Het kind van de rekening

In het parlement ligt een wetsvoorstel genaamd ‘Wet kind, draagmoederschap en afstamming’ op tafel dat draagmoederschap (het uitdragen van een kind door een derde voor wensouders) wil legaliseren en reguleren. De achtergrond is begrijpelijk: veel stellen en individuen met een onvervulde kinderwens zoeken naar manieren om toch een gezin te stichten. Zon kinderwens is op zichzelf legitiem, maar er bestaat niet zoiets als het recht op een kind. Het voorstel lijkt er eerder van uit te gaan dat het wel zo is en dat roept fundamentele vragen op.

De huidige juridische situatie is als volgt: de vrouw die bevalt is automatisch de juridische moeder. Juridisch ouderschap en gezag door een ander kan alleen verkregen worden door adoptie en erkenning. In het strafrecht is met name commercieel draagmoederschap (tegen betaling) verboden. In het wetsvoorstel zijn de ‘wensouders’ - in de praktijk veelal homoseksuele paren - direct vanaf de geboorte juridische ouders.

Het kind van de rekening.

Een eerste cruciaal uitgangspunt is het belang van het kind. In elke ethische afweging rond voortplanting zou het kind - de meest kwetsbare partij - centraal moeten staan. Bij draagmoederschap wordt een kind echter bewust in een ongebruikelijke situatie geboren: het zal bij de geboorte gescheiden worden van de vrouw die het negen maanden droeg. Volgens deskundigen kan zon gedwongen scheiding van de moeder” direct na de geboorte trauma veroorzaken . Anders dan bij adoptie, waar de scheiding ongewild plaatsvindt uit nood, creëert draagmoederschap die situatie opzettelijk, en dit gebeurt niet omdat het onvermijdelijk is, maar omdat er van tevoren zo is besloten middels een contract waarbij het kind letterlijk het kind van de rekening is.

Daarnaast speelt de identiteitsvraag. Kinderen geboren via draagmoederschap met behulp van eicel- of zaaddonatie dreigen op te groeien zonder mogelijkheid hun biologische oorsprong te kennen. Hoewel Nederlandse klinieken anonieme donoren verbieden, zijn er in de praktijk draagmoeders die via het buitenland met anonieme eicel- of zaaddonoren werken . Zulke kinderen kunnen hun ontstaansgeschiedenis later niet achterhalen . Dat kan leiden tot identiteitsproblemen en een blijvend gevoel van incompleetheid. Olivia Maurel, een vrouw geboren uit een draagmoeder, getuigt dat haar verhaal begint met stilte, afstand en verlies” – zij voelde zich onthecht, alsof er een wond aan de basis van haar leven lag . Ik was gekocht voordat ik geboren was. Ik vervulde een contract”, zei ze over haar begin . Die terminologie – gekocht, contract – illustreert hoe zij zich als kind een object voelde, een onderdeel van een afspraak tussen volwassenen. Als ik uit liefde ben ontstaan, waarom werd ik dan gescheiden van de moeder die als eerste van mij hield?”, vraagt ze zich af . Dit hartverscheurende perspectief dwingt ons te beseffen dat een kind geen blanco pakketje is dat zomaar aan anderen kan worden toebedeeld; het is een mens met emotionele behoeften en een recht op zijn of haar eigen verhaal en afstamming. Verantwoord draagmoederschap, gelet op de belangen en rechten van het kind, bestaat eenvoudigweg niet.

De draagmoeder: vrijwilligheid of uitbuiting?

Het tweede belangrijke aspect is de positie van de draagmoeder zelf. In de praktijk blijken er vaak financiële motieven mee te spelen. In landen als Oekraïne, Georgië of India is een heuse draagmoederschapsindustrie ontstaan, waarbij arme vrouwen tegen betaling hun lichaam beschikbaar stellen. Te vrezen valt dat legalisering in Nederland - zelfs met een verbod op winstbejag - deze kwetsbare vrouwen zal involveren. Een dergelijke economische drijfveer doet ook een enorme afbreuk aan de waardigheid van de vrouw. Een kind is geen handelswaar en een vrouw meer dan louter een baarmoeder. Wanneer een vrouw zich genoodzaakt voelt haar baarmoeder ‘te huur’ aan te bieden, komen we dicht bij een moderne vorm van lijfeigenschap. Wat trouwens te doen als de draagmoeder het kind wil houden, of als de wensouders zich terugtrekken? Dat laatste komt voor als de ‘wensouders’ ondertussen uit elkaar zijn gegaan. Wat bij onenigheid over abortus als er tijdens de zwangerschap iets mis blijkt (bijvoorbeeld een afwijking op de echo)?

Menselijke waardigheid en kinderrechten

De kern van de principiële bezwaren tegen draagmoederschap ligt in het begrip menselijke waardigheid. Een kind behoort geen handelswaar te zijn, en ouderschap geen transactie. Nogmaals, niemand heeft recht op het krijgen van een kind; een kind is geen object dat je kunt opeisen of aanschaffen, net zo min als je een tiener of volwassenen kunt aanschaffen. Dit laatste is vanzelfsprekend zo, maar net zoals ieder ander is gaat het hier om een mens met eigen rechten.

Bovendien doorbreekt draagmoederschap iets wat in vrijwel alle culturen als natuurlijk gegeven gold: het idee dat de vrouw die baart, ook de moeder van het kind is (mater semper certa est). Onze hele emotionele en biologische inrichting is daarop afgestemd. Draagmoederschap zorgt voor een breuk in dit natuurlijke gegeven: er is een biologische moeder (draagmoeder), vaak een aparte genetische moeder (eiceldonor of wensmoeder), en de sociale ‘ouders’ die het kind gaan opvoeden. Draagmoederschap is tegennatuurlijk, de wensouders zijn de ouders niet en het kind komt verweesd ter wereld en wordt soms ook nog geconfronteerd met twee ‘vaders’ of twee ‘moeders’. De wensouders (met technologie en juridische contracten aan hun zijde) onderwerpen de natuurlijke gang van zaken aan hun wil, waarbij zowel de draagmoeder als het kind ondergeschikt worden gemaakt aan die wens. Een kind is een geschenk, geen contractueel product.

Hoezeer we in sommige gevallen ook meeleven met mensen met een kinderwens, we moeten waken dat compassie niet omslaat in het rechtvaardigen van alles. Niet alle verlangen, hoe begrijpelijk ook, mag ten koste gaan van de meest basale menselijke waarden. Uiteindelijk houdt de waarde van een samenleving verband met hoe we omgaan met de kwetsbaarsten in ons midden - in dit debat: de kinderen die geboren worden en de vrouwen die hun lichaam geven. Draagmoederschap legaliseren zonder deze principiële bezwaren serieus te nemen, duidt op een ongelooflijke blinde vlek voor de realiteit.

 

+Rob Mutsaerts