De Kerk wordt niet gered door bureaucraten die menen dat alles anders moet

Er bestaat een eigenaardige vergissing onder moderne mensen: wanneer zij ontdekken dat de Kerk vol zondaars zit, concluderen zij dat het christendom mislukt is. Dat is ongeveer hetzelfde als ontdekken dat een ziekenhuis vol zieken ligt en daaruit afleiden dat geneeskunde niet werkt.

De Kerk heeft nooit beweerd een vereniging van volmaakte mensen te zijn. Zij heeft iets veel vreemders beweerd: dat God besloten heeft Zijn volmaakte waarheid toe te vertrouwen aan buitengewoon onvolmaakte mensen. Wie dat ongeloofwaardig vindt, moet eens naar de apostelen kijken. Petrus verloochende Christus. Thomas geloofde zijn vrienden niet. Jacobus en Johannes maakten ruzie over wie de beste stoel in het Koninkrijk zou krijgen. Judas beheerde de financiën, wat achteraf wellicht een ongelukkige benoeming bleek. En toch begon Christus met hen. Dat is vermoedelijk de eerste reden waarom ik mij niet al te veel zorgen zou maken wanneer iemand pausen, bisschoppen en pastoors rare dingen zeggen. De katholieke Kerk heeft erger overleefd.

De revolutie in de Kerk is merkwaardig omdat zij meestal wordt uitgevoerd door mensen die volhouden dat er helemaal geen revolutie gaande is. De oude revolutionair beklom tenminste een barricade. De moderne revolutionair neemt plaats in een commissie. Hij zegt niet: Wij zullen de leer veranderen.” Hij zegt: Natuurlijk verandert de leer niet; wij gaan haar alleen op een totaal andere manier toepassen.”

Dat gaat zo. De liberaal ziet barmhartigheid en vergeet oordeel. De rigorist ziet oordeel en vergeet barmhartigheid. De revolutionair ziet verandering en vergeet continuïteit. De reactionair ziet continuïteit en vergeet dat levende dingen groeien. De orthodoxe gelovige ziet iets anders: de Kerk moet tegelijk onveranderlijk én levend zijn: zij moet tegelijk gehoorzamen én weerstand bieden aan misbruik van gezag; zij moet tegelijk universeel én bijzonder zijn, zij moet tegelijk Petrus verdedigen én Paulus toestaan Petrus in het aangezicht te weerstaan”.

Het moderne antwoord luidt altijd: we moeten iets nieuws bedenken. Het katholieke antwoord luidt meestal: we moeten opnieuw ontdekken wat wij vergeten zijn. Als katholieken hun geloof niet meer kennen, geef hun dan de catechismus. Als priesters niet meer weten wat het priesterschap is, geef hun dan de Mis. Als bisschoppen vergeten dat zij opvolgers van de apostelen zijn, herinner hen eraan dat de apostelen bijna allemaal als martelaar gestorven zijn en niet als voorzitter van een synodale commissie. Als de liturgie banaal wordt, maak haar weer heilig. Als de moraal wazig wordt, spreek weer helder. Als jonge mensen nergens meer voor willen sterven, geef hun dan eindelijk iets waarvoor het de moeite waard is te leven.

Hoe zit het dan met Rome?  Je hoeft niet te geloven dat iedere gedachte van een paus rechtstreeks uit de hemel is gevallen (ook niet als hij in een vliegtuig zit). Je hoeft ook niet te geloven dat de Kerk ophoudt katholiek te zijn zodra de paus iets onverstandigs doet. Hoe weet ik dat? Ken je kerkgeschiedenis.

De paus is niet de opvolger van Jezus, maar van Petrus (zoals ook paus Leo niet de opvolger is van paus Franciscus, maar van Petrus). Wij geloven dat een goddelijke instelling kan worden bestuurd door mensen die soms buitengewoon menselijke beslissingen nemen. Dat is geen argument tegen het katholicisme. Dat is een argument vóór het katholicisme. Want alleen een instelling die werkelijk van God komt, zou tweeduizend jaar lang zoveel geestelijken kunnen overleven. De Kerk zal niet worden gered door mensen die voortdurend roepen dat alles verloren is. Evenmin zal zij worden gered door bureaucraten die menen dat alles anders moet. Zij zal worden vernieuwd op dezelfde manier waarop zij altijd is vernieuwd: door heiligen.

Men vergeet soms dat Franciscus van Assisi de Kerk niet hervormde door een document over kerkvernieuwing te schrijven. Hij werd heilig. Teresa van Ávila organiseerde geen congres over contemplatieve participatie. Zij bad. Thomas van Aquino maakte het geloof niet relevant door het eenvoudiger te maken. Hij dacht er dieper over na. En Philippus Neri wist iets wat wij soms vergeten: dat een mens heel orthodox kan zijn en toch kan lachen. Misschien is dat zelfs een teken van orthodoxie.

Christus zei dat de poorten van de hel de Kerk niet zouden overweldigen. Hij zei niet dat de poorten van de hel geen lawaai zouden maken. En soms lijkt het alsof vooral de duivel over een goed communicatiebureau beschikt. Maar de katholiek weet iets wat de duivel voortdurend vergeet: de Kerk behoort niet aan ons. Zij behoort aan Christus. Dat is buitengewoon goed nieuws, vooral voor bisschoppen. Wij hoeven de Kerk niet te redden. Wij moeten haar slechts niet verraden. Wij hoeven de waarheid niet opnieuw uit te vinden. Wij moeten haar slechts doorgeven. Wij hoeven geen nieuw christendom te bouwen. Wij moeten eenvoudig opnieuw katholiek worden.

En wanneer men mij vraagt of ik hoop heb voor de toekomst van de Kerk, zou ik antwoorden: Natuurlijk. Niet omdat ik vertrouwen heb in kerkelijke commissies, sociologische voorspellingen of strategische beleidsplannen. Maar omdat op paasmorgen het graf leeg was. En dat is, voor zover ik weet, nog steeds het belangrijkste nieuwsbericht aller tijden.

+Rob Mutsaerts