Fulton J. Sheen: Een krijtje, een camera en de waarheid

Er zijn mensen die de wereld ingewikkelder maken omdat zij zelf niet helder denken. En er zijn zeldzame mensen die de wereld eenvoudiger doen lijken omdat zij haar diep hebben begrepen. Fulton J. Sheen behoorde tot die tweede, veel kleinere categorie. Dat de katholieke Kerk hem nu tot de eer der altaren verheft - op 26 september is hij Zalig verklaard - is daarom méér dan een eerbetoon aan een vrome bisschop uit een voorbije tijd. Want terwijl wij beschikken over meer communicatiemiddelen dan enige generatie vóór ons, lijken wij steeds minder te weten wat wij ermee moeten zeggen. Sheen beschikte over een televisiestudio, een schoolbord, een krijtje, een soutane en een geloof dat hij voor waar hield. Daarmee bereikte hij miljoenen. Wij hebben satellieten, podcasts, smartphones, sociale media, communicatieafdelingen, synodale werkgroepen en professionele consultants. En soms ontbreekt alleen nog de boodschap. Daarom komt Fulton Sheen precies op tijd terug.

Er was ooit een tijd waarin een katholieke bisschop op televisie verscheen in soutane en cape, voor een zwart schoolbord ging staan, een stuk krijt ter hand nam en vervolgens miljoenen mensen een halfuur lang liet luisteren naar een verhandeling over zonde, genade, communisme, huwelijk, schuld, vrijheid of het kruis. Het onwaarschijnlijke is dat de mensen bleven kijken. Fulton J. Sheen bezat iets wat in iedere eeuw zeldzaam is: hij had iets te zeggen en hij wist hoe hij het zeggen moest. Nu wordt hij zalig verklaard. En het is moeilijk geen glimlach te onderdrukken. Sheen onderzocht niet eerst welke woorden zijn publiek wellicht onaangenaam zou vinden. Hij verdunde de wijn niet totdat niemand zich meer kon herinneren dat er druiven aan te pas waren gekomen. Hij verkondigde het katholieke geloof. En hij deed dat zo goed dat ook niet-katholieken luisterden.

Sheens grootste gave was niet zijn sonore stem, zijn televisietalent of zijn humor. Het was zijn helderheid. Hij bezat de zeldzame kunst complexe waarheden eenvoudig uit te leggen zonder ze daardoor eenvoudiger te máken. Dat verschil is belangrijk.

Sheen had serieus filosofie en theologie gestudeerd. Hij kende Thomas van Aquino. Hij kende de moderne filosofie. Hij kende de grote intellectuele strijd van zijn tijd. Maar wanneer hij sprak, kon iedereen hem begrijpen. Hij kon over genade spreken zonder theologische soep te koken; hij kon over zonde spreken zonder de mens te vernederen; hij kon over kuisheid spreken zonder zuur te worden; Sheen kon over de hel spreken zonder hellevuurtheater; en hij kon over de hemel spreken zonder zoetsappigheid. Dat is moeilijker dan het lijkt. Iedere dwaas kan iets ingewikkeld maken. Maar alleen iemand die een onderwerp werkelijk begrijpt, kan het eenvoudig zeggen. Sheen begreep het geloof. En daarom kon Jan en Alleman hem volgen.

De wereld was modern. Sheen ook. Het zou gemakkelijk zijn van Fulton Sheen een nostalgisch figuur te maken: de bisschop van een verloren katholiek Amerika, uit de tijd van volle seminaries en volle kerken. Maar dat zou hem tekortdoen. Sheen was verbazingwekkend modern. Vanaf 1930 gebruikte hij de radio. Later veroverde hij de televisie. Life Is Worth Living trok miljoenen kijkers.

Hij begreep iets wat de Kerk vandaag opnieuw probeert te ontdekken: de nieuwe media zijn geen vijand van het Evangelie. Maar hij begreep ook iets wat wij dreigen te vergeten: het medium is niet de boodschap. Het is nogal gemakkelijk een Instagram-account te openen; het is moeilijker Augustinus te begrijpen. Het is gemakkelijk een podcast te beginnen; het is moeilijker iets te zeggen dat de moeite van het beluisteren waard is. Sheen gebruikte het modernste communicatiemiddel van zijn tijd, maar hij veranderde de boodschap niet om bij het apparaat te passen. Hij was modern in methode en oud in waarheid.Dat is een combinatie die tegenwoordig bijna uit beeld is verdwenen.

Hij geloofde dat waarheid bestond. Sheen sprak met een vanzelfsprekendheid die sommige moderne oren bijna exotisch zullen vinden. Hij geloofde dat waarheid bestond; niet “mijn waarheid” of “jouw waarheid”.  Hij geloofde dat de mens een natuur bezit, dat goed en kwaad méér zijn dan voorkeuren, dat vrijheid niet betekent dat men alles mag kiezen, maar dat men de deugd kan eigen maken om het goede te kiezen. Dat zonde werkelijk bestaat, dat vergeving werkelijk mogelijk is, dat Christus niet één religieuze leraar onder vele is, maar de Verlosser. Daarom had hij iets te verkondigen. Wij zeggen tegenwoordig dikwijls dat moderne mensen niet meer tegen duidelijke geloofstaal kunnen. Sheen vermoedde precies het tegenovergestelde: mensen kunnen uitstekend tegen waarheid. Waar zij slecht tegen kunnen, is holle frasen en nietszeggende woorden zoals je die in beleidsnota’s tegenkomt.

Waarom worden Sheens toespraken vandaag nog steeds bekeken? Hij overleed in 1979. Zijn decor oogt ouderwets. Zijn kleding is ouderwets. Zijn televisieprogramma is technisch gezien ongeveer zo modern als een typemachine. En toch ontdekken jongeren hem opnieuw online. Nieuwe generaties vinden hem via digitale platforms en herkennen zich in zijn woorden over geluk, eenzaamheid, liefde, identiteit en God. Daar zit iets vermakelijks in. De techniek is totaal veranderd. De mens nauwelijks. Wij hebben smartphones maar nog steeds gebroken harten. Wij hebben kunstmatige intelligentie, maar nog steeds natuurlijke domheid. Wij kunnen in een seconde met iemand aan de andere kant van de wereld spreken en weten niet wat wij tegen onze buurman moeten zeggen. Sheen sprak niet in de eerste plaats tot “de moderne mens”. Hij sprak tot de mens. En de mens verlangt nog altijd naar wat hij altijd heeft verlangd: liefde, geluk, waarheid en leven zonder dood. Met andere woorden: naar God.

Wie Sheen alleen ziet als briljant communicator, mist echter het belangrijkste. Achter de televisie school een priester, achter de welsprekendheid school gebed, en achter zijn glimlach stond het kruis. Zijn spiritualiteit was diep gevormd door Christus, de Eucharistie en Maria. Daar ligt waarschijnlijk het verschil tussen apostolaat en reclame. Reclame begint met de vraag: hoe krijgen wij aandacht? Apostolaat begint met de vraag: wat wil Christus? Sheen begreep dat evangelisatie niet begint voor een camera, maar voor een tabernakel. Het is een ongemakkelijke gedachte voor een Kerk die soms uren synodaal vergadert over hoe en naar wie te luisteren. Wij produceren beleidsnota’s; Sheen spendeerde uren voor het Allerheiligste. Wij spreken over nieuwe vormen van presentie; Sheen knielde. En daarna stond hij op en bereikte miljoenen mensen. Misschien is er een verband.

Nog iets maakt Sheen aantrekkelijk: hij was orthodox zonder somberheid. Dat is niet onbelangrijk. Er bestaat een soort religiositeit die het geloof verdedigt alsof het een lekkend dak betreft. Alles moet overeind gehouden worden, iedereen moet gewaarschuwd worden en iemand heeft duidelijk vergeten de verwarming aan te zetten. Zo was Sheen niet. Hij was geestig. Hij genoot van paradoxen. Hij wist dat het christendom buitengewoon ernstig is en juist daarom ruimte laat voor humor. De atheïst kan lachen omdat niets uiteindelijk betekenis heeft. De christen kan lachen omdat zelfs het ergste niet het laatste woord heeft. Dat laatste is aanzienlijk vrolijker. Sheen bezat de diepe opgewektheid van iemand die wist dat Christus uit de dood was opgestaan.

Wie dat werkelijk gelooft, hoeft de wereld niet krampachtig vast te houden. Ook daarom kon hij scherp spreken. Hij hoefde niemand naar de mond te praten. Zijn hoop hing immers niet van applaus af. En daarom komt zijn zaligverklaring op een interessant moment. De Kerk spreekt veel over evangelisatie. Terecht. Maar Sheen stelt ons onvermijdelijk een enigszins ongemakkelijke vraag: Wat hebben wij eigenlijk te zeggen? Wanneer wij ervan overtuigd zijn dat het Evangelie werkelijk goed nieuws is, hoeven wij het niet te verbergen achter eindeloze voorzichtigheid.

Wanneer wij werkelijk geloven dat Christus het antwoord is op de diepste honger van de mens, hoeven wij ons niet te verontschuldigen voordat wij zijn naam noemen. Wanneer wij geloven dat de Kerk een schat ontvangen heeft, moeten wij ophouden die schat te presenteren alsof het een probleem is waarvoor eerst draagvlak moet worden gecreëerd. Sheen was niet arrogant; hij was wel overtuigd. Voor geestelijken is Sheen actueel. Hij laat zien dat een bisschop intellectueel kan zijn zonder academisch jargon; dat hij orthodox kan zijn zonder chagrijnig te zijn; dat hij de cultuur kan kennen zonder ervoor te buigen; dat hij moderne media kan gebruiken zonder door de media gebruikt te worden; dat hij zichtbaar kan zijn zonder zichzelf tot onderwerp te maken. En misschien vooral: dat een bisschop herkenbaar katholiek kan spreken zonder bang te zijn dat iemand hem katholiek zal vinden. Dat klinkt komisch. Het zou vanzelfsprekend moeten zijn.

Paus Leo XIV noemde Sheen eerder dit jaar een licht van geloof, hoop en liefde en zei zelfs dat hij persoonlijk getuige was geweest van Sheens evangelisatie toen hij opgroeide. Aan de vooravond van de zaligverklaring wees de paus opnieuw op Sheens voorbeeld als aansporing om nieuwe manieren te vinden om het Evangelie met vreugde te verspreiden. Daarmee is misschien alles gezegd. Fulton Sheen had geen internet, geen YouTube en geen sociale media. Hij had een camera, een krijtje, een schoolbord en tweeduizend jaar katholiek geloof. En miljoenen mensen luisterden.

Vandaag hebben wij een wereldwijde digitale infrastructuur waarvan hij alleen maar had kunnen dromen. Misschien hebben wij vooral nodig wat hij wél had: een helder hoofd, een katholiek hart, een leven van gebed, een humor en de vaste overtuiging dat Jezus Christus werkelijk goed nieuws is. Fulton Sheen behoort niet tot een Kerk die voorbij is. Hij behoort tot een Kerk die telkens opnieuw moet leren wat zij is. Zijn zaligverklaring is daarom geen nostalgische onderscheiding voor een beroemde televisiebisschop.

Het is bijna een uitdaging. De techniek is veranderd, de taal is veranderd, maar de menselijke ziel verlangt nog steeds naar waarheid. En waarheid heeft een merkwaardige eigenschap: zij veroudert niet.

Zalige Fulton Sheen, bid voor een Kerk die ernstig in de war is.

 

+Rob Mutsaerts

De Kerk die zo lang naar zichzelf luistert dat zij het Evangelie niet meer hoort

Drie dagen lang spraken bisschoppen, priesters, religieuzen en leken uit 31 Europese landen in Oostenrijk over de vraag hoe de kerkhervorming van paus Franciscus in Europa gestalte kan krijgen. De bijeenkomst “Shaping Synodality in Europe: From Vision to Roadmap”, werd gehouden van 14 tot 17 september 2026 in Schloss Puchberg bij Wels. Hoe ik ook mijn best deed er iets positiefs uit te halen, het lukte mij niet. Ik waardeer de deelnemers die hier met goede bedoelingen aan deelnamen. Ik zou het niet volgehouden hebben.

Er bestaat een merkwaardig soort kerkelijke bijeenkomst waarbij men drie dagen nodig heeft om vast te stellen dat mensen naar elkaar moeten luisteren. Daarvoor kwamen bisschoppen, priesters, religieuzen, theologen en leken uit 31 landen bijeen. Men reist honderden kilometers, opent laptops, verdeelt zich over 21 tafels spreekt over processen, participatie, onderscheiding, gedeelde verantwoordelijkheid, relationele ruimtes en een nieuwe cultuur van leiderschap, en komt dan uiteindelijk met de verrassende ontdekking dat gedoopte christenen met elkaar moeten spreken. Ik ben niet tegen overleg, Maar het heeft iets komisch wanneer vanzelfsprekendheden door deskundigen worden herontdekt en vervolgens als revolutionaire inzichten worden gepresenteerd. Dat lijkt enigszins het probleem van de bijeenkomst in Wels.

De conferentie sprak over de doop als grondslag van de waardigheid van alle gelovigen, over luisteren, relaties en gedeelde verantwoordelijkheid. Daar is op zichzelf niets onkatholieks aan. Integendeel: de Kerk heeft altijd geleerd dat iedere gedoopte werkelijk deelheeft aan het leven en de zending van Christus. Maar precies daar begint de interessante vraag: waarvoor zijn wij gedoopt? Zijn wij gedoopt om onze stem te laten horen, of om eerst de Stem te horen die zegt: “Bekeert u en gelooft in het Evangelie”?

Wie hedendaagse kerkelijke documenten leest, krijgt soms de indruk dat de katholieke godsdienst veranderd is in een verzameling werkwoorden. Wij moeten luisteren, onderscheiden, begeleiden, participeren, dialogeren, processen aangaan. Dat zijn allemaal keurige werkwoorden, maar de katholieke Kerk leeft uiteindelijk van zelfstandige naamwoorden. God. Christus. Waarheid. Zonde. Genade. Kruis. Verrijzenis. Eucharistie. Bekering. Eeuwig leven. Wanneer die verdwijnen - en die verdwijnen doorgaans in beleidsdocumenten - worden de werkwoorden holle frasen. Want luisteren is alleen zinvol wanneer er iets te horen valt. Onderscheiden is alleen zinvol wanneer waarheid van dwaling onderscheiden kan worden. Op weg zijn is alleen zinvol wat je bestemming is. En dialoog is alleen vruchtbaar wanneer iemand uiteindelijk iets te zeggen heeft.

Dat is misschien de grootste zwakte van veel hedendaagse gesprekken over synodaliteit. Zij vertellen ons uitvoerig hoe wij met elkaar moeten spreken, maar aanzienlijk minder duidelijk wat wij aan Europa moeten zeggen. En Europa heeft nu juist niet in de eerste plaats behoefte aan een cursus kerkelijke gesprekstechniek. Het heeft behoefte aan het Evangelie.

Europa verkeert in een diepe geestelijke crisis. Kerken lopen leeg. Het christelijke geheugen verdwijnt. Huwelijk en gezin zijn broos geworden. Veel jongeren weten nauwelijks nog waarom zij bestaan. Geboortecijfers dalen. Eenzaamheid groeit. Het besef van transcendentie verdwijnt. Te midden daarvan organiseert de Kerk een bijeenkomst en vraagt hoe zij beter kan luisteren. Dat is niet verkeerd. Het is alleen een beetje alsof een dokter aan het bed van een ernstig zieke patiënt een driedaags congres organiseert over de vraag hoe artsen onderling empathischer kunnen communiceren. Heel nuttig wellicht. Maar op een bepaald moment vraagt de patiënt toch: “Dokter, weet u eigenlijk wat mij mankeert?”

Het traditionele katholieke antwoord op de crisis van Europa is buitengewoon eenvoudig: Europa heeft Christus nodig. Niet “christelijke waarden” in abstracte zin. Niet kerkelijke participatiestructuren. Niet nóg een forum waarin de tekenen van de tijd geïnterpreteerd worden.

“Luisteren” was opnieuw een centraal woord in Wels. Maar na 8 jaar synodaal luisteren kan ik nog steeds geen vruchten ontwaren. Er is bovendien iets merkwaardigs aan een kerkelijk proces dat steeds nieuwe processen voortbrengt. Een synode leidt tot een implementatiefase. De implementatiefase leidt tot een roadmap. De roadmap leidt naar een Europese kerkelijke bijeenkomst in 2028. En men begint zich voorzichtig af te vragen of de bestemming van de reis misschien de reis zelf is.  Men laadt inmiddels de verdenking op zich dat men niet weet waarheen de reis leidt. Je hoopt Jeruzalem; ik vrees Emmaus. Dat krijg je als de focus gericht is op open processen, voortdurende dialoog en vragen die vooral niet te snel beantwoord mogen worden. Geen enkele grote hervorming van de Kerk begon ooit met de vraag: “Welke structuren moeten wij veranderen?”, maar: “Hoe word ik heilig?” Een structuur kan men veranderen zonder zelf te veranderen. Maar heiligheid laat die ontsnappingsroute niet toe. Misschien is dat wel de reden waarom wij zo graag over structuren praten. Structuren bekeren zich namelijk veel gemakkelijker dan mensen.

+Rob Mutsaerts

De Kerk in crisis – en hoe wij haar niet moeten redden

De Kerk in crisis – en hoe wij haar niet moeten redden

Twaalf kwesties, ongemakkelijke waarheden en een katholieke weg vooruit

Ik heb goed nieuws voor je en slecht nieuws. Het slechte nieuws is dat de katholieke Kerk zich in een crisis bevindt. Het goede nieuws is dat zij dat al vaker heeft gedaan. Sterker nog: wie de kerkgeschiedenis een beetje kent, krijgt soms de indruk dat crisis een van de weinige werkelijk duurzame katholieke tradities is. We hebben corrupte pausen gehad, wereldse bisschoppen, ketterijen, schisma’s, revoluties, vervolgingen en liturgische commissies. En toch bestaan we nog.

Dat laatste lijkt mij vooral een bewijs voor de goddelijke oorsprong van de Kerk. Een louter menselijke organisatie die zo bestuurd was als de Kerk bij tijd en wijle bestuurd is, zou waarschijnlijk rond de vierde eeuw failliet zijn gegaan. Maar toch, de situatie is ernstig. Niet omdat de Kerk te weinig populair is. Niet omdat haar marktaandeel daalt. Niet omdat zij onvoldoende aansluit bij de moderne consument.

De crisis is ernstig omdat er binnen de Kerk onzekerheid bestaat over precies die zaken waarover zij zekerheid zou moeten bieden: Wat is waar? Wat is zonde? Wat is huwelijk? Wat is priesterschap? Wat is liturgie? Wat is gehoorzaamheid? Wat betekent barmhartigheid? Wat heeft Christus eigenlijk aan zijn Kerk toevertrouwd? En misschien nog fundamenteler: Geloven wij werkelijk nog dat de Kerk iets van Christus heeft ontvangen wat zij zelf niet mag veranderen? Daar ligt de kern.

 

1. De eerste noodzakelijke hervorming: ophouden met doen alsof alles hervormd moet worden

We leven in een cultuur waarin verandering bijna automatisch als verbetering wordt beschouwd. Een telefoon uit 2019 is oud. Een computer uit 2012 is antiek. En daarom denken we onbewust soms dat een geloofsleer uit het jaar 325 dringend een software-update nodig heeft. Maar openbaring is geen iPhone. Het christendom is geen product waarvan ieder jaar een nieuw model moet verschijnen. De taak van de Kerk is niet om voortdurend een nieuwe religie te produceren. Haar taak is: te ontvangen, te bewaren, te verdiepen en te verkondigen wat zij van Christus heeft ontvangen.

Dat betekent niet dat niets mag veranderen. Pastorale methoden kunnen veranderen. Canonieke disciplines kunnen veranderen. Bestuursvormen kunnen veranderen. Liturgische disciplines kunnen veranderen. Maar waarheid kan niet vandaag waar en morgen onwaar zijn.

Een bisschop zou zich bij iedere kerkelijke vernieuwing één eenvoudige vraag moeten stellen: Helpt dit mijn mensen heiliger te worden? Niet: “Is dit innovatief?” Niet: “Is dit inclusief geformuleerd?” Niet: “Kunnen we er een werkgroep voor oprichten?” Maar: Brengt dit mensen dichter bij Christus, de sacramenten en het eeuwige leven? Dat zou heel wat vergaderingen kunnen inkorten. En dat is misschien op zichzelf al een kleine kerkelijke hervorming.

 

2. Synodaliteit: nuttig instrument, slechte regie

Er is niets onkatholieks aan synoden. De Kerk heeft ze eeuwenlang gekend. Wat wel riskant wordt, is wanneer synodaliteit verandert van een methode in een bijna zelfstandig theologisch ideaal. Het christendom begon namelijk niet met: “Waar twee of drie in kringgesprek bijeen zijn, daar ontstaat vanzelf de waarheid.” De apostelen kregen een geloof toevertrouwd. Daarna mochten ze daarover vergaderen. Die volgorde is belangrijk.

Luisteren is uitstekend, maar katholieken moeten soms de onbeleefde vraag durven stellen: Luisteren naar wie? Naar de cultuur? Naar opinieonderzoek? Naar belangengroepen? Naar onszelf? Of naar Christus? Want wanneer de uitkomst van een kerkelijk luisterproces voorspelbaar identiek wordt aan de wensen van de moderne seculiere cultuur, mag men ten minste vragen of we werkelijk naar de Heilige Geest hebben geluisterd of misschien vooral naar de tijdgeest.

De Heilige Geest heeft namelijk één merkwaardige eigenschap: Hij spreekt verrassend vaak in continuïteit met wat Hij de vorige twintig eeuwen heeft gezegd. Zomaar een tip voor mijn broeder-bisschoppen: Gebruik synodaliteit, maar wees bisschop. Een bisschop is niet gekozen om permanent facilitator van groepsprocessen te zijn. Hij is opvolger van de apostelen. Dat betekent: onderwijzen, heiligen, besturen, en soms ook zeggen: “Nee. Dit kunnen wij niet veranderen.” Dat woord “nee” heeft tegenwoordig een slechte reputatie. Maar ouders weten: wie nooit nee zegt, heeft zijn kinderen niet méér lief.

 

3. Herstel het onderscheid tussen barmhartigheid en bevestiging

Niemand heeft behoefte aan een hardvochtige Kerk. Maar evenmin heeft iemand behoefte aan een Kerk die zonde alleen nog durft te benoemen in historische documenten. Christus was oneindig barmhartig. Maar zijn barmhartigheid bestond nooit uit doen alsof bekering overbodig was. Tegen de zondaar zegt Christus: “Kom.” Maar ook: “Volg Mij.” En volgen betekent noodzakelijkerwijs dat we niet precies blijven staan waar we stonden.

Dat lijkt eenvoudig. Maar het is tegenwoordig revolutionair. De pastorale verleiding luidt soms: We willen niemand kwetsen, dus spreken we liever niet meer over zonde. Het probleem is dat dan ook vergeving betekenisloos wordt. Wie nooit ziek is, heeft geen dokter nodig. Wie nooit zondigt, heeft geen Verlosser nodig. En plotseling ontdekken we waarom Christus in zo’n theologisch systeem steeds minder te doen krijgt.

Zomaar een tip voor mijn priester-broeders.  Preek weer eens over: zonde, genade, hemel, hel, biecht, deugd, kuisheid, gebed, offer, bekering. Niet iedere zondag allemaal tegelijk. De gelovigen moeten ook nog op tijd bij de soep komen. Maar laat mensen weten dat het christendom werkelijk ergens over gaat.

 

4. Red de liturgie van zowel experiment als ideologie

De liturgie is een van de gevoeligste kwesties binnen de Kerk. Dat is begrijpelijk. Lex orandi, lex credendi. Zoals wij bidden, zo leren wij geloven. Daarom is de strijd om de liturgie nooit slechts esthetiek. Het gaat uiteindelijk om God.

Een katholieke Mis is niet primair een bijeenkomst waarin de gemeenschap haar verbondenheid viert. Zij is het offer van Christus sacramenteel tegenwoordig gesteld. Het is geen maaltijdviering in de vorm van een offer, maar een offer in de vorm van een maaltijd.  Dat verandert alles. Wanneer dat werkelijk wordt geloofd, volgt vanzelf: eerbied, knielen, stilte, schoonheid, zorgvuldigheid, sacrale muziek, en een priester die niet denkt dat de liturgie verbetert wanneer hij spontaan een grappig verhaaltje opdist. De Heilige Geest heeft veel talenten. Improvisatietheater aan het altaar behoort voor zover ik weet niet tot de zeven gaven.

Zomaar een tip voor mijn broeder-bisschoppen. Beschouw gehechtheid aan de traditionele liturgie niet automatisch als een psychiatrisch probleem. Niet iedere jonge katholiek die van Latijn houdt, is een geheim agent van 1957. Wanneer jonge mensen worden aangetrokken door: gregoriaans, stilte, wierook, knielen, ad orientem, klassieke spiritualiteit, vraag dan niet onmiddellijk: “Wat is hier misgegaan?” Vraag misschien: “Wat zoeken zij hier dat zij elders missen?”

Voor traditionele katholieken. En ook zij moeten ons iets laten zeggen. De traditionele liturgie kan iemand heiligen. Maar een oude ritus maakt iemand niet automatisch heilig. Men kan de meest eerbiedige Mis bijwonen en vervolgens op de parkeerplaats de drie bisschoppen en het volledige Vaticaan vervloeken. Dat is liturgisch wellicht traditioneel, maar geestelijk minder aanbevelenswaardig. Traditie zonder liefde wordt archeologie met temperament.

 

5. Stop met het behandelen van jonge gelovigen alsof zij religieus porselein zijn

Jonge mensen zouden volgens sommige pastorale modellen vooral behoefte hebben aan: lage drempels, weinig eisen, korte vieringen, begrijpelijke teksten, veel inspraak, en vooral niets dat klinkt als een verplichting. Alleen is er één probleem. Dat model lijkt niet geweldig te werken. Veel jonge mensen die het geloof ontdekken zoeken juist iets anders: waarheid, orde, ascese, identiteit, biecht, aanbidding, sacramenten, intellectuele diepgang, en een gemeenschap die iets van hen verlangt.

We hebben jongeren onderschat. We boden hen ranja aan terwijl zij wijn zochten. We gaven hun slogans terwijl zij Thomas van Aquino wilden lezen. We dachten dat gregoriaans hen zou wegjagen. Sommigen van hen downloaden het ondertussen vrijwillig op Spotify.

Een tip voor mijn priesters-broeders:  Durf jongeren volwassen te behandelen. Leer hen de Catechismus. Leer hen bidden. Leer hen vasten. Leer hen waarom de Kerk leert wat zij leert. Bied geen verdund christendom aan. Niemand is ooit gemarteld voor een vaag gevoel van verbondenheid.

 

6. Roepingen: wie vraagt er nog om een offer?

We praten veel over priestertekort. Begrijpelijk. Maar de discussie gaat vervolgens opvallend snel over: fusies, bestuurlijke modellen, lekenvoorgangers, herstructurering, en natuurlijk celibaat. Allemaal bespreekbare zaken. Maar misschien moeten we eerst iets eenvoudigers vragen: Waarom zou een jonge man priester willen worden?

Wanneer hij hoort: je wordt bestuurder van acht parochies, je agenda zit vol vergaderingen, je mag vooral niemand voor het hoofd stoten, en na twintig jaar krijg je misschien een beleidsplan over duurzaam vastgoed, dan is het verbazingwekkend dat er überhaupt nog iemand komt opdagen. Maar zeg tegen hem: Geef je leven aan Christus. Vier dagelijks het offer van de Mis. Vergeef zonden. Doop kinderen. Sta bij stervenden. Verkondig het Evangelie. Word geestelijk vader. Leid zielen naar de eeuwigheid.Dat klinkt plotseling anders.

Zomaar een top voor mijn broeder-bisschoppen.  Zoek geen kandidaten die voornamelijk goed zijn in management. Zoek mannen die bidden. Een middelmatige bestuurder kan geholpen worden door een goede econoom. Een priester die niet bidt, kan door geen managementcursus worden gered.

 

7. De bisschop moet weer vader worden

Een moderne bisschop kan gemakkelijk veranderen in een soort directeur-generaal van religieuze dienstverlening. Hij heeft: vergaderingen, juristen, communicatieadviseurs, vastgoedproblemen, persvragen, personeelszaken, protocollen, commissies. Allemaal noodzakelijk. Maar wanneer zijn priesters hem nauwelijks kennen en zijn gelovigen hem alleen op een kerstkaart zien, is er iets mis.

Een bisschop is primair vader en herder. Hij moet dus zijn priesters kennen. Seminaristen kennen. Parochies bezoeken. Godsdienstonderwijs bewaken. De liturgie beschermen. Misbruik bestrijden. De geloofsleer verkondigen. En zo nu en dan publiek iets zeggen waarvan iedereen onmiddellijk begrijpt: O ja. Deze man gelooft werkelijk dat het katholieke geloof waar is. Dat zou verfrissend zijn.

Ik ben zo vrijpostig een concrete suggestie suggestie aan te reiken. Iedere bisschop zou jaarlijks een aanzienlijk aantal dagen kunnen reserveren waarop hij geen vergaderingen bijwoont, maar: het seminarie bezoekt, priesters individueel spreekt, catechumenen ontmoet, scholen bezoekt, biecht hoort, jongeren ontmoet, en parochies bezoekt. Dat geeft zicht op wat zijn bisdom werkelijk nodig heeft.

 

8. Priesters: wees priester, geen presentator

Een priester hoeft niet de populairste man van de parochie te zijn. Gelukkig maar. De katholieke Kerk zou anders met ernstige personeelsproblemen kampen. Hij hoeft evenmin voortdurend “relevant” te zijn. Zijn relevantie komt niet voort uit zijn persoonlijkheid. Zij komt uit Christus. Wanneer een priester de zieken zalft, is hij relevant. Wanneer hij absolveert, is hij relevant. Wanneer hij de Eucharistie viert, is hij relevant. Wanneer hij een stervende bijstaat, is hij relevanter dan alle praatprogramma’s die die avond worden uitgezonden.

Concrete prioriteiten voor priesters zijn simpel te bedenken. Bid dagelijks trouw het brevier. Reserveer dagelijks stille gebedstijd. Vier de Mis waardig. Bied royaal biechtgelegenheid aan. Wees beschikbaar voor zieken. Geef echte catechese. Preek inhoudelijk. Vermijd liturgische creativiteit. Lees regelmatig theologie. Leef eenvoudig. En wees vaderlijk. Dat laatste is belangrijk. De priester is niet slechts sacramentenfunctionaris. Hij is geestelijk vader.

 

9. Leken: stop met wachten tot Rome alles oplost

Katholieken hebben soms een merkwaardige gewoonte. Wij klagen dat de hiërarchie te veel macht heeft. En vervolgens verwachten we dat de hiërarchie alles oplost. Dat gaat niet samen. Wanneer de cultuur opnieuw geëvangeliseerd moet worden, gebeurt dat voor een groot deel door leken. In gezinnen, scholen, universiteiten, bedrijven, media, kunsten, politiek, wetenschap, buurtgemeenschappen. Althans, dat zou het ideale plaatje zijn. De eerste christenen hadden geen bisschoppenconferentie met een professioneel communicatiebureau. Toch evangeliseerden ze het Romeinse Rijk. Dat zet onze excuses enigszins in perspectief.

Het belangrijkste catecheseprogramma blijft het gezin. Vandaar enkele tips voor ouders. Bid met uw kinderen. Ga met hen naar de Mis. Ga zelf biechten. Praat thuis over geloof. Laat hen heiligen kennen. Leer hen dat zondag werkelijk zondag is.En wees niet verbaasd wanneer een kind niet katholiek wordt nadat het achttien jaar lang heeft gezien dat katholiek-zijn voor zijn ouders nauwelijks verschil maakte.

Katholieke intellectuelen geef ik graag dit mee.  Schrijf. Onderwijs. Debatteer. Sticht. Organiseer. Wees aanwezig in de cultuur. Katholieke orthodoxie mag geen hobby worden voor intellectuelen die uitsluitend met elkaar spreken. Thomas van Aquino schreef niet voor een gesloten WhatsAppgroep.

 

10. Bestrijd de cultuurstrijd zonder zelf cultuurstrijder te worden

Er bestaan reële conflicten tussen katholieke moraal en moderne cultuur. Dat moeten we niet ontkennen. Maar traditionele katholieken lopen soms een eigen gevaar: dat de strijd tegen dwaling langzaam belangrijker wordt dan liefde voor de waarheid. Dat verschil is subtiel maar cruciaal. Men kan uiteindelijk zo veel tijd besteden aan het bestrijden van modernisme dat Christus bijna bijzaak wordt. Men kan dagelijks alles lezen over wat er in Rome misgaat en nauwelijks het Evangelie openen. Men kan de nieuwste ramp in een dicasterie binnen tien minuten op facebook ontvangen en niet weten welke heilige vandaag op de kalender staat.

Dat is geen overwinning van de traditie. Dat is geestelijke afleiding. Een praktische regel Lees meer Augustinus dan kerkelijk Twitter. Lees meer Benedictus XVI dan boze blogs. Bid langer voor je bisschop dan dat je over hem klaagt. Dat laatste is bijzonder moeilijk. Daarom is het waarschijnlijk goed voor de ziel.

 

11. Misbruik: nul romantiek over kerkelijke reputatie

Hier past weinig humor. Misbruik en de doofpotcultuur daaromheen hebben enorme schade veroorzaakt. De traditionele katholiek mag nooit denken dat verdediging van de Kerk betekent dat institutionele reputatie voorrang krijgt boven waarheid en recht. Juist katholieke orthodoxie vereist: rechtvaardigheid, waarheidsliefde, bescherming van kwetsbaren, en verantwoordelijkheid van gezagsdragers. Een bisschop die een misbruiker beschermt om “schandaal te voorkomen” veroorzaakt juist schandaal. De Kerk wordt niet verdedigd door zonde te verbergen. De Kerk wordt verdedigd door zonde te bestrijden.

Oftewel bescherm eerst slachtoffers. Onderzoek serieus. Werk rechtmatig samen met burgerlijke autoriteiten. Wees transparant waar dat verantwoord kan. En besef: de reputatie van de Kerk behoort uiteindelijk Christus toe. Hij kan beter tegen de waarheid dan tegen een leugen.

 

12. Stop met het eeuwige minderwaardigheidscomplex tegenover de moderne wereld

Sinds enkele decennia lijkt een deel van het kerkelijke establishment soms doodsbang dat de moderne wereld ons ouderwets vindt. Maar daarover kunnen we ontspannen zijn. De moderne wereld vindt ons inderdaad ouderwets. Het christendom leert tenslotte: dat kuisheid een deugd is, dat huwelijk objectieve betekenis heeft, dat kinderen geschenken zijn, dat waarheid bestaat, dat lijden betekenis kan krijgen, dat bezit verplichtingen schept, dat vergiffenis belangrijker is dan wraak, dat nederigheid goed is, dat de mens niet zijn eigen schepper is, en dat God uiteindelijk belangrijker is dan autonomie. En ja, ook belangrijker dan de economie.

Dat gaat nooit volledig modieus worden. En dat hoeft ook niet. Het christendom heeft niet tweeduizend jaar overleefd omdat het iedere twintig jaar zijn boodschap herschreef. Het heeft overleefd omdat de boodschap groter bleek dan iedere mode.

 

Wat moet er concreet gebeuren? Laat mij afsluiten met een eenvoudig programma. Niet met weer een nieuwe commissie, maar voor onszelf.

Aan bisschoppen.

1. Verkondig helder de geloofsleer. Niet alleen wanneer er geen controverse bestaat. Juist wanneer zij impopulair is. 2. Vorm goede priesters. Intellectueel orthodox. Geestelijk diep. Menselijk volwassen. Liturgisch gevormd. 3. Geef orthodoxe seminaries prioriteit. Een bisdom zonder roepingen moet niet alleen vragen waarom jongeren niet komen. Het moet ook vragen wat jongeren aantreffen wanneer zij wél komen. 4. Herstel liturgische vrede. Behandel trouwe gelovigen die verlangen naar traditionele liturgie niet als probleemgevallen. 5. Bevorder biecht en aanbidding. De vernieuwing van de Kerk begint niet met management. 6. Bescherm katholiek onderwijs. Een school die katholiek heet maar het katholieke mensbeeld niet meer durft te onderwijzen, heeft voornamelijk een historisch logo. 7. Wees zichtbaar als herder. Ga naar uw mensen toe.

 

Aan priesters

1. Bid. Dat klinkt bijna beledigend eenvoudig. Maar veel crises beginnen precies daar. 2. Vier dagelijks de eucharistie. Vier eerbiedig. De gelovige hoeft bij de Mis niet de persoonlijkheid van de priester te ontmoeten. Hij komt Christus ontmoeten. 3. Preek de volle waarheid. Met liefde. Met intelligentie. Met humor waar dat zinvol is, maar zonder schaamte. 4. Hoor biecht. Verschaf ruime biechtgelegeneid. Nee, aanbellen bij de pastorie valt daar niet onder. 5. Zoek jongeren op. Niet om hip met hen te zijn. Dat is kansloos. Een priester van zestig die probeert te praten als iemand van zestien is een van de sterkste argumenten voor een kloosterlijke gelofte van stilte. Wees vader. Dat is genoeg. 6. Onderhoud priesterlijke broederschap. Een geïsoleerde priester wordt kwetsbaar. 7. Houd van uw mensen. Ook wanneer ze lastig zijn. Vooral dan.

 

Aan leken

1. Word zelf heilig. Dat is lastiger dan boos worden op Rome, maar uiteindelijk veel effectiever. 2. Bouw katholieke gezinnen. 3. Geef uw kinderen echte catechese. 4. Ondersteun goede priesters. Niet door hen op een voetstuk te zetten, maar door hen te helpen priester te blijven. 5. Sticht katholieke initiatieven, scholen, uitgeverijen, studentengroepen, gebedsgroepen, culturele instellingen, goede media.6. Ken uw geloof. Een katholiek die de Catechismus niet kent maar wel dagelijks over kerkelijke politiek discussieert, lijkt een beetje op een voetbalanalist die niet weet of er lucht of zand in een bal zit. 7. Wees vreugdevol. Dit is misschien belangrijker dan we denken. Verbittering bekeert niemand.

Laat ik ook iets zeggen wat voor een traditioneel publiek misschien minder aangenaam is. Traditie kan zelf een ideologie worden. Men kan zo overtuigd raken dat men de waarheid verdedigt, dat men vergeet dat waarheid een Persoon is. We kunnen: gelijk hebben en liefdeloos zijn, orthodox zijn en hoogmoedig, liturgisch correct en geestelijk koud, theologisch scherp en menselijk onuitstaanbaar. Dat zou een nogal merkwaardige overwinning zijn.

De traditionele beweging zal werkelijk vruchtbaar zijn wanneer zij herkenbaar wordt aan: heiligheid, grote gezinnen, roepingen, intellectueel leven, schoonheid, liefdadigheid, vreugde, en missionaire kracht. Niet uitsluitend aan kritiek. Een boom wordt uiteindelijk aan zijn vruchten herkend. Niet aan de scherpte van zijn tweets.

 

Waar begint de werkelijke hervorming?

Misschien niet in Rome. Misschien niet op een synode. Misschien niet bij een bisschoppenconferentie. Misschien begint zij morgenochtend. Wanneer een priester vóór het ontbijt een half uur langer bidt. Wanneer een vader met zijn kinderen de rozenkrans bidt. Wanneer een jongere na tien jaar weer gaat biechten. Wanneer een bisschop besluit een impopulaire waarheid rustig uit te leggen. Wanneer een seminarist kiest voor heiligheid boven carrière. Wanneer een parochie opnieuw Eucharistische aanbidding begint. Wanneer een katholieke docent weigert zijn geloof te reduceren tot vaag humanisme.cWanneer een echtpaar zijn huwelijk werkelijk als roeping leeft. Zo heeft de Kerk zich altijd vernieuwd. Niet in de eerste plaats door programma’s, maar door heiligen.

En dus: geen paniek. We mogen de crisis ernstig nemen. We hoeven haar niet dramatischer te maken dan zij is. Want de toekomst van de Kerk hangt uiteindelijk niet af van de kundigheid van haar bureaucratie. Goddank. Dat is misschien de meest troostrijke leerstelling van deze Peper.

Christus heeft niet gezegd: “Gij zijt Petrus, en op deze rots zal Ik mijn strategisch meerjarenplan bouwen.” Hij zei: “Ik zal mijn Kerk bouwen.” Dat neemt onze verantwoordelijkheid niet weg. Het zet haar op haar plaats. We hoeven de Kerk niet opnieuw uit te vinden. We hoeven haar ook niet te redden alsof Christus na zijn Hemelvaart vergeten is hoe zijn eigen Kerk werkt. Wij moeten iets eenvoudigers doen: Het geloof bewaren. De waarheid spreken. De sacramenten ontvangen. Onze kinderen opvoeden. De armen dienen. Priesters vormen. Roepingen bevorderen. De liturgie waardig vieren. Onze vijanden liefhebben. En Christus méér liefhebben dan onze eigen kerkelijke partij. Dat laatste kan nog het moeilijkste zijn. Want uiteindelijk bestaan er geen traditionele heiligen en progressieve heiligen. Er bestaan alleen heiligen.

En misschien is dat precies de hervorming die de Kerk nu nodig heeft. Niet nog een nieuw katholiek programma. Maar opnieuw katholieken die het Evangelie zo ernstig nemen dat andere mensen zich beginnen af te vragen: “Wat hebben zij gevonden dat wij missen?” Wanneer die vraag opnieuw wordt gesteld, begint de nieuwe evangelisatie werkelijk. En misschien ontdekt de Kerk dan iets wat zij in haar beste momenten altijd al wist: dat de wereld niet wordt bekeerd doordat wij steeds meer op haar lijken. Maar doordat zij in ons iets van Christus ziet.

 

+Rob Mutsaerts