Dat is geen Brussel. Dat is je moeder

Het Europees Parlement heeft de Europese Commissie opgeroepen om te kijken naar een EU-brede definitie van verkrachting op basis van het ontbreken van toestemming. Dat betekent dat seks strafbaar is als er géén vrijwillige toestemming is. Ja, het Europees Parlement heeft zich gebogen over de vraag wanneer men elkaar eigenlijk mag beminnen. Het is nu officieel, de liefde heeft een gebruiksaanwijzing gekregen. Men dient vóór aanvang van de gevoelens expliciet toestemming te verlenen, bij voorkeur schriftelijk, in tweevoud en met een getuige die zich in de garderobe ophoudt. Je zou denken dat dit een overbodige exercitie is. De gewone mens, die geen resoluties schrijft maar gewoon leeft, wist al dat dwang geen liefde is. Hij had daar geen commissie voor nodig, net zomin als hij een richtlijn nodig heeft om te begrijpen dat stelen verkeerd is of dat je de hond van je buurman niet mag vergiftigen.

Ja, er gaat veel misgaat tussen mensen, en daartegen is bescherming nodig. Maar je kunt je afvragen hoe het zover heeft kunnen komen dat iets wat ooit tot de meest vanzelfsprekende vormen van menselijk fatsoen behoorde, nu moet worden vastgelegd in juridische taal. Ik vraag mij af of het probleem werkelijk ligt bij het ontbreken van regels, of bij het verdwijnen van de beschaving. Niemand heeft een wet nodig om te weten wanneer hij te ver gaat. Je weet dat gewoon, en degene die dat niet weet wordt ook niet tegengehouden door een wet.

In een tijd waarin men zich van alles wil bevrijden - traditie, moraal en zelfs gezond verstand, kortom van de christelijke wortels van Europa  - blijkt men plotseling behoefte te hebben aan een steeds gedetailleerder handboek voor gedrag. Alsof men eerst alle verkeersborden heeft verwijderd om daarna verbaasd te constateren dat er ongelukken gebeuren.

Men stelle zich een dansvloer voor waarop twee mensen elkaar voorzichtig naderen. Vroeger keek men elkaar aan, glimlachte, en begreep zonder woorden of men welkom was of niet. Thans blijft men op anderhalve meter afstand staan, vult een formulier in en wacht op goedkeuring van Brussel. Tegen de tijd dat deze verkregen is, is de muziek afgelopen en is iedereen naar huis.

Er komt dus een moment - en dat moment voel je al aankomen - dat een rechter zegt: Ja, maar had u expliciete toestemming?” Expliciet. Prachtig woord. Klinkt als een tandartsrekening. En ergens zit dan een jongen die denkt: moet ik dit filmen? Moet ik een formulier meenemen? Moet ik er getuigen bij vragen? Moet ik stempels verzamelen zoals bij de Efteling, maar dan voor lichamelijk contact? We hebben een talent ontwikkeld om alles wat vanzelf spreekt, kapot te analyseren totdat het eruitziet als een Ikea-kast zonder handleiding. En ondertussen blijft de kern hetzelfde. Iemand wil. Of iemand wil niet. Dat is een kwestie van opvoeding, niet van wetgeving. Dat is geen Brussel. Dat is je moeder. Maar goed. Zet er vooral een commissie op. Maak er een rapport van. Misschien kunnen ze daarna ook even kijken om welke grappen je mag lachen zonder iemand te beledigen.

Het tragische is niet dat de Europese Commissie probeert het kwade te bestrijden - dat is lovenswaardig - maar dat men het goede, het schone en het ware niet meer herkent als bron van het juiste gedrag. Men vertrouwt niet langer op opvoeding, op innerlijke remming, op het vermogen van de mens om zich in een ander te verplaatsen. En dus rest slechts een wetboek met sancties. Het geweten wordt ingeruild voor een handleiding. Hij doet misschien minder verkeerd, maar waarom ontgaat hem.

+Rob Mutsaerts