Aswoensdag is geen “vrome inleiding” op de Veertigdagentijd. Het is niet slechts een religieuze gewoonte of een stukje folklore met as op het voorhoofd. Het is een dag van waarheid - en waarheid kan pijn doen. Vandaag plaatst de Kerk ons recht tegenover een vraag die we niet kunnen ontwijken: wat is de betekenis van ons leven, en welke richting gaan we werkelijk uit?
We horen twee zinnen. Eén, hard als steen: “Gedenk dat gij stof
zijt en tot stof zult wederkeren” (vgl. Gen. 3,19). De andere nog veeleisender:
“Bekeer u en geloof
in het Evangelie” (Mc. 1,15).
As is geen teken van dood. As is een teken dat de illusies
eindigen. Een einde aan doen alsof we nog tijd genoeg hebben. Een einde aan het
spelen van christen-zijn alleen “bij
speciale gelegenheden.”
1. Stof — de
waarheid over de mens
De as op je voorhoofd zegt: jij bent God niet. Jij bent
geen meester over de tijd. Jij bent niet de regisseur van je leven. Heel de
moderne cultuur schreeuwt precies het tegenovergestelde: je kunt alles, jij
staat centraal, je bent jezelf genoeg. En vandaag antwoordt de Kerk met één enkel gebaar: stof. De heilige
Augustinus schreef: “Een
mens is niet groot omdat hij zichzelf verheft, maar omdat hij erkent wie hij
werkelijk is voor God.” Zonder die waarheid is er geen Veertigdagentijd -
alleen een dieet, een oefening in wilskracht of een religieuze make-over. En
God wil ons imago niet verbeteren. God wil ons hart redden.
2. “Bekeer
u” — met andere woorden:
verander van richting
In de Bijbel betekent bekering niet dat je je een beetje
beter voelt of een kleine aanpassing in je levensstijl maakt. Het betekent dat
je de richting van je weg verandert. Als je de verkeerde kant op gaat, is het
niet genoeg om langzamer te lopen. Je moet omkeren. De heilige Teresa van Ávila
zei het heel direct: “God
heeft onze mooie woorden niet nodig. Hij wil dat we een besluit nemen.” Daarom
zegt Jezus in het Evangelie niet: “denk
erover na,” “overweeg het,” “probeer het eens.” Hij zegt: bekeer u. Nu.
Vandaag. Niet morgen. De Veertigdagentijd is geen tijd voor geestelijke
experimenten. Het is een tijd voor beslissingen: waarmee ik moet breken, wat ik
op orde moet brengen, wie ik moet vergeven, welke zonde ik niet langer mag
vergoelijken.
3. Gebed, vasten en liefdadigheid — zonder theater
In het evangelie van Aswoensdag (Mt. 6,1–18) raakt Jezus de
kern van religieuze huichelarij: “Pas
op dat gij uw gerechtigheid niet beoefent voor het oog van de mensen om door
hen gezien te worden.” Gebed, vasten en liefdadigheid zijn geen middelen om
onze reputatie op te poetsen, en al helemaal niet om af te vallen. Het zijn
wapens in de geestelijke strijd. De heilige Johannes Chrysostomus zei: “Vasten is niet
alleen je onthouden van vlees, maar weigeren je broeder te verslinden.” Iemand
kan op brood en water de vastentijd doorbrengen, en toch haatdragend blijven, trots en zich niet onthouden van geroddel; dan
heeft dat vasten geen enkele betekenis. God kijkt niet naar hoeveel wij doen,
maar waarom en voor wie. Een Veertigdagentijd “voor de show” eindigt in leegte. Een
Veertigdagentijd in waarheid eindigt in de opstanding van het hart.
4. Vandaag is de tijd van genade
De heilige Paulus roept het uit: “Nu is het de gunstige tijd, nu is het
de dag van het heil” (2 Kor. 6,2). Niet “ooit.” Niet “wanneer het rustiger wordt.” Niet “na Pasen.” Nu. De
heilige Alfonsus Maria de Liguori waarschuwde: “Het grootste bedrog van de duivel is
een mens ervan te overtuigen dat hij nog tijd genoeg heeft.” De as op het
voorhoofd is als een zegel: tot stof zult gij wederkeren, oftewel de tijd is
kort. Maar dit is geen bedreiging - het is genade. Want zolang je leeft, kun je
terugkeren. Zolang je dit woord nog kunt horen, is de weg nog open.
De Veertigdagentijd begint vandaag niet op de kalender,
maar in het geweten. Moge de as niet alleen een teken op de huid zijn, maar een
beslissing in het hart. Moge dit een tijd zijn van echte bekering, geen
geestelijke routine. Want alleen wie durft te sterven aan de zonde, zal de
morgen van de Verrijzenis zien.
Fr. Piotr W. Wiśniowski