Pleidooi voor heiliging van nutteloosheid

Elke eeuw prijst zichzelf gelukkig omdat zij eindelijk de machine heeft uitgevonden die de mens zal bevrijden. De stoommachine zou ons de rug sparen. De wasmachine de handen. De computer het hoofd. En de kunstmatige intelligentie, zo wordt ons verzekerd, zal ons zelfs het denken uit handen nemen. Het is een merkwaardige opeenvolging van beloften. Men zou verwachten dat de moderne mens inmiddels de hele middag op een bankje zou zitten, duiven voerend en filosofie bedrijvend. In plaats daarvan zit hij op een bankje zijn e-mail weg te werken.

Dat is geen technisch probleem, maar een theologisch probleem. Want de mens is het enige wezen dat een machine bouwt om tijd te winnen en vervolgens die gewonnen tijd onmiddellijk uitgeeft aan het bouwen van nóg een machine. Hij is als iemand die een ladder beklimt om sneller boven te komen, om daar vervolgens een hogere ladder te ontdekken.

Onze voorouders sleepten water uit de put. Dat kostte tijd. Wij draaien een kraan open. Dat kost een seconde. De vraag is niet waar die bespaarde tijd gebleven is. De vraag is wie haar gestolen heeft. Men zegt dat de wereld ingewikkelder is geworden. Dat is slechts gedeeltelijk waar. De wereld is niet ingewikkelder geworden; zij is gulziger geworden. Elk apparaat dat ons een uur bespaart, schept twee uur nieuwe verwachtingen. Zodra een brief in een dag kon worden bezorgd, werd een antwoord binnen een dag fatsoenlijk. Zodra een bericht in een seconde aankomt, is een antwoord na een uur al bijna een verontschuldiging waard. De snelheid heeft de afstand niet afgeschaft, maar de genade.

Wij hebben geen tijdgebrek. Wij lijden aan verwachtingsinflatie. Dat is een modern verschijnsel. Niemand verwacht van een appelboom dat hij in april, mei én juni tegelijk vrucht draagt. Maar van een mens verwachten wij dat hij tegelijk werkt, bereikbaar is, zichzelf ontwikkelt, gezond eet, sport, een boeiend sociaal leven onderhoudt, de kinderen voorleest, zijn pensioen regelt, duurzaam consumeert, een podcast beluistert over innerlijke rust en ondertussen zijn inbox op nul houdt. Wanneer hij uitgeput raakt, krijgt hij een app aanbevolen.

Het komische is dat wij de machine zijn gaan behandelen alsof zij ons dienstbaar is, terwijl zij zich al lang als een koning gedraagt. De ware paradox is niet dat machines ons werk besparen; dat doen zij werkelijk. De paradox is dat wij het uitgespaarde werk niet hebben ingeruild voor rust, maar voor méér werk. Wij hebben de leegte niet durven bewonen. Zodra er stilte ontstond, vulden wij haar met meldingen. Zodra er vrije tijd verscheen, maakten wij er een project van. Zelfs ontspanning werd een prestatie, compleet met statistieken.

Misschien is dat omdat de moderne mens bang is voor het enige wat geen machine kan produceren: genoeg. Het woord genoeg” is een belediging geworden. Groei is goed, versnelling is goed, optimalisatie is goed. Maar genoeg? Dat klinkt bijna immoreel. Alsof men de beschaving verraadt door tevreden te zijn met een wandeling, een gesprek of een middag waarop niets wordt bereikt behalve dat de zon ondergaat.

De grootste uitvinding is niet de stoommachine of de computer, maar de zondag. Niet omdat er dan niets gebeurt, maar omdat de mens zich herinnert dat hij geen machine is. Misschien hebben wij dus niet nóg een uitvinding nodig. Misschien hebben wij een verbod nodig. Een heilige, vrolijke weigering om iedere gewonnen minuut opnieuw te verpanden aan de volgende verplichting. Want de tijd die een machine bespaart, is pas werkelijk gewonnen wanneer iemand haar durft te verspillen aan iets dat geen rendement oplevert. Aan een goed glas wijn. Aan een kind dat voor de derde keer hetzelfde verhaal wil horen. Aan een wandeling zonder stappenteller. Of eenvoudigweg aan het bewonderen van een oerhollandse wolk. Want uiteindelijk is de mens niet moe omdat hij te weinig machines heeft. Hij is moe omdat hij vergeten is waarom hij ze bouwde.

Ik mag graag pleiten voor de heiliging van nutteloosheid. Niet luiheid, maar activiteiten die geen economisch doel dienen. Zingen. Feesten (er moet natuurlijk wel iets te vieren zijn). Tuinieren. Wandelen. Spelen met kinderen. Een goed gesprek. Gebed. Niet omdat zij ergens toe leiden, maar omdat zij zelf het doel zijn. De mens leeft niet om iets te produceren; hij produceert om te kunnen leven.

Daarmee samenhangend zou ik rehabilitatie van de zondag willen verdedigen. Niet als een religieuze regel, maar als een daad van verzet. Eén dag waarop je weigert de wereld draaiende te houden, omdat je erkent dat zij ook zonder jou blijft draaien. De zondag zegt niet alleen: Ik rust.” Zij zegt: Ik ben niet God.”

Ik zou ook de kleine loyaliteiten meer aandacht willen geven. Liefde voor gezin, buurt, kerk, kroeg, straat, dorp. Mensen raken uitgeput doordat hij zich verantwoordelijk wanen voor een abstracte wereld terwijl zij de concrete wereld om zich heen verwaarlozen. Een gesprek met de buurman is vaak heilzamer dan een uur scrollen door wereldproblemen.

En misschien wel het meest kenmerkend: ik zou graag ‘genoeg rehabiliteren. Alles moet meer en groter en sneller zijn; meer keuze, meer groei. Volgens mij komt een mens tot rust wanneer hij kan zeggen: dit is voldoende. Niet omdat hij geen ambities heeft, maar omdat hij weet dat geluk niet het voltooien van je verlanglijstje is, maar het begin van dankbaarheid.

Daaronder ligt een diepere overtuiging. De mens is niet als een machine die gerepareerd moet worden, maar als een ziel die geordend moet worden. Vermoeidheid is daarom niet alleen een lichamelijke of psychologische toestand; zij is vaak een teken dat de hiërarchie is omgekeerd. Middelen zijn doelen geworden. De klok is belangrijker dan de maaltijd, de agenda belangrijker dan de vriend, de e-mail belangrijker dan de brief, de efficiëntie belangrijker dan de vreugde. Maar men bouwt toch een huis, zodat er gelachen kan worden aan tafel. Men bakt brood om het te breken met anderen. Men verdient geld om vrijgevig te kunnen zijn. Zodra werk zichzelf rechtvaardigt, wordt het een afgod. Ga liever naar God zelf: Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt gaat. Ik zal u rust en verlichting schenken.

+Rob Mutsaerts