Hebben rechters nu ook al last van christenfobie?

Päivi Räsänen - voormalig minister van Binnenlandse Zaken in Finland - had een vers uit de Bijbel getweet: een vers uit de Romeinenbrief van Paulus. Later deelde zij een pamflet uit met teksten gebaseerd op deze Bijbeltekst. De LGTBQ-wereld voelde zich gekwetst en stapte naar de rechter. In 2022 en 2023 werd zij vrijgesproken door lagere rechtbanken.  Op 26 maart 2026 draaide Het Hooggerechtshof van Finland dat deels terug en verklaarde haar schuldig aan haatzaaien / belediging van een groep” en legde een geldboete (ongeveer €1.800) op.

Olaf Latzel - een Duitse dominee van de Evangelische Kirche - deed iets soortgelijks. Ook hij werd beschuldigd van ‘haatzaaien’. De zaak draaide om uitspraken die Latzel deed in een preek (2019), waarin hij onder meer: homoseksualiteit veroordeelde en zich uitsprak tegen gender- en queer-initiatieven. Ook hier op basis van bijbelteksten. Volgens het Duitse openbaar Ministerie konden die uitspraken worden gezien als het aanzetten tot haat tegen homoseksuelen. Latzel stelde dat hij gebruik maakte van zijn recht op godsdienstvrijheid en vrije meningsuiting, enkel bijbelse opvattingen verkondigde, en geenszins opriep tot haat of geweld. In 2020 werd Latzel veroordeeld door een rechtbank in Bremen tot een geldboete wegens ‘Volksverhetzung’ (aanzetten tot haat).  In 2022 werd hij in hoger beroep vrijgesproken door het Landgericht Bremen.  In 2023 werd dit vonnis weer vernietigd door het Oberlandesgericht. De zaak moest opnieuw behandeld worden.  In 2024 werd de zaak geseponeerd onder de voorwaarde dat hij €5.000 zou betalen aan de activistische homolobby-organisatie.

Er zijn tijden geweest waarin men de Bijbel opensloeg om er troost in te vinden. Tegenwoordig slaat men hem open om te kijken of er misschien iets strafbaars in staat. Dat is nou niet echt iets dat je vooruitgang noemt. Men heeft ontdekt dat bepaalde verzen gevoelens kunnen kwetsen. Dat is een opmerkelijke ontdekking, want wie de Bijbel een beetje kent, weet dat hij dat al een paar duizend jaar doet. De Bijbel kwetst iedereen (allen zijn immers zondaars) en dat is misschien wel haar eerlijkste eigenschap. De Bijbel spaart niemand, en dat is tegenwoordig natuurlijk verdacht.

Nu zijn er mensen - onder wie bovengenoemde Latzel en Räsänen - die het boek niet alleen lezen, maar er ook nog uit citeren. Dat is moedig, want men weet tegenwoordig nooit of men daarmee een misdrijf pleegt of dat het slechts een uiting van devotie is. In beide gevallen kwam men tot de conclusie: misdrijf. Men spreekt plechtig over haatzaaien”. Het is een woord dat zo vaak wordt gebruikt dat het inmiddels klinkt als een ingewikkeld apparaat: men zet het aan, en ergens begint iets te zoemen. Wat er precies gebeurt, weet niemand meer, maar het voelt ernstig, en dat is voldoende.

De ironie wil dat dezelfde samenleving die zichzelf heeft uitgeroepen tot kampioen van tolerantie, zich gedraagt als een buitengewoon lichtgeraakte sensor. Alles mag gezegd worden  - mits het niets zegt dat iemand zou kunnen herinneren aan een waarheid die hij liever niet hoort. De vrijheid van meningsuiting is daarmee verworden tot eieren waarop je beter niet kunt lopen.

Het probleem lijkt te zijn dat woorden gevolgen hebben. Dat is op zichzelf geen nieuw inzicht, maar men heeft er een nieuwe draai aan gegeven: woorden hebben vooral gevolgen voor gevoelens. En gevoelens, zo heeft men besloten, zijn uiterst breekbaar. Zij moeten worden beschermd, gekoesterd en - indien nodig - juridisch verdedigd tegen ongewenste zinnen. Het merkwaardige is dat dezelfde mens die zonder aarzelen een ander van alles en nog wat kan toeroepen op sociale media, plotseling verandert in een porseleinen kopje zodra er een oud vers wordt aangehaald. Je moet er voorzichtig mee zijn, want het kan niet echt tegen een stootje.

Ik stel mij zo voor dat men in de toekomst voorzichtig zal moeten omgaan met boeken. Misschien krijgen ze waarschuwingen op de kaft, zoals bij sigaretten. Let op: dit boek kan u aan het denken zetten.” Of erger nog: Dit boek bevat meningen.” Toch zit er iets vertederends in deze hele ontwikkeling. Men wil een wereld zonder pijnlijke woorden, zonder scherpe gedachten, zonder dat ongemakkelijke gevoel dat men het misschien bij het verkeerde eind heeft. Het is een beetje alsof men een tuin wil zonder doornen en zich vervolgens afvraagt waarom de rozen verdwijnen. ‘Vertederend’ is trouwens niet het juiste woord. ‘Onnozel’ is eerder op zijn plaats.

Misschien is het daarom het beste om de Bijbel voorlopig maar dicht te laten. Niet omdat hij gevaarlijk is, maar omdat wij het zijn verleerd zijn om haar te lezen zonder onmiddellijk naar de rechter te stappen. En dat zou jammer zijn. Want een boek dat iedereen een beetje tegenspreekt, zou wel eens precies het boek kunnen zijn dat we nodig hebben - al was het maar om ons eraan te herinneren dat niet alles wat ons stoort, meteen verboden hoeft te worden. Maar men leest het liever niet. En dus blijft men vervolgen, verontwaardigd en overtuigd van zijn eigen mildheid, terwijl men intussen bewijst dat men geen idee meer heeft wat tolerantie ooit inhield. O ja, tegen soortgelijke uitspraken afkomstig van Imams ageert men zelden. Het laat zich raden waarom. Heel simpel: het zijn lafaards.

Overigens zijn mijn gevoelens door deze uitspraken van aanklagers en rechters ook gekwetst. Hier is sprake van christenfobie. Dat is ook haatzaaien. Zal de rechter mij daarin gelijk geven. Ook hier laat het antwoord zich raden.

+Rob Mutsaerts