De Sharia-methode van het COC

In onze individualistische samenleving eist iedereen waardering en respect voor zichzelf op. De identiteitspolitiek eist nadrukkelijk zijn plaats op: het bedrijven van politiek vanuit de sociale identiteit van een bepaalde groep en de door deze groep gedeelde ervaring van maatschappelijk onrecht. Mensen vinden hun identiteit in huidskleur, seksuele oriëntatie, afkomst of politieke kleur. Soortgenoten staan tegenover mensen die niet zo zijn. Ze bedelen zichzelf de slachtofferrol toe. Anderen worden als bedreiging gezien en zo komen mannen tegenover vrouwen te staan, zwarten tegenover geprivilegieerde witten, seculieren tegenover gelovigen, lhbtq’ers tegenover hetero’s. Ze eisen dat anderen hun standpunten erkennen en delen.

Ja, racisme bestaat. Ja, discriminatie bestaat. Ja, homohaat bestaat. Dat is tragisch en afschuwelijk. Mensen als Anders Breivik kiezen daar vrijwillig voor. Bij identiteitspolitiek gaat het niet om een keuze. Identiteitspolitiek wordt bedreven op grond van huidskleur, seksuele oriëntatie, afkomst en geslacht. Er valt niks te kiezen. Het wordt je kwalijk genomen als je er een gesprek over aan wilt gaan. Ja, de mate van schuld is hooguit onderwerp van gesprek, maar tegenspraak wordt niet geduld. Een discussie wordt bij voorbaat de nek omgedraaid: terstond wordt de discriminatiekaart getrokken. Je mag er gewoon niet genuanceerd over denken. Als ik voorzichtig probeer enkele vraagtekens te plaatsen bij het homohuwelijk - ik heb daar argumenten voor - wordt ik onmiddellijk als homofoob weggezet. Einde discussie.

Identiteitspolitiek past niet in een democratische rechtsstaat. Willen we een multiculturele samenleving zijn, dan moeten we hetgeen ons bindt niet zoeken in afkomst, ras of andere protagonisten van de identiteitspolitiek, die mensen alleen maar tegenover elkaar zet. Een gezamenlijke verdediging van de Grondwet van onze democratische rechtsstaat lijkt mij de enige toekomstbestendige optie. Een multiculturele samenleving moet het nu juist van de democratische rechtsstaat hebben. En daar is per definitie ruimte voor verschil van mening. De identiteitspolitiek verschilt in wezen niet van politieke Islam: als iedereen de Sharia onderhoudt en Allah boven alles stelt, dan komt het allemaal goed. Identiteitspolitiek houdt er eenzelfde soort redenering op na: een verbeten strijd die eist dat iedereen zich aan hun opvatting onderwerpt.

Van Arie Slob wordt geeist dat hij zich conformeert aan de heersende seculiere opvatting. Hij mag zich niet beroepen op de Bijbel. Meteen eisen mensen dat hij vervolgd wordt voor discriminatie. Arie Slob vraagt van niemand dat hij of zij zijn mening deelt. Hij heeft simpelweg een andere mening, een andere overtuiging. Het COC eist wel van Slob dat hij hun mening deelt. Waarom? Ik deel de mening van de refo’s op dit punt. En dan doe ik niet eens een beroep op vrijheid van godsdienst, maar op vrijheid van meningsuiting. Als ik atheïst was, had ik op dit punt simpelweg dezelfde mening. Waarom geldt voor Arie Slob c.s. niet de vrijheid van meningsuiting? Omdat zijn mening onwelgevallig is? Ja maar, het ligt wel heel gevoelig bij homo’s die zich uitgesloten voelen, zo hoor ik dan. Dat is waar. Maar spotprenten van de profeet liggen ook heel gevoelig bij moslims. Maar daarvan zeggen we nu dat dit geen belemmering mag zijn voor de vrijheid van meningsuiting. Hier prevaleert wèl de vrijheid van meningsuiting.

“Verlos het onderwijs van religie”, aldus Bert Wagendorp (Volkskrant 11 november). Moet dan het atheïsme dwingend de voorgeschreven identiteit van alle scholen worden? Hoe neutraal is dat?

Wat christenen overigens prima kunnen onderscheiden is de persoon en zijn opvattingen. Toen destijds Aids wereldwijd om zich heen greep, waren het katholieke organisaties zoals de Zusters van Moeder Teresa die als eersten belangeloos hulp boden aan aidspatienten. Hoewel velen de ziekte hadden opgelopen door een leefwijze die christenen afwijzen, vormde dat geen enkele belemmering om hulp te bieden. Moeder Teresa was hierin zoals altijd duidelijk: ‘niet vragen, niet oordelen, helpen!’  Ik merk dat seculieren vaak meer moeite hebben met hulp bieden aan mensen die er andere opvattingen op nahouden. Bert Wagendorp vindt Moeder Teresa vast een intolerant kreng.

+Rob Mutsaerts

Het gelukzalig nietsdoen

Ik vind de coronatijd best prettig. Mijn omgeving reageert doorgaans verontwaardigd als ik dat zeg, maar het is zo. Het is best wel rustig. Veel gaat niet door en wat wel doorgaat, gaat via Zoom. Dat spaart een hoop file- en reistijd, extra tijd om niks te doen. Of om dit stukske te schrijven. Ook vanavond is er geen vergadering. Dankzij Corona. Te gevaarlijk. Ik heb een bokbiertje voor mij staan en luister naar een Amerikaans bluesstation. Vlammend gitaarwerk en scheurende mondharmonica’s. Klagen zou niet eerlijk zijn. Tijd genoeg om een zinloos stukje over niks te schrijven. Dat doe ik graag.

Dat niks-doen ken ik nog uit mijn studententijd. De universiteit in Tilburg - dat heette toen nog gewoon Hogeschool - werd bevolkt door studenten uit het hele land. Wat bovenrivierse studenten opviel was dat in Brabant een zekere onbekommerdheid heerst. Dat kenden die Hollanders niet. Ik kan dat wel verklaren. In het Westen is het merendeel van de bevolking de mening toegedaan dat uit het leven gehaald moet worden wat er in zit, omdat het daarna afgelopen is. Dat brengt een koortsachtige activiteit met zich mee. Daar hebben wij in Brabant niet zo’n last van. In het achterhoofd van de Brabander zit toch nog iets van de katholieke wortels, namelijk dat het er allemaal niet zo toe doet, omdat het “eigenlijke” pas hierna begint. Daarom doen wij het allemaal wat rustiger aan. En bestaat er zoiets als het Brabants kwartiertje. Dat is in Rotterdam ondenkbaar.

Misschien dat ik me daarom in deze coronatijd minder druk maak dan sommige lieden in bijvoorbeeld Den Haag. Ik heb bijvoorbeeld vandaag een en ander in mijn tuin gedaan. Dat doe ik anders nooit. Ik heb wat bolletjes geplant. Ooit gehad. Ze lagen nog in het schuurtje. Geen idee of dit de juiste tijd is om te planten, maar er zal allicht iets uitkomen in de lente. Volgens mijn buurman - afkomstig uit de Randstad - moet ik mijn onkruid eens wieden. Maar aangezien het begrip ‘onkruid’ mij onbekend is, laat ik die bezigheid maar achterwege. Een paardenbloem is ook een mooi schepsel van onze lieve heer en het bloeien van brandnetels kan ik met voldoening gadeslaan. Mijn buurman deelt dit standpunt niet. Hij keek ernstig verstoord toen hij zag hoe ik liefdevol de distels stond te begieten.

Nu ik zo terugkijk op mijn studententijd besef ik weer eens dat het gelukzalig nietsdoen een mens goed doet. Degene die dit afkeurt, moet misschien maar eens bedenken of hij hiertoe wellicht zelf niet bij machte is. Waarschijnlijk meent hij om onduidelijke redenen dat hij eigenlijk moet werken. Maar dat is een calvinistische gedachte die wij in het Zuiden niet delen. Het met enthousiasme vertoeven in ledigheid is een kunst die slechts den Brabander gegeven is. De Zuiderling begrijpt dat de studie niet het belangrijkste is, maar wat men daarbuiten doet. De waarde en het aangename van het leven schuilt in de aard en het niveau van de nevenactiviteiten. Ik voetbalde bijvoorbeeld graag. Bij voorkeur ook ‘s avonds laat. Tegen mijn favoriete muurtje. En student aan de overkant - een heel serieuze jongen uit Hellevoetsluis - verzocht mij daarmee op te houden. Ik vroeg hem of hij niet van voetbal hield, want zulke mensen bestaan, ze kunnen dat niet helpen. Hij antwoordde dat hij daar zeer op gesteld was en het daarom niet kon verdragen.

Ondertussen mag mijn voetbalteam wel trainen, maar geen competitiewedstrijden spelen. Waarom je wel met 35 man in een klaslokaal mag zitten en met 600 in de aula, maar niet met zijn vieren in een auto weet ik niet goed, maar het zal wel een reden hebben. Ik moet zeggen dat onze jeugd erg onbekommerd met de situatie omgaat. Op de training wordt gesprint, geknald en gelachen dat het een lieve lust is. In Den Haag vinden ze dat vast ongepast. Rare lui.

Bier zuipen is te leuk om af te schaffen

Kerstmis was al om zeep geholpen (een katholieke kerstboom in de hal van het gemeentehuis is niet divers), inmiddels is het Sinterklaasfeest ook grondig verknald (zwarte Piet, brrrrr) en nu is het volgende katholieke feest aan de beurt: Driekoningen. En je raadt nooit waarom. Een van de drie koningen is zwart.  In de Lutherse kerk in Ulm - inderdaad, die kerk met de hoogste toren ter wereld - hebben ze de drie koningen gereduceerd tot twee koningen. De zwarte koning is er niet meer bij om het Kind in de kribbe te aanbidden. De deken van de kerk meent dat dit beeld racistisch is. Het Driekoningenzingen zal nu ook wel een probleem worden. De kinderen moeten nu niet alleen snijdende Oostenwind en sneeuw trotseren, maar ook het verwijt dat ze racisten zijn.

Een commissie van het Menserechtencommissariaat van de Verenigde Naties had al eerder gepleit om de hulptroepen van allemanskindervriend Sinterklaas uit te roeien wegens het racistisch karakter van deze zwarte Pieten. Wij zagen in dit gezelschap van de Goedheiligman alleen maar vrolijke sympathieke lieden, maar daar vergisten wij ons natuurlijk in. De Verenigde Naties hebben die domme Nederlanders duidelijk gemaakt dat deze geschminkte gestalte verwijst naar ons duistere koloniale imperialistisch verleden. Aangezien paus Franciscus ons opriep naar de Verenigde Naties te luisteren, hebben we dat maar gedaan. Exit Sinterklaas.

Waarom doen we dit eigenlijk? Zucht. Moeten we nu echt toegeven aan de dominante seculiere cultuur die neutraliteit eist op elk vlak en alles wat refereert aan welke geestelijke stroming ook uit wil bannen? Daarbij treden ze ook nog eens zelf als rechter op, omdat ze het alleenrecht op moreel gebied opgeëist hebben. Tegengeluid wordt niet geduld. Voor degenen die dat nog steeds niet begrepen hebben volgt uitsluiting en de racismekaart.

Het is niet toevallig dat conflicten met alles wat christelijk is uitgevochten worden met het kaartspel waarbij de racismekaart troef is. ‘Het kan toch niet zo zijn dat jullie je niet distantiëren van racisme’ , zo wordt ons voor de voeten geworpen. Inderdaad, daar distantiëren wij ons van. Of er inderdaad sprake is van racisme, dat bepalen de seculieren wel. En als we toch enkele vraagtekens zetten bij dit vermeende racistische karakter van ónze cultuur, wordt er terstond gezwaaid met mensenrechten, discriminatie en volgt zonder pardon uitsluiting. Ze weigeren nog naar onze argumenten te luisteren, want we zijn racisten en naar argumenten van racisten hoeven we niet te luisteren. Tja, zo gaat dat. Dat katholieken zich inmiddels gediscrimineerd en uitgesloten voelen schijnt dan weer niet relevant te zijn.

Even terug naar de Driekoningen. Die ene is zwart en dus discriminerend/racistisch. Stel dat ze alledrie blank waren, dan was het natuurlijk ook weer niet goed. En dat het alleen maar mannen zijn evenmin. En als ze alledrie zwart waren was het uiteraard al helemaal niet goed. Knielen en buigen voor een wit kind is natuurlijk helemaal schandelijk. Kortom, het maakt niet uit hoe de samenstelling is: het is niet goed of het deugt niet.

Waar komt het feest van Driekoningen vandaan? De evangelist Matteüs meldt ons dat drie Magoi uit het Oosten kwamen om het Kind in de kribbe te aanbidden. Hoeveel het er waren meldt Matteüs niet, maar vanwege het drietal gaven dat ze meebrachten, heeft de traditie hun getal op drie bepaald. De aanbidding van deze drie niet-joodse koningen, wijst erop dat het kind Jezus voor alle volken is gekomen. Jesaja profeteert reeds hun komst, en de psalmist rept in psalm 72 reeds van hun herkomst, geschenken en aanbidding. De gaven worden aanvaard en daarmee wordt erkend dat het Godskind voor de hele wereld is gekomen. De aloudste tradities zien in deze vreemdelingen de representanten van de destijds bekende werelddelen Europa, Azië en Afrika. Er is weinig dat meer racistisch is dan het verwijderen van de zwarte koning uit het kersttafereel!

Wat staat ons nog meer te wachten? Carnaval is ook een feest van uitgesproken katholieke oorsprong. Maar dit feest zal wel blijven. Bier zuipen is te leuk om af te schaffen. Pasen wellicht? Het komt nog zover dat ze Judas gaan heilig verklaren.

Broederschap of broedermoord?

Universiteiten waren tot voor kort plaatsen van onbevangen onderzoek, van het vrije woord, van open uitwisseling van ideeën, maar zelfs daar heeft de cancel-culture toegeslagen. Bepaalde sprekers zijn niet langer welkom, omdat zij standpunten innemen die door sommigen onbeargumenteerd het etiket ‘discriminerend’ hebben gekregen of simpelweg de classificatie ‘hatespeech’. Ze krijgen gewoon geen podium meer. Vaak gaat het onwelgevallige meningen over klimaatverandering, gender of immigratie. Aanvankelijk waren het social media en tech-giganten die zich bedienden van dit soort politiek activisme. Ze stellen simpelweg dat hun ‘terms of service’ overtreden zijn, zonder dit nader te specificeren. Ze noemden het ‘hatespeech’ zonder aan te geven wat daar nu eigenlijk wel of niet onder viel. Bekende slachtoffers zijn Camille Paglia, Charles Murray, Jordan Peterson en onlangs nog J.K. Rowling. Laatstgenoemde is een pro LGTBQt/mZ-voorvechtster, maar de aanduiding “mensen die menstrueren” ging haar toch echt te ver. Haar commentaar “Hoe noemden we die vroeger ook al weer?” was genoeg om haar te verbannen, te negeren en uit te sluiten. Het kan verkeren.

Maar nu treft ook Richard Dawkins dit lot. Deze evolutiebioloog die zijn bekendheid vooral dankt aan zijn strijdbaar atheïsme, was niet langer welkom op het Trinity College (Dublin). Zijn lezing werd gecanceld en wel om een bijzondere reden: Dawkins’ kritische houding ten opzichte van de Islam. De wetenschapper die zijn populariteit niet zozeer aan zijn wetenschappelijke kennis heeft te danken, maar veeleer aan zijn kritische houding tegenover religie in het algemeen, krijgt nu het verwijt kritisch te staan tegenover de Islam. Anti-religie is zeer acceptabel in het cancel culture wereldje, behalve kennelijk als het over een specifieke religie gaat. De argumenten van het Trinity College zijn ronduit bizar. Nee, de uitnodiging aan Dawkins is niet ingetrokken uit angst voor represailles van radicale moslims. Nee, men wilde voorkomen dat toehoorders zich ongemakkelijk zouden voelen bij Dawkins voordracht. Men had daarbij niet alleen de orthodoxe moslims voor ogen, maar ook toehoorders die de anti-Islamhouding van Dawkins als “rechts of racistisch” zouden kunnen ervaren. Een toespraak die men als ‘links’ ervaart is kennelijk geen probleem. Door deze uitspraak laat het Trinity College zich wel erg kennen als een linkse club die geen rechtse geluiden tolereert. Exit vrijheid van meningsuiting op deze universiteit.

Alles waar de Cancel Culture voor staat - vrouwenrechten, genderideologie, LGBTQ-rechten, politieke correctheid - daar staat de orthodoxe Islam diametraal tegenovergesteld in. En die meent men nu juist in bescherming te moeten nemen. Orthodoxe christenen staan wat deze onderwerpen betreft zo ongeveer op één lijn met de Islam, maar worden om onduidelijke redenen wél als racistisch, discriminerend en meerdere redenen als niet-‘woke’ aangemerkt en dus uitgesloten. Dawkins is van harte welkom een lezing te geven waarbij christenen zich buitengewoon ongemakkelijk voelen. Het toont maar weer eens aan hoe irrationeel men te werk gaat. Zelfs universiteiten - de rede zou daar toch een prominente plaats in moeten nemen - laten zich meesleuren met extremisten die voor zichzelf het alleenrecht op moraliteit hebben toegeëigend.

Je kunt er ook niets tegenin brengen. Argumenten tellen niet. De stelling is simpelweg deze: de maatschappelijke verhoudingen zijn doordrenkt van structurele discriminatie. Als je ook maar ergens enigszins voorzichtig enkele vraagtekens wil plaatsen, wordt dat terstond als discriminerend geïnterpreteerd en wordt je meteen tot persona non grata bestempeld. Het zijn anti-liberalen die geen vrijheid van meningsuiting tolereren, maar wel van anderen eisen dat zij hun mening overnemen. Het lijkt op de Franse Revolutie: vrijheid, gelijkheid en broederschap. Het leek zo mooi. Het eindigde in dictatuur, koppensnellen en broedermoord.

Gastvrijheid

Gastvrijheid is een Bijbelse deugd, het is de eigenschap dat je hartelijk en gul bent in het ontvangen van gasten. Op meerdere plaatsen in zowel het Oude als het Nieuwe Testament lezen we hierover. Hoe zit het dan met de zogeheten eucharistische gastvrijheid? Moeten wij iedereen gastvrij uitnodigen om de H.Communie te ontvangen? De kwestie is wederom actueel nu een groep Duitse protestantse en katholieke theologen voor wederzijdse eucharistische vrijheid pleiten in een mede door de voorzitter van de Duitse Bisschoppenconferentie ondertekend document Samen aan tafel van de Heer. De Congregatie voor de Geloofsleer heeft hier onlangs nog kritiek op geuit.

Uitgangspunt van de katholieke Kerk is dat eucharistische gemeenschap volledige kerkgemeenschap veronderstelt. Vanuit katholiek perspectief is die niet aanwezig bij protestantse denominaties en kan er derhalve geen sprake zijn van zowel kerk- noch van eucharistische gemeenschap. Hoe bovengenoemd document dan kan beweren dat er geen theologische belemmeringen zijn voor wederzijdse deelname aan Avondmaal / Eucharistie is mij een raadsel. De Duitse theologen zijn van mening dat het doopsel de enige voorwaarde is om de Communie te ontvangen. Voor bisschop Bätzing is dit voldoende om op de oecumenische Kirchentag volgend jaar in Frankfurt iedereen uit te nodigen voor de Communie. Ter legitimatie wordt nog aangevoerd dat “het geweten leidend is, zelfs als de argumenten geen steek houden”. Hiermee is men de dwaalweg van het relativisme ingeslagen. Deze weg werd al eerder ingeslagen in de kwestie van de toelating tot de Communie van de hertrouwd gescheidenen. Het relativisme wil best de onontbindbaarheid van het huwelijk erkennen, maar tegelijk in afzonderlijke gevallen het geweten aanvaarden als doorslaggevend. Wat algemeen geldt verliest in deze redenering in afzonderlijke gevallen haar geldigheid. Hiermee kun je alles naar believen relativeren en goedkeuren.

Dan beroepen de Duitse theologen zich ook nog op het volgende. Het vroege christendom kende een veelvoud aan gemeenschapstructuren en wijzen waarop gevierd werd die pas later door bisschoppen in wetgeving vastgelegd werden. De Reformatie verwerpt de Apostolische Traditie (sola scriptura) als louter mensenwerk. Het tweede Vaticaans Concilie (Dei Verbum) denkt daar duidelijk anders over. Het Concilie houdt eraan vast dat de Bijbel een product is van de Kerk en de Kerk dus autoriteit heeft over de uitleg van de Schrift.

Wat ook opvalt is dat het Duitse document nauwelijks aandacht schenkt aan het offerkarakter van de eucharistie, dat van oudsher de primaire plaats inneemt; het maaltijdkarakter is secundair. Probleem is ook dat men een scheiding aanbrengt tussen Christus en de Kerk. Stellig wordt beweerd dat Jezus de enige gastheer is van de eucharistie. Het zou de Kerk niet toekomen toelatingscriteria vast te leggen. Dat miskent het gegeven dat Christus het hoofd van de Kerk is, onlosmakelijk verbonden met het lichaam de Kerk. Door het doopsel als enig toelatingscriterrium te eisen, miskent men ook nog eens het wezen van het doopsel, waardoor de dopeling wordt opgenomen in de katholieke resp. protestantse kerk en daarmee instemt met de geloofsbelijdenis van die Kerk. Onderling verschillen diep wezenlijke punten.

Daarbij komt vervolgens nog eens bij dat de eucharistie ten nauwste verbonden is met het sacramentele priesterschap. Het document gaat voor leidinggevende functies weliswaar uit van de noodzakelijkheid van het gewijde ambt resp. beroeping, maar wat betekent dat als de ‘Kerk’ zoals omschreven in het document nauwelijks theologisch gedefinieerd wordt. Als de protestantse kerken in Duitsland het dan ook nog eens uitdrukkelijk mogelijk maken dat het Avondmaal ook zonder ambtsdrager gevierd kan worden, is de verwarring compleet. Het lijkt erop dat men zich Luther’s uitspraak eigen heeft gemaakt: “Wie gedoopt is, is pastoor, bisschop en paus tegelijk”.

Wezenlijk is natuurlijk dat men het niet eens kan worden over de betekenis van de realis presentia van Christus in het sacrament. Dat in elk eucharistisch gebed de eenheid met de paus verwoord wordt, alsmede de gemeenschap van de heiligen en dan ook nog eens het gebed voor de overledenen opgenomen is maakt het helemaal problematisch. Protestanten aanvaarden geen van drieën, maar worden in geval van intercommunie wel geacht dit te bidden. We gaan immers geen eucharistische gebeden aanpassen.

Wat voor de Congregatie voor de Geloofsleer het zwaarst weegt is dat de eenheid in eucharistie zonder eenheid in geloof het gevaar met zich meebrengt de geloofsverschillen te relativeren. Reactie van de Duitse Bisschoppenconferentie: “bij de komende oecumenische Kirchentag zullen we gemeenschappelijk maaltijd houden”. Hopeloos.

Joep naar de vrouwengevangenis

Een waanbeeld is een beeld dat men voor werkelijkheid houdt, maar dat aantoonbaar niet is. Wanen komen niet overeen met de werkelijkheid. Mensen die waanbeelden hebben noemen we waanzinnigen. Bij demente mensen kan het geen kwaad met hun waanbeelden mee te gaan, maar voor het overige is behandeling aan te bevelen. Het wordt pas echt problematisch als men van anderen eist dat ze de waanbeelden als realiteit dienen te accepteren. Dat is inmiddels het geval.

In Duitsland kan men het gewenste geslacht in zijn paspoort laten opnemen. Er zijn slechts enkele restricties. Zo moet men een gesprek met twee psychiaters gevoerd hebben. Een van de vereisten is dat men een geslachtsveranderde operatie ondergaan heeft. Dus als Joep als meisje door het leven wenst te gaan, dan gaat de overheid in deze waan mee. In Engeland wordt het Joep helemaal gemakkelijk gemaakt. Een operatieve geslachtsverandering is daar niet vereist. Joep kan daar voortaan als transvrouw door het leven gaan zonder dat er aan zijn fysieke verschijning iets veranderd heeft. Joep is nu een transvrouw met een vrouwelijke penis, in ieder geval niet met een mannelijke penis, want hij staat nu gedocumenteerd als vrouw.

Nu gun ik het een ander zo gek te zijn als hij dat zelf wil, maar je moet dat dan ook wel consequent doorvoeren. Van twee walletjes eten, dat gaat nu eenmaal niet. Wie A zegt moet ook B zeggen, wil je serieus genomen worden. Dat geldt ook voor de overheid die dit faciliteert. Omdat de overheid Joep’s vrouw-zijn officieel heeft erkend, heeft Joep het recht om zijn straf in een vrouwengevangenis uit te zitten, want ja, Joep is een vrouw. Zeg me niet dat dit onzin is. Ik ben niet degene die Joep voor een vrouw aanziet. De echte vrouwen in de gevangenis hebben dit maar te accepteren. Waarom biologische vrouwen zich moeten aanpassen aan transvrouwen en niet andersom is volstrekt onduidelijk.

Wat voor een vrouwengevangenis geldt, geldt natuurlijk ook voor een Blijf-van-mijn-lijf huis. Men moet immers consequent zijn. Ziet men Joep voor een vrouw aan of niet? Of alleen als het goed uitkomt? Als niet het geslacht bepaald wordt door hetgeen de natuur je meegegeven heeft, maar het wensgeslacht doorslaggevend is, is het discriminerend om een transvrouw te weigeren. Dus als Joep door een andere man wordt belaagd, kan hij zijn toevlucht nemen tot dit vrouwenhuis. Uiteraard hebben de vrouwen in dit huis weer geen enkele stem in het kapittel.

Transseksualiteit betekent natuurlijk ook het einde van vrouwensport. In Australië wilde een als man geboren speler - H. Mouncy - met het vrouwenteam handbal meespelen. Hij werd niet opgesteld (bekijk de foto eens, en je snapt waarom). De coach werd onmiddellijk voor transfoob uitgemaakt. De dames weigerden overigens met deze transvrouw te  douchen, maar omdat het wettelijk gereguleerd is dat hij voortaan als vrouw te boek staat, heeft een club niet het recht deze man - want dat is en blijft het natuurlijk - te weigeren als lid van het vrouwenhandbal. Het enige dat een coach kan doen, is hem niet opstellen. Daar gaat de trainer over; niet de overheid. Overigens gaat ook het Internationaal Olympisch Comité in deze waanzin mee. ‘Vrouwen’ die als man geboren zijn hoeven niet langer een geslachtsveranderende operatie te ondergaan om deel te mogen nemen.

Zoals gezegd dreigt het einde van de vrouwensport. In Amerika winnen de echte meisjes geen enkele wedstrijd meer bijzet verspringen, omdat twee transvrouwen alles winnen. En omdat een mannenlichaam zelf testosteron aanmaakt, kunnen zij niet van doping beticht worden. Aangezien het in de genderdiscussie totaal diffuus is wat nu eigenlijk een man tot man en een vrouw tot vrouw maakt, is het ook volstrekt onduidelijk hoe je je nu het een of het ander kunt voelen, maar vooruit maar. Als gevoelens bepalend zijn en niet de feiten, is alles mogelijk, immers de waan regeert.

Gendermainstreaming betekent uiteindelijk het einde van de vrijheid. En dat is niet iets om lichtvaardig over te denken: denk-verboden en spreekverboden, zover is het al. Maatschappelijke discussies worden in de kiem gesmoord. Meteen wordt de discriminatiekaart getrokken; tegenspraak wordt niet geduld. Argumenten tellen niet. Een totalitair spook waart rond in de westerse wereld. Strijd tegen de genderideologie wordt nauwelijks gevoerd. Er komt geen parlementsbesluit aan te pas. Desalniettemin komt het in al zijn facetten in het regeringsbeleid tot uiting. De boze witte man is de Editio Typica van alle kwaad. Hij is de kolonist, racist, de geprivilegieerde, de behoeder van de patriarchale structuur. Hij krijgt van alles de schuld, gewoon omdat hij wit is. Hieruit blijkt maar dat de anti-racisten ongelooflijk racistisch zijn: je deugt niet, gewoon omdat je wit bent. Ik noem mezelf overigens nog steeds gewoon blank; met die taalnazi’s heb ik niets te maken.

Birgit Kelle heeft hier een uitstekend boek over geschreven:
Noch Normal? Das läst zich gendern! Gender-politik ist das Problem, nicht die Lösung
(ISBN 978-3-95972-364-0) €19,95

De jokers regeren

De nieuwste trend: Cancel Culture, het uitsluiten van personen die in de ogen van sommige lieden in de fout zijn gegaan. Deze trend is zelfs doorgedrongen tot in de app-groep van basisscholieren. Argumenten doen er niet toe, je schreeuwt gewoon heel hard dat iemand niet deugt. In Amerika is een open brief gepubliceerd ondertekend door onder meer J.K. Rowling (auteur van Harrie Potter), waarin de ondertekenaars de vrees uiten dat er van het maatschappelijk debat weinig overblijft. Sommige meningen worden domweg gewoon niet geaccepteerd, films en tv-series worden gecanceld, standbeelden worden omvergetrokken, sprekers worden door universiteiten geboycot, bedrijven trekken zich terug uit programma’s zolang Johan Derksen daar nog te zien is. De morele zelfingenomenheid van m.n. progressieve activisten is stuitend.

Rowling kwam in een publicatie de term “mensen die menstrueren” tegen en reageerde als volgt: “hoe noemden we die vroeger ook alweer?” Ze houdt graag vast aan de sekse-aanduiding. Maar dit was voldoende om een haatcampagne te starten tegen dit transfoobmens.

Ik geloof de verontwaardiging niet. Het is mij te selectief. Als Maarten van Rossem en Jeroen Pauw zich kwetsend uitlaten over christenen, hoor ik niemand die hen wil uitsluiten omdat ze christenfoob zijn. Heeft iemand er al voor gepleit “The Last Temptation of Christ” of “The Life of Brian” uit roulatie te halen. Degenen die hun mond houden zijn dezelfden - geenszins belemmerd door enig historisch besef - die het standbeeld van Peerke Donders willen neerhalen. Nogmaals, ik geloof hun verontwaardiging niet. Elk weerwoord smoren, zelf geen argumenten aandragen, alleen maar schreeuwen, en dat alles vanuit een morele superioriteit die men zichzelf toedicht. Een ieder die zich begeeft buiten de grenzen van deze progressieve orthodoxie wordt buitengesloten en gesanctioneerd. De inquisitie is terug van weggeweest.

De doctrines en dogma’s van de linkse maffia worden op stalinistische wijze gepromulgeerd op internet en vervolgens verwachten ze dat de verketterde publiekelijk spijt betuigt over zoveel onwetendheid om de rest van zijn leven in obscuriteit en isolatie verder te leven als straf voor zijn vreselijke indiscreties.

De ironie is dat Rowling zelf tot het progressieve kamp behoort en in het verleden zelf iedereen die zich niet in haar meningen kon vinden vergeleek met de meest kwaadaardige personages uit haar boeken (bij voorkeur met Voldemort, hij-die-niet-genoemd-mag-worden). Nu overkomt haar hetzelfde. Ja, het is moeilijk bij te houden wat op dit moment wel en niet deugt.

Dat is het dilemma van het progressieve volksdeel: eindeloos moeten veranderen. Maar wat te doen als je echt ergens van overtuigd bent en bij dit standpunt wilt blijven? Een voorbeeld. Ooit betekende het bestrijden van racisme dat je geen acht moest slaan op huidskleur. Als je nu weigert om kleur te zien ben je een geprivilegieerde bevooroordeelde ignorante racistische witte man. Wat eens een progressief standpunt was, wordt nu door progressievelingen verketterd. Pas dus op wat je zegt. Over twintig jaar moet je ervoor boeten. Dat is hetgeen J.K. Rowling overkomt. Wat nu doorgaat voor universele waarheid, kan morgen op minachting rekenen. Dat krijg je als je het objectieve loslaat, als er geen objectieve maatstaven en ijkpunten meer zijn. Dan regeren de jokers.

+Rob Mutsaerts

Tap eens uit een ander vaatje

Onlangs werd ik gebeld door een journaliste. Onderwerp: de krimpende kerk. Die krimp zet nog wel even door. “Of ik dat jammer vond?” “Bestaat de Kerk over 25 jaar nog?” “Is dat erg voor de samenleving?”. Dat soort vragen.

Ik gaf zo mijn antwoorden. De journaliste meende uit mijn antwoorden te mogen opmaken dat ik van mening was dat het allemaal echt gebeurd is wat de evangelisten ons gemeld hebben over Jezus. Dat is inderdaad het geval. Dat vond ze heel raar. Ze meldde heel open dat ze in het geheel niet gelovig is en ook niets wist van het katholieke geloof (behalve dan dat pastoors niet mogen trouwen), maar dat er mensen zijn die de Bijbel als historisch document zien, daar stond ze van te kijken. Dat was toch iets van vroeger?

Ik vroeg haar of zij vermoedde dat Jezus wel echt bestaan heeft. Ze meende toch echt te weten van niet. De Bijbel was toch een kwestie van een mooi verzonnen verhaal met een mooie moraal. Een soort sprookjesboek dus. Ik vroeg haar of zij van mening was dat Caesar Augustus echt geleefd heeft. Daar had ze helaas nog nooit van gehoord. Nog maar een poging gewaagd: Napoleon dan? Ja, die kende ze: “Daar zijn gewoon historische verslagen van”. Ik zei haar dat er van Jezus ook diverse historische verslagen zijn. Het is aan te wijzen in welke tijd Hij leefde, in welk land en in welke plaatsen welke gebeurtenissen hebben plaatsgevonden en wat Hij gezegd heeft. Er zijn ooggetuigenverslagen van.

“Hoe weten we of die betrouwbaar zijn”, zo ging zij verder. Nou op dezelfde manier als de bronnen die verslag doen van Caesar Augustus en Napoleon: door degelijk historisch onderzoek. Haar slotconclusie luidde: “Nou ja, het maakt allemaal niet zoveel uit of die Jezus echt bestaan heeft, het gaat er in jullie geloof toch om dat je je er goed bij voelt, dat het je kan troosten en dat soort dingen?” Nee, mevrouw, daar gaat het helemaal niet om. Enfin, de verwarring was groot. Wellicht dat om die reden een verslag van het gesprek tot op heden niet gepubliceerd is.

Je moet goed thuis zijn in de sportwereld - en dan nog in een specifieke tak van sport - wil je een plek verwerven op de sportredactie van een krant. Hetzelfde geldt mutatis mutandis voor het economisch katern, de financiële bijlage of de wetenschapspagina. Het heeft geen zin een hockeykenner een interview te laten afnemen met een metafysicus. De verkeerde vragen worden gesteld en de relevantie van de antwoorden niet onderkend. Een smartlappenkenner op pad sturen naar bluesfanaat Johan Derksen schiet ook niet op. Dat snapt iedereen. In de praktijk doet men dat ook niet. Maar men stuurt rustig een meisje met nul inhoudelijke kennis van religieuze zaken op pad om een artikel over Kerk en geloof te schrijven. Het resultaat is meestal een weergave van de Kerk conform het beeld dat de journalist van de Kerk heeft. En zo groeit de onwetendheid en worden de vooroordelen in stand gehouden.

Nee, ik pleit niet voor kerkvriendelijke journalistiek. Journalisten moeten hun werk doen, dat wil zeggen kritisch zijn. (De Kerk zelf geeft daartoe aanleiding genoeg). Maar kennis van zaken is aanbevelenswaardig. En eens een keer uit een ander vaatje tappen dan gebruikelijk. Want het is al tijden wel erg simplistisch en slaapverwekkend clichématig.

(4 augustus geplaatst op KN.nl)


Tieners. Niks mis mee.

Nergens in de Bijbel lees je dat de leerlingen van Jezus ‘tieners’ zijn. Dat kan ook niet, want het woord is pas in de 20e eeuw ontstaan. Bestaat er zoiets als ‘tienerisme’? Je komt het in elk geval in geen enkel woordenboek tegen. Adolescentie dan weer wel. Maar dat is meer een technisch begrip. Het is in elk geval iets dat vaak vooral negatieve associaties bij niet-tieners oproept.

De Bijbel denkt er in ieder geval anders over. Paulus (1 Tim. 4,12) zegt heel stellig: “Niemand mag de jeugd minachten”. Vervolgens zegt hij dat we voor hen een voorbeeld moeten zijn door woord en gedrag, in liefde, in geloof en zuiverheid. Daar ligt evenwel het probleem in onze Westerse streken. Ze leren van beroemdheden via YouTube en van hun vrienden en vriendinnen die het allemaal ook niet weten. En als het om geloof gaat, hoe kan geloof groeien als niemand ze de waarheden aanreikt waarop het geloof gefundeerd is.

De leerlingen van Jezus waren op enkele uitzonderingen na tieners. Dat verrast u wellicht. De apostelen tieners! Jezus had geen lage verwachtingen van hen. Deze leerlingen leefden overigens ook in een decadente tijd, maar Jezus zag hun grote potentieel. Jezus was een leraar. Een leraar zou geen leraar zijn als hij geen leerlingen had. Mensen die als leraar optraden en een groep leerlingen om zich heen verzamelden was een gewoon verschijnsel in Palestina, maar ook in de Hellenistische tijd. De Grieken kenden al lang leraar-leerlingen groepen. De leerlingen genoten onderricht over leer en leven door naar hem te luisteren en tijd met de meester door te brengen. Johannes de Doper had leerlingen, de farizeen evenzeer. Dit leerlingschap functioneerde als een soort tweede familie voor de leerlingen. De leerlingen waren per definitie jonger dan de leraar. Joodse leerlingen waren doorgaans jong genoeg om niet getrouwd te zijn en ouderschap verantwoordelijkheden te hebben en oud genoeg om te kunnen lezen en de groep niet tot last te zijn. Een Joodse jongen werd als volwassen beschouwd als hij 13 jaar oud was (Bar Mitswa). Hij was dan oud genoeg om een van de tien mensen te zijn die nodig zijn om een synagoge te vormen. Hij werd geacht goed genoeg te kunnen lezen uit de Schriften als hij daartoe geroepen werd in de synagoge.

Hieruit kunnen we twee dingen afleiden over de leeftijd van Jezus’ leerlingen. Zij waren minstens 13 jaar, maar jonger dan 30 (de leeftijd van Jezus toen Hij begon met zijn onderricht). Zoals gezegd waren leerlingen jonger dan hun meester, en ze brachten drie jaar met Jezus door, ongeveer evenveel tijd die een hedendaagse student in vier jaar (inclusief zomervakantie) op universiteit of Hogeschool doorbrengt.

Tieners worden vaak gekarakteriseerd als competitief, eigenzinnig, zelfverzekerd, onzeker, impulsief, fysiek sterk en leergierig. Ik herken dat wel bij de jongens van mijn voetbalteam. Druktemakers, maar ook heel sociaal; eigenwijs, maar ook leergierig; goeie gasten maar je wordt er af en toe ook heel moe van; al bij al een plezierig gezelschap. Het levert leuke conversaties op. Soms heel serieus.
“Bid jij wel eens voor ons?”, vroeg een van mijn spelers vorig seizoen zomaar ineens in de rust.
-“Ja”.
“Voor de overwinning?”.
- “Nee”.
“Dat we allemaal heiligen worden?”.
- “Nee”.
“Wat dan?”.
- “Dat jullie niet in de problemen komen”.
Toen was het even stil. Totdat er eentje heel serieus opmerkte dat ik dat vooral moest blijven doen. Dat doe ik inderdaad. Het leven kan soms verdraait ingewikkeld zijn voor die jongens.


De tieners van onze tijd zijn niet zoveel anders dan de tieners die met Jezus optrokken. Laten we eens kijken wat tieners typeert.

-Competitief
Als Jezus en zijn leerlingen op weg zijn naar Kafarnaum in Galilea, ontstaat een redetwist tussen de leerlingen wie van hen wel niet de grootste zou zijn. Jezus hoort hun conversatie, maar wacht tot zij in het huis zijn aangekomen en vraagt hen dan waar zij onderweg over spraken. Met de nodige schaamte gaven zij antwoord, maar Jezus maakt van de gelegenheid gebruik om hen duidelijk te maken dat wie de grootste wil zijn zich klein moet maken. Hij neemt een kind in zijn armen en legt hen uit wat nederigheid is en waartoe deze deugd leidt.

- Impulsief
Diverse keren laten de leerlingen blijken hoogst verbaasd te zijn over hetgeen Jezus leerde. Ze vroegen bijna wanhopig: “Wie kan er dan nog gered worden?”, toen Jezus hen vertelde dat het voor degenen die rijk zijn moeilijk is om gered te worden. In hun beleving was welvaart eerder een teken dat God welvarende mensen goedgezind is. Tieners doen nu eenmaal hun mondje open als ze het ergens niet mee eens zijn. Toch?


- Zelfverzekerd
Tieners kunnen heel onzeker zijn, maar ook heel zelfverzekerd. Toen Jezus aan Jacobus en zijn broer Johannes vroeg of zij in staat waren “gedoopt te worden met het doopsel waarmee Hij gedoopt zou worden” sprak Jezus over het lijden dat Hem te wachten zou staan. De broers antwoordden stellig: “Ja, dat kunnen wij”. Jezus zei dat zij daartoe inderdaad toe in staat zouden blijken, hoewel zij de impact ervan niet begrepen.

Toen Jezus besloot om daadwerkelijk naar Judea te gaan hoewel Hij wist wat Hem daar te wachten stond, zei Thomas zelfverzekerd: “Laten wij met Hem mee gaan om daar met Hem te sterven”. Petrus was er vast van overtuigd dat hij Jezus tot het bittere einde zou kunnen volgen en dat hij Hem nooit zou verloochenen.


- Verontwaardigd
Tieners zijn jong en nog niet altijd in staat zich te verplaatsen in andermans gedachten, motieven, omstandigheden en emoties. Vandaar dat ze ertoe neigen anderen tamelijk snel te oordelen. Dit komen we bij de leerlingen van Jezus regelmatig tegen. De grootste uitbarsting zien we bij Jacobus en Johannes toen bleek dat het Samaritaanse volk hen niet toestond hun land te doorkruisen op weg naar Jeruzalem. De twee broers stelden Jezus voor dat Jezus maar eens flink het vuur van de hel over die Samaritanen afriep, net zoals Elia dat ooit gedaan had. Dat zou ze leren, die vreselijke Samaritanen. Dit soort  impulsief gedrag zien we vaker. Zoals die ene keer toen een (Syrië-fenitische) vrouw maar bleef aandringen bij Jezus en de leerlingen er bij Hem op aandrongen dat vermoeiende mens weg te sturen. Het zijn diezelfde leerlingen die de ouders van opdringerige kinderen weg wilde sturen. Jezus had naar hun mening wel iets anders aan zijn hoofd. Het is een van de weinige keren dat Jezus kwaad werd. Nee, niet op die kinderen, maar op zijn leerlingen: “laat die kinderen toch bij mij komen en houd ze niet tegen”.


- Fysiek sterk
Jezus was een rondtrekkende rabbi. Naar schatting heeft Hij in die drie jaar van zijn openbaar leven zo’n 4000 km afgelegd. Te voet, wel te verstaan. De leerlingen die met Hem meegingen moeten in een fysiek goede conditie geweest zijn. Zeker als je weet dat ze soms weinig of niets te eten hadden. Ze hadden waarschijnlijk ook meer slaap nodig dan Jezus. Jongens in de groei hebben nou eenmaal meer nachtrust nodig dan volwassenen. In de Hof van Olijven lukt het Jezus niet om hen wakker te houden, zelfs niet nadat Jezus hen nadrukkelijk gevraagd had met hen te waken en te bidden.

In elk geval vier van deze jongeren waren gewend aan zwaar fysiek werk. Ze waren in staat grote netten vol vis aan boord te slepen en ook nog eens de grote zeilen van hun vissersboten gedurende stormachtig weer in de hand te houden. Neem dit waren geen kale oudere mannen met baarden zoals schilders ze nogal eens afgebeeld hebben. Jezus had jonge mannen nodig die in staat waren flinke afstanden door woest terrein te overbruggen om tenslotte het evangelie aan alle landen en streken te verkondigen, terwijl ze daarbij heel wat tegenstand en vervolging te verduren hadden. Dat vraagt niet alleen mentaal doorzettingsvermogen, maar ook geestelijke en fysieke kracht.


- Leergierig
Jongelui willen kennis opdoen, de wereld veroveren, nieuwe ervaringen opdoen. Jezus’ leerlingen waren hier goede voorbeelden van. Ze vroegen gewoon naar de betekenis van de parabels die Jezus hen vertelde als ze geen idee hadden wat ze ervan moesten denken. Ze wilden ook weten hoe dat nu zat met die vergeving waar Jezus het veelvuldig over had. Ja, hoe vaak moest je iemand vergeven. Op een keer houdt het toch op. Of niet soms. Ze stelden Hem ook vragen over de toekomst van Jeruzalem en over de terugkeer van Jezus. Ze wilden ook weten waarom Elia moest optreden vóór Jezus’ komst. Toen Jezus zei dat Hij terug zou keren naar de Vader, wilden zij weten waar dat dan wel niet was en waarom zij niet met Hem mee konden gaan en waarom Hij niet duidelijk aan de wereld kenbaar maakte wie Hij was.

Er was heel veel wat de leerlingen niet begrepen. Ze vroegen onder elkaar: “Wat bedoelt Hij hier eigenlijk mee?”. Soms begrepen ze Hem helemaal verkeerd, waren in de war of namen zijn woorden te letterlijk omdat ze de geestelijke context niet begrepen. Kortom, volstrekt normaal gedrag van tieners. Voor Jezus was dit helemaal geen probleem. Hij was het toch die hen uitgekozen had om Hem uiteindelijk te verkondigen.


- Behoefte aan geestelijke inhoud
Ondanks al hun normaal al dan niet stormachtig gedrag, hadden de leerlingen behoefte, of beter gezegd nood aan spiritualiteit, aan een relatie met hun Schepper. Ze wilden dat Jezus hen leerde bidden. Ze vroegen om hun geloof te vergroten. Filippus vroeg aan Jezus: “Laat ons de Vader zien; meer is voor ons niet nodig”. Ze gingen er vol enthousiasme op uit toen Jezus hen vroeg om te evangeliseren en in Zijn naam zieken te genezen.

Op zijn minst een van de leerlingen stond erop klip en klaar de waarheid te weten. Dat was Thomas. Thomas kreeg te horen dat Jezus aan zijn medeleerlingen verschenen was. In levende lijve. Thomas was daar niet bij. Hij wist twee dingen zeker. Jezus was echt dood (niemand overleeft een Romeinse executie). En iemand die dood is loop je niet meer tegen het lijf. Kortom, hij geloofde het allemaal niet. Thomas wilde bewijzen zien. Kom maar op met je bewijzen, laat het maar zien! Scepsis is helemaal niet slecht. Zekerheid verlangen over Jezus die gestorven is èn verrezen, dat is geen onredelijke vraag. Gelovigen zijn geen onnozele types die zomaar klakkeloos iets aannemen. Het zijn ook geen bijgelovigen en ook al helemaal niet onredelijke mensen. Iets wat tegen de rede, tegen het verstand ingaat, daar hoef je niet in mee te gaan. Dat er dingen zijn die het verstand te boven gaan, dat is iets anders. Geloof mag de kans krijgen om te groeien. Dat heeft tijd nodig. Stel vragen. Kijk wat er gebeurt, hoor wat er gezegd wordt, denk na. Zelfs de leerlingen van Jezus die drie jaar met Hem opgetrokken zijn en door Hem zelf onderricht, hadden de nodige tijd nodig.

- Hoe zit te dan met Petrus?
Petrus is degene die het vaakst genoemd wordt in de evangelies. Hij was ongetwijfeld de oudste onder de leerlingen. Hij is waarschijnlijk ook de enge die getrouwd is. Zijn vrouw wordt niet genoemd in de Bijbel, maar wel zijn schoonmoeder. Zij werd door Jezus genezen. De leerlingen van Jezus waren zo verbaasd over Jezus onderricht over echtscheiding, dat hun reactie was dat het dan beter zou zijn om maar niet te trouwen. Dit commentaar verwacht je niet van iemand die al getrouwd is. Overigens, men trouwde in die tijd al op jonge leeftijd.
Petrus kon nogal impulsief uit de hoek komen. Hij bevraagt Jezus vaker dan de anderen. De jongere leerlingen waren misschien wel blij dat ze het woord konden overlaten aan de oudste, en het aan deze Petrus konden overlaten om op aanwijzing van Jezus over het water te lopen, om te weigeren de voeten door Jezus te laten wassen, om zijn zondigheid te erkennen, voorbereidingen te treffen voor het Laatste Avondmaal, het lege graf als eerste binnen te lopen en zijn loyaliteit te betuigen: “Gij zijt het eeuwig leven”.
Er is nog een reden om te vermoeden dat Petrus de oudste was, want alleen Jezus en hij waren verplicht Tempelbelasting te betalen. De jongere leerlingen werden helemaal niet benaderd door de tollenaars, de belastingdienst. Mannen vanaf  twintig jaar waren belastingplichtig. Het is daarom redelijk te veronderstellen dat alleen Jezus en Petrus belast werden en de anderen derhalve tieners waren.

- En Johannes dan?
Johannes wordt de geliefde leerling genoemd. Hij was waarschijnlijk de jongste, hoewel wel net oud genoeg om zijn vader Zebedeus te helpen bij zijn vissersjob. Misschien kreeg hij wel extra aandacht van Jezus vanwege zijn leeftijd. Johannes was ook de enige leerling die samen met enkele vrouwen - waaronder zijn moeder Salome en de Maria, de moeder van Jezus - Jezus op zijn Kruisweg volgde. Omdat hij nog maar een jongen (hij is ook de enige die op alle schilderijen afgebeeld wordt zonder baard) was, werd hij door de vijanden van Jezus niet gezien als een gevaar en kon hij gewoon tussen het volk meelopen. Nadat Jezus na de verrijzenis aan Petrus was verschenen en hem aangesteld had als eerste van de apostelen en zinspeelde op de dood die Petrus zou sterven, vroeg Petrus aan Jezus hoe het Johannes zou vergaan, zijn bezorgdheid uitend over de jongen.

Het komt wel goed met de jeugd. Als wij hen maar eens serieus zouden nemen en voor onze zaak zouden staan.

Zomerkamp

Weest altijd bereid om verantwoording af te leggen van je geloof, aldus Petrus (1, Petrus 3,15). Geloofsverdediging is nu net hetgeen we al decennia niet meer tot onze taak lijken te rekenen. De Kerk wijst niet meer op de dwalingen van de wereld. De leraren van de Kerk nemen veeleer de waarheden van de Kerk onder vuur, en vallen het idee aan dat de Kerk de dwalingen van de wereld zou moeten aanvallen. Het idee alleen al dat er dwalingen bestaan is al een brug te ver voor sommigen. Denk even terug aan de discussies van de Amazone synode en warrigheden die over en weer vliegen in het synodale proces in Duitsland. Ook binnen de Kerk heeft het relativisme postgevat en als je niet gelooft in objectieve waarheid, dan geloof je ook niet in argumenten. Vandaar dat een echte discussie nog zelden plaatsvinden. Een discussie is voor een relativist een konijnenjacht zonder konijnen. Jezus de Knuffelbeer verkoopt alleen aan warhoofden. En Jezus De Warme Deken raak je niet eens kwijt aan Linus; die heeft zijn eigen Zekerheidsdekentje. Volgens mij hebben mensen nog steeds behoefte aan argumenten, omdat ze nu eenmaal een hoofd hebben. Zo simpel is het.

Vooral jongeren hebben behoefte aan geloofsverdediging, aan wat met een duur woord ‘apologetiek’ wordt genoemd. Maar niemand reikt het ze aan: het thuisfront niet, de school niet en de media al helemaal niet. Ja, tot de jongeren moeten wij ons richten. Zij hebben het harder nodig dan vorige generaties, omdat hun geloof meer dan ooit wordt uitgedaagd door de cultuur die hen omringt, expliciet en impliciet. Maar we hebben de laatste drie, vier generaties niet meer geleerd de vooronderstellingen te duiden. De jeugd is het slachtoffer van de merkwaardige paradox die onze cultuur kenmerkt. Enerzijds wordt hen voorgeschoteld dat de wetenschappelijke methode de enige is die ons iets kan zeggen over de harde feiten. Anderzijds wordt hen geleerd dat als het gaat over moraal en religie alles relatief en subjectief is.

Ja, we hebben nieuwe geloofsverdediging nodig, niet omdat de inhoud van het geloof veranderd is, maar omdat nieuwe ziekten om nieuwe medicijnen vragen. Logica en God zijn niet veranderd, maar nieuwe onwetendheid vraagt om een nieuwe aanpak. Argumenteren - want dat is apologetiek - is een gesprek tussen twee mensen, en de spreker moet wel weten in wat voor wereld de luisteraar leeft, hoe zijn mindset is, wil hij contact maken.

Geloofsverdediging is niet allereerst gericht op zieltjes winnen, maar op geloofwaardigheid. Voorop staat dat je niet Mr. Popularity uithangt. Je maakt pas een goede indruk als je je niet druk maakt of je wel een goede indruk maakt. Vooral tieners prikken daar feilloos doorheen. Zij gaan voor iemand die voor een hoog ideaal gaat; zij willen de waarheid horen. Begin over een een Jezus die voor alles en iedereen begrip heeft, en je bent ze meteen kwijt. Het is niet voor niets dat onze kerken leeg zijn, onze zielen leeg zijn en onze levens leeg zijn.

Wat we ook niet moeten doen is lastige kwesties vermijden. Als je dat doet is de boodschap die overkomt dat christendom voor softies is, maar niet voor de realiteit die scherpe randen kan hebben en bij tijd en wijle zeer weerbarstig. Met lastige kwesties bedoel ik niet alleen de hel en Jezus’ claim de enige redder te zijn. De echte vragen van vandaag zijn de morele vragen. Dat zijn ze altijd geweest, omdat het gemakkelijker is onze gedachten te veranderen dan ons leven te veranderen. En bijna alle vragen waarop de Kerk een ander antwoord heeft dan de wereld hebben te maken met seksualiteit: seks voor het huwelijk, trouw versus overspel, homohuwelijk, abortus, contraceptie, echtscheiding. De meest populaire bezwaren tegen de christenlijke moraal hebben allemaal te maken met de visie van de Kerk op seksualiteit.

Wil geloofsverdediging ook maar iets uithalen, dan is luisterbereidheid een harde voorwaarde: laat de jeugd jou iets leren voordat je hen iets leert. De Socratische methode lijkt mij wel een goede hier: wissel van plaats: laat de leerling de leraar zijn, en de leraar de leerling. Ben oprecht geïnteresseerd in zijn mening, gedachtenwereld, ervaringen en argumenten, in zijn ziel. Stel vragen. Je hoeft het er niet uit te slaan, laat ze maar openbloeien. Bovendien, jongeren luisteren alleen naar hen die naar hen luisteren, zo is mijn ervaring. En alleen als ze merken dat je met ze te doen hebt, het beste met hen voorhebt, zijn ze bereid naar een ander geluid te luisteren. Het doel van apologetiek is tenslotte niet alleen om te overtuigen, maar om uiteindelijk het hart te raken; niet om te bekeren, maar om de grond te prepareren zodat het zaadje geplant kan worden. Dat dit nog nauwelijks gebeurt is treurig. Jezus sprak tamelijk harde woorden tegen de dienaar die het talent in de grond opgeborgen had, en nog hardere woorden tegen degenen die kinderen op een dwaalspoor bracht. Iets met een molensteen en zee...

De heiligen trokken vooral jongeren aan. De Nieuwe Bewegingen in de Kerk trekken vooral jongeren aan. Paus Johannes Paulus II trok enorme aantallen jongeren. Hij is de initiatiefnemer van de WereldJongerenDagen. Waarom? Simpel, het hart van jongeren verheugt zich in het goede nieuws dat in weerwil van al het defaitist om hen heen waarheid bestaat. Wie zijn degenen die nog altijd overtuigend en geloofwaardig overkomen en waar jongeren maar al te graag uit putten? Dat zijn zij die gepassioneerd de waarheid zochten en vonden en vervolgens met heel hun hart de waarheid dienden. Je kunt tenslotte niet geven wat je niet hebt. Dat is het geheim van de klassiekers van de christelijke apologetiek. Denk aan Confessiones van H.Augustinus, aan de Summa van St. Thomas van Aquino, Blaise Pascal’s Pensees, en meer recent Fultin Sheen, Chesterton, C.S. lewis en vandaag de dag Rober Barron. Ik moest glimlachen toen ik vernam dat Terry Chimes - de drummer van de befaamde punkrockgroep The Clash - zich bekeerde tot de katholieke kerk nadat hij Mere Christianity van Lewis gelezen had (gekocht op een kofferbakverkoop; waarom wist hij eigenlijk ook niet, maar thuisgekomen begon hij er toch maar in te lezen). Lewis’ rationele argumentatie had hem overtuigd van de geloofwaardigheid van het christelijk geloof.

Het is niet alleen noodzakelijk dat je cultuur van onze tijd kent, de tijd waarin jongeren leven, maar ook dat je je zaakjes kent op theologisch en filosofisch gebied. Gammele argumenten overtuigen niet. Ik ben overigens van mening dat als ik iets niet aan een twaalfjarige kan uitleggen, ik het zelf niet begrepen heb. Argumenten zelf kunnen overigens niet de waarheden van het geloof bewijzen, maar kunnen wel blokkades uit de weg ruimen. Dat is het grote belang van argumenten. En argumenten hebben we: zowel historische als rationele. Het is goed te beseffen dat ratio niet alleen of allereerst een kwestie is  van bewijzen, maar van zien

Is er reden tot optimisme? Zeker. Kijk naar de geschiedenis. Als het secularisme op zijn hoogtepunt is (of beter gezegd dieptepunt) keert het tij. Kijk hoe het Romeinse Rijk stierf en christendom opbloeiende. Hoe juist in het totaal geseculariseerde Frankrijk van na de Franse Revolutie de nieuwe bewegingen opkomen. Het zwaartepunt kan verschuiven. In het verleden verschoof het centrum van de Kerk van Jeruzalem naar Antiochië, en van daar naar Rome. Het kan in de toekomst verschuiven naar Afrika.

Ik mocht deze zomer een week meedraaien in een katholiek zomerkamp. Het is een van de zogeheten Nieuwe Bewegingen die dit kamp organiseerde. Leiding en leiders (jongelui) lieten zien dat het kan. De kinderen (140!) hebben een geweldige week gehad. Ik trouwens ook.


Synodaliteit exit?

In een deze maand gepubliceerde instructie van Congregatie voor de Clerus roept het Vaticaan parochies op om het parochieleven te vernieuwen en nieuwe werkwijzen te ontwikkelen om het parochieleven nieuw leven in te blazen. Het document De pastorale bekering van de parochiegemeenschap ten behoeve van de evangeliserende missie van de Kerk “biedt een waardevolle kans voor pastorale bekering van de parochie die in essentie missionair is”, aldus de Congregatie.

De Instructie benadrukt de noodzaak van een missionaire vernieuwing, een pastorale bekering van de parochie, zodat de gelovigen de dynamiek en creativiteit kunnen herontdekken waardoor de parochie naar buiten durft te treden om navelstaarderij en verkalking te voorkomen. Elke gedoopte wordt opgeroepen actief zijn in het getuigen van het evangelie. Deze mentaliteitsverandering en innerlijke vernieuwing is essentieel voor hervorming van de pastorale zorg in missionaire zin.

De instructie gaat expliciet in op het thema van het toewijzen van de pastorale zorg voor parochiegemeenschappen. De rol van de pastoor als herder van de gemeenschap wordt onderstreept. Zijn taak “omvat de volledige zielzorg”. Deze eindverantwoordelijkheid is ten nauwste verbonden met de priesterwijding. Daaraan ontleent de pastoor de volmacht om leiding te geven aan de parochie. De Instructie geeft expliciet aan dat het niet mogelijk is dat de parochie geleid wordt door een team waarvan ook leken deel uitmaken. Ook bij grote samengevoegde parochies is Rome uitgesproken restrictief. Nadrukkelijk wordt vermeld dat een priester die de verantwoordelijkheid overdraagt aan leken volstrekt illegitiem handelt.

Enigszins verwonderlijk is de passage die handelt over kerksluiting en opheffen van parochies: gebrek aan priesters, gelovigen en financiën zijn daartoe geen legitieme argumenten. Ook de opmerking dat vieringen van sacramenten een vrije handeling zijn waarvoor geen geldelijke tegenprestatie gevraagd mag worden alsof het een belasting of een vergoeding is” zal onze Oosterburen achter de oren doen krabben. Het legt feitelijk een bom onder de Kirchensteuer waarop het gehele financiële verdienmodel van de Duitse Kerk gebaseerd is.

De passages over de eindverantwoordelijkheid die alleen in handen van een priester kan liggen zijn opmerkelijk. In Querido Amazonia - de pauselijke exhortatie naar aanleiding van de Amazonesynode - leek het een andere kant op te gaan. De paus merkte hier op dat de kerk in het Amazonegebied nood heeft aan lekenleiders met gezag en vertrouwd met de talen, culturen, spirituele ervaring en de gemeenschappelijke manier van leven op de verschillende plaatsen”. In een voetnoot verwees de paus naar het kerkelijk wetboek dat zegt dat het mogelijk is dat een bisschop, bij een gebrek aan priesters, deelname aan de pastorale zorg van een parochie kan toevertrouwen aan een diaken, aan een andere persoon die geen priester is, of aan een gemeenschap van personen”. De huidige Instructie laat aan duidelijkheid niets te wensen over.

De Instructie legt ook een bom onder de Synodale Weg die momenteel in Duitsland bewandeld wordt. Het gehuil is niet van de lucht. Bisschop Bode - de vicevoorzitter van de Duitse Bisschoppenconferentie doet de Instructie af als louter een tekst zonder bindende kracht. Theologen zien de Vaticaanse Instructie als een “bijdrage tot zelfvernietiging” (Biesinger), die “thuishoort in een pastoraal museum” (Zulehner), “getuigend van minachting voor leken” (Pock)“, elke realiteit ontbeert” (Sternberg), “arrogant” (Biesinger) en als een “terugkeer naar vóór Vaticanum II”. Zulehner noemt het een typisch geval Franciscus: “enerzijds verkettert hij klerikalisme, maar tegelijk legt hij alle macht bij de clerus”. Het is waar, bij deze paus weet je nooit waar je aan toe bent.

Een ding is toch wel duidelijk: de Instructie betekent een flinke streep door het synodale proces dat gaande is in Duitsland. Men wilde juist de structuren van de Kerk doorbreken en de leiding in handen leggen van een team waarvan naast de priester leken deel uitmaken. Zou men in de gaten hebben dat deze Instructie juist een bijdrage levert aan priesterroepingen? Een van de factoren die geleid heeft tot een priestertekort (als dat er al is, gezien het aantal gelovigen dat een beroep doet op een priester) is het gebrek aan identiteit van het priesterschap. Waarom zou een jongeman zijn leven geven aan de Kerk, celibaatsgelofte afleggen en gehoorzaamheid beloven, om uiteindelijk in een team te belanden dat hem vertelt waar en wanneer hij de H.Mis mag doen en het tabernakel volconsacreren zodat leken de komende weken met communiediensten vooruit kunnen, want ja, een parochie is niet zozeer gebouwd op de Eucharistie, maar is vooral een gemeenschapsgebeuren die zichzelf naar eigen believen en inzichten organiseert en het liefst zo weinig mogelijk met de Wereldkerk te maken heeft. De paus mag inspireren, maar niet instrueren. De Synodale Weg is simpelweg de protestantse weg, terwijl de Katholieke Kerk toch echt ten diepste een sacramentele kerk is.

Meermaals is inmiddels geuit dat de Synodale Weg een bijdrage zou leveren aan de oecumene. Dat lijkt mij geenszins het geval. Oecumene kun je maar bedrijven als je de identiteit van je eigen Kerk helder voor ogen hebt. Daar ontbreekt het nu juist aan. Protestantse ideeën importeren in de Katholieke Kerk doet juist afbreuk aan oprechte oecumene. Kenmerkend in deze is de suggestie van evangelische theologen om de excommunicatie van Luther te herroepen. Als tegenprestatie zou dan het verdict van Luther dat de paus de antichrist is ook herroepen worden. Heeft dat zin? Is dat niet een loopje nemen met de geschiedenis? De excommunicatie was volledig gerechtvaardigd. Elke katholiek die vandaag de dag de thesen van Luther zoals verwoord in de drie strijdschriften ‘An den christlichen Adel’, ‘Von der Freiheit eines Christenmenschen’ en ‘Von der Babylonischen Gefangenschaft der Kirche’ zou aanhangen zou ook nu geëxcommuniceerd worden. Automatisch. Daar hoeft geen paus aan te pas te komen. Paus Leo X heeft het destijds alleen maar officieel vastgesteld. Luthers denkbeelden zijn ook vandaag de dag niet te verenigen met hetgeen waar de Katholieke Kerk voor staat. De oproep tot opheffing is dan ook meer een kwestie van politiek dan van theologie. Overigens is Luther de oorzaak van de enorme versplintering in de christelijke wereld. Hoeveel denominaties bestaan er inmiddels niet? Zonder Luther zou oecumene    geen issue zijn geweest. Wellicht ligt het meer voor de hand dat al de protestantse denominaties eerst tot eenheid proberen te komen en wij ondertussen gewoon katholiek blijven. Dan kunnen we later wel weer verder zien.

Bobcast

Volgend jaar 24 mei wordt Bob Dylan 80 jaar. In de aanloop daar naartoe, zendt de VPRO tweewekelijks een podcast uit over deze befaamde popzanger en Nobelprijswinnaar (voor litteratuur). Ik mag daar ook een bijdrage aan leveren. Onlangs bracht Dylan zijn 39e album uit: Rough and Rowdy Ways, waarmee hij in één week doorstootte naar nummer 1 in de Engelse charts. Een aantal songs is nogal apocalyptisch. Dylan ziet zijn einde naderen en bezingt dat in Mother of Muses. Dat is bepaald niet de eerste keer. Zijn leven lang zoekt Dylan het heil, maar beseft dat hij zelf zwaar tekort geschoten heeft. Hij hoopt op Gods barmhartigheid. Hij beseft dat hij op het punt staat de Rubicon over te steken, dat wil zeggen het punt waarop geen terugkeer meer mogelijk is - het stervensmoment. Hij is somber: het donkerste moment is juist voor het aanbreken van de dageraad. Tegelijk ontbreekt het hem niet aan vertrouwen dat het goed kan komen: ik voel de heilige Geest en de vrijheid die het licht mij biedt.

Het zijn mijmeringen die je ook tegenkomt bij generatiegenoten Leonard Cohen en David Bowie. Beiden voelden hun einde naderen (beiden zijn inmiddels overleden) en vroegen zich bezorgd af of de goede God hen wel toe zou laten. Cohen zingt: If thine is the glory, mine is the shame. I am ready my Lord. Hineni hineni. Hineni is Hebreeuws voor ‘ Hier ben ik’. Het laatste nummer van het laatste album van David Bowie heet Lazarus. Bowie - het stoorde hem dat hij niet volledig atheïst kon zijn - vraagt zich af welk lot hem wacht: dat van de rijke, of dat van Lazarus, verwijzend naar de parabel van Jezus. Vlak na zijn dood tweette zijn christelijke vrouw: the struggle is real, but so is God.

En nu dus ook Bob Dylan. Dylan heeft nooit het vooruitgangsgeloof van het verlichtingsdenken gedeeld. Hij kijkt terug op de 20e eeuw en ziet dat het de bloedigste eeuw ooit was: holocaust, goulags, Hiroshima, Rode Khmer, Tibet, Vietnam, Rwanda. Probeer daar maar eens vooruitgang in te ontdekken. Er is iets fundamenteels mis met de mens. Dylan is er altijd van overtuigd geweest dat dit weliswaar schuilt in maatschappij en structuren, maar toch echt zijn oorsprong heeft in het hart van de mens, dat kennelijk zijn duistere kanten kent. Je ziet het chaotische en gespletene van onze identiteit terug in Picasso’s portretten, in de dialogen van James Joyce, de radeloze schreeuw van Edvard Munch en bij het personage Mr. Jones in Bob Dylans ‘Ballad of a thin Man’.  De apostel Paulus was er zich zeer van bewust: waarom doe ik het goede dat ik wil niet, en het kwade wat ik niet wil wel?

Maar dat is niet het hele verhaal. Er is ook iets goeds in ons dat hardnekkig aanwezig is. De mens is van goede wil. Ook daar is Picasso zich van bewust: naast het angstwekkende Guérnica, penseelde hij ook een lieflijk portret van zijn kinderen. James Joyce beschreef ook het empathische beeld van Molly Bloom. En Bob Dylan bezong niet alleen de chaos in het hoofd van Mr. Jones, maar ook het grenzeloze vertrouwen in de hand van de Schepper (Every Grain of Sand):
In the fury of the moment I can see the Masters hand
In every leaf that trembles, in every grain of sand”

Bij voorbaat proficiat, Bob. Dat we nog vele jaren van je mogen genieten.


+Rob Mutsaerts

Een standbeeld voor Johan Derksen


Dit jaar verscheen “De Onzichtbare Maat” van Andreas Kinneging. Kinneging observeert de moderne tijd en concludeert dat mateloosheid hèt kenmerk van onze tijd is. Het is de tijd dat men tot de conclusie is gekomen dat waarheid niet bestaat en dus alles relatief is, en men zich volledig stort op het bevredigen van begeertes. Meer rest ons immers niet. De Europese traditie die teruggaat op Athene, Jeruzalem en Rome denkt daar geheel anders over: daar heeft men oog voor de objectieve werkelijkheid om vervolgens daarin de juiste maat te vinden. Met het teloorgaan van de objectieve waarheid is ook de redelijkheid teloorgegaan en eveneens goed en kwaad. Dit is de ideologie die de moderne wereld domineert sinds de Verlichting en de Romantiek die hun heil zoeken in eindeloze bevrediging van begeertes en eindeloos navelstaren met als gevolg dat een mens niet meer weet waar hij het zoeken moet. Kinneging stoft de Europese traditie af om de juiste maat te herontdekken. En dat doet hij met verve.

Eveneens dit jaar verscheen “America on Trial” van Robert Reilly. Wat mij betreft eveneens verplichte literatuur. Het behandelt dezelfde thematiek als Kinnegings “De Onzichtbare Maat”. Reilly laat zien dat de idee van de menselijke vrijheid specifieke historische wortels heeft: Athene, Jeruzalem en Rome.
1. De oude Griekse Filosofie die ervan uitgaat dat het universum niet een kwestie is van toeval, maar van betekenis, een betekenis die door middel van de ratio gekend kan worden.
2. De Joodse openbaring leert ons dat het universum geschapen is door een persoonlijke God die begaan is met zijn schepping. De mens is uitgerust met rede waarmee hij door rationeel te denken over Gods Woord en Daden Gods almacht en goedheid kan leren kennen.
3. Het christendom leert ons dat God mens geworden is die ons kenbaar heeft gemaakt dat elk mens is geschapen naar Gods beeld en gelijkenis en derhalve respect en bescherming verdient.

De synthese van deze drie elementen - Athene, Jeruzalem en Rome - vormt het fundament van vrijheid en van democratie. De oorsprong daarvan ligt niet bij de Verlichting, maar in de Middeleeuwen. Daar komen we voor het eerst de notie tegen van christenen zoals Thomas van Aquino, van de beschermwaardigheid van iedere mens als fundamenteel recht. Degenen die zich gedragen als tirannen verliezen hun legitimiteit.

Robert Reilly komt tot dezelfde conclusie als Kinneging: deze visie werd omvergeworpen door het nominalisme van William Ockham. Ockham beweerde dat woorden slechts woorden zijn zonder enige transcendente betekenis. Volgens Plato en Thomas van Aquino is een roos pas een roos als het beantwoordt aan de essentie van roos. Hoewel deze essentie een abstractie is, is het wel een objectief gegeven, een realiteit. Beantwoordt een bepaalde bloem hier niet aan, dan kan men het ook geen roos noemen. Zo zijn er ook objectieve criteria voor goed en kwaad. Ockham bestrijdt dit. Volgens hem zijn het slechts woorden (nomen). Als ik vind dat iets een roos is, dan is het een roos. Als ik vind dat iets goed is, dan is het goed. Sinds het modernisme deze opvatting omarmd heeft - te beginnen bij Hobbes - hebben we geen antwoorden meer op de grote vragen. Iedereen is zijn eigen godje geworden die zelf wel bepaalt wat goed is en wat niet.

Reilly toont overtuigend aan dat de afwijzing van de synthese van geloof en verstand - Fides et Ratio - tot nieuwe vormen van tirannie leidt . Als goed en kwaad geen gedeelde waarden meer zijn kun je ook geen deugden meer als zodanig benoemen en is willekeur de nieuwe maatstaf. Niets heeft meer betekenis, niets heeft een doel. Geen enkel woord heeft nog een vaste betekenis dat een reflectie is van een eeuwige waarheid.

Lange tijd bepaalde de natuur of je een jongen of een meisje was. Nu bepaal je dat zelf. Een jongen met alle eigenschappen die een jongen tot jongen maakt, kan nu gerust beweren dat hij een meisje is en kan dus eisen dat hij/zij na de gymles bij de meisjes mag gaan douchen. ‘Jongen’ is niet langer een specifiek wezen, maar gewoon een woord dat je kunt invullen zoals je dat zelf wilt. Als je vindt dat je een hond bent, mag je waarschijnlijk bij de rechter toegang tot een hondenasiel claimen. Ik sluit niks meer uit. Als woorden niet meer verwijzen naar een bepaalde waarheid is alles mogelijk.

Of eigenlijk niks meer. Het wordt ons nogal tyranniek opgedrongen. Kinderen in de moederschoot zijn sindsdien vogelvrij. Je noemt het gewoon geen ‘kind’, maar ‘weefsel’. Ja, dat laat zich gemakkelijk verwijderen zonder enig moreel dilemma. Een kind heeft rechten; weefsel niet. Vul het in als weefsel en je hebt geen last meer van een kind met rechten.

Vorige week (15 juni) deed het hoogste Amerikaanse gerechtshof uitspraak in een ontslagkwestie. Het woord ‘geslacht’ werd hier ontkoppeld van zijn natuurlijke betekenis en biologische functie en werd geherdefinieerd op een dusdanige manier dat het tot de gewenste uitkomst leidde. Het Hof bepaalde dat de Civil Rights Act geen discriminatie toestaat tegen homoseksuelen en transgenders “omdat in die wet het woord ‘geslacht’ voorkomt”. Ja, het staat er echt!

Het is al erg genoeg dat er ooit een wet voor nodig was om slavernij af te schaffen. De dwaze gedachte dat een bepaalde huidskleur een vereiste was om een mens tot mens te kunnen bestempelen is ook een soort nominalisme. Inmiddels lijkt wel zo ongeveer het tegenovergestelde het geval: in Amerika heeft nu zo ongeveer iedereen een beschermde status, uitgezonderd blanke mannen. Oh ja, en christenen. Want reken maar dat de vrijheid van godsdienst onder druk komt te staan. Zullen rechters nog toestaan dat de Kerk haar katholieke moraal blijft prediken? Dat is niet meer zeker na deze uitspraak. Wat te denken van het priesterambt dat uitsluitend openstaat voor mannen. Moeten wij vrouwen toelaten die menen man te zijn? Uiteraard niet. Maar ik sluit niet uit dat er rechters zijn die daar anders over denken.

Maar daar blijft het niet bij. Sportkoepels kunnen het onderscheid tussen mannen en vrouwen niet meer handhaven. Dus op Wimbledon nog maar één toernooi van mannen en vrouwen gezamenlijk. Kleedkamers voor dames moeten ook toegankelijk zijn voor mannen die menen vrouw te zijn. Katholieke scholen zijn natuurlijk ook kansloos, want ja, daar leren ze dat de natuur het geslacht bepaalt. Ik voorzie ook problemen voor de Rooie Vrouwenorganisatie van de PVDA. Dit allemaal als gevolg van deze dwaze uitspraak van het Hooggerechtshof. Want het blijft niet bij Amerika.

Vroeger had de Katholieke Kerk een Index waarop verboden boeken stonden. Degenen die zichzelf vrije geesten noemden spraken daar schande van. Inmiddels pleiten diezelfde vrije geesten voor een Index van verboden standbeelden (Stalin mag nog net, de rest is kwestieus), een Index van verboden ideeën (vraagtekens plaatsen bij het ‘homohuwelijk’ komt je op een Berufsverbot te staan), verboden kritiek (Johan Derksen mag geen kritiek hebben op een rapper die oproept tot geweld tegen zwarte Piet), verboden sprekers (Jordan Peterson), verboden films (Unplanned, Planet of Humans), verboden Twitterberichten (schurk Trump) en verboden boeken  (Sjors en Sjimmie). Het is de nieuwe tirannie. Hoewel woorden maar woorden zijn zonder vaste betekenis, eist men wel het alleenrecht op te bepalen wat fout is en wat niet.

Mag je iemand dreigen hem in zijn gezicht te trappen als je hem tegenkomt? Mag je iemand een kind van een “hoerenmoeder” noemen? Kennelijk wel. Rapper Akwasi deed dat tijdens een anti-racismebetoging. Het doel heiligt kennelijk de middelen: zwarte Piet (meestal brave huisvaders en scholieren) is slecht, dus die mag je in zijn gezicht trappen en uitschelden voor hoerenzoon. Mag je daar kritiek op hebben? Kennelijk niet. Mag je een grapje maken over deze Akwasi? Dat ook al niet, want dan ben je een racist. Johan Derksen is een van de weinige mensen die niet meegaan met de politiek correcte maffia die zich beroept op tolerantie, maar grenzeloos intolerant is voor een ieder die hen durft tegen te spreken. Is Derksen een racist? Nee. Kijk het gewraakte fragment nog maar eens terug op YouTube. Hij is een van de weinigen die nog opkomt voor de vrijheid van meningsuiting, überhaupt voor vrijheid. Dit laatste is namelijk in het geding. Je mag bepaalde meningen niet meer ventileren. Er zijn er maar weinig die hem openlijk steunen. Gilette die sponsoring van het programma stopt. Nou, heldhaftig hoor. Dat is de nieuwe tirannie van deze tijd. Atheïst Derksen zit niet te wachten op support van een bisschop, maar ik zeg het toch maar: Johan verdient een standbeeld. Ik weet nog wel een geschikt plekje. Er is zojuist een sokkel vrijgekomen....