeenschap of zijn "verval in eenzaamheid en vervreemding".

Waar kunnen we een blijvende ervaring van "thuis" vinden? Voor velen van ons is onze diepste ervaring van thuis in dit leven te vinden bij onze familie. Maar door de eeuwen heen hebben we ook een gevoel van "thuis" ervaren vanuit verschillende andere bronnen, waaronder onze identiteit als inwoner van een bepaald land, ons lidmaatschap van een specifieke cultuur, onze verbondenheid met de natuur en onze relatie met God. Tragisch genoeg heeft de moderne cultuur al deze potentiële bronnen van "thuis" systematisch ondermijnd.

FAMILIE

Er zijn te veel aanvallen geweest op het traditionele gezin om ze hier allemaal op te noemen, maar ze omvatten abortus; wetten voor echtscheiding zonder schuld; sociaal welvaartsbeleid dat het huwelijk financieel ontmoedigt en in plaats daarvan alleenstaand ouderschap stimuleert; de herdefiniëring van het huwelijk, waarbij die herdefiniëring wordt afgedwongen door de straffende macht van de staat; politiek "progressivisme" dat het recht van ouders wil ondermijnen om kinderen op te voeden in overeenstemming met hun eigen waarden; en andere politieke ideologieën die er niet alleen op uit zijn om het traditionele gezin te ondermijnen maar eerder om het gezin volledig te vernietigen, omdat ze het gezin zien als het laatste grote obstakel dat het vermogen van de staat om totale controle uit te oefenen over het leven van haar burgers in de weg staat.

VADERLAND

Duizenden jaren lang hebben mensen een thuisgevoel gevonden in hun verbondenheid met het specifieke geografische gebied waarin ze leven. Vandaag de dag fronsen veel van onze culturele elites hun wenkbrauwen over deze verbondenheid met een plaats en proberen ze dergelijke gehechtheden en het patriottisme dat een uitdrukking is van deze verbondenheid te ontmoedigen of zelfs belachelijk te maken. Getuige bijvoorbeeld het anti-Amerikaanse sentiment dat ons en onze kinderen wordt opgedrongen door de mainstream media en door veel leraren en professoren op alle niveaus van het onderwijssysteem in de Verenigde Staten. Sommige globalisten proberen de landsgrenzen te vervagen, en misschien zelfs helemaal te elimineren, die zo lang als een bron van identiteit hebben gediend voor zoveel mensen. Goed gedefinieerde grenzen, vergezeld van een redelijk en humaan immigratiebeleid, helpen de identiteit van een land te behouden en daarmee een belangrijke bron van identiteit en "thuis" voor de mensen. Kan nationalisme te ver gaan? Ja, natuurlijk; maar de oplossing is niet om naties volledig uit te bannen ten gunste van één enkele wereldregering, zoals sommige globalisten voor ogen hebben (in dat geval vraag je je af wat als controle zou dienen op de macht van zo'n regering over haar burgers), maar eerder om te streven naar gematigdheid met betrekking tot nationalisme en patriottisme, zoals in alle dingen. De "wereldburger" die zich zogenaamd overal thuis zal voelen, zal zich in feite waarschijnlijk nergens thuis voelen.

CULTUUR

Veel van onze culturele elites voelen een minachting voor de Westerse cultuur die vergelijkbaar is met hun minachting voor patriottisme. Zowel in West-Europa als in de Verenigde Staten vind je vaak mensen die een echte haat koesteren tegen de cultuur die hen heeft voortgebracht, grootgebracht en nog steeds ondersteunt. Aan de basis lijkt deze haat voor de eigen cultuur vaak voort te komen uit een zekere mate van zelfhaat, maar dat is een essay voor een andere dag. Onze culturele elites en ons openbaar onderwijssysteem hebben de canon van westerse literatuur, kunst en gedachten, die het hart van de westerse cultuur vormen, grotendeels verworpen en ze lijken erop gebrand om toekomstige generaties te leren om die cultuur ook te haten en te verwerpen. Een van de meest ondermijnende trends in de hedendaagse cultuur is de groeiende neiging om enkele van de meest fundamentele en belangrijke aspecten van het menselijk bestaan (ja, van het bestaan zelf) te verwerpen: waarheid, schoonheid en goedheid. Wij mensen hebben een diep verlangen, zelfs behoefte, aan waarheid, schoonheid en goedheid, en een cultuur die haar burgers deze zo belangrijke kwaliteiten ontneemt, kan op de lange termijn niet als "thuis" blijven voelen voor haar leden.

NATUUR

De natuur is al heel lang een bron van "thuis" voor ons mensen - dat is een van de redenen waarom zo velen van ons zich graag "in de natuur" bevinden: tuinieren, wandelen, kamperen, enz. Dat is ook een van de redenen waarom we er zo vaak voor hebben gekozen om de natuur af te beelden in onze kunstwerken, zoals Scruton opmerkt: "Vanaf de vroegste tekeningen in de grotten van Lascaux tot de landschappen van Cézanne, de gedichten van Guido Gezelle en de muziek van Messiaen, heeft de kunst gezocht naar betekenis in de natuurlijke wereld. De ervaring van natuurlijke schoonheid is niet een gevoel van 'wat mooi' of 'wat aangenaam'. Ze bevat een geruststelling dat deze wereld een juiste en passende plek is om te zijn - een thuis waarin onze menselijke krachten en vooruitzichten bevestiging vinden". Maar de moderniteit heeft deze bron van thuis ook niet met rust gelaten. Filosofisch materialisme, de opvatting dat alles, inclusief mensen, niets anders is dan een willekeurige werveling van atomen, reduceert alles, inclusief ons mensen, tot louter objecten. Toegegeven, materialisme is niet een geheel nieuw wereldbeeld, aangezien Ouden als Democritus, Epicurus en Lucretius dit standpunt allemaal beleden, maar materialisme is de laatste decennia een steeds populairder standpunt geworden, deels door de verdediging ervan door wetenschappers als Richard Dawkins. Scruton stelt dat door de hele natuur, inclusief onszelf, te reduceren tot louter objecten, het materialisme de natuur heeft "onttoverd". De natuur (inclusief het menselijk lichaam) voelt voor sommigen van ons niet langer als "thuis", maar wordt nu veeleer gezien als iets dat gemanipuleerd, gecontroleerd en veranderd moet worden zodat het volledig gericht kan worden op de vervulling van menselijke verlangens. De natuur, vooral de schoonheid en sublimiteit die we in zoveel natuur vinden, wees ons vroeger naar iets diepers, iets hogers: naar transcendentie; naar het heilige; naar God. De natuur en alle andere aardse bronnen van "thuis" (familie, land, cultuur, enz.) wezen ons op ons echte thuis, ons diepste thuis, ons permanente thuis - ons thuis in God. Tegenwoordig is dat voor veel mensen niet meer zo - deels vanwege de aanval van de moderniteit op elk van deze potentiële bronnen van thuis, en deels vanwege de directe aanval van de moderniteit op religie zelf, de vervolging van religieuze gelovigen (vooroordelen tegen christenen en joden worden nog steeds toegestaan en zelfs goedgepraat door veel van onze "culturele elites") en de verwerping van het bestaan van God.

GOD

Als eenheid van lichaam en ziel zijn wij mensen "grensverschijnselen": we bewegen ons op de grens tussen het zuiver fysieke en het zuiver spirituele. Dat is een van de redenen waarom we ons nooit helemaal "thuis" kunnen voelen in de natuur: in die zin zijn we "in" de wereld maar niet helemaal "van" de wereld. Hans Urs von Balthasar heeft deze realiteit treffend verwoord: "De mens wordt inderdaad ervaren als een 'grens' tussen deze wereld en de wereld daarboven, als iemand die zich niet helemaal thuis kan voelen in de kosmos en achtervolgd wordt door een verlangen om terug te keren naar het Absolute." Scruton beschreef onze toestand in dit leven als een van "metafysische eenzaamheid" of "existentiële eenzaamheid": als zelfbewuste en rationele wezens voelen we ons enigszins geïsoleerd en losgekoppeld van de rest van de fysieke wereld. We zijn subjecten, niet alleen objecten, maar we worden omringd door een wereld van objecten en voelen ons hier dus niet helemaal "thuis". Scruton beweerde dat onze metafysische eenzaamheid "een verlangen om opgelost te worden in de subjectiviteit van God" weerspiegelt. Hij zat op het goede spoor, maar waar we echt naar verlangen is niet om opgelost te worden in God, maar eerder om deel te nemen aan God, om te delen in het goddelijke leven van God terwijl we toch ons bestaan als individuele personen behouden. En dat is in feite wat God ons aanbiedt in Jezus Christus:

Zijn goddelijke kracht heeft ons alles gegeven wat tot het leven en de godsvrucht behoort, door de kennis van Hem die ons geroepen heeft tot zijn eigen heerlijkheid en voortreffelijkheid, waardoor Hij ons zijn kostbare en zeer grote beloften gegeven heeft, opdat u daardoor ontkomt aan het verderf dat door de hartstocht in de wereld heerst, en de goddelijke natuur deelachtig wordt. (2 Petrus 1:3-4)

Dit is wat God voor ons wil; dit is het doel waarvoor God ons gemaakt heeft: dat we voor altijd delen in het goddelijke leven van God door Jezus Christus, en daardoor ook voor altijd delen in de goddelijke liefde en gelukzaligheid. De christelijke traditie heeft dit proces waardoor we deel krijgen aan het goddelijke leven met verschillende namen aangeduid, waaronder goddelijking, vergoddelijking, theosis en inlijving. Een van de termen waar Balthasar de voorkeur aan gaf was Heimkehr, wat Duits is voor "thuiskomst". Het leven in God zal onze ultieme "thuiskomst" zijn. Pas als we in het huis van de Vader zijn, zullen we eindelijk en echt thuis zijn (Johannes 14:2). Het Vaderhuis is het thuis waarnaar we op zoek zijn geweest. Het leven in God is ons ware thuis, het thuis waarvoor we gemaakt zijn, het thuis waarin we ons ultieme geluk en vrede zullen vinden. En deze fysieke wereld, deze wereld waarin we ons nu "in" maar niet "van" voelen, zal getransfigureerd en getransformeerd worden en voor altijd met ons meegevoerd worden naar het goddelijke leven van God (Openb. 21:1-4).

(Dr. Richard Clements; wordonfire.org)