De Kerk in crisis – en hoe wij haar niet moeten redden
Twaalf kwesties, ongemakkelijke waarheden en een katholieke
weg vooruit
Ik heb goed nieuws voor je en slecht nieuws. Het slechte nieuws is dat de katholieke Kerk zich in een crisis bevindt. Het goede nieuws is dat zij dat al vaker heeft gedaan. Sterker nog: wie de kerkgeschiedenis een beetje kent, krijgt soms de indruk dat crisis een van de weinige werkelijk duurzame katholieke tradities is. We hebben corrupte pausen gehad, wereldse bisschoppen, ketterijen, schisma’s, revoluties, vervolgingen en liturgische commissies. En toch bestaan we nog.
Dat laatste
lijkt mij vooral een bewijs voor de goddelijke oorsprong van de Kerk. Een
louter menselijke organisatie die zo bestuurd was als de Kerk bij tijd en wijle
bestuurd is, zou waarschijnlijk rond de vierde eeuw failliet zijn gegaan. Maar
toch, de situatie is ernstig. Niet omdat de Kerk te weinig populair is. Niet
omdat haar marktaandeel daalt. Niet omdat zij onvoldoende aansluit bij de
moderne consument.
De crisis is
ernstig omdat er binnen de Kerk onzekerheid bestaat over precies die zaken
waarover zij zekerheid zou moeten bieden: Wat is waar? Wat is zonde? Wat is
huwelijk? Wat is priesterschap? Wat is liturgie? Wat is gehoorzaamheid? Wat betekent
barmhartigheid? Wat heeft Christus eigenlijk aan zijn Kerk toevertrouwd? En
misschien nog fundamenteler: Geloven wij werkelijk nog dat de Kerk iets van
Christus heeft ontvangen wat zij zelf niet mag veranderen? Daar ligt de kern.
1. De eerste noodzakelijke hervorming: ophouden met doen alsof
alles hervormd moet worden
We leven in
een cultuur waarin verandering bijna automatisch als verbetering wordt
beschouwd. Een telefoon uit 2019 is oud. Een computer uit 2012 is antiek. En
daarom denken we onbewust soms dat een geloofsleer uit het jaar 325 dringend
een software-update nodig heeft. Maar openbaring is geen iPhone. Het
christendom is geen product waarvan ieder jaar een nieuw model moet
verschijnen. De taak van de Kerk is niet om voortdurend een nieuwe religie te
produceren. Haar taak is: te ontvangen, te bewaren, te verdiepen en te verkondigen
wat zij van Christus heeft ontvangen.
Dat betekent
niet dat niets mag veranderen. Pastorale methoden kunnen veranderen. Canonieke
disciplines kunnen veranderen. Bestuursvormen kunnen veranderen. Liturgische
disciplines kunnen veranderen. Maar waarheid kan niet vandaag waar en morgen
onwaar zijn.
Een bisschop
zou zich bij iedere kerkelijke vernieuwing één eenvoudige vraag moeten stellen:
Helpt dit mijn mensen heiliger te worden? Niet: “Is
dit innovatief?” Niet: “Is
dit inclusief geformuleerd?” Niet: “Kunnen
we er een werkgroep voor oprichten?” Maar: Brengt dit mensen dichter bij
Christus, de sacramenten en het eeuwige leven? Dat zou heel wat vergaderingen
kunnen inkorten. En dat is misschien op zichzelf al een kleine kerkelijke
hervorming.
2. Synodaliteit: nuttig instrument, slechte regie
Er is niets
onkatholieks aan synoden. De Kerk heeft ze eeuwenlang gekend. Wat wel riskant
wordt, is wanneer synodaliteit verandert van een methode in een bijna
zelfstandig theologisch ideaal. Het christendom begon namelijk niet met: “Waar twee of drie in kringgesprek
bijeen zijn, daar ontstaat vanzelf de waarheid.” De apostelen kregen een geloof
toevertrouwd. Daarna mochten ze daarover vergaderen. Die volgorde is
belangrijk.
Luisteren is
uitstekend, maar katholieken moeten soms de onbeleefde vraag durven
stellen: Luisteren naar wie? Naar de cultuur? Naar opinieonderzoek? Naar
belangengroepen? Naar onszelf? Of naar Christus? Want wanneer de uitkomst van
een kerkelijk luisterproces voorspelbaar identiek wordt aan de wensen van de
moderne seculiere cultuur, mag men ten minste vragen of we werkelijk naar de
Heilige Geest hebben geluisterd of misschien vooral naar de tijdgeest.
De Heilige
Geest heeft namelijk één
merkwaardige eigenschap: Hij spreekt verrassend vaak in continuïteit met wat
Hij de vorige twintig eeuwen heeft gezegd. Zomaar een tip voor mijn
broeder-bisschoppen: Gebruik synodaliteit, maar wees bisschop. Een bisschop is
niet gekozen om permanent facilitator van groepsprocessen te zijn. Hij is
opvolger van de apostelen. Dat betekent: onderwijzen, heiligen, besturen, en soms ook zeggen: “Nee. Dit kunnen wij niet veranderen.”
Dat woord “nee”
heeft tegenwoordig een slechte reputatie. Maar ouders weten: wie nooit nee
zegt, heeft zijn kinderen niet méér
lief.
3. Herstel het onderscheid tussen barmhartigheid en
bevestiging
Niemand heeft
behoefte aan een hardvochtige Kerk. Maar evenmin heeft iemand behoefte aan een
Kerk die zonde alleen nog durft te benoemen in historische documenten. Christus
was oneindig barmhartig. Maar zijn barmhartigheid bestond nooit uit doen alsof
bekering overbodig was. Tegen de zondaar zegt Christus: “Kom.”
Maar ook: “Volg
Mij.” En volgen betekent noodzakelijkerwijs dat we niet precies blijven staan
waar we stonden.
Dat lijkt
eenvoudig. Maar het is tegenwoordig revolutionair. De pastorale verleiding
luidt soms: We willen niemand kwetsen, dus spreken we liever niet meer over
zonde. Het probleem is dat dan ook vergeving betekenisloos wordt. Wie nooit
ziek is, heeft geen dokter nodig. Wie nooit zondigt, heeft geen Verlosser
nodig. En plotseling ontdekken we waarom Christus in zo’n theologisch systeem steeds minder te
doen krijgt.
Zomaar een tip
voor mijn priester-broeders. Preek weer
eens over: zonde, genade,
hemel, hel, biecht,
deugd,
kuisheid, gebed,
offer,
bekering. Niet iedere zondag allemaal tegelijk. De gelovigen moeten ook nog op
tijd bij de soep komen. Maar laat mensen weten dat het christendom werkelijk
ergens over gaat.
4. Red de liturgie van zowel experiment als ideologie
De liturgie is
een van de gevoeligste kwesties binnen de Kerk. Dat is begrijpelijk. Lex orandi, lex credendi. Zoals wij
bidden, zo leren wij geloven. Daarom is de strijd om de liturgie nooit slechts
esthetiek. Het gaat uiteindelijk om God.
Een katholieke
Mis is niet primair een bijeenkomst waarin de gemeenschap haar verbondenheid
viert. Zij is het offer van Christus sacramenteel tegenwoordig gesteld. Het is
geen maaltijdviering in de vorm van een offer, maar een offer in de vorm van
een maaltijd. Dat verandert alles.
Wanneer dat werkelijk wordt geloofd, volgt vanzelf: eerbied, knielen, stilte,
schoonheid, zorgvuldigheid, sacrale muziek, en een priester die niet denkt dat
de liturgie verbetert wanneer hij spontaan een grappig verhaaltje opdist. De
Heilige Geest heeft veel talenten. Improvisatietheater aan het altaar behoort
voor zover ik weet niet tot de zeven gaven.
Zomaar een tip
voor mijn broeder-bisschoppen. Beschouw gehechtheid aan de traditionele
liturgie niet automatisch als een psychiatrisch probleem. Niet iedere jonge
katholiek die van Latijn houdt, is een geheim agent van 1957. Wanneer jonge
mensen worden aangetrokken door: gregoriaans, stilte, wierook, knielen, ad orientem,
klassieke spiritualiteit, vraag dan niet onmiddellijk: “Wat
is hier misgegaan?” Vraag misschien: “Wat
zoeken zij hier dat zij elders missen?”
Voor
traditionele katholieken. En ook zij moeten ons iets laten zeggen. De
traditionele liturgie kan iemand heiligen. Maar een oude ritus maakt iemand
niet automatisch heilig. Men kan de meest eerbiedige Mis bijwonen en vervolgens
op de parkeerplaats de drie bisschoppen en het volledige Vaticaan vervloeken. Dat
is liturgisch wellicht traditioneel, maar geestelijk minder aanbevelenswaardig.
Traditie zonder liefde wordt archeologie met temperament.
5. Stop met het behandelen van jonge gelovigen alsof zij
religieus porselein zijn
Jonge mensen
zouden volgens sommige pastorale modellen vooral behoefte hebben aan: lage drempels, weinig eisen, korte vieringen, begrijpelijke
teksten, veel inspraak, en vooral niets dat klinkt als een verplichting. Alleen
is er één
probleem. Dat model lijkt niet geweldig te werken. Veel jonge mensen die het
geloof ontdekken zoeken juist iets anders: waarheid, orde, ascese, identiteit, biecht, aanbidding, sacramenten, intellectuele diepgang, en een
gemeenschap die iets van hen verlangt.
We hebben
jongeren onderschat. We boden hen ranja aan terwijl zij wijn zochten. We gaven
hun slogans terwijl zij Thomas van Aquino wilden lezen. We dachten dat
gregoriaans hen zou wegjagen. Sommigen van hen downloaden het ondertussen
vrijwillig op Spotify.
Een tip voor
mijn priesters-broeders: Durf jongeren
volwassen te behandelen. Leer hen de Catechismus. Leer hen bidden. Leer hen
vasten. Leer hen waarom de Kerk leert wat zij leert. Bied geen verdund
christendom aan. Niemand is ooit gemarteld voor een vaag gevoel van
verbondenheid.
6. Roepingen: wie vraagt er nog om een offer?
We praten veel
over priestertekort. Begrijpelijk. Maar de discussie gaat vervolgens opvallend
snel over: fusies,
bestuurlijke modellen, lekenvoorgangers, herstructurering, en natuurlijk
celibaat. Allemaal bespreekbare zaken. Maar misschien moeten we eerst iets
eenvoudigers vragen: Waarom zou een jonge man priester willen worden?
Wanneer hij
hoort: je wordt bestuurder van acht parochies, je agenda zit vol vergaderingen,
je mag vooral niemand voor het hoofd stoten, en na twintig jaar krijg je
misschien een beleidsplan over duurzaam vastgoed, dan is het verbazingwekkend
dat er überhaupt nog iemand komt opdagen. Maar zeg tegen hem: Geef je leven aan
Christus. Vier dagelijks het offer van de Mis. Vergeef zonden. Doop kinderen.
Sta bij stervenden. Verkondig het Evangelie. Word geestelijk vader. Leid zielen
naar de eeuwigheid.Dat klinkt plotseling anders.
Zomaar een top
voor mijn broeder-bisschoppen. Zoek geen
kandidaten die voornamelijk goed zijn in management. Zoek mannen die bidden.
Een middelmatige bestuurder kan geholpen worden door een goede econoom. Een
priester die niet bidt, kan door geen managementcursus worden gered.
7. De bisschop moet weer vader worden
Een moderne
bisschop kan gemakkelijk veranderen in een soort directeur-generaal van
religieuze dienstverlening. Hij heeft: vergaderingen, juristen, communicatieadviseurs,
vastgoedproblemen, persvragen,
personeelszaken, protocollen, commissies. Allemaal
noodzakelijk. Maar wanneer zijn priesters hem nauwelijks kennen en zijn
gelovigen hem alleen op een kerstkaart zien, is er iets mis.
Een bisschop
is primair vader en herder. Hij moet dus zijn priesters kennen. Seminaristen
kennen. Parochies bezoeken. Godsdienstonderwijs bewaken. De liturgie beschermen. Misbruik
bestrijden. De geloofsleer verkondigen. En zo nu en dan publiek iets zeggen
waarvan iedereen onmiddellijk begrijpt: O ja. Deze man gelooft werkelijk dat
het katholieke geloof waar is. Dat zou verfrissend zijn.
Ik ben zo
vrijpostig een concrete
suggestie suggestie aan te reiken. Iedere bisschop zou jaarlijks een
aanzienlijk aantal dagen kunnen reserveren waarop hij geen vergaderingen
bijwoont, maar: het seminarie bezoekt, priesters individueel spreekt,
catechumenen ontmoet, scholen bezoekt, biecht hoort, jongeren ontmoet, en
parochies bezoekt. Dat geeft zicht op wat zijn bisdom werkelijk nodig heeft.
8. Priesters: wees priester, geen presentator
Een priester
hoeft niet de populairste man van de parochie te zijn. Gelukkig maar. De
katholieke Kerk zou anders met ernstige personeelsproblemen kampen. Hij hoeft
evenmin voortdurend “relevant” te zijn. Zijn relevantie komt niet
voort uit zijn persoonlijkheid. Zij komt uit Christus. Wanneer een priester de
zieken zalft, is hij relevant. Wanneer hij absolveert, is hij relevant. Wanneer
hij de Eucharistie viert, is hij relevant. Wanneer hij een stervende bijstaat,
is hij relevanter dan alle praatprogramma’s die die avond worden uitgezonden.
Concrete
prioriteiten voor priesters zijn simpel te bedenken. Bid dagelijks trouw het
brevier. Reserveer dagelijks stille gebedstijd. Vier de Mis waardig. Bied
royaal biechtgelegenheid aan. Wees beschikbaar voor zieken. Geef echte
catechese. Preek inhoudelijk. Vermijd liturgische creativiteit. Lees regelmatig theologie.
Leef eenvoudig. En wees vaderlijk. Dat laatste is belangrijk. De priester is
niet slechts sacramentenfunctionaris. Hij is geestelijk vader.
9. Leken: stop met wachten tot Rome alles oplost
Katholieken
hebben soms een merkwaardige gewoonte. Wij klagen dat de hiërarchie te veel
macht heeft. En vervolgens verwachten we dat de hiërarchie alles oplost. Dat
gaat niet samen. Wanneer de cultuur opnieuw geëvangeliseerd moet worden,
gebeurt dat voor een groot deel door leken. In gezinnen, scholen,
universiteiten, bedrijven, media, kunsten, politiek, wetenschap,
buurtgemeenschappen. Althans, dat zou het ideale plaatje zijn. De eerste
christenen hadden geen bisschoppenconferentie met een professioneel
communicatiebureau. Toch evangeliseerden ze het Romeinse Rijk. Dat zet onze
excuses enigszins in perspectief.
Het
belangrijkste catecheseprogramma blijft het gezin. Vandaar enkele tips voor
ouders. Bid met uw kinderen. Ga met hen naar de Mis. Ga zelf biechten. Praat
thuis over geloof. Laat hen heiligen kennen. Leer hen dat zondag werkelijk
zondag is.En wees niet verbaasd wanneer een kind niet katholiek wordt nadat het
achttien jaar lang heeft gezien dat katholiek-zijn voor zijn ouders nauwelijks
verschil maakte.
Katholieke
intellectuelen geef ik graag dit mee.
Schrijf. Onderwijs. Debatteer. Sticht. Organiseer. Wees aanwezig in de
cultuur. Katholieke orthodoxie mag geen hobby worden voor intellectuelen die
uitsluitend met elkaar spreken. Thomas van Aquino schreef niet voor een
gesloten WhatsAppgroep.
10. Bestrijd de cultuurstrijd zonder zelf cultuurstrijder te
worden
Er bestaan reële
conflicten tussen katholieke moraal en moderne cultuur. Dat moeten we niet
ontkennen. Maar traditionele katholieken lopen soms een eigen gevaar: dat de
strijd tegen dwaling langzaam belangrijker wordt dan liefde voor de waarheid.
Dat verschil is subtiel maar cruciaal. Men kan uiteindelijk zo veel tijd
besteden aan het bestrijden van modernisme dat Christus bijna bijzaak wordt.
Men kan dagelijks alles lezen over wat er in Rome misgaat en nauwelijks het
Evangelie openen. Men kan de nieuwste ramp in een dicasterie binnen tien
minuten op facebook ontvangen en niet weten welke heilige vandaag op de
kalender staat.
Dat is geen
overwinning van de traditie. Dat is geestelijke afleiding. Een praktische regel
Lees meer Augustinus dan kerkelijk Twitter. Lees meer Benedictus XVI dan boze
blogs. Bid langer voor je bisschop dan dat je over hem klaagt. Dat laatste is
bijzonder moeilijk. Daarom is het waarschijnlijk goed voor de ziel.
11. Misbruik: nul romantiek over kerkelijke reputatie
Hier past weinig humor. Misbruik en
de doofpotcultuur daaromheen hebben enorme schade veroorzaakt. De traditionele
katholiek mag nooit denken dat verdediging van de Kerk betekent dat
institutionele reputatie voorrang krijgt boven waarheid en recht. Juist
katholieke orthodoxie vereist: rechtvaardigheid, waarheidsliefde, bescherming
van kwetsbaren, en verantwoordelijkheid van gezagsdragers. Een bisschop die een
misbruiker beschermt om “schandaal
te voorkomen” veroorzaakt juist schandaal. De Kerk wordt niet verdedigd door
zonde te verbergen. De Kerk wordt verdedigd door zonde te bestrijden.
Oftewel
bescherm eerst slachtoffers. Onderzoek serieus. Werk rechtmatig samen met
burgerlijke autoriteiten. Wees transparant waar dat verantwoord kan. En besef: de
reputatie van de Kerk behoort uiteindelijk Christus toe. Hij kan beter tegen de
waarheid dan tegen een leugen.
12. Stop met het eeuwige minderwaardigheidscomplex tegenover de
moderne wereld
Sinds enkele
decennia lijkt een deel van het kerkelijke establishment soms doodsbang dat de
moderne wereld ons ouderwets vindt. Maar daarover kunnen we ontspannen zijn. De
moderne wereld vindt ons inderdaad ouderwets. Het christendom leert tenslotte:
dat kuisheid een deugd is, dat huwelijk objectieve betekenis heeft, dat
kinderen geschenken zijn, dat waarheid bestaat, dat lijden betekenis kan
krijgen, dat bezit verplichtingen schept, dat vergiffenis belangrijker is dan
wraak, dat nederigheid goed is, dat de mens niet zijn eigen schepper is, en dat
God uiteindelijk belangrijker is dan autonomie. En ja, ook belangrijker dan de
economie.
Dat gaat nooit
volledig modieus worden. En dat hoeft ook niet. Het christendom heeft niet
tweeduizend jaar overleefd omdat het iedere twintig jaar zijn boodschap
herschreef. Het heeft overleefd omdat de boodschap groter bleek dan iedere
mode.
Wat moet er concreet gebeuren?
Laat mij afsluiten met een eenvoudig programma. Niet met weer een nieuwe
commissie, maar voor onszelf.
Aan
bisschoppen.
1. Verkondig
helder de geloofsleer. Niet alleen wanneer er geen controverse bestaat. Juist
wanneer zij impopulair is. 2. Vorm goede priesters. Intellectueel orthodox.
Geestelijk diep. Menselijk volwassen. Liturgisch gevormd. 3. Geef orthodoxe
seminaries prioriteit. Een bisdom zonder roepingen moet niet alleen vragen
waarom jongeren niet komen. Het moet ook vragen wat jongeren aantreffen wanneer
zij wél
komen. 4. Herstel liturgische vrede. Behandel trouwe gelovigen die verlangen
naar traditionele liturgie niet als probleemgevallen. 5. Bevorder biecht en
aanbidding. De vernieuwing van de Kerk begint niet met management. 6. Bescherm
katholiek onderwijs. Een school die katholiek heet maar het katholieke
mensbeeld niet meer durft te onderwijzen, heeft voornamelijk een historisch
logo. 7. Wees zichtbaar als herder. Ga naar uw mensen toe.
Aan priesters
1. Bid. Dat
klinkt bijna beledigend eenvoudig. Maar veel crises beginnen precies daar. 2.
Vier dagelijks de eucharistie. Vier eerbiedig. De gelovige hoeft bij de Mis
niet de persoonlijkheid van de priester te ontmoeten. Hij komt Christus
ontmoeten. 3. Preek de volle waarheid. Met liefde. Met intelligentie. Met humor
waar dat zinvol is, maar zonder schaamte. 4. Hoor biecht. Verschaf ruime
biechtgelegeneid. Nee, aanbellen bij de pastorie valt daar niet onder. 5. Zoek
jongeren op. Niet om hip met hen te zijn. Dat is kansloos. Een priester van
zestig die probeert te praten als iemand van zestien is een van de sterkste
argumenten voor een kloosterlijke gelofte van stilte. Wees vader. Dat is
genoeg. 6. Onderhoud priesterlijke broederschap. Een geïsoleerde priester wordt
kwetsbaar. 7. Houd van uw mensen. Ook wanneer ze lastig zijn. Vooral dan.
Aan leken
1. Word zelf
heilig. Dat is lastiger dan boos worden op Rome, maar uiteindelijk veel
effectiever. 2. Bouw katholieke gezinnen. 3. Geef uw kinderen echte catechese.
4. Ondersteun goede priesters. Niet door hen op een voetstuk te zetten, maar
door hen te helpen priester te blijven. 5. Sticht katholieke initiatieven, scholen,
uitgeverijen, studentengroepen, gebedsgroepen, culturele instellingen, goede
media.6. Ken uw geloof. Een katholiek die de Catechismus niet kent maar wel
dagelijks over kerkelijke politiek discussieert, lijkt een beetje op een
voetbalanalist die niet weet of er lucht of zand in een bal zit. 7. Wees
vreugdevol. Dit is misschien belangrijker dan we denken. Verbittering bekeert
niemand.
Laat ik ook
iets zeggen wat voor een traditioneel publiek misschien minder aangenaam is.
Traditie kan zelf een ideologie worden. Men kan zo overtuigd raken dat men de
waarheid verdedigt, dat men vergeet dat waarheid een Persoon is. We kunnen:
gelijk hebben en liefdeloos zijn, orthodox zijn en hoogmoedig, liturgisch
correct en geestelijk koud, theologisch scherp en menselijk onuitstaanbaar. Dat
zou een nogal merkwaardige overwinning zijn.
De
traditionele beweging zal werkelijk vruchtbaar zijn wanneer zij herkenbaar
wordt aan: heiligheid, grote gezinnen, roepingen, intellectueel leven,
schoonheid, liefdadigheid, vreugde, en missionaire kracht. Niet uitsluitend aan
kritiek. Een boom wordt uiteindelijk aan zijn vruchten herkend. Niet aan de
scherpte van zijn tweets.
Waar begint de werkelijke hervorming?
Misschien niet
in Rome. Misschien niet op een synode. Misschien niet bij een
bisschoppenconferentie. Misschien begint zij morgenochtend. Wanneer een
priester vóór het ontbijt een half uur langer bidt. Wanneer een vader met zijn
kinderen de rozenkrans bidt. Wanneer een jongere na tien jaar weer gaat
biechten. Wanneer een bisschop besluit een impopulaire waarheid rustig uit te
leggen. Wanneer een seminarist kiest voor heiligheid boven carrière. Wanneer een parochie opnieuw
Eucharistische aanbidding begint. Wanneer een katholieke docent weigert zijn
geloof te reduceren tot vaag humanisme.cWanneer een echtpaar zijn huwelijk
werkelijk als roeping leeft. Zo heeft de Kerk zich altijd vernieuwd. Niet in de
eerste plaats door programma’s, maar door heiligen.
En dus: geen
paniek. We mogen de crisis ernstig nemen. We hoeven haar niet dramatischer te
maken dan zij is. Want de toekomst van de Kerk hangt uiteindelijk niet af van
de kundigheid van haar bureaucratie. Goddank. Dat is misschien de meest
troostrijke leerstelling van deze Peper.
Christus heeft
niet gezegd: “Gij
zijt Petrus, en op deze rots zal Ik mijn strategisch meerjarenplan bouwen.” Hij
zei: “Ik zal mijn Kerk bouwen.” Dat neemt
onze verantwoordelijkheid niet weg. Het zet haar op haar plaats. We hoeven de
Kerk niet opnieuw uit te vinden. We hoeven haar ook niet te redden alsof
Christus na zijn Hemelvaart vergeten is hoe zijn eigen Kerk werkt. Wij moeten
iets eenvoudigers doen: Het geloof bewaren. De waarheid spreken. De sacramenten
ontvangen. Onze kinderen opvoeden. De armen dienen. Priesters vormen. Roepingen
bevorderen. De liturgie waardig vieren. Onze vijanden liefhebben. En Christus méér liefhebben dan onze eigen kerkelijke
partij. Dat laatste kan nog het moeilijkste zijn. Want uiteindelijk bestaan er
geen traditionele heiligen en progressieve heiligen. Er bestaan alleen
heiligen.
En misschien
is dat precies de hervorming die de Kerk nu nodig heeft. Niet nog een nieuw
katholiek programma. Maar opnieuw katholieken die het Evangelie zo ernstig
nemen dat andere mensen zich beginnen af te vragen: “Wat
hebben zij gevonden dat wij missen?” Wanneer die vraag opnieuw wordt gesteld,
begint de nieuwe evangelisatie werkelijk. En misschien ontdekt de Kerk dan iets
wat zij in haar beste momenten altijd al wist: dat de wereld niet wordt bekeerd
doordat wij steeds meer op haar lijken. Maar doordat zij in ons iets van
Christus ziet.
+Rob Mutsaerts