Broederschap of broedermoord?

Universiteiten waren tot voor kort plaatsen van onbevangen onderzoek, van het vrije woord, van open uitwisseling van ideeën, maar zelfs daar heeft de cancel-culture toegeslagen. Bepaalde sprekers zijn niet langer welkom, omdat zij standpunten innemen die door sommigen onbeargumenteerd het etiket ‘discriminerend’ hebben gekregen of simpelweg de classificatie ‘hatespeech’. Ze krijgen gewoon geen podium meer. Vaak gaat het onwelgevallige meningen over klimaatverandering, gender of immigratie. Aanvankelijk waren het social media en tech-giganten die zich bedienden van dit soort politiek activisme. Ze stellen simpelweg dat hun ‘terms of service’ overtreden zijn, zonder dit nader te specificeren. Ze noemden het ‘hatespeech’ zonder aan te geven wat daar nu eigenlijk wel of niet onder viel. Bekende slachtoffers zijn Camille Paglia, Charles Murray, Jordan Peterson en onlangs nog J.K. Rowling. Laatstgenoemde is een pro LGTBQt/mZ-voorvechtster, maar de aanduiding “mensen die menstrueren” ging haar toch echt te ver. Haar commentaar “Hoe noemden we die vroeger ook al weer?” was genoeg om haar te verbannen, te negeren en uit te sluiten. Het kan verkeren.

Maar nu treft ook Richard Dawkins dit lot. Deze evolutiebioloog die zijn bekendheid vooral dankt aan zijn strijdbaar atheïsme, was niet langer welkom op het Trinity College (Dublin). Zijn lezing werd gecanceld en wel om een bijzondere reden: Dawkins’ kritische houding ten opzichte van de Islam. De wetenschapper die zijn populariteit niet zozeer aan zijn wetenschappelijke kennis heeft te danken, maar veeleer aan zijn kritische houding tegenover religie in het algemeen, krijgt nu het verwijt kritisch te staan tegenover de Islam. Anti-religie is zeer acceptabel in het cancel culture wereldje, behalve kennelijk als het over een specifieke religie gaat. De argumenten van het Trinity College zijn ronduit bizar. Nee, de uitnodiging aan Dawkins is niet ingetrokken uit angst voor represailles van radicale moslims. Nee, men wilde voorkomen dat toehoorders zich ongemakkelijk zouden voelen bij Dawkins voordracht. Men had daarbij niet alleen de orthodoxe moslims voor ogen, maar ook toehoorders die de anti-Islamhouding van Dawkins als “rechts of racistisch” zouden kunnen ervaren. Een toespraak die men als ‘links’ ervaart is kennelijk geen probleem. Door deze uitspraak laat het Trinity College zich wel erg kennen als een linkse club die geen rechtse geluiden tolereert. Exit vrijheid van meningsuiting op deze universiteit.

Alles waar de Cancel Culture voor staat - vrouwenrechten, genderideologie, LGBTQ-rechten, politieke correctheid - daar staat de orthodoxe Islam diametraal tegenovergesteld in. En die meent men nu juist in bescherming te moeten nemen. Orthodoxe christenen staan wat deze onderwerpen betreft zo ongeveer op één lijn met de Islam, maar worden om onduidelijke redenen wél als racistisch, discriminerend en meerdere redenen als niet-‘woke’ aangemerkt en dus uitgesloten. Dawkins is van harte welkom een lezing te geven waarbij christenen zich buitengewoon ongemakkelijk voelen. Het toont maar weer eens aan hoe irrationeel men te werk gaat. Zelfs universiteiten - de rede zou daar toch een prominente plaats in moeten nemen - laten zich meesleuren met extremisten die voor zichzelf het alleenrecht op moraliteit hebben toegeëigend.

Je kunt er ook niets tegenin brengen. Argumenten tellen niet. De stelling is simpelweg deze: de maatschappelijke verhoudingen zijn doordrenkt van structurele discriminatie. Als je ook maar ergens enigszins voorzichtig enkele vraagtekens wil plaatsen, wordt dat terstond als discriminerend geïnterpreteerd en wordt je meteen tot persona non grata bestempeld. Het zijn anti-liberalen die geen vrijheid van meningsuiting tolereren, maar wel van anderen eisen dat zij hun mening overnemen. Het lijkt op de Franse Revolutie: vrijheid, gelijkheid en broederschap. Het leek zo mooi. Het eindigde in dictatuur, koppensnellen en broedermoord.

Gastvrijheid

Gastvrijheid is een Bijbelse deugd, het is de eigenschap dat je hartelijk en gul bent in het ontvangen van gasten. Op meerdere plaatsen in zowel het Oude als het Nieuwe Testament lezen we hierover. Hoe zit het dan met de zogeheten eucharistische gastvrijheid? Moeten wij iedereen gastvrij uitnodigen om de H.Communie te ontvangen? De kwestie is wederom actueel nu een groep Duitse protestantse en katholieke theologen voor wederzijdse eucharistische vrijheid pleiten in een mede door de voorzitter van de Duitse Bisschoppenconferentie ondertekend document Samen aan tafel van de Heer. De Congregatie voor de Geloofsleer heeft hier onlangs nog kritiek op geuit.

Uitgangspunt van de katholieke Kerk is dat eucharistische gemeenschap volledige kerkgemeenschap veronderstelt. Vanuit katholiek perspectief is die niet aanwezig bij protestantse denominaties en kan er derhalve geen sprake zijn van zowel kerk- noch van eucharistische gemeenschap. Hoe bovengenoemd document dan kan beweren dat er geen theologische belemmeringen zijn voor wederzijdse deelname aan Avondmaal / Eucharistie is mij een raadsel. De Duitse theologen zijn van mening dat het doopsel de enige voorwaarde is om de Communie te ontvangen. Voor bisschop Bätzing is dit voldoende om op de oecumenische Kirchentag volgend jaar in Frankfurt iedereen uit te nodigen voor de Communie. Ter legitimatie wordt nog aangevoerd dat “het geweten leidend is, zelfs als de argumenten geen steek houden”. Hiermee is men de dwaalweg van het relativisme ingeslagen. Deze weg werd al eerder ingeslagen in de kwestie van de toelating tot de Communie van de hertrouwd gescheidenen. Het relativisme wil best de onontbindbaarheid van het huwelijk erkennen, maar tegelijk in afzonderlijke gevallen het geweten aanvaarden als doorslaggevend. Wat algemeen geldt verliest in deze redenering in afzonderlijke gevallen haar geldigheid. Hiermee kun je alles naar believen relativeren en goedkeuren.

Dan beroepen de Duitse theologen zich ook nog op het volgende. Het vroege christendom kende een veelvoud aan gemeenschapstructuren en wijzen waarop gevierd werd die pas later door bisschoppen in wetgeving vastgelegd werden. De Reformatie verwerpt de Apostolische Traditie (sola scriptura) als louter mensenwerk. Het tweede Vaticaans Concilie (Dei Verbum) denkt daar duidelijk anders over. Het Concilie houdt eraan vast dat de Bijbel een product is van de Kerk en de Kerk dus autoriteit heeft over de uitleg van de Schrift.

Wat ook opvalt is dat het Duitse document nauwelijks aandacht schenkt aan het offerkarakter van de eucharistie, dat van oudsher de primaire plaats inneemt; het maaltijdkarakter is secundair. Probleem is ook dat men een scheiding aanbrengt tussen Christus en de Kerk. Stellig wordt beweerd dat Jezus de enige gastheer is van de eucharistie. Het zou de Kerk niet toekomen toelatingscriteria vast te leggen. Dat miskent het gegeven dat Christus het hoofd van de Kerk is, onlosmakelijk verbonden met het lichaam de Kerk. Door het doopsel als enig toelatingscriterrium te eisen, miskent men ook nog eens het wezen van het doopsel, waardoor de dopeling wordt opgenomen in de katholieke resp. protestantse kerk en daarmee instemt met de geloofsbelijdenis van die Kerk. Onderling verschillen diep wezenlijke punten.

Daarbij komt vervolgens nog eens bij dat de eucharistie ten nauwste verbonden is met het sacramentele priesterschap. Het document gaat voor leidinggevende functies weliswaar uit van de noodzakelijkheid van het gewijde ambt resp. beroeping, maar wat betekent dat als de ‘Kerk’ zoals omschreven in het document nauwelijks theologisch gedefinieerd wordt. Als de protestantse kerken in Duitsland het dan ook nog eens uitdrukkelijk mogelijk maken dat het Avondmaal ook zonder ambtsdrager gevierd kan worden, is de verwarring compleet. Het lijkt erop dat men zich Luther’s uitspraak eigen heeft gemaakt: “Wie gedoopt is, is pastoor, bisschop en paus tegelijk”.

Wezenlijk is natuurlijk dat men het niet eens kan worden over de betekenis van de realis presentia van Christus in het sacrament. Dat in elk eucharistisch gebed de eenheid met de paus verwoord wordt, alsmede de gemeenschap van de heiligen en dan ook nog eens het gebed voor de overledenen opgenomen is maakt het helemaal problematisch. Protestanten aanvaarden geen van drieën, maar worden in geval van intercommunie wel geacht dit te bidden. We gaan immers geen eucharistische gebeden aanpassen.

Wat voor de Congregatie voor de Geloofsleer het zwaarst weegt is dat de eenheid in eucharistie zonder eenheid in geloof het gevaar met zich meebrengt de geloofsverschillen te relativeren. Reactie van de Duitse Bisschoppenconferentie: “bij de komende oecumenische Kirchentag zullen we gemeenschappelijk maaltijd houden”. Hopeloos.