De terugkeer naar de doopvont
Waarom jonge mensen — en opvallend vaak jonge mannen — katholiek willen worden
Wie enkele
decennia geleden voorspeld zou hebben dat Europese parochies zich opnieuw
moesten voorbereiden op groepen volwassen dopelingen, zou waarschijnlijk voor
een onverbeterlijke optimist zijn gehouden. Het kerkelijke verhaal in
West-Europa leek immers vast te staan: vergrijzing, leegloop, parochiefusies,
afnemende kennis van het christendom en een gestage verdwijning van religie uit
het openbare leven. Het geloof zou hooguit als cultureel erfgoed overblijven,
zoals een oude kathedraal die men nog bewondert, maar waarin men niet langer
knielt.
Toch doet zich
de laatste jaren iets merkwaardigs voor. In Nederland, Frankrijk, Engeland en
andere westerse landen melden katholieke parochies een groeiend aantal jongeren
en volwassenen dat zich op het doopsel voorbereidt of in de Kerk wil worden
opgenomen. De vraag blijft: wat zoeken zij?
Een generatie zonder religieuze bagage
Een eerste
verklaring is paradoxaal. Jongeren komen naar de Kerk omdat zij nauwelijks meer
door het christendom zijn gevormd. De generatie van hun grootouders zijn de
kerkverlatersgeneratie. De jongeren erven de leegte die erna is ontstaan. Zij
zijn opgegroeid in een samenleving die hun veel keuzemogelijkheden biedt, maar
nauwelijks antwoord geeft op de vraag waarvoor zij moeten kiezen. Zij horen dat
zij zichzelf mogen zijn, moeten hun identiteit ontdekken, vormgeven en
voortdurend presenteren, maar beschikken niet over een gezamenlijk verhaal
waarin hun leven is opgenomen.
Het gevolg is
kennelijk niet de bevrijding die beloofd werd, maar vermoeidheid. Wie zijn
identiteit helemaal zelf moet uitzoeken, maar niets meekrijgt dat richting
geeft, loopt doelloos rond. De mens wordt zijn eigen schepper, rechter,
reclamemaker en therapeut. Het christendom zegt daarentegen: je hoeft jezelf niet
uit het niets te scheppen. Je bent geschapen, gekend en geroepen. Je leven
begint niet bij jouw keuze voor jezelf, maar bij Gods keuze voor jou. Het
doopsel is de sacramentele uitdrukking daarvan. De dopeling geeft zichzelf niet
een nieuwe identiteit, maar ontvangt haar. Juist in een cultuur waarin bijna
alles wordt voorgesteld als een zelfgekozen constructie, kan dat buitengewoon
bevrijdend zijn.
De honger naar werkelijkheid
Veel jongeren
leven een aanzienlijk deel van hun bestaan via schermen. Vriendschap,
amusement, politiek, seksualiteit en zelfs zelfbeeld worden bemiddeld door
digitale platforms. Zij beschikken over meer beelden en informatie dan welke
generatie ook, maar niet noodzakelijk over meer ervaring van de werkelijkheid. De
katholieke liturgie spreekt niet alleen tot het verstand. Zij gebruikt water,
olie, brood, wijn, vuur, wierook, aanraking, gebaren, stilte en zang. Het
katholicisme is lichamelijk en tastbaar. Het doopwater is geen gedachte over
reiniging, maar werkelijk water dat over het lichaam wordt uitgegoten. De
eucharistie is niet alleen een herinnering, maar de werkelijke tegenwoordigheid
van Christus. Jongeren die hun dagen doorbrengen tussen vluchtige beelden,
berichten en meningen, kunnen in een kerkgebouw voor het eerst iets ontmoeten
dat zich niet onmiddellijk aan hen aanpast.
Een verlangen naar het heilige
Sinds de jaren
zestig hebben veel parochies geprobeerd de afstand tussen Kerk en moderne mens
te verkleinen. De taal werd alledaagser, de muziek herkenbaarder en de liturgie
informeler. Daarvoor bestonden begrijpelijke pastorale redenen. Men wilde laten
zien dat het geloof niet vreemd of wereldvreemd hoefde te zijn. Maar een
onbedoeld gevolg was dat de Kerk steeds meer ging lijken op de wereld waarvan
jongeren al genoeg bezitten. Wanneer een kerkdienst klinkt als middelmatige
popmuziek, een preek als een praatprogramma en een kerkgebouw eruit ziet als
een vergaderzaal, rijst de vraag waarom men op zondagochtend uit zijn bed zou
moeten komen.
Juist jonge
bekeerlingen zijn gevoelig voor sacraliteit, stilte, duidelijke symboliek,
klassieke gebeden en traditionele liturgie. Zij zoeken niet noodzakelijk een
Kerk die hun dagelijkse leefwereld imiteert, maar een Kerk die een deur opent
naar een andere werkelijkheid. Dat betekent niet dat iedere jonge dopeling naar
de Latijnse mis verlangt of liturgisch traditionalist is. Wel blijkt dat zij
behoefte hebben aan een religie die werkelijk religieus durft te zijn. Zij
willen niet uitsluitend horen dat zij welkom zijn - hoe belangrijk dat ook is -
maar vooral waarom zij welkom zijn, bij Wie zij welkom zijn en waartoe zij
geroepen worden. Het heilige trekt aan omdat het niet door ons gemaakt is. Het
herinnert de mens eraan dat er iets bestaat waarvoor hij mag knielen.
Waarom juist jonge mannen?
De bijzondere
belangstelling van jonge mannen - zij zijn oververtegenwoordigd - vraagt om een
verklaring. Jonge mannen - veelal tussen de 15 en 25 jaar oud - lijken in de
moderne samenleving op verschillende terreinen richting te missen. Een
aanzienlijk deel presteert minder goed in het onderwijs, stelt duurzame
relaties uit, heeft moeite een stabiele sociale rol te vinden en brengt veel
tijd online door. Traditionele verwachtingen rond mannelijkheid zijn
bekritiseerd. Maar vaak is verzuimd daarvoor een positieve visie op volwassen
mannelijkheid in de plaats te stellen.
Jongens horen
geregeld wat zij niet moeten zijn: niet dominant, niet agressief, niet
ongevoelig, niet bevoorrecht. Veel minder duidelijk horen zij wat zij wél zouden kunnen worden. Wat is kracht?
Waarvoor dient moed? Wat maakt zelfbeheersing zinvol? Wanneer wordt opoffering
vruchtbaar? Waarvoor zou een man verantwoordelijkheid moeten dragen. Het
christendom bezit op deze vragen een krachtige, zij het veeleisende taal. Het
stelt mannelijkheid niet gelijk aan overheersing, maar aan dienstbaarheid.
Christus overwint niet door zijn vijanden te vernietigen, maar door zichzelf te
geven. Zijn koningschap bereikt zijn hoogtepunt aan het kruis. Ook de heiligen
bieden uiteenlopende beelden van mannelijkheid: Jozef als stille beschermer;
Petrus als impulsieve man die moet leren liefhebben; Franciscus als radicaal
arme; Thomas van Aquino als intellectueel; Ignatius als soldaat die zijn
strijdlust aan God onderwerpt; Maximiliaan Kolbe als priester die zijn leven
geeft voor een huisvader. Hier wordt mannelijkheid niet afgeschaft, maar
bekeerd.
Voor jonge
mannen die slechts kunnen kiezen tussen agressieve internetmannelijkheid en een
vaag ideaal van permanente zachtheid kan dit aantrekkelijk zijn. De
christelijke deugd bestaat niet uit zwakte, maar uit beheerste kracht: moed
zonder wreedheid, gezag zonder tirannie, kuisheid zonder verachting van het
lichaam en nederigheid zonder zelfhaat.
De aantrekkingskracht van discipline
De katholieke
levenswijze vraagt concrete dingen: op zondag naar de mis gaan, dagelijks
bidden, vasten, biechten, vergeven, de seksuele moraal ernstig nemen, werken
van barmhartigheid verrichten en trouw blijven wanneer het gevoel verdwijnt. Dat
klinkt in moderne oren misschien onaantrekkelijk. Toch is juist de eis een deel
van de aantrekkingskracht. Een cultuur van eindeloze keuze leidt niet vanzelf
tot sterke mensen. Zij kan ook besluiteloosheid, verveling en verslaving
voortbrengen. Veel jongeren ontdekken inmiddels dat vrijheid zonder grenzen
gemakkelijk onvrijheid wordt. De populariteit van sportscholen, duursporten,
koude douches, zelfdisciplineprogramma’s en digitale onthouding laat zien dat
jonge mensen soms juist naar grenzen verlangen. Zij willen ondervinden dat zij
een moeilijk doel kunnen dienen.
De Kerk biedt
geen discipline als zelfoptimalisatie, maar als ascese: oefening in vrijheid
ter wille van de liefde. Vasten is niet bedoeld om zich superieur te voelen,
maar om te leren dat verlangens niet de baas hoeven te zijn. Kuisheid is niet
de ontkenning van seksualiteit, maar de ordening ervan. De biecht vraagt de
ongebruikelijke moed om het eigen kwaad bij naam te noemen. De mis vraagt
trouw, ook wanneer er emotioneel weinig gebeurt. Dit kan jonge mannen
aanspreken omdat het geloof hun iets te doen geeft, iets van hen vraagt. Het
katholieke leven is niet uitsluitend een innerlijk gevoel of een verzameling
meningen. Het is een weg, met oefeningen, misstappen, vergeving en groei.
Daarbij
schuilt uiteraard ook een gevaar. Discipline kan worden losgemaakt van genade.
Dan wordt het geloof een religieuze vorm van spierballentaal, een programma
waarmee men zichzelf en anderen beoordeelt. Christelijke ascese is echter geen
poging om op eigen kracht volmaakt te worden. Zij begint met ontvangen genade.
Niet de succesvolle atleet, maar de zondaar die zich laat redden, staat in het
middelpunt.
Een protest tegen de vrijblijvendheid
De katholieke
Kerk spreekt over waarheid. Zij zegt niet alleen dat het geloof “voor mij betekenisvol” kan zijn, maar
dat God werkelijk bestaat, Christus werkelijk uit de dood is opgestaan en de
mens werkelijk tot eeuwig leven is bestemd. In een relativistische cultuur kan
zo’n
aanspraak aanvankelijk arrogant lijken, maar zij kan ook een opluchting zijn.
Wie voortdurend hoort dat iedereen zijn eigen waarheid bezit, kan uiteindelijk
gaan vermoeden dat niemand nog weet wat waarheid is.
Vooral
intellectueel ingestelde jongeren ontdekken het katholicisme via internet,
podcasts, debatten, apologetiek en filosofie. Zij ontmoeten Augustinus, Thomas
van Aquino, John Henry Newman, G.K. Chesterton, C.S. Lewis of Joseph Ratzinger.
Zij ontdekken dat het geloof niet uitsluitend een emotionele troost of
familiegebruik is, maar een samenhangende visie op werkelijkheid, kennis,
moraal, schoonheid en menselijke bestemming. De katholieke intellectuele
traditie biedt hun het gevoel een groot huis binnen te gaan. In dat huis is al
tweeduizend jaar nagedacht over vrijheid, kwaad, rechtvaardigheid, oorlog,
seksualiteit, economie, kunst, wetenschap en dood. Men hoeft er niet bij de
eigen gevoelens te beginnen.
Voor jonge
mannen kan ook het apologetische element aantrekkelijk zijn: argumenten
bestuderen, bezwaren onderzoeken, posities verdedigen. Toch ligt ook hier een
risico. Het geloof kan veranderen in een online debatclub waarin winnen
belangrijker wordt dan heilig worden. De waarheid van het katholicisme wordt
niet alleen verdedigd door sluitende redeneringen, maar vooral zichtbaar in
liefde, nederigheid en heiligheid.
Corona
De
coronaperiode heeft voor veel jongeren een vormende rol gespeeld. Juist in de
jaren waarin zij zelfstandig hadden moeten worden, werden sociale contacten
onderbroken en toekomstverwachtingen onzeker. De dood, die in de
consumptiecultuur gewoonlijk buiten beeld blijft, trad plotseling de huiskamer
binnen. Tegelijk bleek hoe kwetsbaar instituties, economieën en persoonlijke
plannen zijn. Een crisis maakt mensen niet automatisch religieus. Zij kan ook
verbitteren of verdoven. Maar zij kan wel vragen losmaken die in welvarende
tijden gemakkelijk worden onderdrukt. Wat blijft er over wanneer plannen
wegvallen? Wie ben ik wanneer prestaties mij niet redden? Wat betekent de dood?
Kan lijden zin hebben? Is liefde sterker dan verlies?
Het
katholicisme biedt geen eenvoudige verklaring waarmee ieder lijden wordt
opgelost. Het stelt een gekruisigde God centraal. God bekijkt het lijden niet
op veilige afstand, maar treedt erin binnen. Voor iemand die pijn of verlies
heeft meegemaakt, kan dit overtuigender zijn dan een levensbeschouwing waarin
lijden slechts als storing of zinloos ongeluk verschijnt.
Sociale media als nieuwe poort naar Rome
De
secularisering heeft de traditionele overdracht van geloof verzwakt, maar het
internet heeft een nieuwe vorm van overdracht mogelijk gemaakt. Je kunt daar
een video tegenkomen over de historische betrouwbaarheid van de evangeliën, de
eucharistie, de kerkvaders of de rozenkrans. Daarna volgt vaak een keten van
zoektochten: van een korte video naar een lange podcast, van een podcast naar
een boek, van een boek naar een kerk.
Sociale media
maken katholieke werelden zichtbaar die in de mainstream media geheel afwezig
zijn. Een jongere uit een ontkerkelijkte Nederlandse omgeving kan online
kloosterlingen, priesters, katholieke wetenschappers, grote gezinnen, pelgrims
en leeftijdgenoten ontmoeten. Hij ontdekt dat geloof niet alleen iets is van
zijn grootmoeder of van een verre historie. De Kerk mag blij zijn wanneer een
jongeren online belangstelling voor het geloof krijgt.
Een gezonde
parochie kan iets bieden wat zeldzaam is geworden: een gemeenschap van
verschillende leeftijden. De jongere ontmoet er kinderen, ouders,
alleenstaanden, ouderen, priesters en religieuzen. Hij wordt opgenomen in een
verband dat niet uitsluitend op smaak, leeftijd, opleiding of politieke
overtuiging berust. Overigens blijken parochies waar deze nieuwe katholieken
naar toe trekken, niet de parochies te zijn die gerund worden op
managementachtige wijze en voortbouwen op rapporten en synodale
discussiegroepen. De parochies die ik ken waar de jongeren naar toetrekken,
zijn doorgaans daar waar men dagelijks eucharistie viert, gelegenheid tot
aanbidding is, biechtgelegenheid en aandacht voor katechese voor jong en oud,
en waar jongeren werkelijk gekend en begeleid worden.
Een reactie tegen het culturele establishment
Voor vroegere
generaties was de seksuele revolutie een rebellie tegen gevestigde normen. Voor
een deel van de huidige jeugd zijn juist die revolutionaire opvattingen het
establishment geworden. Zij worden uitgedragen door onderwijs, media, reclame
en populaire cultuur. Wie zich vandaag wil onderscheiden, kiest daarom niet
noodzakelijk voor verdere bevrijding, maar soms voor grens, traditie en
onthouding. Katholiek worden kan zo ook een vorm van culturele tegendraadsheid
krijgen. De jonge gelovige weigert de veronderstelling dat vooruitgang altijd
bestaat uit het loslaten van oudere normen. Hij vermoedt dat niet iedere grens
een beperking is, en niet ieder verlangen nagestreefd hoeft te worden.
Dit verklaart
mede waarom de katholieke seksuele moraal sommige jongeren fascineert. Zij
ervaren hoe de commerciële cultuur seksualiteit overal gebruikt en tegelijk
werkelijke intimiteit ondermijnt. Pornografie, vluchtige contacten en
datingapps beloven vrijheid, maar kunnen eenzaamheid, verslaving en onvermogen
tot binding veroorzaken. De katholieke leer stelt daar een hoge visie
tegenover: het lichaam heeft betekenis; seksualiteit behoort tot een verbond;
verlangen moet worden gevormd; liefde is iets anders dan lust, liefde is
vruchtbaar, vraagt trouw en de bereidheid offers te brengen. Dat ideaal is
moeilijk, maar juist daarom kan het geloofwaardig overkomen. Het christelijke
nee tegen bandeloze seks heeft alleen betekenis binnen een groter ja: ja tegen
de waardigheid van het lichaam, ja tegen trouwe liefde, ja tegen de
mogelijkheid opnieuw te beginnen.
Het verlangen naar een groot verhaal
Misschien ligt
de diepste verklaring in de behoefte deel uit te maken van een verhaal dat
groter is dan het eigen leven. De moderne cultuur bezit veel informatie, maar
weinig bestemming. Zij kan uitvoerig beschrijven hoe de mens biologisch is
ontstaan, maar aarzelt wanneer gevraagd wordt waartoe hij bestaat. Zij kan het
leven verlengen, veraangenamen en vermaken, maar niet vanzelf zeggen waarom het
geleefd moet worden.
Het
christendom vertelt een omvattend verhaal: schepping, zondeval, verbond,
menswording, kruis, verrijzenis, Kerk, oordeel en eeuwig leven. De individuele
mens wordt daarin niet opgelost, maar juist aangesproken. Zijn keuzes hebben
eeuwigheidsgewicht. Zijn lijden is niet onzichtbaar. Zijn zonden zijn ernstig,
maar kunnen worden vergeven. Zijn lichaam is bestemd voor de verrijzenis. Het
doopsel is de toegang tot dat verhaal. De dopeling sterft en verrijst
symbolisch met Christus. Hij ontvangt een naam, een gemeenschap en een
bestemming. Hij wordt niet alleen lid van een organisatie, maar volgens het
katholieke geloof een nieuw schepsel.
Voor een
generatie die vaak wordt verteld dat zij slechts een toevallig product van
blinde processen is, kan deze boodschap een openbaring zijn: je bent gewild; je
leven heeft een doel; goed en kwaad zijn werkelijk; liefde is sterker dan de
dood.
Geen massale herkristianisering — wel een werkelijk teken
Men moet het
verschijnsel niet overdrijven. Europa staat niet op het punt weer massaal
katholiek te worden. Het aantal volwassen dopelingen blijft klein in
vergelijking met de miljoenen die niet kerkelijk betrokken zijn. De stijging
van volwassen toetredingen compenseert evenmin automatisch de afname van
kinderdoop, kerkbezoek en katholieke socialisatie. Ook zal niet iedere dopeling
duurzaam kerkelijk actief blijven. Toch zou het even onverstandig zijn om de
nieuwe belangstelling weg te verklaren. Achter ieder getal staat iemand die
lessen heeft gevolgd, zijn leven heeft onderzocht en publiekelijk om het
doopsel heeft gevraagd. Dat is geen vrijblijvende culturele nieuwsgierigheid.
In een samenleving waarin kerkelijke deelname weinig sociaal voordeel oplevert,
is zo’n
stap juist opmerkelijk.
Het
verschijnsel is daarom misschien geen massale revival, maar wel een teken van
een nieuwe fase. Het christendom wordt in Europa steeds minder een geërfde
achtergrond en steeds meer een bewuste keuze. De volkskerk krimpt, maar binnen
die krimp kan een kleinere, overtuigder en missionairder Kerk ontstaan. De
toekomstige katholiek zal minder vaak zeggen: “Ik
ben katholiek omdat mijn familie dat nu eenmaal is.” Hij zal vaker moeten
zeggen: “Ik
ben katholiek omdat ik geloof dat het waar is.”
Wat de Kerk hiermee moet doen
De grootste
fout zou zijn wanneer de Kerk deze jongeren lokt met iets anders dan wat zij
werkelijk bezit. Wie komt voor Christus, moet geen verwaterde religieuze
welzijnstaal ontvangen. Wie verlangt naar waarheid, moet niet worden
afgescheept met de mededeling dat iedere mening even geldig is. Wie zoekt naar
heiligheid, moet liturgie ontmoeten die niet om de celebrant maar om God
draait. Jongeren hebben de volle katholieke traditie nodig: waarheid én barmhartigheid, leer én gebed, liturgie
én naastenliefde, persoonlijke moraal én sociale gerechtigheid.
Het succes van
het catechumenaat mag uiteindelijk niet worden gemeten aan het aantal
dopelingen tijdens één
indrukwekkende Paaswake. De ware vraag luidt hoe zij vijf, tien of twintig jaar
later leven. Hebben zij leren bidden? Hebben zij vriendschappen in de parochie
gevonden? Zijn zij gegroeid in liefde? Hebben zij Christus leren herkennen in
de eucharistie én
in de arme? De Kerk moet niet alleen een doopvont aanbieden, maar een thuis.
Jarenlang
heeft men aangenomen dat jongeren de Kerk verlieten omdat het geloof te
veeleisend, te mysterieus en te anders was. Het zou kunnen dat sommigen nu
juist terugkeren omdat het veeleisend, mysterieus en anders is.
+Rob Mutsaerts