(Ingezonden artikel)
Paus Johannes Paulus II
introduceerde het concept de Cultuur van de dood als antibeeld van het
Evangelie van het leven. Evangelium Vitae is onthutsend hard over abortus:
“Onder alle misdaden die tegen het leven kunnen
worden begaan, heeft een abortus provocatus kenmerken die hem bijzonder ernstig
en verwerpelijk maken, een “afschuwelijke misdaad”. “De morele zwaarte van abortus provocatus blijkt in
al haar waarheid wanneer men erkent dat men het over moord heeft. Hier wordt
een menselijk wezen gedood, dat net pas het leven binnengaat, dat wil zeggen,
het absoluut onschuldigste wezen dat men zich kan voorstellen.” (EV58)
De paus verbindt dit met
- wat hij noemt - de Cultuur van de dood. Deze cultuur is een gevolg van een
bestaand “klimaat van wijdverbreide morele onzekerheid”
(EV12). Hij ‘verraadt, in haar geheel genomen, een volledig
individualistische opvatting van vrijheid die uitloopt op de vrijheid van de
sterksten tegen de zwakken die gedoemd zijn zich te onderwerpen’. En:
Het morele geweten van de
samenleving moedigt de Cultuur van de dood aan, doordat ze reële “structuren van zonde”
schept, en in stand houdt, die tegen het leven ingaan. (EV24)
Dat het Coronavaccin deel
uitmaakt van deze doodscultuur is een enigszins provocerende uitspraak. Als hij
immers - niet alleen kernachtig en hard, maar ook - wáár is, roept hij de
herinnering op aan een andere profetische oneliner, één waar de wereld sinds
1979 op kauwt. Ten overstaan van de respectabelen der aarde, sprak Moeder
Teresa, nadat zij in Oslo de Nobelprijs voor de vrede in ontvangst had genomen,
als schokkende openingszin: Abortus is de grootste bedreiging voor de
wereldvrede.
Dat het Coronavaccin, dat
tot de redding is uitgeroepen voor de bevrijding van de wereld van het virus,
verbonden is met een abortus, is ontsproten aan de Cultuur van de dood. Waarom?
1. Alle nu voor handen
zijnde vaccins zouden er niet zijn geweest zonder cellen die er op hun beurt
niet waren geweest zonder abortussen. Ze zijn afkomstig van een nier en een
netvlies van 18 weken oude, ongeboren kinderen, toen 14 cm groot, in Nederland
geaborteerd in resp. 1972 en 1985. Nieuwe met behulp van abortus ontwikkelde
cellijnen (WALVAX-2, China, 2015) zijn inmiddels ook in productie.
2. De doorgekweekte
cellen zijn waardevol, ja zelfs gepatenteerd. Van de kinderen die werden gedood
en weggegooid was een nier of een netvlies nodig. Men injecteert bij de zgn.
vectorvaccins kleine sporen van deze doorgekweekte cellen in het lichaam.
3. Het weefsel mocht niet
afgestorven zijn, en moest direct – binnen ca 5 min – versneden of ingevroren
zijn. Er zijn gevallen bekend waarin het hart van het kind nog klopte. Vast
staat dat er kinderen waren die levend ter wereld kwamen, er wordt geen
pijnstilling toegediend.
4. Er worden voor
onderzoek vele abortussen gebruikt voordat het lukt een bruikbare cellijn te
genereren. Er is een cellijn bekend waarvoor alleen al het materiaal van 73
abortussen zijn gebruikt.
5. De cellijnen HEK-293
en PER.C6 zijn volgens wetenschappers op termijn (kwalitatief en kwantitatief)
onvoldoende voor de miljarden COVID-vaccinaties die nu beoogd worden. Bij
cellijnvaccins ontstaat met zekerheid de (markt)behoefte aan het maken van
nieuwe cellijnen, waarvoor weer talrijk abortusmateriaal nodig is. De meest
recente is WALVAX-2 uit China.
Er is sprake van een hele
industrie, niet alleen voor vaccin-, maar ook voor stamcel- producten. Als men
zich laat vaccineren werkt men daaraan mee, sterker nog: men werkt voortzetting
hiervan in de hand. Onderzoek & ontwikkeling gaat namelijk dóór en dóór.
6. Het was dus niet
eenmalig. Het ethische standpunt van de NL RK kerk en van het Vaticaan houdt
met deze nieuwe praktijk geen rekening. De ethische
argumentatie van de RK Kerk is door de feiten achterhaald. Door zich te laten
vaccineren stemt men in met het principe van gebruik - en voortzetting. op
ongekende schaal - van menselijke lichaamsdelen voor industriële productie.
7. Een vaccin dat er niet was geweest
zonder deze (bekende) abortussen – veel of weinig, kort of lang geleden - is
participeren in de Cultuur van de dood. Een abstract maatschappelijk doel als ‘groepsimmuniteit’
rechtvaardigt dat niet. Abortus op een onschuldige
menselijke persoon is een zodanig ten hemel schreiende misdaad dat zelfs een
afgeleide, indirecte, verantwoordelijkheid een morele lading.
Alle nu in Nederland toegediende
coronavaccins zijn gemaakt met behulp van (testen of ontwikkelen) van ́doorgekweekte ́ cellen die oorspronkelijk
zijn genomen uit het lichaam van geaborteerde ongeboren kinderen. De meeste
vaccins die Nederland zal distribueren, die van Moderna, Pfizer, AstraZenica én
Janssen zijn getest respectievelijk gemaakt op dergelijke cellijnen. Curevac en
Novavax zijn niet geproduceerd met gebruikmaking van deze cellijnen.
Oxford/Astra Zeneca gebruikte de cellijn genaamd HEK-293 voor de ontwikkeling
van hun vaccin en Pfizer en Moderna hebben deze cellijn gebruikt voor het
testen in de ontwikkelfase van hun vaccin. HEK-293 staat voor: Human Embryonic
Kidney (‘nier’), Specimen No. 293.5 6
De cellen zijn afkomstig uit een in 1973
geaborteerd jongetje. Van hem werd een niertje verwijderd en gebruikt voor
doorkweek. Het leverde cellijnen op die bruikbaar zijn voor oa de vaccins. In
een laboratorium in Leiden werd het weefsel daarvoor gebruikt en vervolgens
door Janssen R&D (nu Crucell, Pfizer) gepatenteerd. Janssen Research &
Development (Johnson & Johnson) gebruikt cellijn PER-C6 voor de productie
van hun vaccin. Het is genomen uit het netvlies van een meisje van 18 weken
oud, in 1985 geaborteerd in Heemstede.
Omdat onderzoek is gedaan naar de risico’s van het inbrengen van ervan, is vrij
veel over ze bekend. De Amerikaanse FDA heeft onderzocht8 wat de herkomst is
van de cellijnen. De ‘maker’ van de cellijnen, dr. Alex van der Eb van de Universiteit Leiden,
antwoordde aldus op de ondervragingen in de
́hearing ́:
Over HEK-293: ‘De nier van de foetus (met een onbekende familiehistorie) werd
verkregen in 1972. De exacte datum is niet meer bekend. De foetus was voor
zover ik me kan herinneren compleet normaal. Niets was er mis mee. De redenen
voor de abortus waren niet bekend aan mij. Ik wist dat waarschijnlijk
toentertijd maar ben het vergeten. Hoe dan ook de niertjes van de foetus werden
eruit genomen.’
Over PER.C6: ‘Kortom, ik heb het netvlies van de foetus verwijderd. Van een
gezonde foetus voor zover ik kon zien. 18 weken oud. Er was niets speciaals aan
de familiegeschiedenis, of met de zwangerschap. Die was geheel normaal tot de
18e week. Naar bleek was het een abortus op sociale indicatie. Het was
eenvoudigweg omdat de moeder het kind kwijt wilde. Wij begrepen dat er
toestemming was etcetera. Dit was in 1985. De cellen werden geïsoleerd in
oktober 1985 in de Universiteit Leiden, in mijn lab.’
“‘Kunt
u eens iets vertellen over de neurologische geschiedenis van de vader en de
moeder van de foetus, zowel de vader als de moeder? ‘Welnu, de moeder was geheel normaal, dat wist ik. Er was niets mis
met de moeder. Ze had minstens al twee kinderen gehad in hetzelfde ziekenhuis
in Leiden die geheel gezond waren. De vader was onbekend, niet bij het
ziekenhuis want dat was opgeschreven en er werd geschreven: onbekende vader. En
dat laatste was ook de reden waarom de abortus werd uitgevoerd’.”
Volgens Dr. Ward Kischer, een autoriteit op
het gebied van de embryologie, is het noodzakelijk dat het weefsel (de nier,
het netvlies) leeft, dan wel binnen minuten wordt versneden. Dood weefsel is
niet bruikbaar. Dr. Kischer legt uit dat de betreffende moeder vooraf
zorgvuldig geselecteerd moet zijn geweest. Immers, “om nog 95% bruikbare cellen te verkrijgen, moet het weefsel levend
zijn of binnen vijf minuten na de abortus worden versneden in het lab”. Binnen
het uur zijn cellen niet meer bruikbaar. Dit laat overigens onverlet dat pas
jaren later het ingevroren materiaal kan worden gebruikt voor het destilleren
van de cellijnen. In het Canadian Journal of Medical Medicine is te lezen dat
dat laatste in het verleden gebeurd is:
“ In veel gevallen klopte het hart van het
kind nog bij aankomst in het virus-lab.” Dit is uit gedateerde, maar
onverdachte bron. Dit is onlangs bevestigd door Dr. Acker, een oud researcher
bij een viruslab: ook meer recent zijn nog levende foetussen of niet meer dan vijf
minuten geleden overleden foetussen ‘gebruikt’. Het kind (18 weken = ca 14 cm) komt er dan levend uit terwijl
er geen pijnstilling wordt toegediend. Dr. Acker en dr. Deisher noemen de gang
van zaken bij 14 weken gevormde ongeboren kinderen – nog steeds - te gruwelijk
om te omschrijven.
Het gebruik van lichaamsdelen van
geaborteerde kinderen voor vaccinontwikkeling is niet uniek. Zo heeft de
gelauwerde en alom gerespecteerde viroloog Dr. S. Plotkin in een officieel
onderzoek verklaard dat voor één vaccinatie-onderzoek weefsel van 76
geaborteerde kinderen nodig was. Dr. P. Acker verklaart dat het er bij HEK-293
niet per se 293 stuks moeten zijn geweest, maar zeker tientallen. (Bij Human
Embryonic Kidney Specimen nr. 293, is het 293x geprobeerd, maar niet van één
kind).
Dit is niet iets uit het verleden. De
massale toepassing van deze cellijnvaccins (er worden miljarden vaccins
jaarlijks beoogd) creëert volgens experts de zekere (markt)behoefte aan de
ontwikkeling van nieuwe cellijnen. China staat ok niet stil. In 2015 werd hier
de WALVAX-2 cellijn ontwikkeld, waarvoor het weefsel van uiteindelijk 9
abortussen nodig was. Het ging hier om longweefsel.
Als je kunt zeggen dat meedoen aan de
vaccinatie inhoudt dat je mede de (markt)behoefte creëert voor nieuwe
cellijnontwikkelingen, mn bij massavaccinatie op niet eerder vertoonde globale
schaal, dan is de ethische afstand tot de abortus dichtbij. Door het nemen van
het vaccin neemt men, passief, deel aan deze praxis.
Er is sprake van een hele industrie die, niet
alleen voor vaccins maar ook voor verkrijging van stamcellen, gebruikt maakt
van abortussen. De Daleiden-rechtszaken (gedocumenteerd) toonden aan hoe
weerzinwekkend deze praktijk is. Kinderen worden omgedraaid naar een
stuitligging, zodat het hoofd heel blijft, bruikbaar blijft. Door vaccinatie
werkt men mee aan instandhouding van deze industrie. Door het nemen van dit
vaccin dat er niet was geweest zonder gebruik van weefsel van geaborteerde
kinderen, draag je protestloos bij aan de instandhouding van een kwaad. Je
draagt niet bij aan het verhinderen dat er nieuwe cellen mbv abortussen worden
verkregen en je draagt niet bij aan de bevordering van wél “ethisch-schone” vaccins.
Terwijl voorstanders claimen dat het bij
abortus gaat om een ‘klompje cellen’, en men aan het ongeboren kind refereert als ‘de zwangerschap’, is er een pincet nodig om een niertje of netvlies te
verwijderen, kostbaar ‘materiaal’ als bijvangst.
Het is heel gewoon dat mensen kleding
boycotten die door kinderarbeid is gemaakt. Iedereen vindt het wenselijk dat we
geen bont meer kopen of ons afval scheiden. Daar is sprake van meer ethische ‘afstand’, tussen aankoop en jonge fabrieksarbeider, tussen bontjas en
nerts. Maar altijd schept het een verantwoordelijkheid. Hoeveel te meer dan bij
de bestaande vaccins die er niet zouden geweest zonder de abortus op twee –
bekende – ongeboren kinderen en bij alle nieuwe cellijnen die nog ontwikkeld
zullen worden, waartoe nieuwe abortussen gebruikt worden. De wereld maakt zich
drukker om het gebruik van proefdieren bij de vaccinontwikkeling dan om
abortus. Het Oxford/Astra Zeneca-vaccin is gemaakt met het adenovirus uit wilde
chimpansees. Maar dat zijn beschermde dieren, die mogen niet worden gedood of
zelfs maar gevangen. De onderzoekers hebben de virussen daarom uit
chimpanseepoep gehaald en het daarna in het laboratorium gekweekt.28 Bizar.
De positie van de RK Kerk deed altijd recht
aan de zwaarte van de zaak. De instructie Dignitas Personae: “Iedereen heeft de plicht dit bekend te
maken.” Het is aan de gelovigen en burgers met een oprecht geweten (ouders van
gezinnen enz.) om de steeds wijdverbreide aanvallen op het leven en de cultuur
van de dood die daaraan ten grondslag ligt, te bestrijden door een
gewetensbezwaar te maken.’Volmaakt in lijn met Evangelium Vitae dus.
Als christelijke ethici de cellijnvaccins
tegenwoordig moreel toelaatbaar vinden is dat steeds gebaseerd op het
navolgende: je mag het vaccin nemen, ondanks de herkomst, mits er geen ‘schoon’
alternatief is, immers:
A. De abortus was niet uitgevoerd met als
doel cellijnen te verkrijgen.
B. De abortus was lang geleden.
C. De abortus was eenmalig.
D. Sommige vaccins bevatten niet de cellen,
maar zijn er slechts op getest. v. De cellen zijn zo doorgekweekt, dat
chromosomen veranderd zijn.
E. De herkomst (abortus) mag dan immoreel
zijn, het vaccinatiedoel is moreel: het tegengaan van besmetting, dit moet
meegenomen worden in de afweging
Al deze argumenten zijn hetzij onjuist dan
wel achterhaald.
Ad A. Het gaat bij dit vraagstuk niet om
medeplichtigheid aan de uitgevoerde abortushandeling. Het gaat om gebruik maken
van, medewerken aan, en instandhouding van een immorele praktijk. Men werkt
door vaccinatie actief mee aan het principe van industriële cellijn-generatie
door schennis van lichaamsdelen van geaborteerde kinderen.
Ad B en C. Het was niet eenmalig. Er worden
nu nieuwe cellijnen ontwikkeld door de massavaccinatie, zoals recent WALVAX-2,
in China. Er is een hele industrie ontstaan waarin lichaamsdelen worden
genomen, en voor vaccins, maar ook voor haargroeimiddelen en voor stamcellen
worden verwerkt. Aan het in standhouden en voortzetten daarvan werkt men door
vaccinatie actief mee.
Ad D en E. Hoe schrijnend is het te
bedenken dat dit vaccin er niet geweest zou zijn zonder gebruik van resp. het
netvlies en de nier van een gedode menselijke persoon. Zowel voor een
ontwikkeld vaccin als een (eenmalig of continu) getest vaccin geldt: het is er
alléén dankzij deze abortus, van dit betreffende kind.
Ad F. Het doden van een onschuldige,
menselijke, ongeboren persoon is een zodanig ten hemel schreiende misdaad
(JPII) dat alléén al een afgeleide, indirecte verantwoordelijkheid tot een
zekere morele verplichting wordt.
Als al genoemde argumenten aldus te
weerleggen zijn, betekent het dat de deskundigen die zich er toch van bedienen,
in deze kiezen voor participatie in de ‘Cultuur van de dood’ waarop de H. Johannes Paulus II doelde.
Bezorgdheid om het eigen belang (de eigen
gezondheid, een risico) rechtvaardigt vaccinatie niet. Hoogstens direct
besmettingsgevaar voor de ander, als men die niet op andere manieren kan
mitigeren. Een abstract maatschappelijk belang als groepsimmuniteit, laat staan
het voldoen aan maatschappelijke verwachtingen, wijkt direct voor iedere
persoonlijke verbinding met het onuitsprekelijke intrinsieke kwaad dat abortus
heet, nota bene een verbinding “in het lichaam”, onze tempel van de Heilige Geest.
Dit uit respect voor de overleden en
compassie voor de in de toekomst nog te misbruiken ongeboren kinderen wier
lichaamsdelen misbruikt dreigen te worden. Wij kunnen onze compassie met de
coronaslachtoffers daarmee verbinden.
Er was ooit een 18 weken oud, compleet,
volmaakt gevormd ongeboren kindje van 14 cm, een menselijke persoon, wonderbaar
geschapen naar het beeld van God en in Wiens Handpalm haar naam staat - ze zou
nu een volwassen vrouw zijn geweest -, die niet meer leeft, en aan wier
netvlies we de cellen danken die indirect ons zoveel jaar later het vaccin
opleverde.
Kunnen we echt niet beter wachten op een ‘ethisch schoon vaccin’, zoals Curevac
(binnenkort verkrijgbaar) of het vaccin van het John Paul II Medical Research
Institute (op langere termijn verkrijgbaar)?
Ons punt ís niet dat we door vaccinatie
medeplichtig worden aan de abortussen die ons HEK-293 en PER.C6 opleverden. Ons
punt is dat we met een keuze voor vaccinatie een gruwelijke, dagelijkse,
bestaande, industriële praktijk mede in stand houden, ja mede de marktvraag
bevorderen.
Zó beschouwd maakt de massavaccinatie tegen
Corona deel uit van de Cultuur van de dood die H. paus Johannes Paulus II voor
ogen stond bij het schrijven van zijn profetische encycliek.
Het is apocalyptisch dat de bevrijding van
de wereld van het virus, verbonden is met een abortus. Ik citeer tot slot graag
bisschop Joseph Strickland: ‘We do not wish to benefit from an abortion’.