Drie dagen lang spraken bisschoppen, priesters, religieuzen en leken uit 31 Europese landen in Oostenrijk over de vraag hoe de kerkhervorming van paus Franciscus in Europa gestalte kan krijgen. De bijeenkomst “Shaping Synodality in Europe: From Vision to Roadmap”, werd gehouden van 14 tot 17 september 2026 in Schloss Puchberg bij Wels. Hoe ik ook mijn best deed er iets positiefs uit te halen, het lukte mij niet. Ik waardeer de deelnemers die hier met goede bedoelingen aan deelnamen. Ik zou het niet volgehouden hebben.
Er bestaat een
merkwaardig soort kerkelijke bijeenkomst waarbij men drie dagen nodig heeft om
vast te stellen dat mensen naar elkaar moeten luisteren. Daarvoor kwamen
bisschoppen, priesters, religieuzen, theologen en leken uit 31 landen bijeen.
Men reist honderden kilometers, opent laptops, verdeelt zich over 21 tafels spreekt
over processen,
participatie, onderscheiding, gedeelde verantwoordelijkheid,
relationele ruimtes en een nieuwe cultuur van leiderschap, en
komt dan uiteindelijk met de verrassende ontdekking dat gedoopte christenen met
elkaar moeten spreken. Ik ben niet tegen overleg, Maar het heeft iets komisch
wanneer vanzelfsprekendheden door deskundigen worden herontdekt en vervolgens
als revolutionaire inzichten worden gepresenteerd. Dat lijkt enigszins het
probleem van de bijeenkomst in Wels.
De conferentie
sprak over de doop als grondslag van de waardigheid van alle gelovigen, over
luisteren, relaties en gedeelde verantwoordelijkheid. Daar is op zichzelf niets
onkatholieks aan. Integendeel: de Kerk heeft altijd geleerd dat iedere gedoopte
werkelijk deelheeft aan het leven en de zending van Christus. Maar precies daar
begint de interessante vraag: waarvoor zijn wij gedoopt? Zijn wij gedoopt om
onze stem te laten horen, of om eerst de Stem te horen die zegt: “Bekeert u en gelooft in het Evangelie”?
Wie
hedendaagse kerkelijke documenten leest, krijgt soms de indruk dat de
katholieke godsdienst veranderd is in een verzameling werkwoorden. Wij moeten
luisteren, onderscheiden, begeleiden, participeren, dialogeren, processen
aangaan. Dat zijn allemaal keurige werkwoorden, maar de katholieke Kerk leeft
uiteindelijk van zelfstandige naamwoorden. God. Christus. Waarheid. Zonde.
Genade. Kruis. Verrijzenis. Eucharistie. Bekering. Eeuwig leven. Wanneer die
verdwijnen - en die verdwijnen doorgaans in beleidsdocumenten - worden de
werkwoorden holle frasen. Want luisteren is alleen zinvol wanneer er iets te
horen valt. Onderscheiden is alleen zinvol wanneer waarheid van dwaling
onderscheiden kan worden. Op weg zijn is alleen zinvol wat je bestemming is. En
dialoog is alleen vruchtbaar wanneer iemand uiteindelijk iets te zeggen heeft.
Dat is
misschien de grootste zwakte van veel hedendaagse gesprekken over synodaliteit.
Zij vertellen ons uitvoerig hoe wij met elkaar moeten spreken, maar
aanzienlijk minder duidelijk wat wij aan Europa moeten zeggen. En Europa
heeft nu juist niet in de eerste plaats behoefte aan een cursus kerkelijke
gesprekstechniek. Het heeft behoefte aan het Evangelie.
Europa
verkeert in een diepe geestelijke crisis. Kerken lopen leeg. Het christelijke
geheugen verdwijnt. Huwelijk en gezin zijn broos geworden. Veel jongeren weten
nauwelijks nog waarom zij bestaan. Geboortecijfers dalen. Eenzaamheid groeit.
Het besef van transcendentie verdwijnt. Te midden daarvan organiseert de Kerk
een bijeenkomst en vraagt hoe zij beter kan luisteren. Dat is niet verkeerd.
Het is alleen een beetje alsof een dokter aan het bed van een ernstig zieke
patiënt een driedaags congres organiseert over de vraag hoe artsen onderling
empathischer kunnen communiceren. Heel nuttig wellicht. Maar op een bepaald
moment vraagt de patiënt toch: “Dokter,
weet u eigenlijk wat mij mankeert?”
Het
traditionele katholieke antwoord op de crisis van Europa is buitengewoon
eenvoudig: Europa heeft Christus nodig. Niet “christelijke
waarden” in abstracte zin. Niet kerkelijke participatiestructuren. Niet nóg een
forum waarin de tekenen van de tijd geïnterpreteerd worden.
“Luisteren”
was opnieuw een centraal woord in Wels. Maar na 8 jaar synodaal luisteren kan
ik nog steeds geen vruchten ontwaren. Er is bovendien iets merkwaardigs aan een
kerkelijk proces dat steeds nieuwe processen voortbrengt. Een synode leidt tot
een implementatiefase. De implementatiefase leidt tot een roadmap. De roadmap
leidt naar een Europese kerkelijke bijeenkomst in 2028. En men begint zich
voorzichtig af te vragen of de bestemming van de reis misschien de reis zelf
is. Men laadt inmiddels de verdenking op
zich dat men niet weet waarheen de reis leidt. Je hoopt Jeruzalem; ik vrees
Emmaus. Dat krijg je als de focus gericht is op open processen, voortdurende
dialoog en vragen die vooral niet te snel beantwoord mogen worden. Geen enkele
grote hervorming van de Kerk begon ooit met de vraag: “Welke
structuren moeten wij veranderen?”, maar: “Hoe
word ik heilig?” Een structuur kan men veranderen zonder zelf te veranderen.
Maar heiligheid laat die ontsnappingsroute niet toe. Misschien is dat wel de
reden waarom wij zo graag over structuren praten. Structuren bekeren zich
namelijk veel gemakkelijker dan mensen.
+Rob Mutsaerts