In het kerkelijk recht zijn excommunicatie en schisma twee verschillende dingen. Een ongeoorloofde bisschopswijding leidt altijd tot excommunicatie, maar niet per se tot een formeel schisma. Een bisschop die zonder pauselijk mandaat iemand tot bisschop wijdt en degene die zich laat wijden lopen automatisch excommunicatie. Dit gebeurde bijvoorbeeld bij de bisschopswijdingen van de Marcel Levebre in 1988 (Ecclesia Dei).
Canon 751 definieert schisma als: De weigering van onderwerping aan de paus of van gemeenschap met de leden van de Kerk die aan hem onderworpen zijn.” Dus een schisma vereist een houding van afscheiding, niet alleen een illegale handeling.
Na de bisschopswijdingen van 1988 verklaarde paus Johannes Paulus II dat de daad van Lefebre een “schismatieke daad” was. Maar Rome heeft niet formeel verklaard dat de gehele Priesterbroederschap Pius X als instituut een schismatieke kerk vormt. De algemene lijn in Rome sinds paus Benedictus is als volgt: FSSPX is canoniek onregelmatig, maar niet formeel schismatiek als gemeenschap.
Als FSSPX opnieuw bisschoppen wijdt zonder mandaat, dan geldt canoniek vrijwel zeker: 1. Automatische excommunicatie voor wijdende bisschoppen en de nieuwe bisschoppen. 2. De daad kan door Rome worden omschreven als een schismatieke daad. 3. Maar of de FSSPX als geheel schismatiek wordt verklaard, hangt af van:
a. hun intentie t.o.v. pauselijk gezag, en b. hoe expliciet zij de pauselijke autoriteit verwerpen.
De discussie draait om een subtiel maar belangrijk onderscheid in het kerkelijk recht: een schismatieke daad versus een schismatieke gemeenschap. Sinds 2009 heeft Rome duidelijk gemaakt dat de situatie van PSSPX canoniek onregelmatig is, maar dat men haar niet formeel als schismatieke kerk beschouwt. Dat standpunt is historisch gegroeid.
Zoals gezegd, in 1988 wijdde Lefebvre vier bisschoppen zonder pauselijk mandaat. Johannes Paulus verklaarde dat dit een “schismatieke daad” was, en dat de betrokken bisschoppen automatisch geëxcommuniceerd waren. De paus sprak van de daad, niet expliciet over een volledig schisma van de hele beweging.
Een belangrijk moment kwam in 2009, toen paus Benedictus de excommunicatie van de vier FSSPX-bisschoppen ophief. In zijn begeleidende brief aan de bisschoppen van de wereldkerk stelde hij twee dingen tegelijk: 1. De FSSPX heeft geen canonieke status in de R.K.Kerk. 2. Haar geestelijken oefenen geen legitiem ambt uit. Maar hij voegde er ook aan toe dat hun probleem “doctrinair en disciplinair” is, niet dat zij een aparte kerk vormen. Dat maakt de kwestie wel complex. Sindsdien gebruikt Rome meestal termen als: ‘canoniek onregelmatig’, en ‘onvolledige gemeenschap’ in plaats van schismatiek.
Rome is terughoudend om van een schisma te spreken. FSSPX zegt de paus te erkennen (ze bidden voor de paus in het eucharistisch gebed), terwijl een schisma juist de weigering van onderwerping aan de paus Inhoudt. Rome redeneert daarom: er is ongehoorzaamheid, maar geen expliciete afwijzing van het pauselijk gezag. Daar komt nog het volgende bij: Onder paus Franciscus kregen FSSPX-priesters biechtfaculteiten en de mogelijkheid tot huwelijksassistentie onder voorwaarden. Als de broederschap formeel schismatiek zou zijn (zoals bijvoorbeeld de zoal de Oosters Orthodoxe Kerk), zou Rome normaal gesproken zulke faculteiten niet geven. Door de situatie juridisch als onregelmatig maar niet schismatiek te beschrijven, blijft de deur open voor een canonieke oplossing.
Je kunt je afvragen of er niet toch sprake is vaan een feitelijk schisma. Immers, FSSPX heeft een parallelle hiërarchie (bisschoppen zonder pauselijk mandaat), Zij verrichten wijdingen verrichten zonder jurisdictie, en zij negeren vaak plaatselijke bisschoppen. De meest gangbare formulering in officiële Romeinse documenten is dat FSSPX niet schismatiek is verklaard, canoniek onregelmatig is, canonieke zending of jurisdictie ontbreekt, maar niet volledig buiten de Kerk staat.
Een nieuwe bisschopswijding door de zonder pauselijk mandaat zou vandaag waarschijnlijk sneller als schisma worden gezien dan in 1988. Dat heeft vooral te maken met de veranderde context sinds de wijdingen van Lefebvre. In 1988 rechtvaardigde Lefebvre de wijdingen met een “noodsituatie” in de Kerk. Hij stelde dat het behoud van de traditionele liturgie en leer in gevaar was. Sindsdien is de situatie echter veranderd. De traditionele Latijnse mis is officieel toegestaan (Summorum Pontificum). En Er bestaan volledig erkende traditionele instituten zoals de Priesterbroederschap van Sint Petrus en het Instituut Christus Koning. Het argument ‘noodsituatie’ houdt om deze redenen nauwelijks stand.
Sinds 2009 heeft Rome meerdere gebaren gedaan: 1. opheffing van de excommunicatie, 2. verlenen van biechtfaculteit en 3. mogelijkheid voor huwelijksassistentie onder bisschoppelijke regeling. Als FSSPX ondanks deze openingen opnieuw bisschoppen zou wijden, kan dat worden gezien als bewuste breuk met Rome. De eerste wijdingen (1988) konden nog worden gezien als een dramatische escalatie in een conflict. Een tweede ronde bisschopswijdingen - gepland voor juni - zou veel moeilijker te interpreteren zijn als iets anders dan een structurele parallelle hiërarchie en dus een praktisch schisma. In het canoniek recht speelt volharding in ongehoorzaamheid een grote rol. Als een groep: al een schismatieke daad heeft gesteld, daarvoor gewaarschuwd is en in herhaling valt, dan wordt het juridisch gemakkelijker om te concluderen dat er sprake is van bewuste afscheiding.
Ook voor Rome zitten er risico’s aan vast. Als Rome na een tweede ongeoorloofde bisschopswijding nog steeds geen schisma zou vaststellen, zou dat impliceren dat bisschoppen zonder pauselijk mandaat gewijd kunnen worden zonder dat dit tot een echte kerkscheuring leidt. Dat zou het primaat van de paus ernstig ondermijnen. Ik schaar mij in deze dan ook graag achter de kardinalen Müller en Sarah, en acht het standpunt van bisschop Schneider eerder berusten op wensdenken dan op legitimiteit.
Het is te hopen dat het zover niet komt. Als er ooit een volledige verzoening zou komen tussen Rome en de Priesterbroederschap Sint Pius X, dan is daar wel een structuur voor te bedenken: Persoonlijke prelatuur, vergelijkbaar met die van Opus Dei.
De prelatuur staat onder leiding van een prelaat; de jurisdictie is persoonlijk, niet territoriaal; gelovigen kunnen zich bij de prelatuur aansluiten, terwijl ze in hun bisdom blijven wonen; de prelatuur heeft eigen priesters en seminaries. FSSPX zou dan relatief onafhankelijk van lokale bisschoppen kunnen functioneren, terwijl ze tegelijk onder pauselijk gezag blijft.
+Rob Mutsaerts