Jezus ja, Kerk nee??

Er bestaat een gedachte die ik nog steeds met enige regelmaat hoor: Jezus wilde wel volgelingen, maar het instituut Kerk heeft Hij niet gewild. Het is alsof je zegt ‘Ik ben voor onderwijs, maar tegen scholen’, of ‘Ik ben voor voetbal, maar tegen voetbalclubs’. Het kan gewoon niet, inhoud zonder vorm is als water: het vloeit weg.

Het eerste wat men over Jezus moet zeggen, is dit: Hij was opvallend concreet. Hij schreef geen boek, maar vormde mensen. Hij liet geen losse spreuken achter, maar een gemeenschap. Hij vertrouwde zijn boodschap niet toe aan de mensheid”, maar aan twaalf zeer specifieke mannen, van wie er minstens vier volstrekt ongeschikt leken. Wie beweert dat Jezus geen Kerk wilde, beschrijft Hem als een soort zwevende moraalfilosoof, terwijl Hij in werkelijkheid iemand was die: at met zijn leerlingen, met hen rondtrok, hen corrigeerde, hen uitzond, en hun ruzies moest bijleggen. Dat is geen spirituele wolk. Dat is een beginnende organisatie.

Het tegenargument is doorgaans dit: De Kerk kan niet van God zijn, want zij is zo menselijk.” Maar dat is precies hetzelfde argument dat men had kunnen gebruiken tegen de incarnatie: God kan niet mens geworden zijn, want mensen zijn zo beperkt.” Het christendom is nu eenmaal het geloof dat God juist door het menselijke werkt. Niet ondanks het menselijke, maar door het menselijke.

Er is een merkwaardig moment in het Matheus-evangelie waarin Jezus iets zegt wat voor veel moderne mensen hoogst onhandig is. Hij zegt: Op deze rots zal Ik mijn Kerk bouwen.” Niet: er zal ooit iets ontstaan.” Ook niet: jullie zullen later iets verzinnen.” Maar: mijn Kerk. Het grappige is dat mensen die beweren alleen Jezus te volgen”, vaak beginnen met het corrigeren van Jezus.

Jezus deed nog iets: Hij gaf gezag. Hij zei tegen zijn apostelen: Wie naar jullie luistert, luistert naar Mij.” Dat is geen poëzie. Dat is geen vrome sfeer. Dat is autoriteit. En hier raken we aan een diep paradoxaal punt: dezelfde mensen die zeggen dat de Kerk te autoritair is, geloven vaak dat hun eigen interpretatie absoluut gezag heeft. Nogmaals, Jezus gaf gezag. In Matteüs 16 en 18 spreekt Hij over: de sleutels van het Koninkrijk”, binden en ontbinden” en beslissingen die in de hemel erkend worden”.  Dit is juridische taal. Geen poëtische beeldspraak, maar taal van verantwoordelijkheid en leiding. Aan de apostelen zegt Hij: Wie naar jullie luistert, luistert naar Mij.” Dat is een tamelijk schokkende uitspraak. Jezus verbindt zijn eigen gezag aan mensen, niet aan individuele interpretatie. Een Kerk zonder gezag is onmogelijk. En Jezus wist dat.

Binnen die groep apostelen kiest Jezus één man: Petrus. En het een wonderlijk detail is dit: Petrus is geen held. Hij begrijpt Jezus verkeerd. Hij spreekt te snel. Hij verloochent Hem op het beslissende moment. En dat is de man op wie Christus zijn Kerk bouwt. Niet omdat hij perfect is, maar omdat hij vergeven is. De Kerk is gebouwd op boetedoening, niet op morele superioriteit. Een Kerk zonder zondaars zou geen Kerk zijn, maar een museum, en zelfs daar zouden de beelden barsten vertonen.

Het idee dat Jezus geen Kerk wilde” zou voor de eerste christenen volstrekt onbegrijpelijk zijn geweest. Voor hen was de Kerk geen latere toevoeging, maar het vanzelfsprekende gevolg van Jezusleven, dood en verrijzenis. Wanneer Ignatius van Antiochië zegt: Waar de bisschop is, daar is de Kerk,” zegt hij dat niet om macht te verdedigen, maar om eenheid te bewaren.

Een instituut kan toch niet geestelijk zijn?” Is dat zo?  Dit is een onbijbelse tegenstelling. God wordt mens in een lichaam: de incarnatie. Genade komt via zichtbare tekenen: sacramenten. Liefde krijgt vorm in structuren, zoals bijvoorbeeld het huwelijk. Een Kerk zonder menselijke structuren zou juist gnostisch zijn: geest zonder lichaam. Maar het christendom is altijd: geest én lichaam, genade én orde, mysterie én organisatie.

Laat me duidelijk zijn. Dat de Kerk (veel) fouten heeft gemaakt, misbruik heeft gekend, macht heeft misbruikt, dat ontkent niemand. Maar: Judas was er al bij, Petrus verloochende Jezus, de apostelen vluchtten (de allereerste synodale actie). Menselijke zwakte weerlegt niet het goddelijke karakter van het instituut. Het bevestigt juist hoe realistisch Jezus was. Hij bouwde zijn Kerk niet op perfecte mensen, maar op vergeven zondaars.

Wat staat er werkelijk op het spel? Als Jezus geen Kerk wilde, dan: heeft niemand het recht om zijn leer gezagvol door te gevende is ieder zijn eigen paus, zijn sacramenten menselijke rituelen, en is christendom uiteindelijk privé-spiritualiteit. Maar als Jezus wel de Kerk wilde - en alles wijst daarop - dan is de Kerk geen obstakel tussen ons en Christus, maar het instrument waardoor Hij werkt. Want zonder Kerk: valt de leer uiteen, verdwijnt de Eucharistie, en wordt liefde een mening. Een geloof zonder het instituut Kerk is een emotie met een houdbaarheidsdatum. De Kerk is geen kooi voor de Geest, maar de ribbenkast die het hart beschermt.

Zonder de Kerk zou er trouwens ook geen Bijbel zijn, want het is de Kerk die de Bijbel heeft samengesteld. Ik heb het altijd buitengewoon merkwaardig gevonden dat mensen de Kerk wantrouwen, maar blind vertrouwen op een boek dat zij alleen kennen dankzij diezelfde Kerk. Anders gezegd: de Kerk was er eerder dan de Bijbel.

+Rob Mutsaerts