Can they suffer?

Het adagium van veel dierenactivisten is afkomstig van de Britse filosoof Jeremy Bentham:

The question is not Can they reason? nor Can they talk? but Can they suffer?’

Bentham sprak hier over het dier. Interessant is zijn beweegreden:

Het zal ooit erkend worden dat het aantal poten of het hebben van een staart, onvoldoende redenen zijn om een sensitief wezen aan zijn lot over te laten. Waar moeten we de grens tussen mens en dier leggen? Is dit het vermogen om logisch na te denken of om te spreken? Een volwassen paard of hond is met zekerheid een meer rationeel wezen, en zelfs meer een interactief wezen, dan een baby van een dag, een week of zelfs een maand oud. Maar stel eens dat het anders zou zijn: wat doet het ertoe, de vraag is immers niet kunnen ze logisch redeneren?en ook niet kunnen ze praten?, maar: kunnen ze lijden’”

Waar het in het Engeland van de 18e eeuw vanzelfsprekend was dat babys en gehandicapten rechten uit zichzelvehadden, was het dat voor een dier niet. Maar wát is het dan dat het dier een rechtspositie geeft, wil het niet overgeleverd zijn aan de willekeur van zijn eigenaar? Niet het vermogen te denken, of te praten, maar te lijden, volgens Bentham. Zijn denken is in later tijden overgenomen. Met een perverse omdraaiing tot gevolg.

In Nederland is het voorkomen van dierenleed wettelijk geregeld. Voor dierproeven hebben we de wet op de Dierproeven (1977): Een dierproef wordt onder algehele of plaatselijke verdoving uitgevoerd (art 13). Voor het slachten van dieren hebben we de Europese Verordeningen (1993, 2009) die regelen dat bij het doden van dieren ervoor moet worden gezorgd dat de dieren elke vermijdbare vorm van pijn, spanning of lijden wordt bespaard (art 1). En dan hebben we de Wet Dieren (2011) die de intrinsieke waarde van het dier erkent (art 1.3). Onder intrinsieke waarde wordt in deze wet verstaan: de eigen waarde van dieren, zijnde wezens met gevoel. Inbreuk op de integriteit of het welzijn van dieren, verder dan redelijkerwijs noodzakelijk, moet worden voorkomen.

Geen van deze rechten komt toe aan het ongeboren kind. En dat is ongerijmd. Niet zozeer omdat het ongeboren kind een menselijke persoon is. Dat is het niet in ons land. Een menselijke persoon (een mens) heeft rechten uit zichzelve, die hem door niemand verleend of gegund hoeven te worden en niet afhankelijk zijn omstandigheden, of van percepties van derden. Door personhoodontstaan mensenrechten en wordt de mens van object tot subject. Denk aan de zwartste bladzijden uit onze historie: slaven (slavernij, tot 1863), of gehandicapten (eugenetische periode, tot in de jaren 50).

Personhoodheeft het ongeboren kind niet. Daar gaat het nu niet om. Het is niet dáárom dat het ongerijmd is dat we een intrinsieke waarde toekennen aan het slacht- of proefdier, en niet aan de foetus. Wel hierom: can it suffer?

Ik ben van mening het ongeboren kind vanaf de conceptie de status van menselijke persoon heeft en God de eigenaar van het leven is. Maar als we, als gedachtenoefening, de foetus eens even beschouwen als het eigendom van de vrouw, als een deel van haar lichaam waarover zij vrijelijk kan beschikken. Voor dat gezichtspunt geeft de huidige praktijk een goede reden. Al stelt de Wet WAZ een paar beperkingen aan het eigendom, in de praktijk is zij het inderdaad die beschikt.

Alle geinterviewde abortuszorgverleners benadrukken dat het aan de vrouw is te beoordelen of zij zich in een noodsituatie bevindt”, stelt de Evaluatie WAZ 2020. Dat spoort met de geregistreerde motieven van vrouwen om voor abortus te kiezen , die zijn schrikbarend vaak relationeel of economisch.

Wordt dát pro choice-perspectief gekozen, dán is het verschil met het dier pas ongerijmd. Want: kan het lijden? De Bentham-regel, met zn nadruk op pijn, betekent dat de (filosofische) vragen over de status van de foetus even kunnen worden overgeslagen. Het doet er even niet toe of de foetus op een gegeven moment een zelfstandige bloedgroep heeft, een unieke, individuele biografie heeft (DNA), een eigen hartslag, een eigen geslacht (wellicht met penis, zijn moeder in ieder geval niet), een eigen interactie met zijn omgeving of een eigen herkenbaarheid heeft (wellicht per echo). De duck-testdoet er even niet toe. Evenmin dat de foetus een autonoom en complex gestuurd geheel van biologische en geestelijke tot in de perfectie samenwerkende systemen is, alles op één doel afgestemd (uitgroei), een exclusief doel ook: het kan tot niets anders worden dan alleen tot volgroeid mens. En tot slot separaat is: als je hem zou kunnen transplanteren, zou hetzelfde kind uit een andere vrouw komen. Al dit even niet. Ook de vraag naar de ziel kan worden overgeslagen. Het is of/of: óf een te verwelkomen kind, óf - dat kan ook - een te verdelgen parasiet, maar nooit een orgaan: het is nooit of te nimmer iets zonder zelfstandige entiteit, nooit wezenloos.

Het is het eeuwige stoeien van de politiek correcte meerderheid: met welk woordgebruik dit alles in hemelsnaam moreel te legitimeren zonder in het eigen roestige mes te lopen. Wat natuurlijk niet kan. Met tal van voorbeelden van totale tegenspraak als gevolg. Een voorbeeld. De Burgerlijke Stand, waarin je een geaborteerd kind (na spijt, of met complexer motief) alsnog als overleden menselijke persoon kunt inschrijven. Ander voorbeeld. De Aborteurs-vereniging, die schrijft: Als een zwangerschap van 18-24 weken wordt beëindigd door rijping van de baarmoederhals en stimulatie van weeën kan het voorkomen dat een kind levend ter wereld komt”.

Dit alles terzijde en terug naar de gedachtenoefening. De hamvraag was: heeft het ongeborene een eigen, zelfstandige ervaring van lijden? Ook als het geen mens is, maar een object in vol eigendom van de vrouw. Recent zijn uit verschillende hoek twee wetenschappelijke artikelen verschenen, van gereputeerde onderzoekers waarvan de belangrijkste in ieder geval allesbehalve van vooringenomenheid kan worden verdacht. Er is nu een conclusie. Voorheen moesten we het doen met de (zeer bekende) standpunt van Hoogleraar Kindergeneeskunde K. Moseley Er is een overweldigende hoeveelheid aanwijzingen dat de een eerste trimster-foetus pijn kan ervaren. Het tegenbewijs moet dan geleverd worden door degenen die het tegenovergestelde beweren”.

Welnu, er is nu positief bewijs!

Het eerste artikel verscheen in 2020 in het gerenommeerde Journal of Medical Ethics (2020): Reconsidering Fetal Pain, van S.W.G. Derbyshire  en J.C. Bockmann. Het interessante is hier dat de Britse professor pijnexpertStuart Derbyshire een voorstander is van abortus. Hij is zelfs adviseur geweest van Planned Parenthood en had eerder vastgesteld dat ongeboren kinderen pas met 24 weken pijn voelen. Hij is – puur op voortschrijdend wetenschappelijk inzicht - teruggekomen op zijn standpunt.

Het tweede artikel is van het American College of Pediatricians en verscheen in januari 2021: Fetal Pain: What is the Scientific Evidence?” 200 kinderartsen publiceerden een gezamenlijke position paper, waarin na uitgebreid onderzoek precies dezelfde conclusie werd getrokken:

 ‘DE FOETUS KAN VANAF DE 12E WEEK PIJN VOELEN. We hebben de Silent Scream niet meer nodig! De profetische film uit 1984 waarop Bernard Nathanson middels een echo vastlegde hoe een 12 weken oude foetus de curettage-tang probeert te ontwijken en zijn mond opent op het moment dat die hem grijpt. We konden jarenlang alleen naar deze film verwijzen om te betogen dat abortus gewelddadig is. Kon Nathanson vroeger nog worden geframed, de wetenschappers die nu spreken, kunnen dat niet. We kunnen pijn inzetten in de verdediging van het leven, zonder dat eenvoudig het weggewuifd wordt. Klompen cellen voelen niet. Dit is écht nieuw. Pijnexpert professor Derbyshire, de auteur van het tweede artikel, schreef in 2008 nog dat pijnvóór de 24e week irrelevant is bij abortus. Hij heeft daar nog een verklaring over afgegeven tegenover het Britse Parlement bij de aanpassing van de abortuswet. Twaalf jaar later maakt hij een moedige ommekeer, op puur wetenschappelijke gronden.

Wat betekent dit? Ten eerste openbaren de onderzoeken een dubbele moraal in de medische praktijk. Bij prenatale chirurgie wordt verdoving immers wel gewoon toegepast. Ten tweede vinden we hierin eindelijk een waarde die voor- en tegenstanders van abortus gemeenschappelijk hebben. Pijn lijden doordat een foetus onverdoofd (eerst) zijn ledematen worden afgeknipt, is dermate ziekmakende gedachte, dat die ook iedere verlichte humanist met afkeer zal vervullen, welke visie hij op de status van het embryo ook heeft. En dáár ligt onze kans. De beschermwaardigheid van het embryo als menselijke persoon vanaf de conceptie beargumenteren stuitte altijd af op het onderliggende mensbeeld (dat weer een afgeleide is van het dááronder liggende Godsbeeld). Maar dat is nu voorbij. We kunnen nu iedere maatschappelijk betrokkene op zijn humanistieke ethiek aanspreken. Met alle kans op succes. Hun eerste stap op weg naar de volle aanvaarding van het Evangelie van het Leven. Wie weet, liggen er hierdoor ook juridische wegen open. Daar moet over worden nagedacht.

Het is dus zaaks aan te sluiten op het denkkader van degenen die op zich voorstander van abortus zijn, maar de humaniteit o zo hoog hebben. Dat doet D66. Kon die partij zeer recent nog twee voor ons tegenstrijdige zaken verenigen – ik doel hier op: het voor de afschaffing van de abortus-bedenktijd pleiten en gelijktijdig de invoering van een bedenktijd voor huisdierkopers propageren – nu kan zij dat niet meer. Door pijnwordt de kwestie intrinsiek, de getallen spelen geen rol. Of er nu twee of tien paarden in de Groningse overstroomde polder klem zitten, of er nu één of tien vogeltjes de Domino day-blokjes om dreigen te vliegen: het is het individuele dier dat een intrinsieke waarde heeft. Eindelijk zijn de aantallen van tafel, dit is niet meer utalitair. We kunnen hun jargonspreken. Eindelijk is er een gemeenschappelijke waarde van waaruit we samen verder kunnen: het humane.

Daarom: kleine aantallen. Volgens de NPV, altijd grondig, die de WAZ-registratiecijfers heeft geanalyseerd, vinden er jaarlijks 2.500 abortussen plaats van foetussen met een leeftijd van 18 weken of ouder. Dat is ruwweg één kind per kliniek per dag! Dat spreekt tot de verbeelding. We hebben het over een foetus van een 20 centimeter, een 2,5 ons, alle organen zijn verbonden, er komt niets meer bij. Het heeft een gezichtsuitdrukking, ogen open-dicht, het geslacht is te zien, het heeft vingerafdrukken en …. het voelt pijn als het uit elkaar gerukt wordt. Veel zou mogelijk moeten zijn - we kunnen so to speak verwachten dat D66 leden met ons mee gaan demonstreren voor die ene per dag. Maar dan moeten we in deze discussie één ding niet – althans niet te snel - doen: hen het recht op abortus ontzeggen. Het is anesthesie waarop we eerst moeten inzetten. Pijnverdoving. Niet als einddoel natuurlijk, dat is hun volledige bekering tot het Evangelie van het Leven. Maar dit kan hun wake-up zijn. Wellicht zijn er zelfs wegen om dit juridisch te bevechten.

Mogelijk ben ik te optimistisch en heeft dit gezamenlijk optrekken met D66 geen kans van slagen. Maar dan zal hun afwijzing een donkerbruine ideologie blootleggen. Verdoving zal wel niet nodigzijn, de Wet Dieren-gedachte niet inzetbaar, het is immers geen dier. Nee, geen dier, zelfs geen parasiet. Het is minder dan een parasiet. En dat dát werkelijke gezicht van de pro choice-wereld alsdan eens in al zijn klaarheid getoond wordt, is al winst ben ik bang. Bisschop Athanasius Schneider sprak het profetische woord dat het abortus-gerelateerde coronavaccin nog wel eens een nieuwe pro-life opwekking teweeg kon brengen.  Hij lijkt gelijk te krijgen. Geeft het artikel van Monica Seeley het Silent Scream-effect voor deze generatie? Wordt pijnzon zelfde, tweede wake-up?

Het is nú tijd voor humanistiek. Anesthesie. Per direct. Het kan hun eerste stap naar de volle Waarheid zijn: de personhood van het ongeboren kind. Wie weet wat dan volgt. Een keurmerk wellicht. Het Cruelty free”-keurmerk is er al, voor dierproefvrije cosmetica. Wellicht zijn daar onverdoofde foetussen aan toe te voegen? Voor Maggie en Campbell soep en al die andere shit waarvoor HEK-293 en PER.C6 werd gebruikt. Want die foetussen waren ook iets van 18 weken, en - hoewel ze volgens onze nieuwe vrienden geen menselijke personen zijn - they cán suffer!

 

(Ingezonden)

Een modern gesprek

 Peulvruchten zijn gezond, aldus Tom.

- Ik ken iemand die aan teveel peulvruchten overleden is, antwoordt Sylva.

 

Peulvruchten zijn gezond.

- Schandalig met welke stelligheid jij het belang van fruit negeert.

 

Ik zeg alleen maar dat peulvruchten gezond zijn.

- Daarmee discrimineer je alle mensen die nooit peulvruchten eten.

 

Ik blijf erbij dat peulvruchten gezond zijn.

- Interesseert het jou dan niet dat de zeespiegel stijgt? Waarom hoor ik jou daar niet over? Als je daar niks van zegt, ben je medeschuldig.

 

Ik blijf erbij, peulvruchten zijn belangrijk.

- Je bent ook nog eens een systematisch ontkenner. Al Gore, Bill Gates, Klaus Schwab en Jeffrey Sachs zullen het met mij eens zijn. En misschien de paus ook wel.

 

Peulvruchten zijn gezond.

- Typisch een opmerking van een witte man. Je zit vol met vooroordelen en prerogatieven.

 

En toch zijn peulvruchten gezond.

- Je bent een racist! Heb je er al een seconde bij stilgestaan hoe je mensen die lijden aan peulvruchtintolerantie kwetst met deze harteloze uitspraak?

 

Peulvruchten zijn belangrijk voor de gezondheid.

- Dat is jouw waarheid. Ik zie dat anders.

 

Peulvruchten zijn belangrijk.

- Je bent zeker bang om je witte privileges te verliezen als iedereen gewoon eet wat hij zelf wil.

 

Peulvruchten zijn goed voor je gezondheid, zo herhaal Tom nog maar eens.

- Typisch een uitspraak van jaren ‘50 wetenschap. Dat is al lang achterhaald, witte bevoorrechte nazi!

 

Peulvruchten zijn belangrijk.

- Met zo’n uitspraak kun je rekenen op applaus uit extreemrechtse complotdenkers.

 

Peulvruchten zijn belangrijk.

- Niemand heeft het recht een ander voor te schrijven wat hij moet eten. Bovendien, wie kan bepalen wat gezond is en wat niet? Voor de een kan dat een sinaasappel zijn, voor een ander muntthee. Wordt het niet eens tijd om te breken met dit soort overheersende definities van wat wel en niet peulvruchten zijn? Wat voor jou een peulvrucht is, kan voor een ander best een kiwi zijn.

 

- Peulvruchten zijn gezond. Nou ik ga maar weer eens. Vergeet niet de groeten te doen aan je Woke-vrienden…..

 

Onnozele parochies met hun regenboogvlaggen

“Omdat wij hoop nodig hebben" was de slogan die je met Kerstmis 2020 bij diverse parochies kon tegenkomen. De bedoeling van de boodschap was duidelijk: juist in tijden van Corona heeft de kerk een belangrijke functie, omdat zij iets heeft waar de samenleving dringend behoefte aan heeft. Dergelijke PR wijst op een dieper liggend probleem: de poging van de kerk om haar verlies aan relevantie in de ogen van het publiek tegen te gaan door haar maatschappelijk nut te benadrukken, kan deels worden gezien als een reactie op de schok van de Covid-crisis toen openbare erediensten nog maar nauwelijks toegestaan waren, en de maatschappelijke belangstelling voor het heropenen van kerken beduidend minder was dan die voor het openen van kapsalons of bouwmarkten. Dit utilitaristische argument (de maatschappelijke relevantie) is echter niet sterk. De kerk slaagt er kennelijk niet in aannemelijk te maken wat zij en alleen zij aan de samenleving te bieden heeft. Een kerk die niet veel anders doet dan te voldoen aan het zelfbeeld en de waarden van een seculiere samenleving maakt zichzelf overbodig. Een kerk die zich steeds meer de heersende opvattingen in het publieke discours van de seculiere samenleving eigen maakt in plaats van het traditionele geloof en de morele leer van de kerk te verkondigen, heeft geen bestaansrecht.

Hoe meer de kerk de seculiere opvatting overneemt (een pastoor heeft al eens voorgesteld het kruis te vervangen door de tekst van de Grondwet), hoe meer zij in rechtvaardigingsproblemen komt wanneer zij op bepaalde gebieden erop staat dat voor haar andere regels moeten gelden dan voor de seculiere samenleving. Waarom staat de wijding tot het priesterschap alleen open voor mannen, terwijl het in alle andere beroepen ontoelaatbaar is om kandidaten af te wijzen op grond van hun geslacht? Als paren van hetzelfde geslacht volgens de staatswet kunnen trouwen, waarom geeft de kerk dan niet haar zegen? Dat soort kwesties. Je gooit zelf je vrijheid van godsdienst op deze manier te grabbel.

Het is het dilemma van onze tijd: hoe je identiteit bewaren en tegelijk maatschappelijk relevant zijn. Wanneer parochies regenboogvlaggen op gaan hangen, gaan pleiten voor inclusief taalgebruik en dan ook nog eens de kant van de publieke opinie kiezen wat betreft de kwestie van het zegenen van homoseksuele partnerschappen, in strijd met de kerkelijke leer, is het niet verwonderlijk dat gelovigen die gender- en LGBTQ-ideologie juist vanwege hun geloofsovertuiging kritisch bekijken, zich verraden en bedrogen voelen door hun kerk. Het brengt seculieren niet dichter bij Christus en kerkgetrouwen worden kerkverlaters. Tel uit je winst.

Het wordt helemaal absurd als een pastoor in een preek "racisten (hij doelde op degenen die verzocht hadden de regenboogvlag voor de kerk te verwijderen) oproept de kerk te verlaten". Een dergelijke preek is meer gericht is op applaus van het seculiere publiek dan ingegeven door bezorgdheid om het zielenheil. Hij haalde er - waarschijnlijk tot zijn grote tevredenheid - de krantenkoppen mee. Er is niet veel fantasie voor nodig om je voor te stellen hoe anders de krantenkoppen eruit zouden hebben gezien als een priester in even harde bewoordingen had gepreekt tegen abortus of tegen het homohuwelijk. Barmhartigheid jegens zondaars is blijkbaar alleen populair wanneer het gaat om zonden die de publieke opinie niet eens als zodanig ziet.

Bij dit alles mag natuurlijk niet uit het oog worden verloren dat de pogingen van de kerk om in de ogen van het publiek zo goed mogelijk voor de dag te komen een reden heeft. Dergelijke predikanten delen het geloofsgoed van de kerk niet; hetzelfde geldt voor een niet gering deel van degenen die zich katholiek noemen. Degenen die zo graag maatschappelijk relevant willen zijn en daarbij de identiteit laten varen vergeten echter dat op het moment dat de identiteit volledig onherkenbaar is geworden, ook de relevantie volledig voorbij is. Uiteindelijk heeft niemand behoefte aan een kerk die niets anders doet dan het zelfbeeld en de waarden van een seculiere samenleving in spiritualiteit hullen. Je kunt immers ook zonder een institutionele kerk een kaars voor het raam zetten of aan een stille/witte tocht meedoen om de slachtoffers van de pandemie, slavernij of wat dan ook te herdenken.

Mona Lisa, Faust en de embryo

Het geheel is meer dan de som der delen." Iedereen die de vier rekenkundige basisbewerkingen - al is het maar bij benadering - beheerst, zal zich enigszins ongemakkelijk voelen bij deze zin, die gewoonlijk wordt toegeschreven aan Aristoteles. Toch is het waar. Want geen zinnig mens zou bijvoorbeeld willen beweren dat de Mona Lisa van Leonardo da Vinci, die in het Louvre achter kogelvrij glas te bewonderen is, niets anders is dan een optelsom van diverse kleurpigmenten verf en een houten paneel van 76,8 x 53 cm. En toch zou een natuurwetenschapper die het kunstwerk met zijn wetenschappelijke methoden zou onderzoeken, niet veel anders kunnen vaststellen. Dat dit zo is, is te wijten aan het feit dat alle natuurwetenschappen slechts kennis van hun objecten verwerven door abstractie. Alleen wie het geheel veronachtzaamt en zich in plaats daarvan tot de delen ervan wendt, kan zelfs maar op het idee komen ze nader te willen omschrijven. Daar is natuurlijk helemaal niets mis mee.

Zelfs in het geval van het portret van de Mona Lisa, dat waarschijnlijk geen voorwerp is dat natuurwetenschappers bijzonder boeit, zou het wetenschappelijk onderzoek ervan niet alleen legitiem zijn, maar ook bijdragen tot de kennis. Zo zou bijvoorbeeld een analyse van de pigmenten in de verf ons kunnen vertellen waaruit de verf van Leronardo da Vinci was samengesteld. Een vergelijking met de analyses van andere schilderijen uit deze periode zou ons tenminste in staat stellen te speculeren over de vraag of er normen bestonden voor de productie van verf, en zo ja, ook over de vraag of de door da Vinci gebruikte verf hieraan voldeed, of dat het genie ook speciale vaardigheden had in de productie ervan.

Hoe opmerkelijk en verhelderend de inzichten ook mogen zijn die wetenschappers kunnen verwerven over het portret van de Mona Lisa en haar schepper, wanneer zij zich er met wetenschappelijke methoden in verdiepen - zij kunnen geen uitspraken doen over de fascinatie door de eeuwen heen voor de Mona Lisa. En niets van wat natuurwetenschappers met hun methoden kunnen vaststellen, zegt ons dat het voorwerp dat zij onderzoeken het portret van een vrouw is en door een genie werd geschilderd. Natuurlijk weten we dat de Mona Lisa een schilderij is. En dat schilderijen alleen bestaan omdat ze door iemand geschilderd zijn, weten we ook. Maar we weten beide uit ervaring en niet omdat we natuurwetenschap hebben bedreven.

Daar is in het begin ook niets mis mee. Het zou pas problematisch worden wanneer natuurwetenschappers volhouden dat de Mona Lisa "niets meer" is dan een verzameling van verschillende kleurpigmenten op een stuk populierenhout dat meer dan vijfhonderd jaar oud is. Met hun methoden kunnen zij immers niets anders vaststellen en als exclusief gezaghebbend beschouwen. Zij deden dit omdat zij het schilderij helemaal niet onderzochten om het te begrijpen om het vervolgens beter te kunnen determineren.

Misschien zullen sommigen onder u tegenwerpen dat dit voorbeeld erg gekunsteld is. In werkelijkheid zou geen enkele wetenschapper er ooit aan denken om de Mona Lisa op zo'n manier ondergeschikt te maken. Ook zou geen enkele wetenschapper een kunstwerk willen bestuderen dat in het Louvre achter kogelvrij glas is geparkeerd, en al helemaal niet met de bedoeling zich de pigmenten ervan toe te eigenen. Respect voor zijn schepper zou hem verbieden dat te doen.

En toch, dit is precies wat onderzoekers doen met menselijke embryo's. Nogal wat mensen beweren serieus dat deze schepseltjes "niets meer" zijn dan een verzameling cellen, of nog oneerbiediger, een "hoopje cellen". Natuurlijk zijn ze dat. En een natuurwetenschapper kan met zijn methodes wellicht niets anders vaststellen dan deze gedeeltelijke waarheid. Maar dit geeft hem niet het recht om eenvoudig te negeren wat hij uit ervaring weet (of zou kunnen weten). En iedereen weet uit ervaring dat een menselijk embryo - onder normale omstandigheden - zich altijd ontwikkelt tot niets anders dan een volgroeid mens. Geen enkel menselijk embryo eindigde ooit als een populier, een bloemkool of een hondje. Menselijke embryo's zijn - daarover bestaat geen redelijke twijfel - menselijke wezens in een vroeg stadium van hun ontwikkeling. Hoe zit het dan met het respect voor de eerste levensfase waaronder ze aan ons verschijnen?

Denk eens aan Goethe's Faust, meer bepaald aan de opmerkingen van Mephistopheles:

Hieraan herken ik de geleerde heer! 

Wat gij niet voelt, is mijlenver van u verwijderd,

Wat gij niet begrijpt, ontbreekt u geheel,

Wat gij niet berekent, meent gij niet waar te zijn,

Wat gij niet weegt, heeft voor u geen gewicht,

Wat gij niet munt, meent gij niet geldig te zijn.

Bovendien zijn de natuurwetenschappen geenszins verplicht om objecten die zich niet aan hun methoden laten onderwerpen, dan maar te negeren. Dit geldt zelfs niet voor hen die, bij ontstentenis van andere ervaring, niets meer zouden weten dan wat zij door hun eigen methoden kunnen vaststellen. Zelfs in het geval van de Mona Lisa zou een natuurwetenschapper die nog nooit een schilderij heeft gezien, zich tevreden kunnen stellen met een zo gedetailleerd mogelijke beschrijving van de eigenschappen van het door hem onderzochte voorwerp en tot de conclusie kunnen komen dat hij met de methoden waarover zijn beroepsgroep thans beschikt, niet meer kan vaststellen dan wat hij hier aan het licht heeft gebracht. Dit is precies hoe serieuze wetenschap werkt.

En een natuurwetenschapper kan over een prille embryo niet veel meer zeggen dan dat het uit cellen bestaat. Maar het een "hoop cellen" noemen is een flagrante ontkenning van de realiteit. In zijn vorig jaar gepubliceerde essaybundel "Defending the Human. Basic Questions of an Embodied Anthropology", waarschuwt de filosoof Thomas Fuchs dringend tegen een "zelfobjectivering" van de mens. Indien wij onszelf opvatten "als objecten", zouden wij onszelf overleveren "aan de overheersing van hen die ons trachten te manipuleren en sociaal en technologisch te overheersen". "Want", zo citeert Fuchs C.S. Lewis, "de macht van de mens om van zichzelf te maken wat hem behaagt, betekent (...) de macht van enkelen om van anderen te maken wat hen behaagt."

Dit gevaar moet worden tegengegaan. Niet door wetenschap af te zweren, maar door betere wetenschap. De waarheid schittert alleen wanneer de mens de werkelijkheid beziet op de manier die zij vereist. Hoe hoger het reële staat, des te groter is de eis die het stelt aan de opmerkzame geest: maar des te groter is ook de verleiding om het te verlagen tot het niveau van lagere dingen, want dat is een stuk comfortabeler. Zo is het bijvoorbeeld zeer verleidelijk om wat leeft chemisch te denken, of de geest biologisch, want men bespaart arbeid en krijgt de schijn van strenge wetenschap. In werkelijkheid is men geestelijk onder de maat geweest, heeft men kennis geweld aangedaan, en heeft men de eigenheid van het object miskent. Het Europees parlement meent abortus tot een mensenrecht te maken. Alleen een mislukte wetenschapper kan zoiets bedenken.

The greatest comeback since Lazarus

Politiek en sport: het blijft een moeilijk verhaal. Het liefst zou je het geheel van elkaar scheiden. Het Europees kampioenschap voetbal is daar slechts het meest recente voorbeeld van. Voor de wedstrijd België-Rusland zouden de spelers op één knie moeten knielen - als teken tegen racisme. De Belgen deden dat, de Russen niet; ze bleven staan. Daar bleef het niet bij. De Russische supporters joelden de Belgische ploeg uit. Een week eerder had zich een soortgelijk incident voorgedaan toen de Ieren voor de wedstrijd tegen Hongarije eveneens knielden en de fans tegen het gebaar in opstand kwamen. Knielen of niet knielen, dat is de belangrijkste voetbalvraag geworden. De Engelsen zijn voor, de Nederlanders tegen, de Duitsers wisten niet goed wat te doen. De ambassadeur van Polen in Duitsland, Andrzej Przylebski, sprak zich in de media uit tegen het knielen: "Een echte Pool knielt alleen voor God - en eventueel voor de vrouw die hij ten huwelijk vraagt." Net als de volksliederen is het knielen een onderdeel van de ceremonie voorafgaand aan de aftrap geworden. De aanvoerdersband met het "Respect"-logo is kennelijk niet duidelijk genoeg.

Tv-commentatoren en sportverslaggevers weten er ook niet altijd goed raad mee.  Sommigen zien ‘taking the knee’ als steunbetuiging aan de "Black Lives Matter"-beweging, anderen zien het als een vervolg op een aloude traditie die teruggaat tot de 18e eeuw, weer anderen zien het als een gebaar in navolging van quarterback Colin Kaepernick die in het (American football) seizoen 2016 knielde tijdens het Amerikaanse volkslied.

Sport en politiek beweren elkaar slechts vaag te kennen en niets met elkaar te maken te hebben, maar toch heeft het al een hele geschiedenis achter de rug. Het is niet voor niets dat de kniebuiging plaats vindt tijdens het zingen van de volksliederen. Dat zijn vaak liederen die het vaderland verheerlijken. Tegenwoordig roept dat bij menigeen schuldgevoel op.

De herinnering aan nationale grootheid en culturele identiteit is vandaag de dag grotendeels vervaagd. Het bezingen als Portugees van het edelste en heldhaftigste volk der zee, dat "de wereld nieuwe werelden schonk" - kortom de kolonisatie van de aarde door de westerse mogendheden - om vervolgens de schuld van de blanke te belijden, veronderstelt ofwel een onbegrip van een van beide belijdenissen (eerbetoon resp. mea culpa), ofwel een vorm van schizofrenie. Daar komt nog bij dat een gebrek aan respect voor de nationale hymne kennelijk acceptabel wordt geacht, maar het gebrek aan respect voor degenen die weigeren te knielen onacceptabel is. Je wordt meteen uitgemaakt voor racist.

Het besmeuren van een cultuur of van de eigen voorouders lijkt onproblematisch; het in twijfel trekken van een duidelijke politieke agenda daarentegen niet. Voor de Oost- en Middeneuropese volkeren is het moeilijk te begrijpen dat van hen wordt verwacht neer te knielen.  Zij hebben immers geen koloniale geschiedenis en daar komt nog bij dat zij zelf het slachtoffer waren van hun buren. Het voormalige Oostblok heeft het hoofdstuk van de zelfverloochening aan den lijve ondervonden, een aspect dat weerklinkt in de geest van het volkslied. Tot op de dag van vandaag zingen de Polen over de verdwijning van hun vaderland. De atheïstische communisten vonden het Hongaarse volkslied - meer een smeekbede tot God dan een nationale zelfverheerlijking - een doorn in het oog. In West-Europa daarentegen is het volkslied, net als de nationale vlag, een relict uit het verleden geworden, dat door zijn alomtegenwoordigheid als normaal - om niet te zeggen triviaal - wordt beschouwd. De historische inhoud is verloren gegaan. We hangen de vlag al uit als we geslaagd zijn voor het rijbewijsexamen.

Er is geen andere manier om te verklaren waarom bijvoorbeeld in de Middeleeuwen het verbranden van een Venetiaanse vlag in Padua leidde tot de oorlogsverklaring van de Republiek Venetië.  Er is ook geen andere manier zijn om te verklaren waarom onteren van het volkslied in tal van landen nog steeds in het wetboek van strafrecht voorkomt. Waar het volkslied weerklinkt, daar is de natie; zoals in de Middeleeuwen het rijk was waar de koning verbleef, of zelfs de godsdienst bepaalde (cuius regio, eius religio). Het volkslied is ten diepste ook vorm van eed van trouw, weliswaar niet meer aan God of de vorst, maar aan je land. Het is bij sportevenementen een soort strijdkreet geworden.

 

De eerste noten van het Duitse volkslied waren ooit tot God gericht. Nu begint het met ‘Deutschland’. Diverse Europese hymnen roepen op tot niets minder dan totale opoffering. In Italië weerklinkt het refrein "Laten wij de gelederen sluiten, wij zijn bereid te sterven, Italië heeft geroepen!" De Zweden vechten met God "voor huis en haard, voor Zweden, de geliefde geboortegrond", en zelfs de knielende Belgen zweren zich aan hun vaderland te geven "Aan u ons hart, aan u onze hand, aan u ons bloed".

 

Francis Fukuyama, die ooit droomde van het "einde van de geschiedenis" in de vorm van een liberale werelddemocratie, zag in sportevenementen zoals het EK voetbal een substituut voor eeuwen van oorlogszuchtige conflicten. Het zingen van het volkslied is dus de laatste geoorloofde strijdkreet van de brave new world; een verouderde strijdkreet die we gewoon meelallen, maakt niet uit wat de tekst is. De kniebuiging die vroeger was voorbehouden aan God en de Koning is nu gekaapt voor activistische doeleinden. Ondertussen klinkt een katholiek gezang Zwitserland) en bijbelse analogieën en loyaliteit aan de koning (ons Wilhelmus). Spanje had een vooruitziende blik: hier wordt helemaal niet gezongen. Men vindt alles goed zolang de Koninklijke mars uit de tijd van het Spaanse Rijk maar blijft klinken. Scotland pakt het anders aan. Hun nationale hymne is een hippie-lied ter herdenking van de Slag van Bannockburn (Flower of Scotland).

 

Het leukste spandoek is overigens gemaakt door een Schot. Ja, het bevatte een bijbelse verwijzing (de seculiere verslaggever van de NPO begreep de leuze dan ook niet). Schotland vierde dat ze sinds mensenheugenis weer eens aanwezig waren bij een EK. Wat stond er op dat spandoek: “The greatest comeback since Lazarus”. Prachtig.

Regeerakkoord van Jezus

Het ‘regeerakkoord’ van Jezus is eenvoudig samen te vatten in acht Zaligsprekingen. Jezus blijkt geen populist, en ook geen linkse drammer. Je zou Hem goedbeschouwd wel een revolutionair kunnen noemen. Het is bepaald niet conventioneel wat Hij zegt. Jezus noemt de armen van geest gelukkig. Zo ook de barmhartigen, de zachtmoedigen, zij die hongeren naar gerechtigheid, de zuiveren van hart…. Dat is nogal iets anders dan je doorgaans in een politiek regeerakkoord tegenkomt.

Wat opvalt is dat aan elke zaligspreking een belofte gekoppeld is. Aan de armen wordt het Koninkrijk Gods beloofd, aan de treurenden vertroosting, aan degenen die hongeren naar gerechtigheid wordt beloofd dat juist zij verzadigd zullen worden, en aan de zuiveren van hart dat ze God zullen zien. Bij elke zaligspreking hoort een beloning: gezegend zijn zij, want zij zullen ontvangen.

Sigmund Freud vindt het kinderachtig als je iets doet omwille van een beloning. Degenen die dat doen zijn volgens hem psychologisch onvolwassen mensen. Het is een spel voor kinderen: iets doen voor een snoepje. Christenen waren er volgens Freud nog het ergst aan toe: zij geloven in een fictieve beloning (de hemel) door een fictieve God. Karl Marx kon zich daar wel in vinden. Hij beschouwde religie als opium voor het volk. Niet alleen onvolwassen mensen in het algemeen laten zich drogeren, christenen doen dat in het bijzonder, aldus Freud. Voor Freud en Marx betekent volwassen zijn niet achter beloningen aangaan. Je moet op niets anders vertrouwen dan op jezelf.

John Lennon heeft hier een liedje over geschreven. In ‘God’ zingt hij:

I don't believe in the Bible

I don't believe in tarot

I don't believe in Hitler

I don't believe in Jesus

I don't believe in Kennedy

I don't believe in Buddha

I don't believe in mantra

I don't believe in Gita

I don't believe in yoga

I don't believe in kings

I don't believe in Elvis

I don't believe in Zimmerman (Bob Dylan)

I don't believe in Beatles

I just believe in me…

Ik geloof alleen in mezelf. Zo eindigt John Lennon, nadat hij Jezus en alles en iedereen heeft afgeserveerd.  Wordt hier niet het beeld geschapen van Nietzsche’s Übermensch, de mens die zich los maakt van welk systeem dan ook en alleen op zichzelf vertrouwt en leunt. Is dat niet Superman, Batman, Spider-Man, cartoonhelden die niemand nodig hebben, van niemand afhankelijk willen zijn en alles in hun eentje opknappen? Hitler was niet voor niets een fan van Nietzsche. Hitler had niks met de Zaligsprekingen van Jezus. Barmhartigen, zachtmoedigen, zuiveren van hart, dat waren voor hem onnozele stumpers.

Persoonlijk geloof ik niet in supermensen. Ik geloof eerder in heiligen. Ik geloof in de heilige Theresia die zich, als een kind, aan God toevertrouwt, met haar zwakheden, haar angsten, maar met het vertrouwen van kinderen die weten dat hun vader hen nooit in de steek laat. Ik geloof in de heilige Franciscus, die over beloningen zei: "Elke pijn is mij aangenaam, als ik denk aan het paradijs dat mij wacht". Ik geloof in pater Damiaan, Moeder Teresa en Peerke Donders die zich geheel en al met kinderlijke eenvoud aan God toevertrouwden.

En ja, ik geloof in de hemelse beloning als ik mijn best doe te leven in navolging van Jezus. En trouwens ook een beloning al hier en nu. Als ik lees: "Zalig zijn de zuiveren van hart, want zij zullen God zien", dan betekent dat niet alleen dat er een dag komt dat we God in de hemel van aangezicht tot aangezicht zullen zien. Nee, zuiverheid van hart is God vandaag zien, Hem zien in Gods schepping, in het gezicht van de lijdende medemens.

Afgoderij

Volgens de opinieleiders - Greta Grunberg, Al Gore - stevenen we af op een ecologische ramp, ja op een apocalyptische ecologische zelfvernietiging. Ze spreken openlijk over het voortbestaan van de soort. Over de vraag of de ramp echt zo groot is, of wordt, heb ik hier geen mening. Interessanter voor nu vind ik de vraag waarom en wanneer ecologie het domein van het geloof is binnengetreden, en niet bleef wat het is: een mondiaal politiek probleem.

Waarom dringt duurzaamheid binnen in het individuele geestelijke leven van de mens? Waarom wordt hij en masse vegetariër, meet zijn ecologische footprint, vertoont compensatiegedrag als aflaat, ziet zichzelf zondigen tegen de natuur en vraagt zich werkelijk af hoe hij persoonlijk bijdraagt aan de herstelkracht van de aarde. Waarom roep ik het morele oordeel van mijn naaste omgeving over me af als ik mijn afval bij elkaar mik.

Menig expert ziet in de wapenwedloop een grotere bedreiging voor de mensheid dan de hoeveelheid CO2. En toch blijft de bewapening een politiek probleem. Ik zie althans weinig mensen met gebroken geweertjes op het revers, die de Xbox bannen, Netflix opzeggen vanwege zn oorlogsfilms, nachtwakes houden bij de Limburgse schutterij, kickboxen afkeuren en vooral: anderen bestoken dat ook zo te zien.

Vroeger kon iemand die op het Malieveld demonstreerde tegen kernwapens, het standpunt van de ander - die er juist vóór was, vanwege het militaire evenwicht dat ons de Koude Oorlog door hielp - betwisten zonder diens moraliteit aan te vallen. Waarom dan trad de ecologie wél in het persoonlijke spirituele domein? En waarom doet de kerk daaraan stoer mee? Ze is laat wakker weliswaar, 50 jaar na de Club van Rome, en dus a- profetisch, maar ze haalt die achterstand nu meer dan in. Is er iets in de bijbel dat ze herontdekt heeft? Of is het de fluisterende aanlokkelijke stem van de tijdgeest?

De formele kerk omarmt breeduit het ecogeloof. Een enkele blik op de website van het bisdom Den Bosch leert dat al: "het beschermen van de aarde als een religieuze waarde", "wij erkennen dat het voortbestaan en welzijn van de mens sterk verbonden is met het welbevinden van de aarde", "Sacred people, sacred earth" is het motto van de Global Catholic Climate Movement.

En misschien ook wel voor de ecologie. Voor de duidelijkheid: ik ben geen klimaatscepticus.

De kerk zet de aarde vaker en vaker neer als een moreel subject. Dat is de aarde niet. Onze naaste is een moreel subject. De mens is Beeld van God en als Kroon op de schepping oneindig ver verheven boven de planeet (Psalm 8:6).

Voor de wereld is menig plant, boom of dier reeds voluit een moreel subject. Letterlijk. De Braziliaanse Oerang Oetan, de Magpy Rivier in Canada. Al dezen hebben juridische persoonlijkheid verkregen, hebben rechten uit zichzelve. In het Parlement der dingenvan de filosoof Bruno Latour (Spinozalens, 2020) is dit al lang werkelijkheid. Aan personhoodvoor de Waddenzee, het Amazonegebied en de Rwandese Gorillas4 wordt nu gewerkt. Onder aanvoering van bioloog Richard Dawkins en abortuspromotor ethicus Peter Singer - die deze status aan alles wel willen geven behalve aan het ongeboren kind, dáárvoor geldt: personhood denied.

Een theologische, bijbelse basis voor een katholieke ecoreligie ontbreekt geheel, of is op zn minst flinterdun. Genesishelpt in ieder geval niet. God is de schepper en instandhouder van al wat is. Als de as van de aarde één graad anders had gestaan, de dampring qua samenstelling een fractie af zou wijken, zou er geen leven mogelijk zijn. God heeft de mens boven de schepping geplaatst en hem de opdracht gegeven om over de schepping, plant, dier, boom, te heersen. De mens is oneindig ver boven de objecten verheven. De schepping kreunt niet omdat er teveel mensen zijn, hij kreunt als gevolg van de zonde (Gen. 3:17). Daar komt het vernietigende handelen van de mens van later tijden bij. Van alle latere tijden trouwens: de Romeinse legerkampen – ook die van Jeruzalem - lieten een verschroeide aarde achter zoals de Orcs deden met Isengard.

Het bijbelse begriprentmeesterschaphelpt al helemaal niet. Ieder lid van de Koninklijke NVR weet uit ervaring dat de rentmeester geen deel uitmaakt van het beheer, maar er juist boven is geplaatst, om het op langere termijn maximaal te laten renderen. De principaal van de rentmeester in Lucas 16 was geïnteresseerd in rendement, van enige andere interesse geeft de parabel geen blijk. Nergens is ook maar enige aanleiding te veronderstellen dat vanuit de tuin, de akker of wijngaard zelve, een moreel beroep uit gaat naar de mens. Het is God die dat doet. Bijbelse ecoreligie is ontzettend vergezocht, ja zet de verlichte christenmens op ethische achterstand, de wereld van GreenPeace lijkt dat beter te begrijpen dan de groene katholieken zelf.

Het is van alle tijden dat de mens een gezicht gaf aan de krachten die hij niet kon begrijpen maar wel afhankelijk was. Zijn vruchtbaarheid, de overlevingskans van zijn kinderen, zijn oogst of vangst. De drang tot duiding bracht de mens zon kracht te personificeren om er daarna directe invloed op zijn omgeving, en op zijn persoonlijk heil aan toe te kennen. De afgod is dan geboren. Afgoden veranderden met de oude culturen van gedaante, maar de moeder, de vruchtbaarheid van mens en aarde, was er altijd bij, onder verschillende namen: Astarte, Pachamama, Venus, Feya, Indra, Lillith, Gaia, Isis.

Eerst de ongrijpbare natuurkracht, dan de erkenning van een autonome macht, dan de persoonlijke relatie, en vervolgens de rituelen, de cultus - de offers, gebeden en de verhalen.

Van Constantijn af tot voor kort werd deze onweerstaanbare projectiedrang gedemptdoor een christelijke grondgesteldheid. Afgoderij bleef op afstand van ons, iets voor missionarissen die met de natuurgodsdiensten geconfronteerd werden. Iets obscuur primitief oudtestamentisch.

Nu, in het postchristendom (neo-heidendom), was het logischerwijze bijna te verwachten dat het weer de kop op stak. En dat doet het. Op de verjaardag bij onze buren zit er altijd wel één die een heksendiploma heeft of haarboom plantte.

Hele delen van de Katholieke kerk omarmen dit nu. De macht/kracht krijgt een Naam (Moeder Aarde, Gaia), wordt autonoom, en heilig (Sacred Earth) en krijgt invloed, op onze omgeving en op ons persoonlijk leven. Zo vraagt Moeder Aarde om zorg, om offers (vegavlees) en biedt zij aflaten (CO2-compensatie).

Door het geven van een Naam aan haar, wordt zij een subject, een Iemand, die ons het leven bracht, die zorgt en waarvoor gezorgd- en waartegen gezondigd kan worden. Ook hier het proces: (1) de erkenning van haar als een autonome (natuur)kracht/macht, leidt tot (2) personificatie (zij krijgt een naam, met hoofdletter) en daarmee (3) treedt zij binnen in de persoonlijke invloedssfeer van de mens, en vervolgens in het spirituele domein. Nog wat schoorvoetend, maar de personificatie – de Naam – zien we inmiddels volop in de katholieke kerk. Sacred people, Sacred Earth, de Schepping Heilig, Pachamama, de Aarde onze Moeder, de Heelheid van de Schepping, van de Planeet, etc. Overal is dit jargon te vinden op de officiële webistes van parochies en bisdommen.

Onze persoonlijke verhouding tot de ecologie, wordt aldus geheel anders dan tot andere wereldwijde internationale politieke dito sociale vraagstukken, zoals de bewapening of vluchtelingen, waaraan wij net zo veel (of weinig) aan – anders dan politiek engagement – kunnen doen. Iemand, of iets, met een naam, die vraagt om bepaald gedrag, persoonlijk handelen, geïntegreerd in het morele leven en gevoelsleven. Daar hebben we woord voor: godsdienst. De bekommering om de ecologie is tot godsdienst geworden. Er ontstond een wezenlijk verschil met de wapenwedloop of met ander sociaal onrecht. Een fundamenteel verschil. De laatsten zijn politieke problemen gebleven, waarbij men hoogstens persoonlijk bevraagd wordt als hij Syriers naast zich krijgen wonen.

Nu bestonden er in de jaren 70 en 80 ongetwijfeld experimenterende zweverige basisgemeenten (inmiddels uitgestorven) die zich hieraan overgaven. Maar anno heden is de ecoreligie doorgedrongen in de officiële RK Kerk zelf. Ecologische zonde en ecologische bekering, het is de taal geworden van vele bisschoppen. De kerkprovincie van Nederland ( www.rkkerk.nl/zondag-14-maart-online-gebedsmoment-voor-het-klimaat) en de Konferentie Nederlandse Religieuzen KNR hebben zich formeel verbonden aan initiatieven als Groengelovig, het Klimaatalarm en de Gebedsdienst voor het Klimaat. De gebeden en gezangen die daarbij gehoord worden komen uit de Liturgische handreikingen voor een viering rond zorg voor de scheppingvan de werkgroep Laudato Si, waarnaar ook bisschoppen tegenwoordig verwijzen. Een voorbeeld:

Ik geloof in de heiligheid van de aarde, de heelheid van de schepping,

en de waardigheid van alle schepselen.

Ik geloof dat alles in het leven met elkaar verweven is : Schepper en schepsels,

adem en gebed,

de kosmos en het individu .. seksualiteit en spiritualiteit, ecologie en theologie.

Ik verbind mij er daarom toe .. zorg te dragen voor Moeder Aarde

 

Moeder Aarde, laat me uitdijen in uw grond, Mezelf in alle richtingen verstrooien

De aarde is altijd gelukkig en openhartig. Zij wacht op jou.

Zij heeft op je gewacht

De laatste triljoen levens.

Zij kan wachten tot in lengte van dagen.

Zij weet dat je op een dag naar haar terugkeert. Fris en groen zal ze je verwelkomen

Net als de eerste keer,

Want liefde zegt nooit: dit is de laatste keer. Want de aarde is een liefhebbende moeder.

Zij zal nooit ophouden op je te wachten.

zalig alle wilde dieren die in harmonie leven met hun omgeving; Laten we luisteren naar onze moeder Aarde

want God leeft in ieder ding, ondeelbaar en onzichtbaar.

Planten en dieren die in onze tuinen leven, we vragen om vergiffenis en om jullie begrip.. Luister als we jullie namen noemen,

zoals ook wij naar jullie luisteren.

Ik kom voort uit de aarde; zij is mijn moeder;

 

Dit is pure afgoderij. Geen enkel onderdeel van de schepping - anders dan de mens - heeft een Naam, is een Kracht die toegestaan wordt afzonderlijk in te treden in ons persoonlijke geestelijke domein. Heilige aarde, Moeder aarde, Sacred earth, Ecologische zonde, Ecologische bekering. Dat domein is voor Hem!

Niets in de schepping heeft een Ziel, anders dan de mens. Niets in de Schepping is Beeld van God, behalve de mens. Niets anders dan de mens is Kroon op de schepping. Daarom is één enkel ongeboren kind van oneindig meer waarde dan alle Canadese rivieren en alle Rwandese Gorillas en het hele Amazonegebied bij elkaar, waaraan - hoe schrijnend! - wél de status van persoonhoodwerd verleend. In niets in de Schepping is God op de wijze waarop Hij dat is in de mens - door de Heilige Eucharistie. In niets in de Schepping Verblijft de Heilige Geest, zoals hij dat doet in de mens, wiens lichaam Zijn Tempel is. Niets.

Ecoreligie is spelen met vuur. Heel het hele Oude Testament getuigt van de Wraak van God, waar het gaat om onze onuitroeibare drang naar afgodische cultussen. Ja, er zit veel onvolmaakts en tijdsgebondensin het Oude testament (Vaticanum II), maar het Eerste gebod behoort daar vast niet toe. Dat afgoderij de Wrake Gods afroept is een centraal punt, het is het Centrale, Eerste Gebod van God. Je moet hele hoofdstukken uit je bijbel scheuren (en uit alle conciliedocumenten) om de enorme lading van wat hier gebeurt, niet te onderkennen. En dit gif is nu in het hart van de kerk binnengedrongen. Dit is niet meer de praktijk van een grijze rode truien-pastor. Het zijn de opvolgers van de apostelen, paus en bisschoppen die zich bezondigen aan niets minder dan afgoderij.

Pachamama is zon naam voor Gaia-godin Aarde. Dit keer in de verschijning van een naakte zwangere vrouw, die als Moeder Aarde in Zuid-Amerika wordt vereerd. Paus Franciscus heeft het beeld van Pachamama binnengehaald in de Sint Pieter, noemde haarbij haar naam, heeft ervoor gebeden en het gezegend. Het pauselijk hoofdaltaar zelf heeft hij ontwijd door het plaatsen van de Pachamama-schaal met aarde (dat hoort bij die verering) op het altaar in de Sint-Pieter. De eerste keer in de geschiedenis van de Kerk, is het very Petrusaltaar zelve verontreinigd door een afgodsbeeld, actief, door de plaatsbekleder van Christus en opvolger van Petrus, boven het graf van Sint Petrus.

Rome viert en herdenkt dit alles. Was het jaar aanvankelijk toegewijd aan St. Jozef, even later werd hij overruled door 5 jaar Laudato Si. De cultus-stap wordt gezet. Er wordt door het Vaticaan een 10 euro muntstuk geslagen (je kunt het kopen) met daarop een zwangere vrouw met in haar buik .......: planeet Aarde!. Daar waar de H. Maagd behoort te staan; daar waar het zo bedreigde ongeboren kind in een buik moet worden afgebeeld, vereren we de Planeet.

En dan dat misbruik van het zonnelied van de H. Francisus van Assisië. Ikzelf heb zelf een enkele keer mogen meemaken dat, ik al wandelend over het polderpad hier, me zó dankbaar en gelukkig voelde over hoe God zich mij opnieuw had laten zien in mijn leven, dat ik de koeien juichend toeschreeuwde, dat ik de zwaluwen en zwanen lofprijzend heb gegroet - omdat ik alleen met hén nog kon delen hoe groot de Schepper God is. Dat is wat anders dan de verkrachters van het zonnelied, of van de gedichten van Guido Gezelle, die eruit op menen te maken dat koe of zwaan een verheven positie toekomt en we hen schaden als we hen niet vegetarisch tegemoet treden. Ik vreet de van heerlijkheid getuigende koe met graagte op.

De ecoreligie mag dan uiterst politiek-correct, vooruitstrevend en gerespecteerd zijn, en alle denkbare sociale meewind hebben, hij heeft rotte wortels. Zij is Malthusiaans. Door de hele milieubeweging wordt overbevolking en bevolkingsgroei als oorzaak nummer één gezien. De Nederlandse Club van Tien Miljoen, de anderhalf miljard inwoners- ideologie van Bill gates. Reproductive health(het VN eufemisme voor abortus) verwordt tot een milieumaatregel. Programmas van de VN en WHO, zijn onlosmakelijk met de klimaat-ideologie verbonden. Groot gezin? Slecht voor het milieu. Kijk naar de rol van Maria. Alles kan de ecoreligieuze mens met de Aardegodin, Zij Die Voedt En Tekort Komt. Niets kan de ecogelovige met de Nederigheid, de Zuiverheid, de Kuisheid van de Onbevlekte Ontvangenis, de Kleine Dienstmaagd, het Vat dat Volledig Gevuld kon worden met Genade. Bij ecologisch geïnspireerde mensen die zich beijveren tegen het uitsterven van een of andere diersoort wordt nooit een protest gehoord tegen het welhaast uitsterven van de mens met Down Syndrome. Ecogelovigen hebben niet de natuurwet als vertrekpunt. Een ecogeest is: een Naam, een Stem, personhood, voor dieren, dingen, voor alles, alles behalve voor het ongeboren kind.

O, wat bevindt de kerk zich in een slecht gezelschap! Wat past het ecologische denken naadloos in de individualistische, subjectivistische, liberalistische, utalitaristische tijdsgeest. En zo maakt de Kerk zichzelf overbodig, zonder dat zij dit in de gaten heeft.

 

(Ingezonden)

Infanticide als Mensenrecht

De internationale abortuslobby is ver doorgedrongen in het Europees Parlement. Een lijvig verslag van de Kroatische socialist Predrag Fred Matić wordt naar verwachting op 23 juni in de plenaire vergadering van het Parlement in Brussel besproken. Kern van het voorstel: abortus tot een mensenrecht verklaren en de gewetensvrijheid van artsen inperken. Het verslag werd enkele dagen geleden goedgekeurd in de Commissie Rechten van de Vrouw en Gendergelijkheid na maandenlang getouwtrek en meer dan 500 amendementen.

Volgens het verslag van Matić omvat "de seksuele en reproductieve gezondheid van alle individuen" onder meer het "recht om vrijelijk hun eigen seksualiteit te bepalen, met inbegrip van hun seksuele gerichtheid, genderidentiteit en -expressie, het recht om vrijelijk hun seksuele partners te kiezen", alsook om vrijelijk te beslissen "of, wanneer en op welke wijze zij een kind of kinderen willen krijgen", en het "recht op levenslange toegang tot de informatie, middelen, diensten en steun die nodig zijn om dit alles te verwezenlijken". Dit heeft niet alleen betrekking op het aanbod van reproductieve geneeskunde, maar ook uitdrukkelijk op recht op abortus.

De aldus gedefinieerde "seksuele en reproductieve rechten" worden hier beschouwd als mensenrechten. Het recht op leven van het ongeboren kind komt in de tekst in het geheel niet ter sprake. Integendeel, in het verslag wordt gesteld "dat schendingen van de seksuele en reproductieve rechten schendingen van de mensenrechten zijn, in het bijzonder van het recht op leven".

Dit leidt tot de bizarre conclusie dat abortusvoorstanders de ware beschermers van het leven zijn, terwijl pro-lifers het recht op leven zouden veronachtzamen. Een logisch gevolg van deze logica is volgens het verslag dat staten die abortussen alleen in bepaalde omstandigheden toestaan "vrouwen aldus dwingen clandestiene abortussen te ondergaan, naar andere landen te reizen of hun zwangerschap tegen hun wil niet te beëindigen, wat een schending van de mensenrechten en een vorm van gendergerelateerd geweld is". In het verslag worden de EU-lidstaten dan ook opgeroepen alle belemmeringen voor een volledige toegang tot deze kinderabattoirs weg te nemen. Met name de linkse partijen willen prenatale infanticide onderdeel maken van "de best mogelijke reproductieve gezondheidszorg". Infanticide in verband brengen met gezondheidszorg, hoe gek wil je het hebben. Dit betekent wetten die abortussen niet over de hele linie toestaan, in strijd zijn met de Rechten van de Mens!

Een tweede hoofdpunt is de gewetensvrijheid van artsen. Die wordt nadrukkelijk ter discussie gesteld door Matić. Al degenen die werkzaam zijn in de gezondheidszorg en morele bezwaren hebben tegen het uitvoeren van abortussen worden kaltgesteld: "In de toekomst moet het worden beschouwd als een weigering om medische zorg te verlenen en niet als een zogenaamd gewetensbezwaar." Een dergelijke weigering is strafbaar.

Maar er is nog iets dat de socialist Matić dwars zit, namelijk het recht van pro-lifers op vrije meningsuiting. Matic ziet het als een vorm van nationalisme en een neiging tot autocratie. Let op hoe Matic dit formuleert:  “De anti-abortuslobby doet een beroep op nationale belangen om demografische doelstellingen te bereiken en draagt aldus bij aan de uitholling van de democratie en de persoonlijke vrijheden".  Hoe subtiel, en hoe vals. Matic roept de EU-lidstaten op "de verspreiding van discriminerende en onveilige misinformatie over seksuele en reproductieve gezondheid en rechten tegen te gaan".

Matic eist nog meer. Hij wil dat het Europees Parlement de lidstaten oproept om "alomvattende seksuele voorlichting te verstrekken aan alle kinderen in het lager en middelbaar onderwijs ...", en dat het EP ervoor zorgt dat anticonceptiemiddelen door de overheden worden vergoed.

Nu is het wel zo dat gezondheidsbeleid, abortuswetgeving en onderwijsbeleid niet onder de bevoegdheid van de EU maar onder die van de lidstaten vallen. Vandaar dat Matic via een omweg toch de lidstaten verplichtingen wil opleggen op deze terreinen. Matic bestempelt zijn eisenpakket doodleuk als "de verwezenlijking van het grondrecht op gezondheid" en beweert dat dit alles onlosmakelijk verbonden is met de "uitbanning van gendergerelateerd geweld". Hierdoor worden pogingen om het leven van ongeboren kinderen beter te beschermen omgezet in een "uitholling van verworven rechten". Nogmaals, over de rechten van ongeboren kinderen wordt met geen woord gerept. Pro-lifers worden hier afgeschilderd als een "tegenbeweging tegen de rechten van de vrouw" en beschuldigd van het aansturen van "anti-democratiseringsprocessen in de EU".

Matic wordt gesteund door een groep parlementsleden (zes liberalen waaronder Sophie in ‘t Veld, drie socialisten, de Groenen, een communist en een lid van de christen-democratische EVP) die zichzelf het "Europees Parlementair Forum voor Seksuele en Reproductieve Rechten" noemt, zichzelf omschrijft als een NGO en, volgens haar eigen verklaringen, wordt gesteund door de WHO, de "International Planned Parenthood Federation" (IPPF) en de "Bill & Melinda Gates Foundation".

Op 23 juni zal duidelijk worden of een meerderheid in het Europees Parlement bereid is deze dwaze radicale abortuslobby en haar aanval op de vrijheid van meningsuiting en gewetensvrijheid te volgen. Zo ja, dan is het EP opgehouden een democratisch orgaan te zijn en kunnen we ons net zo goed aansluiten bij Noord-Korea.

Biechten zonder verdoving

Wat zijn de dingen waar volwassenen bang voor zijn? Nou, bijvoorbeeld belastingcontrole, dat is best eng. En de meeste mensen krimpen ineen bij de gedachte aan een bezoek aan de tandarts. Maar voor katholieken staat de biecht - of zoals het nu heet, het sacrament van de verzoening - hoog op de lijst van angstaanjagende dingen. In feite zouden de meeste (Nederlandse) katholieken, als ze de keuze kregen tussen biechten of een wortelkanaalbehandeling zonder verdoving, zeggen: "Laten we het maar doen, Dokter," en dan hun mond wijd open doen.

De meeste volwassen katholieken zeggen natuurlijk niet ronduit dat ze bang zijn om te biechten. In plaats daarvan zeggen ze vaak iets als: "Ik heb geen ernstige zonden begaan, dus hoef ik niet te gaan." Maar de Biecht is niet alleen voor ernstige zonden; het is voor alle zonden, zelfs voor de kleine zonden die de meeste mensen dagelijks begaan. Wellicht interessant om te weten: zowel Moeder Teresa als Paus Johannes Paulus II en Benedictus gingen minstens één keer per week te biecht. En wij zeggen dat we niet hoeven te gaan omdat we niet zondigen? Uh huh, natuurlijk.

Andere mensen geven deze verklaring: "Nou, ik kan mijn zonden direct aan God opbiechten in gebed. Ik heb dat formele ritueel niet nodig dat de kerk heeft uitgevonden." Het punt is, de Kerk heeft de biecht niet uitgevonden. De Heer zelf gaf dit prachtige sacrament aan de Kerk als een middel voor mensen om hun zonden werkelijk vergeven te krijgen, en net zo belangrijk, voor hen om te wéten dat hun zonden werkelijk vergeven zijn. 

Zelfs de moderne psychologie erkent dat er iets emotioneel bevrijdends is aan het hardop vertellen van je tekortkomingen aan een ander persoon. Het komt echt "van je hart" als je het hardop tegen iemand anders zegt. Veel mensen die God om vergeving vragen in gebed, zonder het voordeel van het sacrament van de verzoening, eindigen met het steeds opnieuw opbiechten van dezelfde oude zonde. In hun hart weten ze echt niet zeker of God hen vergeven heeft. Ter vergelijking: mensen die tien minuten de tijd nemen om te biechten, komen echt opgelucht naar buiten. De genade die zij uit het sacrament ontvangen, laat hen wéten dat God hun zonden inderdaad heeft vergeven. Wat een opluchting!

Als de meeste katholieke volwassenen eerlijk zijn, zullen ze toegeven dat ze niet gaan biechten omdat het hen beangstigt. Neem bijvoorbeeld een goede vriend van mij, een succesvolle zakenman van middelbare leeftijd, die elke dag talloze moeilijke beslissingen neemt en die op een ferme, no-nonsense manier met andere mensen moet omgaan. Maar bij de gedachte alleen al om te moeten biechten, krijgt hij plotseling slappe knieën. In zijn hoofd is hij veranderd in de onzekere zevenjarige die tientallen jaren geleden voor het eerst biechtte, en die er toen heilig van overtuigd was dat de priester aan de andere kant van het scherm twee meter groot was, 120 kilo woog, met scherpe hoektanden en uit wiens ogen laserstralen spoten, en die vrolijk zat te wachten op de vreselijke dingen die een zevenjarige jongen deed, zodat hij die laserstralen kon afvuren en het sidderende kind kon veranderen in een hoopje smeulende as.

Als jouw nachtmerriescenario hetzelfde is als van een zevenjarige hoe jij je het sacrament van de verzoening voorstelt, dan staat je een echte verrassing te wachten. Tegenwoordig zijn de priesters meelevend en begripvol, en geen van hen heeft laserstraalogen heeft. Omdat er tegenwoordig zo weinig mensen naar de biecht gaan, zijn de priesters blij als er iemand komt om vergeving te ontvangen. Ze zijn er om te helpen en om middelaar te zijn die Gods genezende genade in je laat stromen. Als je eens probeert te gaan biechten, zul je aangenaam verrast zijn. En je zult niet eens verdoving nodig hebben.

Overigens zijn het vandaag de dag juist de zevenjarigen en de twaalfjarigen (ter voorbereiding op 1e H.Communie en Vormsel) die volstrekt onbevangen het sacrament van de biecht ontvangen en er oprechte vreugde aan beleven. Hetzelfde geldt voor middelbare scholieren en jongeren die op zeilkampen en vakantiekampen met zijn allen graag biechten. Hun ouders kunnen wat dat betreft van hun kinderen leren.

Retro-modernisme. De geschiedenis herhaalt zich

Eind jaren ‘60 werd in Nederland een Pastoraal Concilie gehouden. Om als Kerk maatschappelijk relevant te blijven, werd naar vernieuwing gestreefd. Niets bleef onbesproken, alles werd ter discussie gesteld en bij voorkeur aangepast aan de tijdgeest. De Nederlandse ontwikkelingen werden door de wereldpers met argusogen gevolgd. In de wereldpers werd met verwondering op deze katholieke 'hollanditis' gereageerd en met name de Italiaanse kranten, die ten Vaticane vanzelfsprekend goed werden gelezen, putten zich uit in verslaglegging en commentaren waaruit haast wel moest blijken dat de Nederlandse Kerkprovincie het spoor was bijster geraakt. De Nederlandse bisschoppen haalden zelf snel bakzeil in Rome. Kardinaal Alfrink werd diverse keren in Rome ontboden waarin hem in niet mis te verstane woorden werd duidelijk gemaakt dat het maar eens afgelopen moest zijn met de Aleingang van de Nederlandse katholieken.

De geschiedenis herhaalt zich. Het toneel is anno 2021 verplaatst naar Duitsland, maar de agenda is dezelfde. Ook nu richt Rome zich herhaaldelijk tot Duitsland: dat het maar eens afgelopen moet zijn met de Alleingang van de Duitse katholieken.

Ik ben opgegroeid in de jaren ‘70 na het Pastoraal Concilie. Ik merkte de gevolgen aan den lijve in mijn parochie. Men ging zich op politieke items richten: milieu, kruisraketten, ontwapening, homorechten. Maar het volk voelde zeer goed aan dat dit weinig had toe te voegen aan het politieke spectrum. En zo werden de hervormers niets anders dan de zoveelste belangengroep die alle partijen niets overstijgends te bieden had. Kennelijk wilde het volk wel iets alles overstijgends. Transcendentie is wat religie te bieden heeft.

Met name op dit punt gingen de vernieuwingsgezinden de mist in. Ze associeerden seksuele bevrijding, theologisch relativisme en groeiende welvaart met secularisatie en namen gemakshalve maar aan dat de post- jaren60-generatie van religie iets rationeels wilde, in ieder geval niets sacraals, mysterievols of transcendents. Priesters gooiden hun kazuifels op zolder en gingen over tot klapperliturgie van een bedroevend niveau. Het beeld van Jezus dat zij schetsten was een Woodstock-hippie-Jezus die alles met de mantel der liefde bedekt. Zijn vergevingsgezindheid jegens H. Magdalena werd als excuus aangevoerd om overspel en scheiding door de vingers te zien. Al bij al werd het steeds minder duidelijk waar het in het geloof nu eigenlijk om gaat, met als gevolg dat de orthodoxen hun heil elders zochten en de twijfelaars op zondag uitsliepen. Meer en meer doemde de vraag op waarin het liberale christendom zich nu onderscheidde van niet-katholieke religies en het niet-religieuze humanisme. Als het antwoord luidt: Niets, wat doen we dan nog in die Kerk?

Uiteindelijk werd niet alleen het kerkvolk weggejaagd, maar verlieten ook de activistische hervormers een voor een de Kerk. Echte autoriteiten waren het nooit. Dat kan ook niet als je het volk leert autoriteiten te wantrouwen. Bovendien begon op te vallen dat alles in twijfel werd getrokken en ter discussie gesteld, behalve de opvattingen van de hervormers zelf. De ultieme vraag naar hun eigen geloof werd angstvallig vermeden.

In mijn middelbare schoolperiode (1970-1977) ging ik nog steeds wekelijks naar de kerk. De meeste leeftijdgenoten waren inmiddels afgehaakt (hun ouders trouwens ook). Ik ging misschien niet uit diepe overtuiging, maar afhaken was voor mij geen optie. Maar het werd mij niet gemakkelijk gemaakt. De pastoor vertelde ons dat het tijd werd om ons juk af te schudden en echt vrij te worden. Niet dat ik last had van een juk en me onvrij voelde, maar goed. Mij werd dus voorgehouden me niets te laten opleggen door pausen of ouders, maar zelfstandige denkers te worden. Schuldgevoelens waren volgens hem aangepraat. Alles wat in het verleden zondig werd genoemd berustte op een misvatting. Ethiek was afhankelijk van de omstandigheden, enfin, we kennen het rijtje verder wel. Het werd steeds minder duidelijk of ik een eucharistieviering bijwoonde of een bijeenkomst van een politieke partij. Mijn  pastoor – de enige gezagsdrager waar we natuurlijk wel naar moesten luisteren – kwam elke week met weer een nieuwe onthulling. De ene na de andere Bijbelse waarheid werd ontmythologiseerd. De maagdelijkheid van Maria? Een verkeerde vertaling uit het Grieks. Een onfeilbare paus? Ondemocratisch vastgesteld, dus niks van aantrekken. De duivel? Een symbolische figuur. De hel? Bangmakerij. De verrijzenis van Jezus? Een psychologische duiding. Wonderen? Verhaaltjes met moraaltjes; meer niet. Jezus daadwerkelijk present in de geconsacreerde hostie? Magisch bijgeloof. O, ja, Jezus bezat geen graad in theologie. Mijn pastoor wel. Vandaar. O, wat zaten Augustinus, Athanasius, Thomas van Aquino, Anselmus er allemaal naast. En de paus natuurlijk ook.

Het waren verwarrende tijden voor een puberbrein. Eén ding was voor mij wel duidelijk: mijn pastoor had geen enkele liefde voor de Kerk namens wie hij toch geacht werd te spreken en wiens brood hij at; geen enkele devotie voor de sacramenten en heiligen, geen enkel ontzag voor de Bijbelse verhalen zoals opgetekend door Matteüs, Markus, Lukas en Johannes. Mijn pastoor was een soort overjarige dwarse puber. Op een gegeven moment had ik er genoeg van. Het was weer eens zo ver tijdens een zaterdagavondmis, of wat daar voor door moest gaan. Politieke statements over en weer. Halverwege verliet ik de misen zo belandde ik de dag erop bij de dichtstbijzijnde kerk, nauwelijks een kilometer verder. Mijn vader bleek al eerder zo zijn twijfels te hebben. Als hij in de auto of op de fiets een kerk passeerde, had hij de gewoonte zijn hoed af te nemen voor Jezusaanwezigheid in het tabernakel. Als hij langs onze kerk kwam deed hij dat ook, maar zei er toch altijd bij mocht Gij hier aanwezig zijn. Dat krijg je als je pastoor verkondigt dat het universum een laboratoriumexperiment is en God een afstandelijk observator van het experiment. Aanvankelijk hield ik het nog een tijdje vol, mezelf afvragend wat ik daar nog deed, mezelf de vraag stellend wat die anderen daar nog deden, vol begrip voor degenen die inmiddels wel afgehaakt hadden en vooral pikerend waarom mijn pastoor nog missen opdroeg waarin hij zelf niet geloofde.

Ik wijd uit over de jaren 70. Ik herken anno 2021 nog altijd veel uit die tijd. Ook dat heeft iets tragisch. Modern menen te zijn door in de jaren 70 te blijven hangen. Een merkwaardig soort retro-modernisme. Wat is de kern van het probleem? Nee, niet de pil. Ook niet modernistische theologen of schijnbaar wazige Vaticanum II-documenten. Laten we ook niet de schuld geven aan de vrijmetselaars of tamboerijnspelende nudisten met paardenstaarten. Dat zijn slechts symptomen. Crises in de Kerk zijn meestal terug te voeren op bisschoppen en clerus. Het probleem is dat ze aardig gevonden willen worden. En dat we zo graag willen maatschappelijk relevant te zijn. We passen ons graag aan veranderende opvattingen aan in plaats van de maatschappij op te roepen zich aan te passen aan het evangelie. De perfecte manier om jezelf overbodig te maken. Wie zit er nou te wachten op iets waarvan er al zoveel is? Het is wellicht aantrekkelijk voor politici en managers, maar niet voor heiligen. Zeg wat mensen graag willen horen en ze zullen God nooit vinden. 

Proficiat, Bob.

Ja ja, 24 mei 2021 is Bob Dylan 80 jaar geworden.

Luister nog eens terug naar een bijzondere uitzending! KLIK HIER  

Laf

10 mei was bepaald geen nationale triomftocht van (katholieke) homoseksuelen die een zegen ontvingen: in Oost-Duitsland en in Beieren hielden de parochies zich op een enkele uitzondering na verre van de "Love Wins"-campagne. In West-Duitsland telden de organisatoren meer dan honderd geregistreerde zegeningsplechtigheden. Onvervalste vreugde over de door Rome verboden inzegening van paren van hetzelfde geslacht overheerste vooral in de politiek, vooral van degenen die fel tegen de Kerk gekant zijn. Als je weet dat je tegenstander vol lof is, zou je eigenlijk al genoeg moeten weten. Er was overigens weinig respons van homoparen die een zegen wensten te ontvangen.

Met geloof heeft het eigenlijk allemaal weinig te maken. Het is activisme. De desbetreffende parochies wilden met de quasi zegeningsplechtigheid een kerkpolitiek signaal afgeven. Zorgwekkend is vooral dat de overgrote meerderheid van de Duitse bisschoppen niet langer een probleem ziet in het inzegenen van homoseksuele paren. Maar is de meerderheid van paren van hetzelfde geslacht wel geïnteresseerd in de zegen van de kerk?  Kennelijk niet. Waarom zouden ze ook. En ook al doen zij alsof, zij behartigen in ieder geval niet de belangen van de gelovige homoseksuelen die ernaar streven zich aan de beginselen van de catechismus te houden. Die zijn er namelijk ook. Die bleven per definitie thuis. De priesters die tot dit soort zegeningen bereid zijn zouden zich moeten schamen. Ze staan daar namens de Kerk, maar houden ondertussen uitverkoop. De oprechte katholieken worden niet serieus genomen, en de anderen niet aangemoedigd tot verandering.

De Duitse bisschoppenconferentie had vooraf afgezien van een gezamenlijke verklaring. “De kerk kan het verlangen van homoseksuele paren naar de zegen niet eenvoudig met ja of nee beantwoorden”, aldus het laffe statement van de voorzitter van de Duitse Bisschoppenconferentie Bätzing. En zo wordt de kloof tussen doctrine en pastoraal alsmaar groter. Het responsum van de Congregatie voor de Geloofsleer benadrukt dat een seksuele praktijk buiten het huwelijk van man en vrouw in strijd is met de christelijke scheppingsleer. Volgens de heldere leer van de Heilige Schrift en de Kerkelijke Traditie is seksuele gemeenschap tussen personen van hetzelfde geslacht een ernstige zonde die uitsluit van deelname aan het eeuwige leven. Datgene te willen zegenen wat ellende over zichzelf afroept, is crimineel. Wie een zonde wil zegenen, splitst zich de facto af van de Kerk. In Finland is het al zover dat een parlementslid zich voor de rechter moet verantwoorden voor deze aloude katholieke opvatting. In Nederland zal dit niet meer lang duren. Vooral D66 is op de dogmatisch atheïstische toer. In dezelfde week dat zij voorstelde de vijf dagen bedenktermijn af te schaffen alvorens tot afslachten van een ongeboren kind over te kunnen gaan, stelde diezelfde partij voor verplicht vijf dagen bedenktijd in te voeren voordat men overgaat tot het aanschaffen van een huisdier. Kaag slaat een konijn hoger aan dan een kind. Bizar.

De vraag blijft wat er nu eigenlijk gebeurd is op 10 mei. De enkelingen die kwamen opdagen, wat wilden zij nu eigenlijk? De drommen koppels die vooraf eisten dat zij een zegening moesten kunnen ontvangen, kwamen niet opdagen. Waarom zouden ze ook. Ze willen niets met dat “exclusieve instituut dat mensen uitsluit” te maken hebben. Waarom zou je van zo’n instituut dan een zegen willen ontvangen. Ze willen eigenlijk maar één ding: dat wat wij zonde noemen, niet meer als zodanig beschouwen. Het is vooral de herwaardering van wat zonde en gehoorzaamheid is, dat momenteel een wig drijft in de Duitse Kerk. 

De Synodale Weg radicaliseert onder de vlag van de "gewetensbeslissing". Bätzing slaat weliswaar nu nog een gematigde toon aan: “Het gaat er niet om de uitnodiging tot de communie in het algemeen uit te breiden tot alle niet-katholieke christenen. Het huidige debat gaat niet over intercommunie in de zin van een algemene wederzijdse uitnodiging om deel te nemen aan de Eucharistie en de Heilige Communie, maar richt zich op de vraag hoe men zich moet gedragen ten opzichte van de gewetensbeslissingen van individuele katholieke of protestantse gelovigen". Dit is het schimmenspel dat momenteel opgevoerd wordt. Voor protestantse christenen omvat een gewetensoevereiniteit, afhankelijk van de omstandigheden, ook het toelaten van ongedoopten tot het Avondmaal. De toelating van kinderen tot het Avondmaal, ingevoerd in de zeventiger jaren van de vorige eeuw, heeft de praktijk om de ongedoopten de facto op gelijke voet te plaatsen met de gedoopten aan het Avondmaal om pastorale redenen al verstevigd. Voor deelname aan het Avondmaal is het doopsel derhalve geen voorwaarde. Het protestantse Avondmaal is een uitnodiging aan allen.

Vanuit katholiek oogpunt is de scheiding van doopsel en eucharistie de rode lijn waarachter geen serieuze oecumene mogelijk is. Het doopsel is noodzakelijk om toegelaten te worden tot de Communie. En het geloof in de realis presentia, in de werkelijke aanwezigheid van Christus in het sacrament. Hier zit de crux. Maar dat wordt eenvoudigweg niet benoemd.