Celibaat, schaarste en de verleiding van het “praktische” antwoord

Bisschop Bonny stelt in een pastorale brief (19 maart jl.) dat hij alles in het werk wil stellen om tegen 2028 enkele gehuwde mannen tot priester te wijden voor zijn bisdom. Het priestertekort hanteert hij als argument. Dat valt in België overigens wel mee. België telt 3.743 priesters wat neerkomt op 2.234 katholieken per priester.  Zelfs ten tijde van Het Rijke Roomse leven was dat niet veel anders. Het wereldwijd gemiddelde is op dit moment 3.400. Priesterkandidaten zijn er nauwelijks in België, maar tegelijk weten we dat de kerk in België - net als in ons land - fors zal krimpen, gezien het feit dat het overgrote deel van de praktiserende gelovigen ouderen zijn. Het voorstel gehuwde mannen tot priester wijden stuit evenwel op een harde kerkrechtelijke muur: canon 1042 staat het simpelweg niet toe.  Eventuele dispensatie is uitdrukkelijk voorbehouden aan de Apostolische Stoel.  Met andere woorden: een diocesane bisschop kan dit niet eigenmachtig pastoraal oplossen”, hoe nijpend de nood ook aanvoelt.

Theologisch is het priesterlijk celibaat geen dogma uit de natuur van het priesterschap” (de Kerk erkent dat expliciet), maar een discipline die zij al eeuwen bewaart en die door het leergezag herhaaldelijk als passend, vruchtbaar en symbolisch krachtig is verdedigd: als teken van toewijding met een onverdeeld hart”. De Westerse Kerk kent beperkte uitzonderingen (bv. de Ordinariaten voor ex-anglicanen), maar die werken precies via gereguleerde uitzonderingsroutes mét Romeinse toestemming.

Bonnys pragmatisme roept vragen op. De vraag is niet alleen: wat is praktisch?, maar ook: welk principe ligt aan het celibaat ten grondslag? De brief van Bonny presenteert het thema niet als abstract debat, maar als diocesaanimplementatieplan” in de geest van de synodale dynamiek. In die context plaatst Bonny de priesterkwestie: het aantal lokale (celibataire) kandidaten is tot bijna nul” gedaald, en buitenlandse priesters kunnen helpen maar mogen de structurele tekorten niet blijvend op hun schouders” krijgen.

Het kerkelijk recht erkent de noodsituatie op parochiaal niveau: wanneer priestergebrek het vereist, kan een diocesane bisschop deelname aan de uitoefening van parochiale zielzorg toevertrouwen aan een diaken en aan een niet-priester, mits hij een priester aanstelt om die pastorale zorg te leiden”.   Bonny noemt precies dit laatste in zijn argumentatie als structureel problematisch.  

Ik wantrouw in dit geval het woord ‘praktisch’. Bisschop Bonny wil om praktische redenen het ambt een andere lading geven. In de Kerk is het ambt nooit alleen een functie; het is ook teken dat iets onthult dat je met efficiëntie niet kunt meten. De Kerk formuleert dit zelf als volgt: in de Latijnse Kerk worden gewijde bedienaren (met uitzondering van permanente diakens) normaal gekozen uit mannen die een celibatair leven leiden omwille van het Koninkrijk”; zij geven zich met onverdeeld hart” aan de Heer en de zaken van de Heer”.  Dat is niet de taal van personeelsbeheer, maar van symboliek en eschatologie: celibaat als teken van nieuw leven” en als proclamatie van het Rijk God. Vaticaan II spreekt over celibaat als kostbare gave” voor de Kerk, iets waarvoor heel het volk van God mag bidden.  En Pastores Dabo Vobis (Johannes Paulus II) plaatst het celibaat in de logica van evangelische raden: een gave die helpt om God alleen te dienen met een onverdeeld hart”, niet als ontkenning van het lichaam maar als teken van gave en geestelijke vruchtbaarheid.

We moeten Bonnys analyse van het priestertekort niet wegwuiven. Ik houd van feiten, maar over welke feiten hebben we het? Een leeg seminarie is een feit. Maar een vervolgvraag die vaak overgeslagen wordt is: wat zegt dit feit over ons? En dan is er nog vooral deze vraag: welk symbool durven we nog te zijn? Stel - een reductio ad absurdum is hier verhelderend - dat de Kerk het celibaat laat vallen omdat er te weinig priesters zijn. Dan zegt ze feitelijk: Wat wij gisteren een gave noemden die wij moesten afsmeken, is vandaag een hinderpaal dat wij moeten wegwerken. Maar als celibaat een gave is, is het dan logisch om het af te schaffen precies wanneer de gave schaars wordt - zoals men een zeldzame wijn weggooit omdat er te weinig flessen zijn? Wie Bonnys pragmatische lijn volgt, moet dus niet alleen een pastoraal, maar ook een symbolisch alternatief bieden: wat wordt het teken van totale beschikbaarheid, als het niet langer samenvalt met de levensstaat van de priester?

Men zegt dat de Kerk priestertekort heeft, alsof de Kerk een spoorwegmaatschappij is die machinisten tekort komt. Maar de Kerk is geen bedrijf met een personeelstekort; zij is een mysterie met een roepingenprobleem. En het verschil is precies dit: een bedrijf lost het tekort op door de voorwaarden te versoepelen, terwijl een mysterie het tekort soms oplost door de betekenis te verdiepen. Celibaat is meer dan een organisatorische keuze. Als we dus werkelijk het priestertekort willen oplossen, moeten we vermijden dat we het symptoom verwarren met de essentie. De vraag is niet alleen hoeveel priesters wenselijk zijn, maar welk priesterschap we nog durven te zijn: een ambt dat functioneert, of een teken dat spreekt.

+Rob Mutsaerts

Mevrouw Mullally mag zich bisschop noemen

Men zou haast medelijden krijgen met de Anglicaanse Kerk, ware het niet dat zij daar zelf al eeuwen geen enkele behoefte aan lijkt te hebben. De oprichter - Hendrik VIII - confisceerde alle katholieke kerken, kloosters, gebouwen en werd op slag een vastgoedtycoon waar Trump en prins Bernard jaloers zijn. Katholieken hadden de keuze: de paus van Rome afzweren en Hendrik als hoofd van de Kerk erkennen, of onthoofd worden. Aangezien dit laatste geen prettig vooruitzicht was, koos men maar voor het eerste. Koning Charles is zijn opvolger en dus huidig hoofd van de Anglicaanse Kerk. Zijn zoon William - en dus beoogd troonopvolger - heeft onlangs meegedeeld dat hij agnost is. Een agnost als potentieel hoofd van de kerk. Tja.

Nu heeft men dus een vrouw tot geestelijk hoofd verkozen - of benoemd, of gezalfd, of hoe men dat toneelstukje ook precies noemt. Mevrouw Mullally mag zich nu aartsbisschoppin van Canterbury noemen. Dat ze slechts een avondopleiding theologie heeft gevolgd was daarvoor geen enkele belemmering. Een prachtigen parodie, Monty Python en Jiskefet in optima forma, ware het niet dat het allemaal serieus bedoeld is.

Laat ik het eenvoudig houden: de Anglicaanse Kerk is geen mysterie, maar een compromis. En compromissen hebben de eigenschap dat zij nooit ergens echt in geloven, maar alles een beetje willen behouden. Dat maakt hen niet tolerant, maar gemakzuchtig. Dat deze kerk ooit werd opgericht door een vorst die zijn echtelijke problemen oploste met een bijl zou een pikant detail kunnen zijn, als het niet zo beschamend typerend was. De Anglicaanse Kerk is geen geloof dat ontstond uit een openbaring, maar uit een driftbui. Geen Sinai, maar een scheidingsadvocaat. Geen profeet, maar een monarch met huwelijksperikelen.

En zie: eeuwen later is men nog steeds bezig met het herschrijven van de spelregels, alsof men bang is dat iemand ooit zal ontdekken dat er nooit een spel is geweest. De benoeming van een vrouw tot hoofd van deze kerk wordt nu voorgesteld als een mijlpaal. Dat woord alleen al - mijlpaal - heeft de muffe geur van beleidsnotas en feestelijke toespraken waarin niemand meent wat hij zegt. Alsof het probleem van de kerk ooit gelegen heeft in het geslacht van haar leiders, en niet in de inhoud van haar overtuigingen. Men verwart verandering met betekenis. Men denkt dat wie de stoelen herschikt, ook het toneelstuk vernieuwt. Maar een slechte tekst blijft slecht, al wordt het voorgedragen door een engel.

Wat mij vooral treft, is de ernst waarmee men dit alles bespreekt. Alsof hier werkelijk iets op het spel staat. Alsof de wereld wacht op de vraag of een vrouw een kerk kan leiden die ooit werd opgericht om een man van zijn vrouw te laten scheiden. Het is een discussie die tegelijk opgeblazen en leeg is; een ballon zonder lucht, maar met veel slingers eraan. De Anglicaanse Kerk is een toneelgezelschap dat zijn repertoire voortdurend aanpast, maar nooit repeteert. Men verandert de kostuums, herschrijft de rollen, introduceert nieuwe spelers, maar het publiek loopt weg, omdat niemand nog weet waar het stuk over gaat.

En toch, er schuilt iets bewonderenswaardigs in deze hardnekkige leegte. De Anglicaanse Kerk blijft bestaan, niet ondanks haar vaagheid, maar dankzij haar vaagheid. Zij is alles en niets tegelijk, en daardoor ongrijpbaar. Zij kan zich aanpassen aan elke tijd, omdat zij nooit geheel aan een tijd heeft toebehoord. De vraag is dus niet of een vrouw haar kan leiden. De vraag is of er nog iets te leiden valt. Maar alleen een kniesoor die opmerkt dat de zaak failliet is.

Misschien is dat de ware tragedie - of komedie, afhankelijk van uw humeur. Niet dat de kerk verandert, maar dat zij verandert zonder overtuiging. Zonder noodzaak. En uiteindelijk is dat het meest onkerkelijke wat men zich kan voorstellen: een geloof dat nergens voor hoeft te sterven, en dus ook nergens voor leeft.

PSSPX overweegt bisschoppen te wijden zonder Rome.

In het kerkelijk recht zijn excommunicatie en schisma twee verschillende dingen. Een ongeoorloofde bisschopswijding leidt altijd tot excommunicatie, maar niet per se tot een formeel schisma. Een bisschop die zonder pauselijk mandaat iemand tot bisschop wijdt en degene die zich laat wijden lopen automatisch excommunicatie. Dit gebeurde bijvoorbeeld bij de bisschopswijdingen van de Marcel Levebre in 1988 (Ecclesia Dei).

Canon 751 definieert schisma als: De weigering van onderwerping aan de paus of van gemeenschap met de leden van de Kerk die aan hem onderworpen zijn.” Dus een schisma vereist een houding van afscheiding, niet alleen een illegale handeling.

Na de bisschopswijdingen van 1988 verklaarde paus Johannes Paulus II dat de daad van Lefebre een schismatieke daad” was. Maar Rome heeft niet formeel verklaard dat de gehele Priesterbroederschap Pius X als instituut een schismatieke kerk vormt. De algemene lijn in Rome sinds paus Benedictus is als volgt: FSSPX is canoniek onregelmatig, maar niet formeel schismatiek als gemeenschap.

Als FSSPX opnieuw bisschoppen wijdt zonder mandaat, dan geldt canoniek vrijwel zeker: 1. Automatische excommunicatie voor wijdende bisschoppen en de nieuwe bisschoppen. 2. De daad kan door Rome worden omschreven als een schismatieke daad. 3. Maar of de FSSPX als geheel schismatiek wordt verklaard, hangt af van:

a. hun intentie t.o.v. pauselijk gezag, en b. hoe expliciet zij de pauselijke autoriteit verwerpen.

De discussie draait om een subtiel maar belangrijk onderscheid in het kerkelijk recht: een schismatieke daad versus een schismatieke gemeenschap. Sinds 2009 heeft Rome duidelijk gemaakt dat de situatie van PSSPX canoniek onregelmatig is, maar dat men haar niet formeel als schismatieke kerk beschouwt. Dat standpunt is historisch gegroeid.

Zoals gezegd, in 1988 wijdde Lefebvre vier bisschoppen zonder pauselijk mandaat. Johannes Paulus verklaarde dat dit een schismatieke daad” was, en dat de betrokken bisschoppen automatisch geëxcommuniceerd waren. De paus sprak van de daad, niet expliciet over een volledig schisma van de hele beweging.

Een belangrijk moment kwam in 2009, toen paus Benedictus de excommunicatie van de vier FSSPX-bisschoppen ophief. In zijn begeleidende brief aan de bisschoppen van de wereldkerk stelde hij twee dingen tegelijk: 1. De FSSPX heeft geen canonieke status in de R.K.Kerk. 2. Haar geestelijken oefenen geen legitiem ambt uit. Maar hij voegde er ook aan toe dat hun probleem doctrinair en disciplinair” is, niet dat zij een aparte kerk vormen. Dat maakt de kwestie wel complex. Sindsdien gebruikt Rome meestal termen als: ‘canoniek onregelmatig’, en ‘onvolledige gemeenschap’ in plaats van schismatiek.

Rome is terughoudend om van een schisma te spreken. FSSPX zegt de paus te erkennen (ze bidden voor de paus in het eucharistisch gebed), terwijl een schisma juist de weigering van onderwerping aan de paus Inhoudt. Rome redeneert daarom: er is ongehoorzaamheid, maar geen expliciete afwijzing van het pauselijk gezag. Daar komt nog het volgende bij: Onder paus Franciscus kregen FSSPX-priesters biechtfaculteiten en de mogelijkheid tot huwelijksassistentie onder voorwaarden. Als de broederschap formeel schismatiek zou zijn (zoals bijvoorbeeld de zoal de Oosters Orthodoxe Kerk), zou Rome normaal gesproken zulke faculteiten niet geven. Door de situatie juridisch als onregelmatig maar niet schismatiek te beschrijven, blijft de deur open voor een canonieke oplossing.

Je kunt je afvragen of er niet toch sprake is vaan een feitelijk schisma. Immers, FSSPX heeft een parallelle hiërarchie (bisschoppen zonder pauselijk mandaat), Zij verrichten wijdingen verrichten zonder jurisdictie, en zij negeren vaak plaatselijke bisschoppen. De meest gangbare formulering in officiële Romeinse documenten is dat FSSPX niet schismatiek is verklaard, canoniek onregelmatig is, canonieke zending of jurisdictie ontbreekt, maar niet volledig buiten de Kerk staat.

Een nieuwe bisschopswijding door de zonder pauselijk mandaat zou vandaag waarschijnlijk sneller als schisma worden gezien dan in 1988. Dat heeft vooral te maken met de veranderde context sinds de wijdingen van Lefebvre. In 1988 rechtvaardigde Lefebvre de wijdingen met een noodsituatie” in de Kerk. Hij stelde dat het behoud van de traditionele liturgie en leer in gevaar was. Sindsdien is de situatie echter veranderd. De traditionele Latijnse mis is officieel toegestaan (Summorum Pontificum). En Er bestaan volledig erkende traditionele instituten zoals de Priesterbroederschap van Sint Petrus en het Instituut Christus Koning. Het argument ‘noodsituatie’ houdt om deze redenen nauwelijks stand.

Sinds 2009 heeft Rome meerdere gebaren gedaan: 1. opheffing van de excommunicatie, 2. verlenen van biechtfaculteit en 3. mogelijkheid voor huwelijksassistentie onder bisschoppelijke regeling. Als FSSPX ondanks deze openingen opnieuw bisschoppen zou wijden, kan dat worden gezien als bewuste breuk met Rome. De eerste wijdingen (1988) konden nog worden gezien als een dramatische escalatie in een conflict. Een tweede ronde bisschopswijdingen - gepland voor juni - zou veel moeilijker te interpreteren zijn als iets anders dan een structurele parallelle hiërarchie en dus een praktisch schisma. In het canoniek recht speelt volharding in ongehoorzaamheid een grote rol. Als een groep: al een schismatieke daad heeft gesteld, daarvoor gewaarschuwd is en in herhaling valt, dan wordt het juridisch gemakkelijker om te concluderen dat er sprake is van bewuste afscheiding.

Ook voor Rome zitten er risico’s aan vast. Als Rome na een tweede ongeoorloofde bisschopswijding nog steeds geen schisma zou vaststellen, zou dat impliceren dat bisschoppen zonder pauselijk mandaat gewijd kunnen worden zonder dat dit tot een echte kerkscheuring leidt. Dat zou het primaat van de paus ernstig ondermijnen. Ik schaar mij in deze dan ook graag achter de kardinalen Müller en Sarah, en acht het standpunt van bisschop Schneider eerder berusten op wensdenken dan op legitimiteit.

Het is te hopen dat het zover niet komt. Als er ooit een volledige verzoening zou komen tussen Rome en de Priesterbroederschap Sint Pius X, dan is daar wel een structuur voor te bedenken: Persoonlijke prelatuur, vergelijkbaar met die van Opus Dei.

De prelatuur staat onder leiding van een prelaat; de jurisdictie is persoonlijk, niet territoriaal; gelovigen kunnen zich bij de prelatuur aansluiten, terwijl ze in hun bisdom blijven wonen; de prelatuur heeft eigen priesters en seminaries. FSSPX zou dan relatief onafhankelijk van lokale bisschoppen kunnen functioneren, terwijl ze tegelijk onder pauselijk gezag blijft.

+Rob Mutsaerts