De Kerk in crisis – en hoe wij haar niet moeten redden

De Kerk in crisis – en hoe wij haar niet moeten redden

Twaalf kwesties, ongemakkelijke waarheden en een katholieke weg vooruit

Ik heb goed nieuws voor je en slecht nieuws. Het slechte nieuws is dat de katholieke Kerk zich in een crisis bevindt. Het goede nieuws is dat zij dat al vaker heeft gedaan. Sterker nog: wie de kerkgeschiedenis een beetje kent, krijgt soms de indruk dat crisis een van de weinige werkelijk duurzame katholieke tradities is. We hebben corrupte pausen gehad, wereldse bisschoppen, ketterijen, schismas, revoluties, vervolgingen en liturgische commissies. En toch bestaan we nog.

Dat laatste lijkt mij vooral een bewijs voor de goddelijke oorsprong van de Kerk. Een louter menselijke organisatie die zo bestuurd was als de Kerk bij tijd en wijle bestuurd is, zou waarschijnlijk rond de vierde eeuw failliet zijn gegaan. Maar toch, de situatie is ernstig. Niet omdat de Kerk te weinig populair is. Niet omdat haar marktaandeel daalt. Niet omdat zij onvoldoende aansluit bij de moderne consument.

De crisis is ernstig omdat er binnen de Kerk onzekerheid bestaat over precies die zaken waarover zij zekerheid zou moeten bieden: Wat is waar? Wat is zonde? Wat is huwelijk? Wat is priesterschap? Wat is liturgie? Wat is gehoorzaamheid? Wat betekent barmhartigheid? Wat heeft Christus eigenlijk aan zijn Kerk toevertrouwd? En misschien nog fundamenteler: Geloven wij werkelijk nog dat de Kerk iets van Christus heeft ontvangen wat zij zelf niet mag veranderen? Daar ligt de kern.

 

1. De eerste noodzakelijke hervorming: ophouden met doen alsof alles hervormd moet worden

We leven in een cultuur waarin verandering bijna automatisch als verbetering wordt beschouwd. Een telefoon uit 2019 is oud. Een computer uit 2012 is antiek. En daarom denken we onbewust soms dat een geloofsleer uit het jaar 325 dringend een software-update nodig heeft. Maar openbaring is geen iPhone. Het christendom is geen product waarvan ieder jaar een nieuw model moet verschijnen. De taak van de Kerk is niet om voortdurend een nieuwe religie te produceren. Haar taak is: te ontvangen, te bewaren, te verdiepen en te verkondigen wat zij van Christus heeft ontvangen.

Dat betekent niet dat niets mag veranderen. Pastorale methoden kunnen veranderen. Canonieke disciplines kunnen veranderen. Bestuursvormen kunnen veranderen. Liturgische disciplines kunnen veranderen. Maar waarheid kan niet vandaag waar en morgen onwaar zijn.

Een bisschop zou zich bij iedere kerkelijke vernieuwing één eenvoudige vraag moeten stellen: Helpt dit mijn mensen heiliger te worden? Niet: Is dit innovatief?” Niet: Is dit inclusief geformuleerd?” Niet: Kunnen we er een werkgroep voor oprichten?” Maar: Brengt dit mensen dichter bij Christus, de sacramenten en het eeuwige leven? Dat zou heel wat vergaderingen kunnen inkorten. En dat is misschien op zichzelf al een kleine kerkelijke hervorming.

 

2. Synodaliteit: nuttig instrument, slechte regie

Er is niets onkatholieks aan synoden. De Kerk heeft ze eeuwenlang gekend. Wat wel riskant wordt, is wanneer synodaliteit verandert van een methode in een bijna zelfstandig theologisch ideaal. Het christendom begon namelijk niet met: Waar twee of drie in kringgesprek bijeen zijn, daar ontstaat vanzelf de waarheid.” De apostelen kregen een geloof toevertrouwd. Daarna mochten ze daarover vergaderen. Die volgorde is belangrijk.

Luisteren is uitstekend, maar katholieken moeten soms de onbeleefde vraag durven stellen: Luisteren naar wie? Naar de cultuur? Naar opinieonderzoek? Naar belangengroepen? Naar onszelf? Of naar Christus? Want wanneer de uitkomst van een kerkelijk luisterproces voorspelbaar identiek wordt aan de wensen van de moderne seculiere cultuur, mag men ten minste vragen of we werkelijk naar de Heilige Geest hebben geluisterd of misschien vooral naar de tijdgeest.

De Heilige Geest heeft namelijk één merkwaardige eigenschap: Hij spreekt verrassend vaak in continuïteit met wat Hij de vorige twintig eeuwen heeft gezegd. Zomaar een tip voor mijn broeder-bisschoppen: Gebruik synodaliteit, maar wees bisschop. Een bisschop is niet gekozen om permanent facilitator van groepsprocessen te zijn. Hij is opvolger van de apostelen. Dat betekent: onderwijzen, heiligen, besturen, en soms ook zeggen: Nee. Dit kunnen wij niet veranderen.” Dat woord nee” heeft tegenwoordig een slechte reputatie. Maar ouders weten: wie nooit nee zegt, heeft zijn kinderen niet méér lief.

 

3. Herstel het onderscheid tussen barmhartigheid en bevestiging

Niemand heeft behoefte aan een hardvochtige Kerk. Maar evenmin heeft iemand behoefte aan een Kerk die zonde alleen nog durft te benoemen in historische documenten. Christus was oneindig barmhartig. Maar zijn barmhartigheid bestond nooit uit doen alsof bekering overbodig was. Tegen de zondaar zegt Christus: Kom.” Maar ook: Volg Mij.” En volgen betekent noodzakelijkerwijs dat we niet precies blijven staan waar we stonden.

Dat lijkt eenvoudig. Maar het is tegenwoordig revolutionair. De pastorale verleiding luidt soms: We willen niemand kwetsen, dus spreken we liever niet meer over zonde. Het probleem is dat dan ook vergeving betekenisloos wordt. Wie nooit ziek is, heeft geen dokter nodig. Wie nooit zondigt, heeft geen Verlosser nodig. En plotseling ontdekken we waarom Christus in zon theologisch systeem steeds minder te doen krijgt.

Zomaar een tip voor mijn priester-broeders.  Preek weer eens over: zonde, genade, hemel, hel, biecht, deugd, kuisheid, gebed, offer, bekering. Niet iedere zondag allemaal tegelijk. De gelovigen moeten ook nog op tijd bij de soep komen. Maar laat mensen weten dat het christendom werkelijk ergens over gaat.

 

4. Red de liturgie van zowel experiment als ideologie

De liturgie is een van de gevoeligste kwesties binnen de Kerk. Dat is begrijpelijk. Lex orandi, lex credendi. Zoals wij bidden, zo leren wij geloven. Daarom is de strijd om de liturgie nooit slechts esthetiek. Het gaat uiteindelijk om God.

Een katholieke Mis is niet primair een bijeenkomst waarin de gemeenschap haar verbondenheid viert. Zij is het offer van Christus sacramenteel tegenwoordig gesteld. Het is geen maaltijdviering in de vorm van een offer, maar een offer in de vorm van een maaltijd.  Dat verandert alles. Wanneer dat werkelijk wordt geloofd, volgt vanzelf: eerbied, knielen, stilte, schoonheid, zorgvuldigheid, sacrale muziek, en een priester die niet denkt dat de liturgie verbetert wanneer hij spontaan een grappig verhaaltje opdist. De Heilige Geest heeft veel talenten. Improvisatietheater aan het altaar behoort voor zover ik weet niet tot de zeven gaven.

Zomaar een tip voor mijn broeder-bisschoppen. Beschouw gehechtheid aan de traditionele liturgie niet automatisch als een psychiatrisch probleem. Niet iedere jonge katholiek die van Latijn houdt, is een geheim agent van 1957. Wanneer jonge mensen worden aangetrokken door: gregoriaans, stilte, wierook, knielen, ad orientem, klassieke spiritualiteit, vraag dan niet onmiddellijk: Wat is hier misgegaan?” Vraag misschien: Wat zoeken zij hier dat zij elders missen?”

Voor traditionele katholieken. En ook zij moeten ons iets laten zeggen. De traditionele liturgie kan iemand heiligen. Maar een oude ritus maakt iemand niet automatisch heilig. Men kan de meest eerbiedige Mis bijwonen en vervolgens op de parkeerplaats de drie bisschoppen en het volledige Vaticaan vervloeken. Dat is liturgisch wellicht traditioneel, maar geestelijk minder aanbevelenswaardig. Traditie zonder liefde wordt archeologie met temperament.

 

5. Stop met het behandelen van jonge gelovigen alsof zij religieus porselein zijn

Jonge mensen zouden volgens sommige pastorale modellen vooral behoefte hebben aan: lage drempels, weinig eisen, korte vieringen, begrijpelijke teksten, veel inspraak, en vooral niets dat klinkt als een verplichting. Alleen is er één probleem. Dat model lijkt niet geweldig te werken. Veel jonge mensen die het geloof ontdekken zoeken juist iets anders: waarheid, orde, ascese, identiteit, biecht, aanbidding, sacramenten, intellectuele diepgang, en een gemeenschap die iets van hen verlangt.

We hebben jongeren onderschat. We boden hen ranja aan terwijl zij wijn zochten. We gaven hun slogans terwijl zij Thomas van Aquino wilden lezen. We dachten dat gregoriaans hen zou wegjagen. Sommigen van hen downloaden het ondertussen vrijwillig op Spotify.

Een tip voor mijn priesters-broeders:  Durf jongeren volwassen te behandelen. Leer hen de Catechismus. Leer hen bidden. Leer hen vasten. Leer hen waarom de Kerk leert wat zij leert. Bied geen verdund christendom aan. Niemand is ooit gemarteld voor een vaag gevoel van verbondenheid.

 

6. Roepingen: wie vraagt er nog om een offer?

We praten veel over priestertekort. Begrijpelijk. Maar de discussie gaat vervolgens opvallend snel over: fusies, bestuurlijke modellen, lekenvoorgangers, herstructurering, en natuurlijk celibaat. Allemaal bespreekbare zaken. Maar misschien moeten we eerst iets eenvoudigers vragen: Waarom zou een jonge man priester willen worden?

Wanneer hij hoort: je wordt bestuurder van acht parochies, je agenda zit vol vergaderingen, je mag vooral niemand voor het hoofd stoten, en na twintig jaar krijg je misschien een beleidsplan over duurzaam vastgoed, dan is het verbazingwekkend dat er überhaupt nog iemand komt opdagen. Maar zeg tegen hem: Geef je leven aan Christus. Vier dagelijks het offer van de Mis. Vergeef zonden. Doop kinderen. Sta bij stervenden. Verkondig het Evangelie. Word geestelijk vader. Leid zielen naar de eeuwigheid.Dat klinkt plotseling anders.

Zomaar een top voor mijn broeder-bisschoppen.  Zoek geen kandidaten die voornamelijk goed zijn in management. Zoek mannen die bidden. Een middelmatige bestuurder kan geholpen worden door een goede econoom. Een priester die niet bidt, kan door geen managementcursus worden gered.

 

7. De bisschop moet weer vader worden

Een moderne bisschop kan gemakkelijk veranderen in een soort directeur-generaal van religieuze dienstverlening. Hij heeft: vergaderingen, juristen, communicatieadviseurs, vastgoedproblemen, persvragen, personeelszaken, protocollen, commissies. Allemaal noodzakelijk. Maar wanneer zijn priesters hem nauwelijks kennen en zijn gelovigen hem alleen op een kerstkaart zien, is er iets mis.

Een bisschop is primair vader en herder. Hij moet dus zijn priesters kennen. Seminaristen kennen. Parochies bezoeken. Godsdienstonderwijs bewaken. De liturgie beschermen. Misbruik bestrijden. De geloofsleer verkondigen. En zo nu en dan publiek iets zeggen waarvan iedereen onmiddellijk begrijpt: O ja. Deze man gelooft werkelijk dat het katholieke geloof waar is. Dat zou verfrissend zijn.

Ik ben zo vrijpostig een concrete suggestie suggestie aan te reiken. Iedere bisschop zou jaarlijks een aanzienlijk aantal dagen kunnen reserveren waarop hij geen vergaderingen bijwoont, maar: het seminarie bezoekt, priesters individueel spreekt, catechumenen ontmoet, scholen bezoekt, biecht hoort, jongeren ontmoet, en parochies bezoekt. Dat geeft zicht op wat zijn bisdom werkelijk nodig heeft.

 

8. Priesters: wees priester, geen presentator

Een priester hoeft niet de populairste man van de parochie te zijn. Gelukkig maar. De katholieke Kerk zou anders met ernstige personeelsproblemen kampen. Hij hoeft evenmin voortdurend relevant” te zijn. Zijn relevantie komt niet voort uit zijn persoonlijkheid. Zij komt uit Christus. Wanneer een priester de zieken zalft, is hij relevant. Wanneer hij absolveert, is hij relevant. Wanneer hij de Eucharistie viert, is hij relevant. Wanneer hij een stervende bijstaat, is hij relevanter dan alle praatprogramma’s die die avond worden uitgezonden.

Concrete prioriteiten voor priesters zijn simpel te bedenken. Bid dagelijks trouw het brevier. Reserveer dagelijks stille gebedstijd. Vier de Mis waardig. Bied royaal biechtgelegenheid aan. Wees beschikbaar voor zieken. Geef echte catechese. Preek inhoudelijk. Vermijd liturgische creativiteit. Lees regelmatig theologie. Leef eenvoudig. En wees vaderlijk. Dat laatste is belangrijk. De priester is niet slechts sacramentenfunctionaris. Hij is geestelijk vader.

 

9. Leken: stop met wachten tot Rome alles oplost

Katholieken hebben soms een merkwaardige gewoonte. Wij klagen dat de hiërarchie te veel macht heeft. En vervolgens verwachten we dat de hiërarchie alles oplost. Dat gaat niet samen. Wanneer de cultuur opnieuw geëvangeliseerd moet worden, gebeurt dat voor een groot deel door leken. In gezinnen, scholen, universiteiten, bedrijven, media, kunsten, politiek, wetenschap, buurtgemeenschappen. Althans, dat zou het ideale plaatje zijn. De eerste christenen hadden geen bisschoppenconferentie met een professioneel communicatiebureau. Toch evangeliseerden ze het Romeinse Rijk. Dat zet onze excuses enigszins in perspectief.

Het belangrijkste catecheseprogramma blijft het gezin. Vandaar enkele tips voor ouders. Bid met uw kinderen. Ga met hen naar de Mis. Ga zelf biechten. Praat thuis over geloof. Laat hen heiligen kennen. Leer hen dat zondag werkelijk zondag is.En wees niet verbaasd wanneer een kind niet katholiek wordt nadat het achttien jaar lang heeft gezien dat katholiek-zijn voor zijn ouders nauwelijks verschil maakte.

Katholieke intellectuelen geef ik graag dit mee.  Schrijf. Onderwijs. Debatteer. Sticht. Organiseer. Wees aanwezig in de cultuur. Katholieke orthodoxie mag geen hobby worden voor intellectuelen die uitsluitend met elkaar spreken. Thomas van Aquino schreef niet voor een gesloten WhatsAppgroep.

 

10. Bestrijd de cultuurstrijd zonder zelf cultuurstrijder te worden

Er bestaan reële conflicten tussen katholieke moraal en moderne cultuur. Dat moeten we niet ontkennen. Maar traditionele katholieken lopen soms een eigen gevaar: dat de strijd tegen dwaling langzaam belangrijker wordt dan liefde voor de waarheid. Dat verschil is subtiel maar cruciaal. Men kan uiteindelijk zo veel tijd besteden aan het bestrijden van modernisme dat Christus bijna bijzaak wordt. Men kan dagelijks alles lezen over wat er in Rome misgaat en nauwelijks het Evangelie openen. Men kan de nieuwste ramp in een dicasterie binnen tien minuten op facebook ontvangen en niet weten welke heilige vandaag op de kalender staat.

Dat is geen overwinning van de traditie. Dat is geestelijke afleiding. Een praktische regel Lees meer Augustinus dan kerkelijk Twitter. Lees meer Benedictus XVI dan boze blogs. Bid langer voor je bisschop dan dat je over hem klaagt. Dat laatste is bijzonder moeilijk. Daarom is het waarschijnlijk goed voor de ziel.

 

11. Misbruik: nul romantiek over kerkelijke reputatie

Hier past weinig humor. Misbruik en de doofpotcultuur daaromheen hebben enorme schade veroorzaakt. De traditionele katholiek mag nooit denken dat verdediging van de Kerk betekent dat institutionele reputatie voorrang krijgt boven waarheid en recht. Juist katholieke orthodoxie vereist: rechtvaardigheid, waarheidsliefde, bescherming van kwetsbaren, en verantwoordelijkheid van gezagsdragers. Een bisschop die een misbruiker beschermt om schandaal te voorkomen” veroorzaakt juist schandaal. De Kerk wordt niet verdedigd door zonde te verbergen. De Kerk wordt verdedigd door zonde te bestrijden.

Oftewel bescherm eerst slachtoffers. Onderzoek serieus. Werk rechtmatig samen met burgerlijke autoriteiten. Wees transparant waar dat verantwoord kan. En besef: de reputatie van de Kerk behoort uiteindelijk Christus toe. Hij kan beter tegen de waarheid dan tegen een leugen.

 

12. Stop met het eeuwige minderwaardigheidscomplex tegenover de moderne wereld

Sinds enkele decennia lijkt een deel van het kerkelijke establishment soms doodsbang dat de moderne wereld ons ouderwets vindt. Maar daarover kunnen we ontspannen zijn. De moderne wereld vindt ons inderdaad ouderwets. Het christendom leert tenslotte: dat kuisheid een deugd is, dat huwelijk objectieve betekenis heeft, dat kinderen geschenken zijn, dat waarheid bestaat, dat lijden betekenis kan krijgen, dat bezit verplichtingen schept, dat vergiffenis belangrijker is dan wraak, dat nederigheid goed is, dat de mens niet zijn eigen schepper is, en dat God uiteindelijk belangrijker is dan autonomie. En ja, ook belangrijker dan de economie.

Dat gaat nooit volledig modieus worden. En dat hoeft ook niet. Het christendom heeft niet tweeduizend jaar overleefd omdat het iedere twintig jaar zijn boodschap herschreef. Het heeft overleefd omdat de boodschap groter bleek dan iedere mode.

 

Wat moet er concreet gebeuren? Laat mij afsluiten met een eenvoudig programma. Niet met weer een nieuwe commissie, maar voor onszelf.

Aan bisschoppen.

1. Verkondig helder de geloofsleer. Niet alleen wanneer er geen controverse bestaat. Juist wanneer zij impopulair is. 2. Vorm goede priesters. Intellectueel orthodox. Geestelijk diep. Menselijk volwassen. Liturgisch gevormd. 3. Geef orthodoxe seminaries prioriteit. Een bisdom zonder roepingen moet niet alleen vragen waarom jongeren niet komen. Het moet ook vragen wat jongeren aantreffen wanneer zij wél komen. 4. Herstel liturgische vrede. Behandel trouwe gelovigen die verlangen naar traditionele liturgie niet als probleemgevallen. 5. Bevorder biecht en aanbidding. De vernieuwing van de Kerk begint niet met management. 6. Bescherm katholiek onderwijs. Een school die katholiek heet maar het katholieke mensbeeld niet meer durft te onderwijzen, heeft voornamelijk een historisch logo. 7. Wees zichtbaar als herder. Ga naar uw mensen toe.

 

Aan priesters

1. Bid. Dat klinkt bijna beledigend eenvoudig. Maar veel crises beginnen precies daar. 2. Vier dagelijks de eucharistie. Vier eerbiedig. De gelovige hoeft bij de Mis niet de persoonlijkheid van de priester te ontmoeten. Hij komt Christus ontmoeten. 3. Preek de volle waarheid. Met liefde. Met intelligentie. Met humor waar dat zinvol is, maar zonder schaamte. 4. Hoor biecht. Verschaf ruime biechtgelegeneid. Nee, aanbellen bij de pastorie valt daar niet onder. 5. Zoek jongeren op. Niet om hip met hen te zijn. Dat is kansloos. Een priester van zestig die probeert te praten als iemand van zestien is een van de sterkste argumenten voor een kloosterlijke gelofte van stilte. Wees vader. Dat is genoeg. 6. Onderhoud priesterlijke broederschap. Een geïsoleerde priester wordt kwetsbaar. 7. Houd van uw mensen. Ook wanneer ze lastig zijn. Vooral dan.

 

Aan leken

1. Word zelf heilig. Dat is lastiger dan boos worden op Rome, maar uiteindelijk veel effectiever. 2. Bouw katholieke gezinnen. 3. Geef uw kinderen echte catechese. 4. Ondersteun goede priesters. Niet door hen op een voetstuk te zetten, maar door hen te helpen priester te blijven. 5. Sticht katholieke initiatieven, scholen, uitgeverijen, studentengroepen, gebedsgroepen, culturele instellingen, goede media.6. Ken uw geloof. Een katholiek die de Catechismus niet kent maar wel dagelijks over kerkelijke politiek discussieert, lijkt een beetje op een voetbalanalist die niet weet of er lucht of zand in een bal zit. 7. Wees vreugdevol. Dit is misschien belangrijker dan we denken. Verbittering bekeert niemand.

Laat ik ook iets zeggen wat voor een traditioneel publiek misschien minder aangenaam is. Traditie kan zelf een ideologie worden. Men kan zo overtuigd raken dat men de waarheid verdedigt, dat men vergeet dat waarheid een Persoon is. We kunnen: gelijk hebben en liefdeloos zijn, orthodox zijn en hoogmoedig, liturgisch correct en geestelijk koud, theologisch scherp en menselijk onuitstaanbaar. Dat zou een nogal merkwaardige overwinning zijn.

De traditionele beweging zal werkelijk vruchtbaar zijn wanneer zij herkenbaar wordt aan: heiligheid, grote gezinnen, roepingen, intellectueel leven, schoonheid, liefdadigheid, vreugde, en missionaire kracht. Niet uitsluitend aan kritiek. Een boom wordt uiteindelijk aan zijn vruchten herkend. Niet aan de scherpte van zijn tweets.

 

Waar begint de werkelijke hervorming?

Misschien niet in Rome. Misschien niet op een synode. Misschien niet bij een bisschoppenconferentie. Misschien begint zij morgenochtend. Wanneer een priester vóór het ontbijt een half uur langer bidt. Wanneer een vader met zijn kinderen de rozenkrans bidt. Wanneer een jongere na tien jaar weer gaat biechten. Wanneer een bisschop besluit een impopulaire waarheid rustig uit te leggen. Wanneer een seminarist kiest voor heiligheid boven carrière. Wanneer een parochie opnieuw Eucharistische aanbidding begint. Wanneer een katholieke docent weigert zijn geloof te reduceren tot vaag humanisme.cWanneer een echtpaar zijn huwelijk werkelijk als roeping leeft. Zo heeft de Kerk zich altijd vernieuwd. Niet in de eerste plaats door programmas, maar door heiligen.

En dus: geen paniek. We mogen de crisis ernstig nemen. We hoeven haar niet dramatischer te maken dan zij is. Want de toekomst van de Kerk hangt uiteindelijk niet af van de kundigheid van haar bureaucratie. Goddank. Dat is misschien de meest troostrijke leerstelling van deze Peper.

Christus heeft niet gezegd: Gij zijt Petrus, en op deze rots zal Ik mijn strategisch meerjarenplan bouwen.” Hij zei: Ik zal mijn Kerk bouwen.” Dat neemt onze verantwoordelijkheid niet weg. Het zet haar op haar plaats. We hoeven de Kerk niet opnieuw uit te vinden. We hoeven haar ook niet te redden alsof Christus na zijn Hemelvaart vergeten is hoe zijn eigen Kerk werkt. Wij moeten iets eenvoudigers doen: Het geloof bewaren. De waarheid spreken. De sacramenten ontvangen. Onze kinderen opvoeden. De armen dienen. Priesters vormen. Roepingen bevorderen. De liturgie waardig vieren. Onze vijanden liefhebben. En Christus méér liefhebben dan onze eigen kerkelijke partij. Dat laatste kan nog het moeilijkste zijn. Want uiteindelijk bestaan er geen traditionele heiligen en progressieve heiligen. Er bestaan alleen heiligen.

En misschien is dat precies de hervorming die de Kerk nu nodig heeft. Niet nog een nieuw katholiek programma. Maar opnieuw katholieken die het Evangelie zo ernstig nemen dat andere mensen zich beginnen af te vragen: Wat hebben zij gevonden dat wij missen?” Wanneer die vraag opnieuw wordt gesteld, begint de nieuwe evangelisatie werkelijk. En misschien ontdekt de Kerk dan iets wat zij in haar beste momenten altijd al wist: dat de wereld niet wordt bekeerd doordat wij steeds meer op haar lijken. Maar doordat zij in ons iets van Christus ziet.

 

+Rob Mutsaerts