Bijbel: sprookje of geschiedenis.

Is de Bijbel een verhaal met een moraal? Of is er meer en stoelt het historische feiten? Is het een sprookje of het historisch? Hoort het in de boekwinkel thuis in het schap met de sprookjesverhalen, of bij de afdeling Geschiedenis?

Bisschop Rob Mutsaerts legt het uit aan jongeren:




Beste Hugo

Beste Hugo,

Er zijn mensen die vinden 'hoezo, we doen het voor de zorg’? Had die zorg dan niet afgeschaald maar uitgebreid, je had 100 miljard te besteden.

Er zijn mensen die geloven in de kracht van hun eigen lichaam, niet in een jaarlijkse kunstmatige afweer de rest van hun leven.

Er zijn mensen die serieus namen, wat je in november aan de Tweede Kamer schreef: 'genetisch, niet op lange termijn getest, een risico'.

Er zijn mensen die medicijnen weigeren die zijn getest op HEK-293, de cellijn afkomstig van een 18 weken oud geaborteerd kind.

Er zijn mensen die zeggen: dat permanente testen, dat is mensonterend. Ik ben niet ziek, als ik ziek ben blijf ik thuis. Vertrouw me, ik hoef je niet te bewijzen dat ik gezond ben.

Er zijn mensen wiens reden niemand kent, ze hielden hem voor zichzelf, vertrouwend op hun grondrechten, lichamelijke integriteit, privacy.

Het gáát er niet om, Hugo, of deze mensen gelijk of ongelijk hebben. Het gaat er om of we in een land willen leven waarin we deze mensen, die in een van jouw overtuiging afwijkende werkelijkheid willen leven, wel of niet uitsluiten, discrimineren en stigmatiseren, door een deel van het - zo doodnormale - leven voor ze te sluiten: koor, feest, restaurant.

Willen we dat Hugo?

(Ingezonden)

Red de wereld in je eigen tijd.

Wat zou de rol van universiteiten moeten zijn? Om een goed moreel karakter te bevorderen? Om een einde te maken aan racisme, seksisme, economische onderdrukking, en andere sociale kwalen? Om diversiteit en democratie te bevorderen en verantwoordelijke burgers voort te brengen? In zijn boek ‘Save the World On Your Own Time’ betoogt Stanley Fish dat, hoe lovenswaardig deze doelen ook mogen zijn, er slechts één juiste taak is weggelegd voor de academische wereld: het bevorderen van kennis en het toerusten van studenten om zelf kennis te verwerven. Punt. Wanneer docenten zichzelf opwerpen als moralisten, politieke activisten, of pleitbezorgers van maatschappelijke verandering in plaats van als erkende experts in een bepaald onderwerp en de methoden die gebruikt worden om het te analyseren, schieten ze tekort in hun taak.

En toch is het schering en inslag dat professoren hun politieke opvattingen in de collegezaal uitventen en proberen zij de politieke opvattingen van hun studenten te beïnvloeden. Degenen die dit doen beroepen zich vaak op academische vrijheid, maar - zegt Fish - academische vrijheid is niet de vrijheid om te doen wat in de geest van de professor opkomt. De enige verplichting van een professor is "om het materiaal in de syllabus te presenteren en studenten kennis te laten maken met de modernste analysemethoden. Niet om politiek te bedrijven, maar om het te bestuderen; niet om te bekeren voor of tegen religieuze doctrines, maar om ze te beschrijven; niet om Intelligent Design te promoten of te veroordelen, maar om uit te leggen wat het is en de aantrekkingskracht ervan te analyseren”.

Fish heeft gelijk. Red de wereld in je vrije tijd, maar niet als je als leraar voor de klas staat. Daar moet je de leerlingen leren lezen, schrijven en rekenen, niet het partijprogramma van jouw voorkeur promoten. Red de wereld in je vrije tijd, maar niet door vrijdag niet naar school te gaan. Nee, Greta, naar school gaan is je plicht, en je moet er gewoon leren wat er op het lesprogramma staat. Ja, je kunt spijbelen, dat is van alle tijden, maar claim niet het recht om te staken. Red de wereld in je eigen tijd. Op zaterdag bijvoorbeeld. Maar ja, dan breng je waarschijnlijk een stuk minder medestanders op de been.

Red de wereld in je vrije tijd, maar niet wanneer je als professor voor je studenten staat in een hoorcollege op de universiteit. Colleges zijn er niet niet om politieke correctheid te bepleiten, maar om kennis en inzicht te verwerven. Dat geldt ook voor studenten. Een universiteit is geen democratie en als student ben je geen klant die koning is. Activisme doe je maar in je eigen tijd. Als professor kun je politieke standpunten bespreken, maar geen partij kiezen.

Red de wereld in je vrije tijd, maar niet wanneer je een journalist bent die feiten verzamelt en er verslagen van maakt. Niets is tragischer dan de journalist die de ideologische activist uithangt, die informatie niet langer scheidt van opinie. Dat doe je maar op je eigen blogje, maar niet in de krant. Als journalist moet je niet emotioneel betrokken raken bij de goede zaak, maar feitelijk verslag uitbrengen over de meestal slechte wereld.

Red de wereld in je eigen tijd, maar niet als je zanger bent van U2, en zeker niet tijdens concerten. Je faalt in je roeping als je je talent en gezag misbruikt om te pleiten voor Seawatch. Ik kom voor de muziek, maar niet voor je mening. Red de wereld in je vrije tijd, maar niet als je pastoor bent in de preek van de zondagmis, of als je paus bent op bezoek bij het World Economic Forum. Dan moet je het evangelie verkondigen, bekommerd zijn om de zielenrust van de mensen die aan je zijn toevertrouwd.

Doe je werk. Dan kun je de wereld redden.

Ethics?

A professor in a world-acclaimed medical school posed this medical situation and ethical issue to his students:

"Here's the family history: The father has syphilis. The mother has Tuberculosis. They already have four children. The first is blind. The second has died. The third is deaf. The fourth has Tuberculosis. Now the mother is pregnant again. The parents come to you for advice. They are willing to have an abortion, if you decide they should. What do you say?"

The students gave various individual opinions, and then the professor asked them to break into small groups for "consultation." All of the groups came back to report that they would recommend abortion.

"Congratulations," the professor said, "You have just killed Beethoven”

Genadeloos

Het moment dat Mozes de 10 geboden ontvangt is niet alleen bepalend geweest voor het volk Israël, maar eveneens een mijlpaal voor de menselijke beschaving. De geboden zijn letterlijk in steen gebeiteld. De twee stenen tafelen waarin ze vereeuwigd werden vormen hét kompas om mensen door het leven te leiden, om koers te varen naar de haven, het einddoel waartoe de mens geschapen is. Zonder kompas blijf je doelloos ronddobberen, vertwijfeld turend naar de horizon, maar geen idee hebbend wat te doen met je leven.

De 10 geboden geven aan wat goed is, en wat niet, wat kwaad is. De 10 geboden hebben het geweten gevormd van de 12 stammen van Israël, en uiteindelijk van de hele christelijke beschaving. Het heeft de identiteit verschaft aan het uitverkoren volk en de christelijke beschaving. Het goede doet je richting haven varen, het kwade tot afdwaling. Vandaar de aansporing: doe het goede, vermijd het kwade.

De eerste drie geboden hebben met God van doen, de overige zeven met de medemens: eert God, heb zorg voor je naaste. Er is een verband tussen de eerste drie en de laatste zeven. Als je de eerste drie veronachtzaamd, gaan de laatste zeven schuiven. Kijk naar de geschiedenis. Laat God buiten beschouwing, dan gebeurt er steevast het volgende: verlies van rechten, inperking van vrijheid, en verlies van menselijke waardigheid. Zelfs voorchristelijke grootheden als Plato, Aristoteles en Cicero meenden dat vrijheid, rechten en waardigheid maar voor een kleine bevoorrechte groep mensen - aristocraten, geleerden - was weggelegd. De rest moest maar doen wat hun gezegd werd. Slavernij was in hun ogen een normale zaak. Kinderen die met een handicap geboren werden liet je aan hun lot over. Kijk eens naar de 20e eeuw, naar Stalin, Hitler, Mao, Pol Pot. Deze goddeloze regimes maakten miljoenen slachtoffers. Kijk naar de Franse Revolutie die God dood verklaarde. Vrijheid, gelijkheid en broederschap golden niet voor degenen op wie de revolutionairen het gemunt hadden. Hun koppen rolden. “Alle dieren zijn gelijk, maar sommige dieren zijn meer gelijk dan anderen”, aldus een befaamde uitspraak van George Orwell (Animal Farm). Daar waar God uit beeld verdwijnt, verdampen ook de mensenrechten. Ze gelden niet meer voor iedereen.

Hoe je leeft heeft wel degelijk te maken met wat je gelooft. De veel gehoorde kreet ‘het maakt niet uit wat je gelooft, als je maar goed bent’ blijkt een valse uitspraak te zijn. Zonder hun geloof in God zouden St. Franciscus, Peerke Donders, pater Damiaan en Moeder Teresa niet gedaan hebben wat ze gedaan hebben. Het is niet voor niets dat men zich verbaasde over de eerste christenen. Zij hadden zorg voor armen, weduwen, voor vreemdelingen. Dat was helemaal nieuw, dat kende men niet. Waarom zou je je bekommeren om vreemdelingen? Die liet je gewoon aan hun lot over, die moesten hun eigen boontjes maar doppen.

Al voordat God de 10 geboden aan Mozes had gegeven, lezen we een andere schokkende passage in de bijbel. Als Kain zijn broer Abel gedood heeft, vraagt God: Waar is je broer? Kain antwoordt onverschillig: Ben ik mijn broeders hoeder? Het schokkende antwoord luidde: Ja! Nogmaals, in de Romeinse tijd verbaasde men zich over de christenen. Waarom bekommeren zij zich over anderen die helemaal geen familie zijn, niet tot hun stam behoren en zelfs vijandig tegenover hen staan? Het heeft alles te maken met Christus, met hun geloof in God, geloof in een transcendente God, God die ons oproept tot een goddelijk leven, tot zorg voor elkaar.

Onze seculiere tijd heeft niets met de eerste drie geboden (die betrekking hebben op God) en kan zich wel in meerdere of mindere mate vinden in de overige geboden. Inderdaad, in meer of mindere mate, want je ziet zaken verschuiven. ‘Gij zult niet doden’, maar we maken graag een uitzondering voor het ongeboren kind of voor de kwetsbare oudere, om maar een voorbeeld te noemen. Als God uit beeld is verdwenen, is ook het ijkpunt uit beeld verdwenen. De toevallige meerderheid in het parlement beslist dan wat goed en kwaad is, wat geoorloofd is en wat niet. En bij een volgend parlement is wat nu ondeugdelijk is ineens geen kwaad meer. We zijn het besef verloren dat moraal, dat goed en kwaad, geen uitvinding is van mensen, maar iets dat ons gegeven is, wat we ontdekt hebben. Zoals de zwaartekracht geen uitvinding van mensen is, maar een ontdekking van hoe de werkelijkheid in elkaar steekt. Zoals ook wiskunde geen uitvinding is van geleerden; geleerden hebben ontdekt dat twee plus drie vijf is, onafhankelijk van hoeveel mensen dit accepteren of afwijzen.

Ondanks spectaculaire vooruitgang op gebied van wetenschap en techniek gaat de moraal er bepaald niet op vooruit. Een typisch christelijk aspect is de zorg voor de gemeenschap, voor de ander die in de problemen zit. Waar christendom verdwijnt, viert het individualisme hoogtij. Dan bepaalt ook ieder voor zich wat goed en kwaad is, want er zijn geen gemeenschappelijke waarden meer. Ai ai ai, dan komt de een tegenóver de ander te staan, daar gaat het goed mis.

De mens is altijd al immoreel geweest. Het begin al met Kain en Abel, en het hield nooit meer op. Kijk naar geschiedenisboeken tot op de dag van vandaag toe. Maar er was wel één ding: ze wisten dat het niet goed was. En dat is dan weer wel goed. Dan is er kans op inkeer, op verbetering. Maar in een tijd als de onze waar iedereen zélf wel uitmaakt wat goed en kwaad is, waar er geen ijkpunt meer is, geen maatstaf die voor iedereen geldt, dan zijn we een stuk slechter af.

En dan nog iets: daar waar God uit beeld is verdwenen, is ook geen plaats meer voor vergeving. Vergeving is een typisch christelijk begrip. Als je zelf om vergeving vraagt omdat je beseft dat je tekortgeschoten bent, dat maakt je milder voor andermans tekortkomingen. Ik merk dat in onze seculiere wereld geen plaats meer is voor vergeving. Wat blijft er dan over: de beschuldigende vinger. Martin Luther King vroeg destijds aandacht voor ongerechtigheid, voor rassendiscriminatie. Maar hij vroeg ook nadrukkelijk aandacht voor vergeving. Dat is het verschil met de Black Lives Matter beweging. Daar is geen plaats voor vergeving, maar alleen voor schuld.  Als onrecht begaan is is het terecht dat men gerechtigheid eist. Denk aan Me Too en George Floyd. Maar als er geen plaats is voor vergeving, leidt het uitsluitend tot oog om oog, tot geweld, tot ‘je zult er voor boeten!’ Ik schrok deze week van president Joe Biden. In een persconferentie naar aanleiding van de aanslag in Afghanistan waarbij diverse Amerikanen om het leven kwamen: “Amerika zal dit niet vergeven….”. Letterlijk genadeloos. Oog om oog, tand om tand.

Je ziet het bij Cancel Culture: naming and shaming. Afwijkende meningen worden niet geduld. Slachtoffers zijn de nieuwe helden. Vergeving wordt zelfs gezien als onrecht. Ja, er zijn slachtoffers. Denk aan holocaust, denk aan de slavernij. Benoem dat en blijf het in herinnering roepen. Maar het slaat nu volledig door. Jouw situatie is altijd de schuld van een ander. Als je je beledigd voelt zal er iemand moeten boeten, ook al was er geen enkele intentie tot belediging. Kijk naar social media waar iedereen de schuld geeft aan iedereen en nooit de hand in eigen boezem steekt. Maar dan ook helemaal nooit.

Heeft de secularisatie hier mee te maken? Wel degelijk. Waar God uit beeld verdwijnt, verdwijnt niet het moralisme, maar wordt het honderd keer erger. Je moet woke zijn, anders deug je niet. Je moet een regenboogvlag ophangen, anders deug je niet. Je moet je kinderen voorhouden dat ze zelf kunnen kiezen of ze een jongetje of een meisje zijn, anders deug je niet. Je moet politiek correct zijn, anders deug je niet. Je moet…..

A correction would be welcome (english version of previous blog)

You can resolve a conflict or tension in two ways: through dialogue, and by silencing one of the two parties. Pope Benedict chose the first (Summorum Pontificum) resulting in the peaceful coexistence of the traditional Mass alongside the novus ordo. Pope Francis chose the second option resulting in the end of peaceful coexistence (the old Mass is terminated), but it does not appear to be the end of the conflict either. (Nu the way, I don't think there was a conflict at all; the two forms of the Latin liturgy can coexist just fine.)

What, in fact, is the case? The Pope, by his motu proprio, places the Church in a great dilemma. After all, the Latin Mass (which Francis wants to put an end to) stands in an organic continuity of centuries. Benedict was very clear on this: what used to be holy cannot suddenly no longer be holy. This is the leitmotiv of his Summorum Pontificum. His starting point was not to please PiusX fraternities, nor to keep the faithful who had a preference for the Old Mass within the Roman Catholic Church, but to safeguard the liturgical heritage of the Church. Indeed, the liturgy derives its legitimacy from the continuity of its tradition. The Latin ordo can boast of more than eighteen centuries of history. It is as Pope Benedict said, "A rite that for centuries was considered the way to holiness cannot suddenly be considered a danger, especially if the faith expressed in it is still considered valid."

The novus ordo has a history of barely fifty years. And what is more, it was hastily put together by Bugnini et al. The documents of Vatican II (Sacrosanctum Concilium) also do not in any way show that the intention was to put the Traditional Mass down.

Benedict, through Summorum Pontificum, had succeeded in saving the New Mass despite the lack of continuity of tradition and thus saving both missals. But Pope Francis has now (Traditionis Custodes) harked back to the time before Summorum Pontificum and put an end to the peaceful coexistence of both ordos, leaving only one ordo which, given its sweeping changes, represents a break with liturgical tradition rather than continuity.

The big question remains: why? It does not serve unity in any way, quite the opposite. Bishops do not know what to do. They are now faced with a devilish dilemma: Do I act as a custodian of tradition? Or do I obey the Pope, thereby destroying tradition? Recent reports  indicate that bishops are being generous, actually in violation of the motu proprio, but this is a disciplinary document and not a doctrinal one,which allows bishops to grant dispensation if they consider it conducive to the spiritual good (canon 87 Code of Canon Law).

It would be desirable if a correction to Traditionis Custodes would come, given its ambiguities and contradictions. This is already the case in the very first article of the motu proprio in which the pope posits the proposition that there is only one form ('the unique expression') of the lex orandi of the Roman Rite. This is strange when you consider that not so long ago Pope Francis himself promoted the missal "Divine Worship" (as a concession to Anglicans joining the RC Church), which is thus also part of the Roman Rite. Has that now also been implicitly abolished? On top of that, last year the Pope approved a number of new prefaces for the Old Mass, thus confirming that the Old Mass belongs to the Roman Rite.

It remains a curious phenomenon: a pope declaring war on some of his own faithful. In the same month that Pope Francis is praising James Martin's rainbow liturgy to the skies, he wants to get rid of the Mass that has been an expression of the Catholic faith for centuries. Perhaps he doesn't like large families ("they don't have to breed like rabbits"), perhaps he's not keen on priestly vocations, nor is he keen on full churches (which makes the empty rainbow churches look even emptier than they already are....).


+Rob Mutsaerts

Een correctie zou wenselijk zijn.

Een conflict of spanning kun je op twee manieren oplossen: door middel van dialoog en door één van de twee partijen het zwijgen op te leggen. Paus Benedictus koos voor het eerste (Summorum Pontificum) met als resultaat een vreedzame coëxistentie van de traditionele mis naast de novus ordo. Paus Franciscus heeft voor de tweede optie gekozen met als resultaat het einde van de vreedzame coëxistentie (de oude mis wordt getermineerd), maar het blijkt ook niet het einde van het conflict te zijn. (Overigens was er volgens mij niet eens een conflict; de beide vormen van de Latijnse liturgie kunnen prima naast elkaar bestaan).

Wat is namelijk het geval? De paus plaatst de Kerk door zijn motu proprio voor een groot dilemma. Immers de Latijnse mis (waaraan Franciscus een einde wil maken) staat in een organische continuïteit van eeuwen. Benedictus was hier zeer helder in: wat vroeger heilig was, kan niet ineens niet meer heilig zijn. Dat is dan ook het leitmotiv van diens Summorum Pontificum. Zijn uitgangspunt was niet het pleasen van PiusX-gemeenschappen, evenmin het binnen de RK Kerk houden van gelovigen die een voorkeur hadden voor de Oude mis, maar het veilig stellen van het liturgisch erfgoed van de Kerk. De liturgie ontleent namelijk haar legitimiteit aan de continuïteit van haar traditie. De Latijnse ordo kan bogen op meer dan achttien eeuwen geschiedenis. Het is zoals paus Benedictus zei: “Een ritus die eeuwenlang gold als weg naar heiligheid, kan niet plotseling als een gevaar beschouwd worden, zeker niet als het geloof dat daarin tot uiting komt nog steeds als geldig wordt beschouwd”.

De novus ordo kent een geschiedenis van nauwelijks vijftig jaar. Daarbij komt nog dat deze haastig in elkaar gezet is door Bugnini c.s. Uit de documenten van Vaticanum II (Sacrosanctum Concilium) blijkt ook geenszins dat het de bedoeling was de Traditionele mis buiten werking te stellen.

Benedictus was er middels Summorum Pontificum in geslaagd ondanks gebrek aan continuïteit van traditie de Nieuwe mis te redden en zodoende beide missalen te sauveren. Maar paus Franciscus heeft nu (Traditionis Custodes) teruggegrepen op de tijd vóór Summorum Pontificum en een einde gemaakt aan het vreedzaam naast elkaar bestaan van beide ordo’s, waardoor er nu slechts één ordo resteert die gezien haar ingrijpende wijzigingen veeleer een breuk met de liturgische traditie betekent dan dat zij continuïteit vertoont.

De grote vraag blijft: waarom? Het dient de eenheid op geen enkele manier, integendeel. Bisschoppen weten zich er geen raad mee. Zij staan nu voor een duivels dilemma: stel ik mij op als hoeder van de traditie? Of gehoorzaam ik aan de paus waardoor ik de traditie teniet doe? De berichten tot op heden duiden erop dat bisschoppen zich ruimhartig opstellen, eigenlijk strijdig met het motu proprio, maar dit is een disciplinair schrijven en geen leerstellig document, hetgeen bisschoppen mogelijkheden tot dispensatie biedt als zij dit voor het geestelijk welzijn bevorderlijk achten (canon 87 CIC).

Het zou wenselijk zijn als er een correctie komt op Traditionis Custodes gezien de onduidelijkheden en tegenstrijdigheden. Dat is al het geval in het allereerste artikel van het motu proprio waarin de paus de stelling poneert dat er slechts één vorm (‘the unique expression’) van de  lex orandi van de Romeinse Ritus is. Dat is vreemd wanneer je bedenkt dat paus Franciscus zelf nog niet zolang geleden het missaal “Divine Worship” gepromulgeerd heeft (als tegemoetkoming aan Anglicanen die toetraden tot de RK Kerk), die dus ook deel uitmaakt van de Romeinse Ritus. Is die nu ook impliciet afgeschaft? Daar komt nog bij dat de paus vorig jaar een aantal nieuwe prefaties voor de Oude mis heeft goedgekeurd, daarmee bevestigend dat de Oude mis tot de (buitengewone vorm van de) Romeinse Ritus behoort.

Het blijft een merkwaardig fenomeen: een paus die een deel van zijn eigen gelovigen de oorlog verklaart. In dezelfde maand dat paus Franciscus de regenboogliturgie van James Martin de hemel in prijst, wil hij af van de mis die eeuwenlang uitdrukking is van het katholieke geloof. Misschien houdt hij niet van grote gezinnen (“they don’t have to breed like rabbits”), zit hij misschien ook niet te wachten op priesterroepingen, en ook niet op volle kerken (waardoor de lege regenboogkerken nog leger lijken dan ze al zijn….).

+Rob Mutsaerts

Een kwaadaardige oekaze van paus Franciscus

Paus Franciscus propageert synodaliteit: iedereen moet mee kunnen praten, iedereen moet gehoord worden. Daar was weinig sprake van bij zijn onlangs gepubliceerde motu proprio Traditionis Custodes, een oekaze die per direct een einde moet maken aan de traditionele Latijnse Mis. Daarmee zet Franciscus een dikke vette streep door Summorum Pontificum, het motu proprio van paus Benedictus dat ruim baan gaf aan de oude mis. Dat Franciscus hier naar het machtswoord grijpt zonder enig overleg geeft aan dat hij aan gezag inboet. Dat bleek al eerder toen de Duitse Bisschoppenconferentie zich niets gelegen liet aan de adviezen van de paus betreffende het synodaliteitsproces. Hetzelfde deed zich voor in de Verenigde Staten waarin paus Franciscus de Bisschoppenconferentie opriep geen document voor te bereiden over waardig communiceren. Dan maar geen advies, maar een dwangbevel moet de paus gedacht hebben nu het over de traditionele mis gaat.

Het taalgebruik lijkt wel heel erg op een oorlogsverklaring. Elke paus sinds Paulus VI heeft altijd openingen gelaten voor de oude mis. Als er al wijzigingen aangebracht werden, betrof het minieme herzieningen, zie bijvoorbeeld de indulten van 1984 en 1989. Johannes Paulus II meende stellig dat bisschoppen genereus moeten zijn in het toestaan van de Tridentijnse mis. Benedictus heeft de deur zelfs wijd opengezet middels Summorum Pontificum: “Wat toen heilig was, is het nu nog”.

Franciscus slaat de deur middels Traditionis Custodes keihard dicht. Het voelt als verraad en is een klap in het gezicht van zijn voorgangers. De Kerk heeft overigens nooit liturgieën afgeschaft. Ook Trente niet. Franciscus breekt volledig met deze traditie. Het motu proprio bevat kort en krachtig enkele stellingen en bevelen. Middels een bijgaande langere verklaring wordt e.e.a. nader geëxpliciteerd. Deze verklaring bevat nogal wat feitelijke onjuistheden. Een daarvan is de bewering dat wat Paulus VI deed na Vaticanum II hetzelfde zou zijn als wat Pius V deed na Trente. Dit is volstrekt bezijden de waarheid. Vergeet niet dat vóór die tijd er diverse (overgeschreven) handschriften circuleerden en her en der lokale liturgieën ontstaan waren. Het was een warboel.

Trente wilde de liturgieën herstellen, onjuistheden verwijderen en controleren op orthodoxie. Het ging Trente er niet om de liturgie te herschrijven, ook niet om nieuwe toevoegingen, nieuwe eucharistische gebeden, een nieuw lectionarium of nieuwe kalender. Het ging louter om ononderbroken organische continuïteit te waarborgen. Het missaal van 1517 greep terug op het missaal van 1474 enzovoort terug tot de 4e eeuw. Er was continuïteit vanaf de 4e eeuw. Ook ná de 15e eeuw is er vier eeuwen continuïteit. Er werden van tijd tot tijd hooguit enkele kleine wijzigingen aangebracht of een toevoeging van een feest, gedachtenis of rubriek.

Vaticanum II vroeg blijkens conciliedocument Sacrosanctum Concilium om liturgische hervormingen. Welbeschouwd is dit een conservatief document. Het Latijn werd gehandhaafd, Gregoriaanse gezangen behielden hun legitieme plaats in de liturgie. De ontwikkelingen die volgden op Vaticanum II staan echter ver af van de conciliedocumenten. De beruchte ‘geest van het concilie’ is nergens terug te vinden in de concilieteksten zelf. Slechts 17% van de gebeden van het oude missaal (Trente) vinden we terug in het nieuwe missaal (Paulus VI). Dan kun je moeilijk nog spreken van continuïteit van een organische ontwikkeling. Benedictus heeft dit onderkend en om die reden ruim baan gegeven aan de Oude mis. Hij heeft zelfs gezegd dat niemand zijn toestemming nodig had (“Wat toen heilig was, is het nu nog”).

Paus Franciscus doet nu net of zijn motu proprio in de organische ontwikkeling van de kerk staat, hetgeen volstrekt de werkelijkheid weerspreekt. Door de Latijnse mis praktisch onmogelijk te maken, breekt hij finaal met de eeuwenoude liturgische traditie van de R.K.Kerk. Liturgie is geen speeltje van pausen, maar is erfgoed van de Kerk. De Oude mis gaat niet over nostalgie of smaak. De paus dient de bewaker te zijn van de Traditie; de paus is de tuinman, niet de fabrikant. Het kerkelijk recht is niet louter een kwestie van positief recht, er is ook nog zoiets als het natuurrechte en goddelijk recht, en bovendien bestaat er zoiets als Traditie die niet zomaar terzijde geschoven kan worden.

Wat paus Franciscus doet heeft niets te maken met evangelisatie en nog minder met barmhartigheid. Het heeft meer weg van ideologie. Ga eens naar een parochie waar de Oude mis gecelebreerd wordt. Wat kom je daar tegen: mensen die gewoon katholiek willen zijn. Dat zijn over het algemeen geen mensen die zich bezighouden met theologische disputen, ze zijn ook niet tegen Vaticanum II (wel tegen de implementatie ervan). Ze houden van de Latijnse mis vanwege de heiligheid ervan, de transcendentie, het zielenheil dat centraal staat, de waardigheid van de liturgie. Je komt er grote gezinnen tegen, mensen voelen zich welkom. Het wordt maar op een klein aantal plaatsen gevierd. Waarom wil de paus mensen dit ontzeggen? Ik kom terug op wat ik eerder zei: het is ideologie. Het is Vaticanum II inclusief de implementatie ervan met al haar aberraties, óf niks! Het relatief kleine aantal gelovigen (dat overigens groeiende is, terwijl de novus ordo instort) dat zich thuisvoelt bij de traditionele mis moet en zal uitgebannen worden. Dat is ideologie en kwaadaardigheid.

Als je werkelijk wilt evangeliseren, werkelijk barmhartigheid wilt betonen, katholieke gezinnen wilt steunen, dan houd je de Tridentijnse mis in ere. De Oude mis mag met ingang van heden niet meer gevierd worden in parochiekerken (waar dan wel?), je hebt nadrukkelijk toestemming nodig van je bisschop, die het slechts op bepaalde dagen mag toestaan, en voor degenen die in de toekomst gewijd worden en de oude mis willen celebreren moet de bisschop advies vragen aan Rome. Hoe dictatoriaal, hoe onpastoraal, hoe onbarmhartig wil je het hebben!

Franciscus noemt in art. 1 van zijn motu proprio de novus ordo (de huidige mis) “de unieke uitdrukking van de Lex Orandi van de Romeinse Ritus”. Hij maakt derhalve geen onderscheid meer tussen de Gewone Vorm (Paulus VI) en de Buitengewone Vorm (Tridentijnse mis). Er is altijd gezegd dat beiden uitdrukking zijn van de Lex Orandi, dus niet alleen de Novus ordo. Nogmaals, de oude mis is nooit afgeschaft! Over de vele liturgische misbruiken die her en der bestaan in talloze parochies hoor ik Bergolio nooit. In parochies is alles mogelijk, behalve de Tridentijnse mis. Alle wapens worden in de strijd gegooid om de Oude mis uit te bannen. Waarom? In Godsnaam waarom? Wat is toch die obsessie van Franciscus om die kleine groep traditionelen te willen ausradieren. De paus dient de bewaker te zijn van de traditie; niet de gevangenisbewaker van de traditie. Terwijl Amoris Laetitia uitblonk in vaagheden, is Traditionis Custodes een volstrekt heldere oorlogsverklaring.

Ik vermoed dat Franciscus met dit Motu Proprio in eigen voet schiet. Voor de  broederschap Pius X zal het goed nieuws blijken te zijn. Zij zullen nooit kunnen hebben vermoeden dat zij dit te danken hebben aan paus Franciscus…..

+Rob Mutsaerts

Can they suffer?

Het adagium van veel dierenactivisten is afkomstig van de Britse filosoof Jeremy Bentham:

The question is not Can they reason? nor Can they talk? but Can they suffer?’

Bentham sprak hier over het dier. Interessant is zijn beweegreden:

Het zal ooit erkend worden dat het aantal poten of het hebben van een staart, onvoldoende redenen zijn om een sensitief wezen aan zijn lot over te laten. Waar moeten we de grens tussen mens en dier leggen? Is dit het vermogen om logisch na te denken of om te spreken? Een volwassen paard of hond is met zekerheid een meer rationeel wezen, en zelfs meer een interactief wezen, dan een baby van een dag, een week of zelfs een maand oud. Maar stel eens dat het anders zou zijn: wat doet het ertoe, de vraag is immers niet kunnen ze logisch redeneren?en ook niet kunnen ze praten?, maar: kunnen ze lijden’”

Waar het in het Engeland van de 18e eeuw vanzelfsprekend was dat babys en gehandicapten rechten uit zichzelvehadden, was het dat voor een dier niet. Maar wát is het dan dat het dier een rechtspositie geeft, wil het niet overgeleverd zijn aan de willekeur van zijn eigenaar? Niet het vermogen te denken, of te praten, maar te lijden, volgens Bentham. Zijn denken is in later tijden overgenomen. Met een perverse omdraaiing tot gevolg.

In Nederland is het voorkomen van dierenleed wettelijk geregeld. Voor dierproeven hebben we de wet op de Dierproeven (1977): Een dierproef wordt onder algehele of plaatselijke verdoving uitgevoerd (art 13). Voor het slachten van dieren hebben we de Europese Verordeningen (1993, 2009) die regelen dat bij het doden van dieren ervoor moet worden gezorgd dat de dieren elke vermijdbare vorm van pijn, spanning of lijden wordt bespaard (art 1). En dan hebben we de Wet Dieren (2011) die de intrinsieke waarde van het dier erkent (art 1.3). Onder intrinsieke waarde wordt in deze wet verstaan: de eigen waarde van dieren, zijnde wezens met gevoel. Inbreuk op de integriteit of het welzijn van dieren, verder dan redelijkerwijs noodzakelijk, moet worden voorkomen.

Geen van deze rechten komt toe aan het ongeboren kind. En dat is ongerijmd. Niet zozeer omdat het ongeboren kind een menselijke persoon is. Dat is het niet in ons land. Een menselijke persoon (een mens) heeft rechten uit zichzelve, die hem door niemand verleend of gegund hoeven te worden en niet afhankelijk zijn omstandigheden, of van percepties van derden. Door personhoodontstaan mensenrechten en wordt de mens van object tot subject. Denk aan de zwartste bladzijden uit onze historie: slaven (slavernij, tot 1863), of gehandicapten (eugenetische periode, tot in de jaren 50).

Personhoodheeft het ongeboren kind niet. Daar gaat het nu niet om. Het is niet dáárom dat het ongerijmd is dat we een intrinsieke waarde toekennen aan het slacht- of proefdier, en niet aan de foetus. Wel hierom: can it suffer?

Ik ben van mening het ongeboren kind vanaf de conceptie de status van menselijke persoon heeft en God de eigenaar van het leven is. Maar als we, als gedachtenoefening, de foetus eens even beschouwen als het eigendom van de vrouw, als een deel van haar lichaam waarover zij vrijelijk kan beschikken. Voor dat gezichtspunt geeft de huidige praktijk een goede reden. Al stelt de Wet WAZ een paar beperkingen aan het eigendom, in de praktijk is zij het inderdaad die beschikt.

Alle geinterviewde abortuszorgverleners benadrukken dat het aan de vrouw is te beoordelen of zij zich in een noodsituatie bevindt”, stelt de Evaluatie WAZ 2020. Dat spoort met de geregistreerde motieven van vrouwen om voor abortus te kiezen , die zijn schrikbarend vaak relationeel of economisch.

Wordt dát pro choice-perspectief gekozen, dán is het verschil met het dier pas ongerijmd. Want: kan het lijden? De Bentham-regel, met zn nadruk op pijn, betekent dat de (filosofische) vragen over de status van de foetus even kunnen worden overgeslagen. Het doet er even niet toe of de foetus op een gegeven moment een zelfstandige bloedgroep heeft, een unieke, individuele biografie heeft (DNA), een eigen hartslag, een eigen geslacht (wellicht met penis, zijn moeder in ieder geval niet), een eigen interactie met zijn omgeving of een eigen herkenbaarheid heeft (wellicht per echo). De duck-testdoet er even niet toe. Evenmin dat de foetus een autonoom en complex gestuurd geheel van biologische en geestelijke tot in de perfectie samenwerkende systemen is, alles op één doel afgestemd (uitgroei), een exclusief doel ook: het kan tot niets anders worden dan alleen tot volgroeid mens. En tot slot separaat is: als je hem zou kunnen transplanteren, zou hetzelfde kind uit een andere vrouw komen. Al dit even niet. Ook de vraag naar de ziel kan worden overgeslagen. Het is of/of: óf een te verwelkomen kind, óf - dat kan ook - een te verdelgen parasiet, maar nooit een orgaan: het is nooit of te nimmer iets zonder zelfstandige entiteit, nooit wezenloos.

Het is het eeuwige stoeien van de politiek correcte meerderheid: met welk woordgebruik dit alles in hemelsnaam moreel te legitimeren zonder in het eigen roestige mes te lopen. Wat natuurlijk niet kan. Met tal van voorbeelden van totale tegenspraak als gevolg. Een voorbeeld. De Burgerlijke Stand, waarin je een geaborteerd kind (na spijt, of met complexer motief) alsnog als overleden menselijke persoon kunt inschrijven. Ander voorbeeld. De Aborteurs-vereniging, die schrijft: Als een zwangerschap van 18-24 weken wordt beëindigd door rijping van de baarmoederhals en stimulatie van weeën kan het voorkomen dat een kind levend ter wereld komt”.

Dit alles terzijde en terug naar de gedachtenoefening. De hamvraag was: heeft het ongeborene een eigen, zelfstandige ervaring van lijden? Ook als het geen mens is, maar een object in vol eigendom van de vrouw. Recent zijn uit verschillende hoek twee wetenschappelijke artikelen verschenen, van gereputeerde onderzoekers waarvan de belangrijkste in ieder geval allesbehalve van vooringenomenheid kan worden verdacht. Er is nu een conclusie. Voorheen moesten we het doen met de (zeer bekende) standpunt van Hoogleraar Kindergeneeskunde K. Moseley Er is een overweldigende hoeveelheid aanwijzingen dat de een eerste trimster-foetus pijn kan ervaren. Het tegenbewijs moet dan geleverd worden door degenen die het tegenovergestelde beweren”.

Welnu, er is nu positief bewijs!

Het eerste artikel verscheen in 2020 in het gerenommeerde Journal of Medical Ethics (2020): Reconsidering Fetal Pain, van S.W.G. Derbyshire  en J.C. Bockmann. Het interessante is hier dat de Britse professor pijnexpertStuart Derbyshire een voorstander is van abortus. Hij is zelfs adviseur geweest van Planned Parenthood en had eerder vastgesteld dat ongeboren kinderen pas met 24 weken pijn voelen. Hij is – puur op voortschrijdend wetenschappelijk inzicht - teruggekomen op zijn standpunt.

Het tweede artikel is van het American College of Pediatricians en verscheen in januari 2021: Fetal Pain: What is the Scientific Evidence?” 200 kinderartsen publiceerden een gezamenlijke position paper, waarin na uitgebreid onderzoek precies dezelfde conclusie werd getrokken:

 ‘DE FOETUS KAN VANAF DE 12E WEEK PIJN VOELEN. We hebben de Silent Scream niet meer nodig! De profetische film uit 1984 waarop Bernard Nathanson middels een echo vastlegde hoe een 12 weken oude foetus de curettage-tang probeert te ontwijken en zijn mond opent op het moment dat die hem grijpt. We konden jarenlang alleen naar deze film verwijzen om te betogen dat abortus gewelddadig is. Kon Nathanson vroeger nog worden geframed, de wetenschappers die nu spreken, kunnen dat niet. We kunnen pijn inzetten in de verdediging van het leven, zonder dat eenvoudig het weggewuifd wordt. Klompen cellen voelen niet. Dit is écht nieuw. Pijnexpert professor Derbyshire, de auteur van het tweede artikel, schreef in 2008 nog dat pijnvóór de 24e week irrelevant is bij abortus. Hij heeft daar nog een verklaring over afgegeven tegenover het Britse Parlement bij de aanpassing van de abortuswet. Twaalf jaar later maakt hij een moedige ommekeer, op puur wetenschappelijke gronden.

Wat betekent dit? Ten eerste openbaren de onderzoeken een dubbele moraal in de medische praktijk. Bij prenatale chirurgie wordt verdoving immers wel gewoon toegepast. Ten tweede vinden we hierin eindelijk een waarde die voor- en tegenstanders van abortus gemeenschappelijk hebben. Pijn lijden doordat een foetus onverdoofd (eerst) zijn ledematen worden afgeknipt, is dermate ziekmakende gedachte, dat die ook iedere verlichte humanist met afkeer zal vervullen, welke visie hij op de status van het embryo ook heeft. En dáár ligt onze kans. De beschermwaardigheid van het embryo als menselijke persoon vanaf de conceptie beargumenteren stuitte altijd af op het onderliggende mensbeeld (dat weer een afgeleide is van het dááronder liggende Godsbeeld). Maar dat is nu voorbij. We kunnen nu iedere maatschappelijk betrokkene op zijn humanistieke ethiek aanspreken. Met alle kans op succes. Hun eerste stap op weg naar de volle aanvaarding van het Evangelie van het Leven. Wie weet, liggen er hierdoor ook juridische wegen open. Daar moet over worden nagedacht.

Het is dus zaaks aan te sluiten op het denkkader van degenen die op zich voorstander van abortus zijn, maar de humaniteit o zo hoog hebben. Dat doet D66. Kon die partij zeer recent nog twee voor ons tegenstrijdige zaken verenigen – ik doel hier op: het voor de afschaffing van de abortus-bedenktijd pleiten en gelijktijdig de invoering van een bedenktijd voor huisdierkopers propageren – nu kan zij dat niet meer. Door pijnwordt de kwestie intrinsiek, de getallen spelen geen rol. Of er nu twee of tien paarden in de Groningse overstroomde polder klem zitten, of er nu één of tien vogeltjes de Domino day-blokjes om dreigen te vliegen: het is het individuele dier dat een intrinsieke waarde heeft. Eindelijk zijn de aantallen van tafel, dit is niet meer utalitair. We kunnen hun jargonspreken. Eindelijk is er een gemeenschappelijke waarde van waaruit we samen verder kunnen: het humane.

Daarom: kleine aantallen. Volgens de NPV, altijd grondig, die de WAZ-registratiecijfers heeft geanalyseerd, vinden er jaarlijks 2.500 abortussen plaats van foetussen met een leeftijd van 18 weken of ouder. Dat is ruwweg één kind per kliniek per dag! Dat spreekt tot de verbeelding. We hebben het over een foetus van een 20 centimeter, een 2,5 ons, alle organen zijn verbonden, er komt niets meer bij. Het heeft een gezichtsuitdrukking, ogen open-dicht, het geslacht is te zien, het heeft vingerafdrukken en …. het voelt pijn als het uit elkaar gerukt wordt. Veel zou mogelijk moeten zijn - we kunnen so to speak verwachten dat D66 leden met ons mee gaan demonstreren voor die ene per dag. Maar dan moeten we in deze discussie één ding niet – althans niet te snel - doen: hen het recht op abortus ontzeggen. Het is anesthesie waarop we eerst moeten inzetten. Pijnverdoving. Niet als einddoel natuurlijk, dat is hun volledige bekering tot het Evangelie van het Leven. Maar dit kan hun wake-up zijn. Wellicht zijn er zelfs wegen om dit juridisch te bevechten.

Mogelijk ben ik te optimistisch en heeft dit gezamenlijk optrekken met D66 geen kans van slagen. Maar dan zal hun afwijzing een donkerbruine ideologie blootleggen. Verdoving zal wel niet nodigzijn, de Wet Dieren-gedachte niet inzetbaar, het is immers geen dier. Nee, geen dier, zelfs geen parasiet. Het is minder dan een parasiet. En dat dát werkelijke gezicht van de pro choice-wereld alsdan eens in al zijn klaarheid getoond wordt, is al winst ben ik bang. Bisschop Athanasius Schneider sprak het profetische woord dat het abortus-gerelateerde coronavaccin nog wel eens een nieuwe pro-life opwekking teweeg kon brengen.  Hij lijkt gelijk te krijgen. Geeft het artikel van Monica Seeley het Silent Scream-effect voor deze generatie? Wordt pijnzon zelfde, tweede wake-up?

Het is nú tijd voor humanistiek. Anesthesie. Per direct. Het kan hun eerste stap naar de volle Waarheid zijn: de personhood van het ongeboren kind. Wie weet wat dan volgt. Een keurmerk wellicht. Het Cruelty free”-keurmerk is er al, voor dierproefvrije cosmetica. Wellicht zijn daar onverdoofde foetussen aan toe te voegen? Voor Maggie en Campbell soep en al die andere shit waarvoor HEK-293 en PER.C6 werd gebruikt. Want die foetussen waren ook iets van 18 weken, en - hoewel ze volgens onze nieuwe vrienden geen menselijke personen zijn - they cán suffer!

 

(Ingezonden)

Een modern gesprek

 Peulvruchten zijn gezond, aldus Tom.

- Ik ken iemand die aan teveel peulvruchten overleden is, antwoordt Sylva.

 

Peulvruchten zijn gezond.

- Schandalig met welke stelligheid jij het belang van fruit negeert.

 

Ik zeg alleen maar dat peulvruchten gezond zijn.

- Daarmee discrimineer je alle mensen die nooit peulvruchten eten.

 

Ik blijf erbij dat peulvruchten gezond zijn.

- Interesseert het jou dan niet dat de zeespiegel stijgt? Waarom hoor ik jou daar niet over? Als je daar niks van zegt, ben je medeschuldig.

 

Ik blijf erbij, peulvruchten zijn belangrijk.

- Je bent ook nog eens een systematisch ontkenner. Al Gore, Bill Gates, Klaus Schwab en Jeffrey Sachs zullen het met mij eens zijn. En misschien de paus ook wel.

 

Peulvruchten zijn gezond.

- Typisch een opmerking van een witte man. Je zit vol met vooroordelen en prerogatieven.

 

En toch zijn peulvruchten gezond.

- Je bent een racist! Heb je er al een seconde bij stilgestaan hoe je mensen die lijden aan peulvruchtintolerantie kwetst met deze harteloze uitspraak?

 

Peulvruchten zijn belangrijk voor de gezondheid.

- Dat is jouw waarheid. Ik zie dat anders.

 

Peulvruchten zijn belangrijk.

- Je bent zeker bang om je witte privileges te verliezen als iedereen gewoon eet wat hij zelf wil.

 

Peulvruchten zijn goed voor je gezondheid, zo herhaal Tom nog maar eens.

- Typisch een uitspraak van jaren ‘50 wetenschap. Dat is al lang achterhaald, witte bevoorrechte nazi!

 

Peulvruchten zijn belangrijk.

- Met zo’n uitspraak kun je rekenen op applaus uit extreemrechtse complotdenkers.

 

Peulvruchten zijn belangrijk.

- Niemand heeft het recht een ander voor te schrijven wat hij moet eten. Bovendien, wie kan bepalen wat gezond is en wat niet? Voor de een kan dat een sinaasappel zijn, voor een ander muntthee. Wordt het niet eens tijd om te breken met dit soort overheersende definities van wat wel en niet peulvruchten zijn? Wat voor jou een peulvrucht is, kan voor een ander best een kiwi zijn.

 

- Peulvruchten zijn gezond. Nou ik ga maar weer eens. Vergeet niet de groeten te doen aan je Woke-vrienden…..

 

Onnozele parochies met hun regenboogvlaggen

“Omdat wij hoop nodig hebben" was de slogan die je met Kerstmis 2020 bij diverse parochies kon tegenkomen. De bedoeling van de boodschap was duidelijk: juist in tijden van Corona heeft de kerk een belangrijke functie, omdat zij iets heeft waar de samenleving dringend behoefte aan heeft. Dergelijke PR wijst op een dieper liggend probleem: de poging van de kerk om haar verlies aan relevantie in de ogen van het publiek tegen te gaan door haar maatschappelijk nut te benadrukken, kan deels worden gezien als een reactie op de schok van de Covid-crisis toen openbare erediensten nog maar nauwelijks toegestaan waren, en de maatschappelijke belangstelling voor het heropenen van kerken beduidend minder was dan die voor het openen van kapsalons of bouwmarkten. Dit utilitaristische argument (de maatschappelijke relevantie) is echter niet sterk. De kerk slaagt er kennelijk niet in aannemelijk te maken wat zij en alleen zij aan de samenleving te bieden heeft. Een kerk die niet veel anders doet dan te voldoen aan het zelfbeeld en de waarden van een seculiere samenleving maakt zichzelf overbodig. Een kerk die zich steeds meer de heersende opvattingen in het publieke discours van de seculiere samenleving eigen maakt in plaats van het traditionele geloof en de morele leer van de kerk te verkondigen, heeft geen bestaansrecht.

Hoe meer de kerk de seculiere opvatting overneemt (een pastoor heeft al eens voorgesteld het kruis te vervangen door de tekst van de Grondwet), hoe meer zij in rechtvaardigingsproblemen komt wanneer zij op bepaalde gebieden erop staat dat voor haar andere regels moeten gelden dan voor de seculiere samenleving. Waarom staat de wijding tot het priesterschap alleen open voor mannen, terwijl het in alle andere beroepen ontoelaatbaar is om kandidaten af te wijzen op grond van hun geslacht? Als paren van hetzelfde geslacht volgens de staatswet kunnen trouwen, waarom geeft de kerk dan niet haar zegen? Dat soort kwesties. Je gooit zelf je vrijheid van godsdienst op deze manier te grabbel.

Het is het dilemma van onze tijd: hoe je identiteit bewaren en tegelijk maatschappelijk relevant zijn. Wanneer parochies regenboogvlaggen op gaan hangen, gaan pleiten voor inclusief taalgebruik en dan ook nog eens de kant van de publieke opinie kiezen wat betreft de kwestie van het zegenen van homoseksuele partnerschappen, in strijd met de kerkelijke leer, is het niet verwonderlijk dat gelovigen die gender- en LGBTQ-ideologie juist vanwege hun geloofsovertuiging kritisch bekijken, zich verraden en bedrogen voelen door hun kerk. Het brengt seculieren niet dichter bij Christus en kerkgetrouwen worden kerkverlaters. Tel uit je winst.

Het wordt helemaal absurd als een pastoor in een preek "racisten (hij doelde op degenen die verzocht hadden de regenboogvlag voor de kerk te verwijderen) oproept de kerk te verlaten". Een dergelijke preek is meer gericht is op applaus van het seculiere publiek dan ingegeven door bezorgdheid om het zielenheil. Hij haalde er - waarschijnlijk tot zijn grote tevredenheid - de krantenkoppen mee. Er is niet veel fantasie voor nodig om je voor te stellen hoe anders de krantenkoppen eruit zouden hebben gezien als een priester in even harde bewoordingen had gepreekt tegen abortus of tegen het homohuwelijk. Barmhartigheid jegens zondaars is blijkbaar alleen populair wanneer het gaat om zonden die de publieke opinie niet eens als zodanig ziet.

Bij dit alles mag natuurlijk niet uit het oog worden verloren dat de pogingen van de kerk om in de ogen van het publiek zo goed mogelijk voor de dag te komen een reden heeft. Dergelijke predikanten delen het geloofsgoed van de kerk niet; hetzelfde geldt voor een niet gering deel van degenen die zich katholiek noemen. Degenen die zo graag maatschappelijk relevant willen zijn en daarbij de identiteit laten varen vergeten echter dat op het moment dat de identiteit volledig onherkenbaar is geworden, ook de relevantie volledig voorbij is. Uiteindelijk heeft niemand behoefte aan een kerk die niets anders doet dan het zelfbeeld en de waarden van een seculiere samenleving in spiritualiteit hullen. Je kunt immers ook zonder een institutionele kerk een kaars voor het raam zetten of aan een stille/witte tocht meedoen om de slachtoffers van de pandemie, slavernij of wat dan ook te herdenken.

Mona Lisa, Faust en de embryo

Het geheel is meer dan de som der delen." Iedereen die de vier rekenkundige basisbewerkingen - al is het maar bij benadering - beheerst, zal zich enigszins ongemakkelijk voelen bij deze zin, die gewoonlijk wordt toegeschreven aan Aristoteles. Toch is het waar. Want geen zinnig mens zou bijvoorbeeld willen beweren dat de Mona Lisa van Leonardo da Vinci, die in het Louvre achter kogelvrij glas te bewonderen is, niets anders is dan een optelsom van diverse kleurpigmenten verf en een houten paneel van 76,8 x 53 cm. En toch zou een natuurwetenschapper die het kunstwerk met zijn wetenschappelijke methoden zou onderzoeken, niet veel anders kunnen vaststellen. Dat dit zo is, is te wijten aan het feit dat alle natuurwetenschappen slechts kennis van hun objecten verwerven door abstractie. Alleen wie het geheel veronachtzaamt en zich in plaats daarvan tot de delen ervan wendt, kan zelfs maar op het idee komen ze nader te willen omschrijven. Daar is natuurlijk helemaal niets mis mee.

Zelfs in het geval van het portret van de Mona Lisa, dat waarschijnlijk geen voorwerp is dat natuurwetenschappers bijzonder boeit, zou het wetenschappelijk onderzoek ervan niet alleen legitiem zijn, maar ook bijdragen tot de kennis. Zo zou bijvoorbeeld een analyse van de pigmenten in de verf ons kunnen vertellen waaruit de verf van Leronardo da Vinci was samengesteld. Een vergelijking met de analyses van andere schilderijen uit deze periode zou ons tenminste in staat stellen te speculeren over de vraag of er normen bestonden voor de productie van verf, en zo ja, ook over de vraag of de door da Vinci gebruikte verf hieraan voldeed, of dat het genie ook speciale vaardigheden had in de productie ervan.

Hoe opmerkelijk en verhelderend de inzichten ook mogen zijn die wetenschappers kunnen verwerven over het portret van de Mona Lisa en haar schepper, wanneer zij zich er met wetenschappelijke methoden in verdiepen - zij kunnen geen uitspraken doen over de fascinatie door de eeuwen heen voor de Mona Lisa. En niets van wat natuurwetenschappers met hun methoden kunnen vaststellen, zegt ons dat het voorwerp dat zij onderzoeken het portret van een vrouw is en door een genie werd geschilderd. Natuurlijk weten we dat de Mona Lisa een schilderij is. En dat schilderijen alleen bestaan omdat ze door iemand geschilderd zijn, weten we ook. Maar we weten beide uit ervaring en niet omdat we natuurwetenschap hebben bedreven.

Daar is in het begin ook niets mis mee. Het zou pas problematisch worden wanneer natuurwetenschappers volhouden dat de Mona Lisa "niets meer" is dan een verzameling van verschillende kleurpigmenten op een stuk populierenhout dat meer dan vijfhonderd jaar oud is. Met hun methoden kunnen zij immers niets anders vaststellen en als exclusief gezaghebbend beschouwen. Zij deden dit omdat zij het schilderij helemaal niet onderzochten om het te begrijpen om het vervolgens beter te kunnen determineren.

Misschien zullen sommigen onder u tegenwerpen dat dit voorbeeld erg gekunsteld is. In werkelijkheid zou geen enkele wetenschapper er ooit aan denken om de Mona Lisa op zo'n manier ondergeschikt te maken. Ook zou geen enkele wetenschapper een kunstwerk willen bestuderen dat in het Louvre achter kogelvrij glas is geparkeerd, en al helemaal niet met de bedoeling zich de pigmenten ervan toe te eigenen. Respect voor zijn schepper zou hem verbieden dat te doen.

En toch, dit is precies wat onderzoekers doen met menselijke embryo's. Nogal wat mensen beweren serieus dat deze schepseltjes "niets meer" zijn dan een verzameling cellen, of nog oneerbiediger, een "hoopje cellen". Natuurlijk zijn ze dat. En een natuurwetenschapper kan met zijn methodes wellicht niets anders vaststellen dan deze gedeeltelijke waarheid. Maar dit geeft hem niet het recht om eenvoudig te negeren wat hij uit ervaring weet (of zou kunnen weten). En iedereen weet uit ervaring dat een menselijk embryo - onder normale omstandigheden - zich altijd ontwikkelt tot niets anders dan een volgroeid mens. Geen enkel menselijk embryo eindigde ooit als een populier, een bloemkool of een hondje. Menselijke embryo's zijn - daarover bestaat geen redelijke twijfel - menselijke wezens in een vroeg stadium van hun ontwikkeling. Hoe zit het dan met het respect voor de eerste levensfase waaronder ze aan ons verschijnen?

Denk eens aan Goethe's Faust, meer bepaald aan de opmerkingen van Mephistopheles:

Hieraan herken ik de geleerde heer! 

Wat gij niet voelt, is mijlenver van u verwijderd,

Wat gij niet begrijpt, ontbreekt u geheel,

Wat gij niet berekent, meent gij niet waar te zijn,

Wat gij niet weegt, heeft voor u geen gewicht,

Wat gij niet munt, meent gij niet geldig te zijn.

Bovendien zijn de natuurwetenschappen geenszins verplicht om objecten die zich niet aan hun methoden laten onderwerpen, dan maar te negeren. Dit geldt zelfs niet voor hen die, bij ontstentenis van andere ervaring, niets meer zouden weten dan wat zij door hun eigen methoden kunnen vaststellen. Zelfs in het geval van de Mona Lisa zou een natuurwetenschapper die nog nooit een schilderij heeft gezien, zich tevreden kunnen stellen met een zo gedetailleerd mogelijke beschrijving van de eigenschappen van het door hem onderzochte voorwerp en tot de conclusie kunnen komen dat hij met de methoden waarover zijn beroepsgroep thans beschikt, niet meer kan vaststellen dan wat hij hier aan het licht heeft gebracht. Dit is precies hoe serieuze wetenschap werkt.

En een natuurwetenschapper kan over een prille embryo niet veel meer zeggen dan dat het uit cellen bestaat. Maar het een "hoop cellen" noemen is een flagrante ontkenning van de realiteit. In zijn vorig jaar gepubliceerde essaybundel "Defending the Human. Basic Questions of an Embodied Anthropology", waarschuwt de filosoof Thomas Fuchs dringend tegen een "zelfobjectivering" van de mens. Indien wij onszelf opvatten "als objecten", zouden wij onszelf overleveren "aan de overheersing van hen die ons trachten te manipuleren en sociaal en technologisch te overheersen". "Want", zo citeert Fuchs C.S. Lewis, "de macht van de mens om van zichzelf te maken wat hem behaagt, betekent (...) de macht van enkelen om van anderen te maken wat hen behaagt."

Dit gevaar moet worden tegengegaan. Niet door wetenschap af te zweren, maar door betere wetenschap. De waarheid schittert alleen wanneer de mens de werkelijkheid beziet op de manier die zij vereist. Hoe hoger het reële staat, des te groter is de eis die het stelt aan de opmerkzame geest: maar des te groter is ook de verleiding om het te verlagen tot het niveau van lagere dingen, want dat is een stuk comfortabeler. Zo is het bijvoorbeeld zeer verleidelijk om wat leeft chemisch te denken, of de geest biologisch, want men bespaart arbeid en krijgt de schijn van strenge wetenschap. In werkelijkheid is men geestelijk onder de maat geweest, heeft men kennis geweld aangedaan, en heeft men de eigenheid van het object miskent. Het Europees parlement meent abortus tot een mensenrecht te maken. Alleen een mislukte wetenschapper kan zoiets bedenken.

The greatest comeback since Lazarus

Politiek en sport: het blijft een moeilijk verhaal. Het liefst zou je het geheel van elkaar scheiden. Het Europees kampioenschap voetbal is daar slechts het meest recente voorbeeld van. Voor de wedstrijd België-Rusland zouden de spelers op één knie moeten knielen - als teken tegen racisme. De Belgen deden dat, de Russen niet; ze bleven staan. Daar bleef het niet bij. De Russische supporters joelden de Belgische ploeg uit. Een week eerder had zich een soortgelijk incident voorgedaan toen de Ieren voor de wedstrijd tegen Hongarije eveneens knielden en de fans tegen het gebaar in opstand kwamen. Knielen of niet knielen, dat is de belangrijkste voetbalvraag geworden. De Engelsen zijn voor, de Nederlanders tegen, de Duitsers wisten niet goed wat te doen. De ambassadeur van Polen in Duitsland, Andrzej Przylebski, sprak zich in de media uit tegen het knielen: "Een echte Pool knielt alleen voor God - en eventueel voor de vrouw die hij ten huwelijk vraagt." Net als de volksliederen is het knielen een onderdeel van de ceremonie voorafgaand aan de aftrap geworden. De aanvoerdersband met het "Respect"-logo is kennelijk niet duidelijk genoeg.

Tv-commentatoren en sportverslaggevers weten er ook niet altijd goed raad mee.  Sommigen zien ‘taking the knee’ als steunbetuiging aan de "Black Lives Matter"-beweging, anderen zien het als een vervolg op een aloude traditie die teruggaat tot de 18e eeuw, weer anderen zien het als een gebaar in navolging van quarterback Colin Kaepernick die in het (American football) seizoen 2016 knielde tijdens het Amerikaanse volkslied.

Sport en politiek beweren elkaar slechts vaag te kennen en niets met elkaar te maken te hebben, maar toch heeft het al een hele geschiedenis achter de rug. Het is niet voor niets dat de kniebuiging plaats vindt tijdens het zingen van de volksliederen. Dat zijn vaak liederen die het vaderland verheerlijken. Tegenwoordig roept dat bij menigeen schuldgevoel op.

De herinnering aan nationale grootheid en culturele identiteit is vandaag de dag grotendeels vervaagd. Het bezingen als Portugees van het edelste en heldhaftigste volk der zee, dat "de wereld nieuwe werelden schonk" - kortom de kolonisatie van de aarde door de westerse mogendheden - om vervolgens de schuld van de blanke te belijden, veronderstelt ofwel een onbegrip van een van beide belijdenissen (eerbetoon resp. mea culpa), ofwel een vorm van schizofrenie. Daar komt nog bij dat een gebrek aan respect voor de nationale hymne kennelijk acceptabel wordt geacht, maar het gebrek aan respect voor degenen die weigeren te knielen onacceptabel is. Je wordt meteen uitgemaakt voor racist.

Het besmeuren van een cultuur of van de eigen voorouders lijkt onproblematisch; het in twijfel trekken van een duidelijke politieke agenda daarentegen niet. Voor de Oost- en Middeneuropese volkeren is het moeilijk te begrijpen dat van hen wordt verwacht neer te knielen.  Zij hebben immers geen koloniale geschiedenis en daar komt nog bij dat zij zelf het slachtoffer waren van hun buren. Het voormalige Oostblok heeft het hoofdstuk van de zelfverloochening aan den lijve ondervonden, een aspect dat weerklinkt in de geest van het volkslied. Tot op de dag van vandaag zingen de Polen over de verdwijning van hun vaderland. De atheïstische communisten vonden het Hongaarse volkslied - meer een smeekbede tot God dan een nationale zelfverheerlijking - een doorn in het oog. In West-Europa daarentegen is het volkslied, net als de nationale vlag, een relict uit het verleden geworden, dat door zijn alomtegenwoordigheid als normaal - om niet te zeggen triviaal - wordt beschouwd. De historische inhoud is verloren gegaan. We hangen de vlag al uit als we geslaagd zijn voor het rijbewijsexamen.

Er is geen andere manier om te verklaren waarom bijvoorbeeld in de Middeleeuwen het verbranden van een Venetiaanse vlag in Padua leidde tot de oorlogsverklaring van de Republiek Venetië.  Er is ook geen andere manier zijn om te verklaren waarom onteren van het volkslied in tal van landen nog steeds in het wetboek van strafrecht voorkomt. Waar het volkslied weerklinkt, daar is de natie; zoals in de Middeleeuwen het rijk was waar de koning verbleef, of zelfs de godsdienst bepaalde (cuius regio, eius religio). Het volkslied is ten diepste ook vorm van eed van trouw, weliswaar niet meer aan God of de vorst, maar aan je land. Het is bij sportevenementen een soort strijdkreet geworden.

 

De eerste noten van het Duitse volkslied waren ooit tot God gericht. Nu begint het met ‘Deutschland’. Diverse Europese hymnen roepen op tot niets minder dan totale opoffering. In Italië weerklinkt het refrein "Laten wij de gelederen sluiten, wij zijn bereid te sterven, Italië heeft geroepen!" De Zweden vechten met God "voor huis en haard, voor Zweden, de geliefde geboortegrond", en zelfs de knielende Belgen zweren zich aan hun vaderland te geven "Aan u ons hart, aan u onze hand, aan u ons bloed".

 

Francis Fukuyama, die ooit droomde van het "einde van de geschiedenis" in de vorm van een liberale werelddemocratie, zag in sportevenementen zoals het EK voetbal een substituut voor eeuwen van oorlogszuchtige conflicten. Het zingen van het volkslied is dus de laatste geoorloofde strijdkreet van de brave new world; een verouderde strijdkreet die we gewoon meelallen, maakt niet uit wat de tekst is. De kniebuiging die vroeger was voorbehouden aan God en de Koning is nu gekaapt voor activistische doeleinden. Ondertussen klinkt een katholiek gezang Zwitserland) en bijbelse analogieën en loyaliteit aan de koning (ons Wilhelmus). Spanje had een vooruitziende blik: hier wordt helemaal niet gezongen. Men vindt alles goed zolang de Koninklijke mars uit de tijd van het Spaanse Rijk maar blijft klinken. Scotland pakt het anders aan. Hun nationale hymne is een hippie-lied ter herdenking van de Slag van Bannockburn (Flower of Scotland).

 

Het leukste spandoek is overigens gemaakt door een Schot. Ja, het bevatte een bijbelse verwijzing (de seculiere verslaggever van de NPO begreep de leuze dan ook niet). Schotland vierde dat ze sinds mensenheugenis weer eens aanwezig waren bij een EK. Wat stond er op dat spandoek: “The greatest comeback since Lazarus”. Prachtig.