Er zijn mensen die de wereld ingewikkelder maken omdat zij zelf niet helder denken. En er zijn zeldzame mensen die de wereld eenvoudiger doen lijken omdat zij haar diep hebben begrepen. Fulton J. Sheen behoorde tot die tweede, veel kleinere categorie. Dat de katholieke Kerk hem nu tot de eer der altaren verheft - op 26 september is hij Zalig verklaard - is daarom méér dan een eerbetoon aan een vrome bisschop uit een voorbije tijd. Want terwijl wij beschikken over meer communicatiemiddelen dan enige generatie vóór ons, lijken wij steeds minder te weten wat wij ermee moeten zeggen. Sheen beschikte over een televisiestudio, een schoolbord, een krijtje, een soutane en een geloof dat hij voor waar hield. Daarmee bereikte hij miljoenen. Wij hebben satellieten, podcasts, smartphones, sociale media, communicatieafdelingen, synodale werkgroepen en professionele consultants. En soms ontbreekt alleen nog de boodschap. Daarom komt Fulton Sheen precies op tijd terug.
Er was ooit
een tijd waarin een katholieke bisschop op televisie verscheen in soutane en
cape, voor een zwart schoolbord ging staan, een stuk krijt ter hand nam en
vervolgens miljoenen mensen een halfuur lang liet luisteren naar een
verhandeling over zonde, genade, communisme, huwelijk, schuld, vrijheid of het
kruis. Het onwaarschijnlijke is dat de mensen bleven kijken. Fulton J. Sheen
bezat iets wat in iedere eeuw zeldzaam is: hij had iets te zeggen en hij wist
hoe hij het zeggen moest. Nu wordt hij zalig verklaard. En het is moeilijk geen
glimlach te onderdrukken. Sheen onderzocht niet eerst welke woorden zijn
publiek wellicht onaangenaam zou vinden. Hij verdunde de wijn niet totdat
niemand zich meer kon herinneren dat er druiven aan te pas waren gekomen. Hij
verkondigde het katholieke geloof. En hij deed dat zo goed dat ook
niet-katholieken luisterden.
Sheens
grootste gave was niet zijn sonore stem, zijn televisietalent of zijn humor.
Het was zijn helderheid. Hij bezat de zeldzame kunst complexe waarheden
eenvoudig uit te leggen zonder ze daardoor eenvoudiger te máken. Dat verschil
is belangrijk.
Sheen had
serieus filosofie en theologie gestudeerd. Hij kende Thomas van Aquino. Hij
kende de moderne filosofie. Hij kende de grote intellectuele strijd van zijn
tijd. Maar wanneer hij sprak, kon iedereen hem begrijpen. Hij kon over genade
spreken zonder theologische soep te koken; hij kon over zonde spreken zonder de
mens te vernederen; hij kon over kuisheid spreken zonder zuur te worden; Sheen
kon over de hel spreken zonder hellevuurtheater; en hij kon over de hemel spreken
zonder zoetsappigheid. Dat is moeilijker dan het lijkt. Iedere dwaas kan iets
ingewikkeld maken. Maar alleen iemand die een onderwerp werkelijk begrijpt, kan
het eenvoudig zeggen. Sheen begreep het geloof. En daarom kon Jan en Alleman
hem volgen.
De wereld was
modern. Sheen ook. Het zou gemakkelijk zijn van Fulton Sheen een nostalgisch
figuur te maken: de bisschop van een verloren katholiek Amerika, uit de tijd
van volle seminaries en volle kerken. Maar dat zou hem tekortdoen. Sheen was
verbazingwekkend modern. Vanaf 1930 gebruikte hij de radio. Later veroverde hij
de televisie. Life Is Worth Living trok miljoenen kijkers.
Hij begreep
iets wat de Kerk vandaag opnieuw probeert te ontdekken: de nieuwe media zijn
geen vijand van het Evangelie. Maar hij begreep ook iets wat wij dreigen te
vergeten: het medium is niet de boodschap. Het is nogal gemakkelijk een
Instagram-account te openen; het is moeilijker Augustinus te begrijpen. Het is
gemakkelijk een podcast te beginnen; het is moeilijker iets te zeggen dat de
moeite van het beluisteren waard is. Sheen gebruikte het modernste
communicatiemiddel van zijn tijd, maar hij veranderde de boodschap niet om bij
het apparaat te passen. Hij was modern in methode en oud in waarheid.Dat is een
combinatie die tegenwoordig bijna uit beeld is verdwenen.
Hij geloofde
dat waarheid bestond. Sheen sprak met een vanzelfsprekendheid die sommige
moderne oren bijna exotisch zullen vinden. Hij geloofde dat waarheid bestond;
niet “mijn waarheid” of “jouw
waarheid”. Hij geloofde dat de mens een
natuur bezit, dat goed en kwaad méér
zijn dan voorkeuren, dat vrijheid niet betekent dat men alles mag kiezen, maar
dat men de deugd kan eigen maken om het goede te kiezen. Dat zonde werkelijk
bestaat, dat vergeving werkelijk mogelijk is, dat Christus niet één religieuze leraar onder vele is,
maar de Verlosser. Daarom had hij iets te verkondigen. Wij zeggen tegenwoordig
dikwijls dat moderne mensen niet meer tegen duidelijke geloofstaal kunnen.
Sheen vermoedde precies het tegenovergestelde: mensen kunnen uitstekend tegen
waarheid. Waar zij slecht tegen kunnen, is holle frasen en nietszeggende
woorden zoals je die in beleidsnota’s tegenkomt.
Waarom worden
Sheens toespraken vandaag nog steeds bekeken? Hij overleed in 1979. Zijn decor
oogt ouderwets. Zijn kleding is ouderwets. Zijn televisieprogramma is technisch
gezien ongeveer zo modern als een typemachine. En toch ontdekken jongeren hem
opnieuw online. Nieuwe generaties vinden hem via digitale platforms en
herkennen zich in zijn woorden over geluk, eenzaamheid, liefde, identiteit en
God. Daar zit iets vermakelijks in. De techniek is totaal veranderd. De mens
nauwelijks. Wij hebben smartphones maar nog steeds gebroken harten. Wij hebben
kunstmatige intelligentie,
maar nog steeds natuurlijke domheid. Wij kunnen in een seconde met iemand aan
de andere kant van de wereld spreken en weten niet wat wij tegen onze buurman
moeten zeggen. Sheen sprak niet in de eerste plaats tot “de moderne mens”. Hij sprak tot de mens. En de mens
verlangt nog altijd naar wat hij altijd heeft verlangd: liefde, geluk, waarheid
en leven zonder dood. Met andere woorden: naar God.
Wie Sheen
alleen ziet als briljant communicator, mist echter het belangrijkste. Achter de
televisie school een priester, achter de welsprekendheid school gebed, en achter zijn glimlach stond het
kruis. Zijn spiritualiteit was diep gevormd door Christus, de Eucharistie en
Maria. Daar ligt waarschijnlijk het verschil tussen apostolaat en reclame.
Reclame begint met de vraag: hoe krijgen wij aandacht? Apostolaat begint met de
vraag: wat wil Christus? Sheen begreep dat evangelisatie niet begint voor een
camera, maar voor een tabernakel. Het is een ongemakkelijke gedachte voor een
Kerk die soms uren synodaal vergadert over hoe en naar wie te luisteren. Wij
produceren beleidsnota’s; Sheen spendeerde uren voor het
Allerheiligste. Wij spreken over nieuwe vormen van presentie; Sheen knielde. En
daarna stond hij op en bereikte miljoenen mensen. Misschien is er een verband.
Nog iets maakt
Sheen aantrekkelijk: hij was orthodox zonder somberheid. Dat is niet
onbelangrijk. Er bestaat een soort religiositeit die het geloof verdedigt alsof
het een lekkend dak betreft. Alles moet overeind gehouden worden, iedereen moet
gewaarschuwd worden en iemand heeft duidelijk vergeten de verwarming aan te
zetten. Zo was Sheen niet. Hij was geestig. Hij genoot van paradoxen. Hij wist
dat het christendom buitengewoon ernstig is en juist daarom ruimte laat voor
humor. De atheïst
kan lachen omdat niets uiteindelijk betekenis heeft. De christen kan lachen
omdat zelfs het ergste niet het laatste woord heeft. Dat laatste is aanzienlijk
vrolijker. Sheen bezat de diepe opgewektheid van iemand die wist dat Christus
uit de dood was opgestaan.
Wie dat
werkelijk gelooft, hoeft de wereld niet krampachtig vast te houden. Ook daarom
kon hij scherp spreken. Hij hoefde niemand naar de mond te praten. Zijn hoop
hing immers niet van applaus af. En daarom komt zijn zaligverklaring op een
interessant moment. De Kerk spreekt veel over evangelisatie. Terecht. Maar Sheen stelt ons onvermijdelijk
een enigszins ongemakkelijke vraag: Wat hebben wij eigenlijk te zeggen? Wanneer
wij ervan overtuigd zijn dat het Evangelie werkelijk goed nieuws is, hoeven wij
het niet te verbergen achter eindeloze voorzichtigheid.
Wanneer wij
werkelijk geloven dat Christus het antwoord is op de diepste honger van de
mens, hoeven wij ons niet te verontschuldigen voordat wij zijn naam noemen. Wanneer
wij geloven dat de Kerk een schat ontvangen heeft, moeten wij ophouden die
schat te presenteren alsof het een probleem is waarvoor eerst draagvlak moet
worden gecreëerd. Sheen was niet arrogant; hij was wel overtuigd. Voor
geestelijken is Sheen actueel. Hij laat zien dat een bisschop intellectueel kan
zijn zonder academisch jargon; dat hij orthodox kan zijn zonder chagrijnig te
zijn; dat hij de cultuur kan kennen zonder ervoor te buigen; dat hij moderne
media kan gebruiken zonder door de media gebruikt te worden; dat hij zichtbaar
kan zijn zonder zichzelf tot onderwerp te maken. En misschien vooral: dat een
bisschop herkenbaar katholiek kan spreken zonder bang te zijn dat iemand hem
katholiek zal vinden. Dat klinkt komisch. Het zou vanzelfsprekend moeten zijn.
Paus Leo XIV
noemde Sheen eerder dit jaar een licht van geloof, hoop en liefde en zei zelfs
dat hij persoonlijk getuige was geweest van Sheens evangelisatie toen hij
opgroeide. Aan de vooravond van de zaligverklaring wees de paus opnieuw op
Sheens voorbeeld als aansporing om nieuwe manieren te vinden om het Evangelie
met vreugde te verspreiden. Daarmee is misschien alles gezegd. Fulton Sheen had
geen internet, geen YouTube
en geen sociale media. Hij had een camera, een krijtje, een schoolbord en
tweeduizend jaar katholiek geloof. En miljoenen mensen luisterden.
Vandaag hebben
wij een wereldwijde digitale infrastructuur waarvan hij alleen maar had kunnen
dromen. Misschien hebben wij vooral nodig wat hij wél had:
een helder hoofd, een katholiek hart, een leven van gebed, een humor en de
vaste overtuiging dat Jezus Christus werkelijk goed nieuws is. Fulton Sheen
behoort niet tot een Kerk die voorbij is. Hij behoort tot een Kerk die telkens
opnieuw moet leren wat zij is. Zijn zaligverklaring is daarom geen nostalgische
onderscheiding voor een beroemde televisiebisschop.
Het is bijna
een uitdaging. De techniek is veranderd, de taal is veranderd, maar de
menselijke ziel verlangt nog steeds naar waarheid. En waarheid heeft een
merkwaardige eigenschap: zij veroudert niet.
Zalige Fulton
Sheen, bid voor een Kerk die ernstig in de war is.
+Rob Mutsaerts