Onlangs celebreerde ik een Vormselmis in een van de parochies van ons bisdom. Voor de ingang van de kerk wapperde een regenboogvlag. Ik vroeg aan een van de vormelingen - we stonden buiten de kerk gereed voor de intredeprocessie - wat hij daarvan vond. Hij vond er niet veel van, maar had liever gezien dat er een PSV-vlag hing. Het is zo’n parochie die zichzelf inclusief noemt, zo bleek na de mis aan de koffietafel. “Wij zijn een LGTBQ-kerk, een Regenboogkerk”.
Ik dacht laat
ik beginnen met de eenvoudige vraag: wat betekent het eigenlijk om inclusief
te zijn? In de meest alledaagse zin betekent het dat men niemand uitsluit. Een
nobel streven, dat moeilijk te verwerpen is. Maar zodra men dit ideaal concreet
maakt, zodra je het toepast op overtuigingen, moraal en wereldbeelden, ontstaat
er een probleem: je kunt niet alles omarmen zonder ook iets te verwerpen.
Een kerk - of
zij zich nu “regenboogkerk”
noemt of niet - is per definitie geen leeg gebouw, maar een huis van
overtuigingen. Zij belijdt iets. Zij leert iets. Zij zegt impliciet en vaak ook
expliciet: dit is waar, en dat niet. Zodra je dat doet - ik heb de gewoonte om
dat te doen - ontstaat er een grens, hoe
mild en vriendelijk je je ook opstelt
De ‘inclusieve
kerk’ beweert vaak dat zij iedereen verwelkomt, ongeacht achtergrond,
identiteit of overtuiging. Dat klinkt groots, bijna evangelisch. Maar hier
sluipt de paradox binnen: men verwelkomt iedereen - mits zij bepaalde
opvattingen delen over identiteit, seksualiteit en waarheid. Wie daar
vraagtekens bij zet, wie vanuit een traditioneel katholiek perspectief spreekt
over moraal of antropologie, ervaart al snel dat de deur niet zo wijd openstaat
als werd beloofd,
Dit is geen
unieke zonde van ‘Regenboogkerken’. Ook de meest orthodox katholieke parochie
stelt grenzen. Ook daar is niet elke overtuiging welkom. Het verschil ligt
echter in de eerlijkheid waarmee die grenzen worden erkend. De traditionele
kerk zegt: dit geloven wij, en als u dat betwist, zullen wij met u in
gesprek gaan, maar wij zullen onze overtuiging niet opgeven. De inclusieve
kerk zegt iets anders: wij sluiten niemand uit, terwijl zij ondertussen
bepaalde overtuigingen impliciet buitensluiten.
Een open geest is mooi, maar de vraag is: bij wie of wat is iedereen
welkom? Het is alsof een vereniging zegt dat bij hen iedereen welkom is, maar
wat voor vereniging het nu eigenlijk is is volstrekt onduidelijk. Inclusiviteit
zonder inhoud is leeg.
De kern van
het probleem is dat “inclusief” vandaag vaak niet meer betekent: iedereen
mag binnenkomen, maar eerder: iedereen mag binnenkomen die onze morele
uitgangspunten onderschrijft. Dat is niet inclusief, maar een nieuwe vorm
van orthodoxie. Iedereen die deze orthodoxie niet omarmt wordt als ketter
beschouwd en buitengesloten. Dat werd mij wel duidelijk aan deze koffietafel.
Als je voorzichtig enkele vraagtekens zet bij hun opvatting en daadwerkelijk een discussie wil aangaan -
niet om te provoceren, maar gewoon om het gesprek aan te gaan over
seksualiteit, over de aard van de mens, over wat het betekent om man of vrouw
te zijn en dat soort onderwerpen. Ik werd ter plekke gecanceld omdat mijn
uitgangspunt niet strookt met hun Regenboogreligie. Inclusie blijkt geen open deur, maar een
zorgvuldig bewaakte toegangspoort.
De echte vraag
is niet: zijn deze kerken inclusief of exclusief? De echte vraag is: welke
waarheid durven zij te erkennen, en welke grenzen durven zij eerlijk toe te
geven? Want een gemeenschap die haar grenzen ontkent, wordt niet ruimer,
maar onduidelijker, en uiteindelijk minder gastvrij, juist voor hen die oprecht
zoeken.
De mens kan
niet leven zonder grenzen, maar hij kan ook niet leven zonder genade. Een kerk
die beide weet te bewaren - die waarheid belijdt en tegelijk de deur openhoudt
voor de zondaar, de twijfelaar en zelfs de tegenspreker - zal misschien minder
modieus zijn, maar des te menselijker. Echte inclusiviteit begint niet met het
afschaffen van grenzen, maar met het eerlijk erkennen ervan en met de
bereidheid om - ondanks die
grenzen - de ander toch een stoel aan tafel te geven. Deze
parochie was daartoe niet bereid, zo bleek achteraf. Een jongen was
nadrukkelijk gevraagd zich terug te trekken en niet meer deel te nemen aan de
vormselvoorbereiding. De reden? Hij vond Paarse Vrijdag maar “flauwekul”. Ik
heb hem een week later elders gevormd. Een jongen met een mening en karakter.
Dat past blijkbaar niet in deze tolerante niemand uitsluitende inclusieve brede
open toegankelijke gastvrije ruimhartige verwelkomende ruimdenkende begripvolle
open-minded parochie.
+Rob Mutsaerts