De geschiedenis van de Katholieke Kerk wordt gekenmerkt door periodes van bloei en verval, van heiligheid en zonde. Reeds in het Nieuwe Testament waarschuwen de apostelen voor dwaalleringen, verdeeldheid en menselijke zwakheid binnen de gemeenschap van gelovigen. Toch bleef de Kerk bestaan, niet omdat haar leden zonder zonde waren, maar omdat Christus haar had gesticht en beloofd had dat de poorten van de hel haar niet zouden overweldigen. Tegen deze achtergrond moet ook de Reformatie van de zestiende eeuw worden beoordeeld.
Vanuit
katholiek perspectief moet worden erkend dat Maarten Luther terecht misstanden
binnen de Kerk aan de kaak stelde. De handel in aflaten, moreel verval onder
sommige geestelijken en misbruik van kerkelijke macht riepen terecht om
hervorming. De katholieke Kerk zelf heeft dit later erkend en heeft tijdens het
Concilie van Trente omvangrijke hervormingen doorgevoerd. De vraag is echter
niet of hervorming nodig was, maar hoe die hervorming moest plaatsvinden.
Hier ligt
Luthers fundamentele vergissing. Hij zag terecht de gebreken van mensen binnen
de Kerk, maar verloor uit het oog dat de Kerk zelf een goddelijke instelling is
die door Christus werd gesticht en die noodzakelijkerwijs wordt geleid door
zondige mensen. Door de eeuwen heen waren er vele hervormers die ernstige
misstanden bestreden zonder zich van de Kerk af te scheiden. Heiligen als
Franciscus van Assisi, Catharina van Siena, Teresa van Ávila en Johannes van
het Kruis werkten aan vernieuwing van binnenuit zonder met de Kerk te breken.
Zij begrepen dat de zondigheid van kerkleden niet hetzelfde is als een fout van
de Kerk zelf.
Luther koos
uiteindelijk voor een andere weg. Zijn breuk met Rome leidde niet slechts tot
een hervormingsbeweging, maar tot een scheuring in de zichtbare eenheid van het
christendom. Waar de Kerk eeuwenlang één geloof, één
sacramenteel leven en één
apostolisch gezag had gekend, ontstond een situatie waarin individuele
interpretatie van de Schrift steeds meer centraal kwam te staan.
Dit principe
van sola scriptura bleek al snel problematisch. Wanneer het uiteindelijke gezag
niet langer berust bij de Kerk die de Schrift heeft ontvangen, bewaard en
doorgegeven, maar bij de individuele uitlegger, ontstaat onvermijdelijk
verdeeldheid. Reeds tijdens Luthers eigen leven ontstonden conflicten tussen
reformatoren onderling. Luther stond lijnrecht tegenover Zwingli over de
Eucharistie. Calvijn ontwikkelde weer andere leerstellingen. Vervolgens
ontstonden talloze nieuwe denominaties die elkaar op wezenlijke punten
tegenspraken.
De
geschiedenis van het protestantisme laat zien dat deze ontwikkeling zich
eeuwenlang heeft voortgezet. Wat begon als een poging tot hervorming
resulteerde uiteindelijk in duizenden kerkgenootschappen met uiteenlopende
opvattingen over doop, avondmaal, predestinatie, kerkorde, moraal en zelfs
fundamentele geloofswaarheden. Hoewel veel protestanten oprecht Christus willen
volgen, blijft de vraag bestaan hoe deze veelheid van tegenstrijdige
interpretaties verenigbaar is met Christus’ gebed dat zijn volgelingen één zouden zijn.
Bovendien
heeft deze voortdurende versplintering bijgedragen aan een bredere cultuur van
religieus relativisme. Wanneer verschillende denominaties elk claimen de Bijbel
correct uit te leggen terwijl zij onderling fundamenteel verschillen, ontstaat
gemakkelijk de indruk dat geloof uiteindelijk een kwestie van persoonlijke
voorkeur is. Het gezag verschuift van een objectieve geloofstraditie naar het
individu.
Juist tegen
deze achtergrond zien we vandaag een opmerkelijke ontwikkeling onder jongeren.
In een cultuur die wordt gekenmerkt door onzekerheid, relativisme en
identiteitscrises groeit bij velen een verlangen naar historische wortels,
waarheid en continuïteit. Steeds meer jonge christenen beginnen zich af te
vragen hoe de eerste christenen geloofden. Zij lezen de kerkvaders, bestuderen
de geschiedenis van de vroege Kerk en ontdekken dat veel typisch protestantse
leerstellingen moeilijk terug te vinden zijn in de eerste eeuwen van het
christendom.
Daarbij
stuiten zij op een Kerk die haar oorsprong terugvoert tot de apostelen, die een
ononderbroken traditie bezit, dezelfde sacramenten viert als eeuwen geleden en
wereldwijd eenheid bewaart ondanks culturele verschillen. Zij ontdekken de
rijkdom van de liturgie, de intellectuele diepgang van grote apologeten en
theologen, de mystieke traditie van de heiligen en de universele visie van de
katholieke Kerk.
Voor veel
jongeren vormt deze ontdekking geen vlucht naar het verleden, maar juist een
antwoord op de onzekerheid van het heden. Waar de moderne cultuur voortdurend
verandert, biedt de katholieke traditie een gevoel van continuïteit. Waar
relativisme beweert dat waarheid onbereikbaar is, verkondigt de Kerk dat
waarheid uiteindelijk een Persoon is: Jezus Christus.
Ook in
Nederland zijn er voorbeelden van protestanten die na intensieve studie van
Schrift, geschiedenis en traditie tot de overtuiging kwamen dat de volheid van
het christelijk geloof in de katholieke Kerk wordt gevonden. Een bekend
voorbeeld is Joan Lindhout, die vanuit een protestantse achtergrond tot het
katholieke geloof kwam. Zijn weg weerspiegelt een patroon dat vaker zichtbaar
is: niet een afkeer van de Bijbel, maar juist een diepere studie ervan; niet
een afwijzing van Christus, maar een verlangen om Hem vollediger te volgen;
niet een zoektocht naar iets nieuws, maar naar wat oorspronkelijk was.
Dergelijke
bekeringen illustreren een belangrijk punt. Veel protestanten die katholiek
worden, beschrijven hun overgang niet als een verwerping van alles wat zij
eerder geloofden, maar als een thuiskomst. Zij ervaren dat de katholieke Kerk
niet slechts één
denominatie naast andere is, maar de historische gemeenschap waarin Schrift,
Traditie en apostolisch gezag samenkomen.
Dit betekent
niet dat katholieken moeten neerkijken op protestanten. Het Tweede Vaticaans
Concilie benadrukte terecht dat veel protestantse gemeenschappen authentieke
elementen van christelijk geloof bezitten en dat hun leden vaak een diepe
liefde voor Christus hebben. Toch blijft de katholieke overtuiging bestaan dat
de volheid van de middelen tot heil aanwezig is in de katholieke Kerk, de Kerk
die door Christus werd gesticht en die door de eeuwen heen haar identiteit
heeft behouden ondanks de zonden van haar leden.
De les van de
Reformatie is daarom niet dat hervorming verkeerd is. Integendeel: de Kerk
heeft altijd hervorming nodig. De ware vraag is of hervorming plaatsvindt
binnen de eenheid van de Kerk of ten koste daarvan. Vanuit katholiek
perspectief ligt Luthers grootste vergissing niet in zijn kritiek op
misstanden, maar in zijn overtuiging dat afscheiding de oplossing was. De
geschiedenis van de daaropvolgende eeuwen lijkt te laten zien dat de prijs van
die keuze bijzonder hoog is geweest.
Voor veel
zoekende jongeren van vandaag vormt juist deze geschiedenis een aanleiding om
opnieuw te kijken naar de Kerk van de apostelen, de kerkvaders, de heiligen en
de sacramenten. In een tijd van versnippering ontdekken zij opnieuw de
aantrekkingskracht van een geloofsgemeenschap die zichzelf niet ziet als een
product van de zestiende eeuw, maar als de voortzetting van de Kerk die
Christus zelf heeft gesticht. Voor hen is de weg naar Rome geen stap achteruit,
maar een zoektocht naar eenheid, waarheid en geestelijk thuis.
+Rob Mutsaerts